12 november 2005 schreef ik over Sint Maarten. Over hoe ik vroeger op 11 november geterroriseerd werd door kleine snoepmonsters en hoe ik dan alle lichten uitdeed en achter de verwarming ging liggen om te ontkomen aan hun inhalige klauwtjes. Maar doordat Hans toen net was geboren, was ik ontdooid en stelde mij voor hoe het zou zijn als Hans als klein en onzeker mannetje een liedje wilde zingen en er werd niet opengedaan! De tranen sprongen mij destijds in de ogen.
Het gaat echter nooit zoals je denkt dat het zal gaan. Vanavond liep ik met Hans en wat buurtkinnekes mee om hen te begeleiden tijdens het bedelfeest. Maar er was helemaal geen sprake van een verlegen of onzeker mannetje. Een grote schreeuwlelijk is het. Zo vals als een kraai en keihard zong hij: "Daar komt Sint Maarten AAN!" Vooral die 'aan' werd telkens vol bravoure aangezet. Je hoorde hem boven het hele groepje uit. En daarna kwam hij de buit naar de tas brengen die ik voor hem droeg.
Ik heb een aardige ontwikkeling doorgemaakt qua heilige Martinus. Vroeger verstopte ik me achter de verwarming, later deed ik de deur open en gaf een snoepzakje en vanavond liep ik mee! Wat komt hierna? Ga ik zelf mijn mantel met een arme delen? Wordt er over tweehonderd jaar een feest gevierd dat heet: 'St. Mackus?' We weten het niet. Wat ik nu wel weet is dat als je de deur opendoet voor die kleintjes dat je dan niet moet zeggen: "oh, wat mooi gezongen!" Want dat zegt iedereen al. Maar dat weet je dus niet als je zelf niet een keer meegelopen hebt. Dus verzin eens wat origineels voor de meelopende ouders, zou ik zeggen. Ik hoor het wel van u.