Ik heb vandaag eens even een fijn stukje gefietst met Hans en Tammar. Dit om Linda even te ontlasten zodat ze zonder gestoord te worden mijn auto eens flink in de was kon zetten. Het was de eerste keer dat ik met Tammar voorop fietste en het was de eerste keer dat ik met de combinatie Tammar en Hans -op zijn eigen fiets- fietste. En eigenlijk ben ik daar nog iets te klein voor, bleek vandaag. Ja, ik kan wel zeggen dat de kinderen te klein zijn, maar dat is niet zo. Je moet als ouder de zeer nabije toekomst (<5 sec) kunnen voorspellen en bedacht zijn op allerlei rampscenaria die eventueel zouden kunnen gebeuren zodat je ze kunt vermijden.
Want tegen Hans zeggen: "Hans, dat daar is een hele drukke weg die we moeten oversteken, ik wil dat je voor die weg stopt, " is niet genoeg. Je moet zelf al bij die weg staan voordat hij er is om hem tegen te houden. Want meneertje reed voor mij uit en negeerde mijn eerste stoproep. En de tweede, een de derde stopschreeuw ook. Om doodleuk een meter voordat hij de weg over zou steken en onder een auto zou komen, met een slippende achterband tot stilstand te komen. @$%#$%@$&* (ik mag niet vloeken waar kinderen bij zijn) waarom luisterde jij niet Hans?? "Daweetiknie."
Na een donderpreek van een minuut staken we de weg over richting Emstergat. Het Emstergat is een recreatiegebied met water, een strandje, een waterskibaan en een wellnescentre en ligt tussen Vaassen en Emst. De gemeente (Epe, dus wat weten die ervan) duidt de plek aan als Kievitsveld. Maar ze hadden het net zo goed Dodo'sveld kunnen noemen want dodo's zijn op die plek even zeldzaam als kievitten. Van oudsher is het Emstergat gewoon alleen twee plassen water waar je kon zwemmen als je drie maanden vakantie had omdat je net geslaagd was voor je Mavo-examen. Over Mavo gesproken, ik deed het destijds op D-niveau en dat schijnt tegenwoordig enorm hoog te zijn. Ik wist het ook niet maar tegenwoordig zweert iedereen bij B-niveau. Sommige bollenbozen wagen zich op C-niveau maar die worden eigenlijk voortdurend gepest vanwege hun streberigheid. Maar dat was even een klein uitstapje. Over uitstapjes gesproken, ik was dus aan het fietsen bij het Emstergat met Hans en Tammar en we bleven even staan om naar de waterskiërs te kijken. Toen we er genoeg onderuit hadden zien gaan gingen we weer terug. Niet over de verharde fietspaden maar over karrensporen die getrokken zijn in de tijd dat je nog karre-sporen schreef.
Na flink veel hobbels en modder ontdekte ik dat Tammar een zootje miste. Zootjes zijn een soort pantoffels voor baby's, maar dan van een hele zeldzame leersoort van het Iberisch zwijn. Ze kosten dan ook 4200 euro. Maar dat wist ik niet toen ik de vermissing ontdekte en besloot niet terug te gaan. Wat kunnen die dingen nu helemaal kosten? Zes euro? Bovendien, ik was er maar één kwijt, drie euro dus. Ik vond het meevallen. Nou, laat maar zitten hoor, dan koopt papa wel nieuwe. Tammar had net ontdekt dat ik achter haar zat en boog haar hoofdje steeds achterover en ik het mijne voorover zodat onze voorhoofden elkaar zachtjes raakten. Zij gaf dan een glimlach en ik wilde dat niet verstoren door te moeten gaan zoeken naar een zootje.
Maar goed, toen ik thuiskwam en ik hoorde de prijs van het zootje schrok ik zowat even hard als toen Hans ijzerenheinig op die weg af fietste, dus heb ik de route nog een keer afgelegd. Alleen! Ergens op een afgelegen bospaadje kwam ik het zootje tegen. Er was nog niemand langsgekomen, beeldde ik mijzelf in want het zootje stond overdwars midden op het pad. Ik slaakte een zucht van financiële verlichting en keerde, met zootje, tevreden huiswaarts. Thuisgekomen keek mijn gezin mij vol spanning aan of ik het zootje had gevonden. Ik liet het zien en liep ermee naar Assepoester. Het paste.