Domino.

Het was vanavond feest voor Hans en mama, want mama is een avondje de boel op stelten aan het zetten in Zevenaar. In Zevenaar spreken ze Zevenaars en dat beeld ik altijd als volgt uit: 7 (.) Maar dit geheel terzijde. Dat het voor mama feest is lijkt me duidelijk, maar ook voor Hans want die vroeg of hij lang mocht opblijven. Nou, als hij lief was wel, had ik gezegd en dat is voor Hans al reden om vast te beamen dat hij lief is. En ik moet zeggen, dat was hij. Ik heb hem niet horen zeuren dat hij z'n frietjes niet lustte en hij vond het ook niet erg dat hij een tekenfilm mocht afkijken. Daarna gingen hij en Tammar in bad en geheel zelfstandig heeft Hans zich uitgekleed en als er iets niet lukte (zijn hemd zat onderstebuiten, serieus) kwam hij het me netjes vragen in plaats van te krijsen dat het hem niet lukte. Hij kan het wel!

Ik had Hans beloofd dat als Tammar op bed zou liggen dat hij dan nog even mee naar beneden mocht om een spelletje te doen. Joepieeee. Een Mickey Mouse domino spelletje, en Hans zou me de spelregels uitleggen. Ik begreep geen bal van z'n uitleg dus ik pakte de doos erbij. Het spel bestaat uit 28 kaarten. Elke speler krijgt een gelijk aantal kaarten en legt, om beurten, een kaart op tafel zodat aangrenzende afbeeldingen op elk van de kaarten hetzelfde zijn. Zo wordt een parcours gemaakt en elke speler kan aan het uiteinde ervan een kaart aanleggen. De vorm van het parcours kan dus elke keer weer verschillend zijn. De eerste speler die al zijn kaarten heeft afgelegd is de winnaar.
Natuurlijk. Linda had nog gezegd, het spreekt voor zich. Nou, helemaal niet hoor! Pas na zes keer spelen had ik volgens mij door hoe dit spelletje moest. Want mocht je nu op de kaartjes kijken of moest je steeds de bovenste van je stapel pakken? Mocht je als je een hoek maakte daar later ook weer rechtdoor zodat je een soort t-splitsing kreeg? Want die hoek is ook een uiteinde. En ik maar steeds zoeken naar de spelregels maar met die paar zinnen moest ik het doen. Als je niet kon leggen, wat dan? Mocht je bij de ander op zijn kaarten kijken?

Ik begreep er geen reet van. Voor kinderen vanaf drie jaar! En toen ik het op het laatst met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dóór had, moest ik Hans laten winnen omdat je kinderen nu eenmaal niet het laatste potje kunt laten verliezen.

Onbenullen met een hoofdletter O.

Soms kom ik tot de ontdekking dat ondanks dat we hier met z'n allen bevoorrecht zijn omdat we in zo'n prettig land wonen, waar ons het aan niks ontbreekt en waar van overheidswege goed voor ons wordt gezorgd, het toch af en toe voor kan komen dat ik een klein beetje, ietsiepietsie uit m'n humeur kan raken van de regeltjes en de naleving daarvan. Nee, ik moet zeggen, van de controle op de naleving daarvan.

Eerlijk gezegd was ik pisnijdig vandaag. Wat was er aan de hand? Twee jaar geleden kregen wij controle van een ambtenaar inzake het anti-rookbeleid. Mijn baas stoomt zware shag, even verderop zit er eentje sigaren te roken, gewoon met de deuren open zodat wij de deur van ons kantoor dicht moeten doen om niet in een hoestbui te schieten. En dat ruik je zelfs als je buiten staat. De ambtenaar zei destijds: "Nou, je kunt ruiken dat hier niet gerookt wordt. Prima, houden zo."
Vandaag, weer controle. Drie onbenul sterk! Mijn baas kreeg een telefoontje van beneden dat de controleurs er waren dus hij had even tijd om de asbakken op zijn kamer te verwijderen. Toen de controleurs kwamen vroegen ze: "Wordt hier gerookt?" Mijn baas: "Nee, alleen buiten." "Mogen we even in de kantoren kijken? Prima, houden zo."

Nou, geef die controleurs een uitkering ter hoogte van hun salaris en laat ze lekker in hun bed liggen de hele dag. Dat scheelt mij zoveel ergernis. Mijn baas doet alsof hij mijn ergernis niet ziet en steekt nog eens een lekker zwaar shaggie op tijdens het eten. Een ander probeert nog enigszins fatsoenlijk in de deuropening te gaan staan zodat je dubbel last hebt van de rokers. Rook en tocht.
Ik ben maar weer gaan werken. Onder protest deze keer.

Talent

Ik verlang een beetje terug naar de tijd dat de term 'talent' nog was voorbehouden aan jonge sporters, muzikanten of eventueel televisiepresentatoren. Waarom, ach waarom waait toch alles uit de wereld van glitter en glamour over naar bedrijfsleven en politiek? In het bedrijfsleven zitten nu eenmaal de glitter-en glamourlozen anders waren ze wel ergens op televisie opgedoken. Waarom wordt er niet meer gewoon gewerkt onder de bezielende leiding van een deskundige? Waarom is ons doel niet meer het verdienen van de kost maar is het invulling geven aan een carrière een doel op zich? Waarom bestaat er tegenwoordig politiek talent, fiscaal talent, journalistiek talent, en zit het bedrijfsleven te wachten op aanstormend jong talent? Ik haat dat soort talent! Irritant tuig is het. Wist u dat topmanagers tegenwoordig ook personal coaches hebben? Net als een topsporter? Want, redeneren de topmanagers, het is topsport wat we doen. "Nou", denk ik dan, "als je er een coach bij nodig hebt, heb je er geen talent voor, hoor!"

Ik zit te wachten op iemand met het talent om de wereld weer met beide benen op haar eigen grond te krijgen. Want anders is het wachten straks op vakbondsmasseurs, op de WK senior account-managing 2011 en op het televisieprogramma "bookkeeping-insite". En hebben we straks kapsters die uit vorm zijn. Of ambtenaren die afzien. Misschien moeten we eens introduceren dat iedereen stopt met werken en in plaats daarvan in training gaat. Zodat we op zondag aan de bussines-competition mee kunnen doen? Of is dat net een stapje te ver?

Of zal ik me niet langer verzetten en er aan meedoen? Wij zoeken nog huishoudelijk talent, agrarisch talent, tuinkundig talent, bezinepompbedieningstalent, administratief talent, bejaardenverzorgingstalent, stratenmakerstalent, aanstormend verkeersbordenwasserstalent…

Abraham

Vandaag werd er iemand vijftig bij ons op kantoor, dus gisterenavond werd ik gevraagd om mee te komen helpen met het versieren van zijn kantoor. De bedoeling was dat het hele vloeroppervlak vol ballonnen zou liggen. "Hahaha, wat zal hij opkijken! Zoiets verwacht hij nooit!" Nee, natuurlijk niet. Als je het ooit verwacht is het wel op je vijftigste verjaardag en niet op zomaar een dinsdag, lijkt mij. Maar goed, ik dacht slim te zijn en een elektrische pomp mee te nemen maar daar krijg je echt geen ballon mee opgeblazen. Niet eentje! Dus dat werd het ouderwetse blaaswerk, wat trouwens veel beter gaat dan zo'n dubieus handpompje waar een andere collegsta dan weer mee aankwam . Ik heb zeker vijftig ballonen met mijn mond opgeblazen wat veel meer was dan mijn zware shag rokende collega.

Vanochtend toen de vijftigjarige alle ballonnen kapot had geprikt meurde het pas echt naar ouwe mannen op zijn kamer.

Mack’s geweten.

Ik loop er vrijwel dagelijks tegenaan; mensen die het niet te nauw nemen met wetten en regels. Ik irriteer. Me eraan. (omdat je irriteren niet wederkerend kunt gebruiken) Onder ondernemers ben je sowieso zo goed als kansloos om er eentje aan te treffen die goudeerlijk is. Vrijwel iedereen probeert de belasting af en toe op te lichten, en dat is tot daaraan toe, maar het is moeilijk iemand te vinden die zich er ook voor schaamt. Het lijkt juist iets om trots op te zijn. Ik persoonlijk zie het anders, en ik denk dat het is zoals ik het zie. Er is een grote berg geld, daar heeft iedereen een aandeel in, en ieder die er van steelt zorgt dat een ander meer moet betalen om die berg op peil te houden. Dat besef, dat zou er toch eens wat harder in geramd moeten worden.

Is het in deze tijd nog goed om goudeerlijk te zijn, of is het een beetje dom? Is deze visie nog wel juist of moet je het oogluikend allemaal toestaan omdat het onderliggende belang groter is? Economie schijnt namelijk voor een aanzienlijk deel op zwart geld te draaien. Of is het geoorloofd om te zeggen: als ik het niet doe, dan doet een ander het wel? Of: zolang de overheid van ons steelt mag je terug stelen? Vroeger waren de meeste mensen nog bang van God, maar daar hebben er niet zo heel veel meer last van. Waar is het tegenwoordig eigenlijk nog goed voor, dat eerlijk zijn?

Het leven begint bij veertig

Gisteren jongen, je had erbij moeten zijn. Ik was met Hans en Tammar even op het schoolpleintje, loopt er een onvaassens mooie meid voorbij. Eentje van begin twintig ongeveer, ze droeg een zwarte strakke broek met daaronder laarsjes, een donker leren jack met daaronder een witte blouse, en een knoepert van een blonde paardenstaart. Gewoon hier in de buurt waar ik woon! En niemand had me gewaarschuwd! Kent u het geluid van voetstappen van een mooi meisje op zondagochtend? Eigenlijk dienen andere geluiden even te wachten tot het geluid van haar voetstappen is weggeëbt. Ze droeg een zware tas, tenminste, daar leek het op, want ik heb hem natuurlijk niet gewogen. "Bij welke lucky bastard zou ze geslapen hebben?" dacht ik onwillekeurig. Ja, daar doe je gewoon niks aan, dat je dat denkt. Dat gaat volkomen vanzelf. Het zit er in, en het gaat er waarschijnlijk nooit meer uit.

Toch heeft de natuur ook weer een mooi verdedigingsmechanisme tegen oude vieze mannetjes als ik. Het kind had feilloos in de gaten dat ik geen 39 meer ben en keurde me geen blik waardig. Ja, het leven begint bij veertig. Ammehoela.

Elspeet – We salute you!

Vandaag heb ik iets gedaan waar ik al twee jaar naar uitkeek. Ik moest ervoor naar Elspeet. Mijn god, Mack, wat kan er in hemelsnaam in Elspeet zijn waar jij al twee jaar naar uitkijkt? Nou, in Elspeet zit een autospuiter en die gaat mijn AR even voorzien van nieuwe lak (Alfa Rosso) hier en daar. Zodat hij er weer strak bij komt te staan, dit 6 cilinderig Italiaanse monster met 2500 brullende cc's.

Op de terugweg zijn Hans (want die was ook mee) en ik even gestopt bij de grote Stakenbergse speelweide. Dat zou u ook eens moeten doen op een zonnige zaterdag. Het is het domein van de gereformeerde medemens. Ik zag er zelfs ééntje met een zwart pak en een hoed op lopen. Dat was wel de fanatiekste, maar de rest mocht er ook zijn. Jonge mannen in lichte zomerbroeken en blauwe overhemden (lange mouwen), jonge vrouwen in lange rok en witte blouse en dames op leeftijd in zwarte rokken en witte bovenkleding. En schitterende ouderwetse kapsels! Zo moet het paradijs bedoeld zijn! Hans had er geen oog voor en zag alleen de speeltoestellen en rende van het ene naar het andere in zijn spijkerbroek en zwarte concert t-shirt van AC/DC met het opschrift: "We salute you!" En daaronder de bandleden met hun duivelse hoorntjes.

Als u denkt: "Goh, wat schrijft Mack anders dan anders," dat komt zo. Toen ik thuis kwam ging Linda de hort op en ze komt pas laat thuis, zodat ik nu mijn verdriet zit weg te drinken met een fles "Wagenings Blond" bovengistend bier van 0,75 liter. Er zit nu nog een klein laagje in, vandaar.

IQ

Vorige week liet ik mij even verleiden tot het invullen van een iq-quizje op internet. Even snel, dacht ik. Maar natuurlijk moest je aan het eind weer sms-en om je iq op je mobiel te kunnen aflezen, maar ja, ik wilde het weten dus ik heb het gedaan. Met als gevolg dat ik nu dagelijks een zogenaamd dienstbericht gesmst krijg waarvan ik vermoed dat het mij geld kost, en degene die ze verstuurt, oplevert. Misschien begrijpt u nu mijn hekel aan commerciëlen. Ik vind het terroristen, niets minder. Op het binnenvliegen van de Twin Towers en op het ongevraagd versturen van sms-jes die geld kosten, zou dezelfde straf moeten staan. Hoe schakel ik deze terreur uit? Aan degene die het weet maak ik mijn iq bekend. Nou ja, niet mijn iq, maar het aantal punten dat dit testje aangaf.

De stot-te-raar

Ik praat-te met een stot-te-raar,
hij stot-ter-de woor-den aan el-kaar
De oor-zaak van zijn stot-ter-en
die deed mij wel wat snot-ter-en
want als kind was hij wat bang
en kor-te let-ter-gre-pen wer-den lang

Zijn zelf-ver-trou-wen raak-te weg
hij had dus ook nog dub-bel pech
Maar hij ging in the-ra-pie
als wa-re het een ze-re knie
Het ge-stot-ter werd snel min-der
hij on-der-vond niet lang-er hin-der
van het pro-bleem dat hem al ja-ren
zijn le-ven hielp ver-zwa-ren

Ik lui-ster-de naar zijn plei-dooi
en sprak toen ui-terst mooi:
"dat stotteren valt nog lang niet mee"
maar hij vond gewóón praten dan juist weer lastig.

Hoofd.

Tijdens een Sinterklaasfeest in de jaren zeventig kreeg mijn vader eens een glazen hoofd. Zo eentje waar je een koptelefoon op kon zetten. Ik snapte er niet veel van want hoe kon dat hoofd nou horen, dacht ik, maar daar gaat het even niet om. Het was een heel mooi hoofd, van een klein jongetje. Het jongetje had prachtig dik haar, een fijn neusje, en een mooi langwerpig gezichtje. Het was echt een heel zoet kind. Mijn vader vond hem op mijn broertje lijken, zei hij destijds. Enfin, het hoofd kwam later in mijn bezit en heeft een aantal decennia gefungeerd als koptelefoonhouder. Ik raakte gehecht aan het hoofd.

Een paar maanden geleden kwam ik thuis en het hoofd lag ineens op het aanrecht. Er zat een groot gat in. Ik vervloekte de werkster en had al besloten haar te ontslaan, toen ik hoorde dat Linda het hoofd had omgestoten. Knetters, dacht ik toen. Dat gebeurt nou nooit eens met haar laven! Maar ook daar gaat het nu even niet om. Mijn moeder die het nieuws van het gebroken hoofd had gehoord, had voor mij ergens een nieuw tweedehands hoofd gevonden. Erg sympathiek, dat wel, maar het is lang niet zo'n goed hoofd als het eerste. Dit is meer een hoofd van een jonge vrouw met ultra kort haar. Een beetje als Grace Jones maar dan minder kwaad. Nou ja, het hoofd doet weer dienst als koptelefoonhouder terwijl de koptelefoon al jaren geen dienst meer doet. Dit hoofd is het gewoon niet, mijn vorige hoofd was veel beter.

Vanavond liep ik onze slaapkamer op en in mijn bed lag Hans te slapen. Hij lag op zijn rug, met zijn mondje dicht, met z'n prachtige dikke haar, z'n fijne neusje en z'n mooie langwerpige gezichtje. Hij is echt een heel zoet kind.