Beschermengel

Nooit heb ik zo’n spannend boek gelezen als “weerlicht” van Dean Koontz. Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat ik het las en ik was de naam van het boek allang weer vergeten. Maar ik wist nog waar het over ging dus ik googelde laatst even, gewoon omdat ik er aan dacht. Er zat iets in met nazi’s, met bliksem, een tijdmachine en een beschermengel, alle ingrediënten aanwezig voor een spannend boek. Het is mij een raadsel hoe je een boek schrijft dat blijft boeien. Een logje schrijven dat boeit gaat nog wel, maar daarin hoef je slechts in 400 woorden de aandacht van de lezer te houden. Maar een heel boek! En dat je het dan bij de laatste bladzijde nog jammer vindt dat het is afgelopen, dat is knap.

Weerlicht gaat over een onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk verhaal. Voor zover ik nog weet kwamen de Nazi’s via een tijdmachine die ze in WO II hadden uitgevonden, naar deze tijd om hier het leven van een jonge vrouw in goede banen te leiden. Die vrouw zal dan wel weer het product van een Arisch project zijn geweest, en om haar te behoeden voor naderend onheil kwamen de Nazi’s via een bliksemschicht naar deze tijd en speelden haar beschermengel. Een mooie rol lijkt me dat, die van beschermengel. Eigenlijk nog beter dan die van degene die beschermd moet worden, en laten we eerlijk zijn, je kunt veel van de Nazi’s zeggen, maar iemand beschermen kon je wel aan ze overlaten.
Ik zou best iemands beschermengel willen zijn. Nog niet een echte Cherub natuurlijk, maar gewoon dat je iemand (moet wel een goed mens zijn, anders meld ik me ziek op een cruciaal moment) beschermt zonder dat diegene dat weet. Dat je steeds op cruciale momenten opduikt om de uitverkorene niet in zeven sloten tegelijk te laten lopen. Ja, dat lijkt me wel wat, zo’n anonieme heldendaad. Het mooiste is nog als alles in opdracht van een geheime organisatie gaat, dat maakt het wat professioneler. Bovendien kun je dan uitleggen op het moment dat je wordt betrapt, dat je niet gewoon aan het stalken bent, maar dat je een heldendaad aan het verrichten bent in opdracht van het genootschap van de oorspronkelijke oorsprong of iets dergelijks.

Mocht het verhaal niet geloofd worden en je krijgt de doodstraf wegens stalken, kun je natuurlijk als echte beschermengel in de herkansing. Maar dan zou ik een andere uitverkorene nemen in plaats van de ondankbare met wie je tijdens je leven het beste voor had. Voorlopig hou ik het allemaal maar op een briljant verhaal van Dean Koontz, maar misschien dat iemand van u toch aan het denken is gezet. Ik zou op bepaalde moeilijke momenten toch eens foto’s maken van de omgeving op dat moment. Misschien dat blijkt dat er steeds een in het zwart geklede man met een zwarte helm op staat.

Virtuele gradaties

Op Linkedin laat ik iedereen toe. Ik krijg wekelijks uitnodigingen die ik ook accepteer, maar ik doe verder niks met Linkedin. Ik weet niet meer waarom ik het ooit heb aangemaakt en eerlijk gezegd huizen er ook vreemde kostgangers. Mensen vertellen er welke kunstjes ze geleerd hebben en als je het leest zou de indruk kunnen ontstaan dat je bent aanbeland in het paradijs der supersuccesvollen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk open sollicitaties van mensen die hopen dat ze herkend worden als die ultieme, dynamische werknemer wiens neus altijd in de juiste richting draait, zonder dat het ze uitmaakt welke kant dat dan op is.

Op Facebook is het al beter. In het begin was het even wennen voor veel mensen, omdat zij dachten dat je daar ook uitsluitend successtory’s mocht vertellen. Maar meer en meer groeit daar het besef dat er ook wel eens iets misgaat in een mensenleven, en dat het helemaal niet raar is als daar soms even naar wordt verwezen. Maar ook nog steeds een hoop vreemde kostgangers die voorgoed afstand genomen hebben van wie ze eigenlijk zijn. Op Facebook laat ik ook vrijwel iedereen toe, behalve collega’s. Die hebben niks op mijn facebook te zoeken, want ik doe daar raar. Bovendien krijgen zij hun dagelijkse portie droge hilariteit toch wel van me.

Dan zijn we aanbeland bij de crème de la crème. Weblog. Hier gebruik ik niet mijn eigen naam omdat ik niet wil dat iemand die oppervlakkig naar mij zoekt hier terecht komt. Geen zakelijke contacten en geen bloedverwanten verder verwijderd dan de eerste graad in de rechte lijn of de tweede graad in de zijlijn. Kortom, geen mensen die alleen nemen en nooit geven. Op weblog is iedereen zichzelf en zo niet, val je vroeg of laat door de mand.

Zit er eigenlijk nog maar één stapje boven en dat zou dan wat IRL genoemd wordt moeten zijn. Daar is vrijwel iedereen welkom, maar de achterdeur staat altijd open zodat u ook weer ongemerkt kunt verdwijnen. Want je wilt ook weer niet iedereen bewaren. Sommigen wil je bewaren maar die willen jou niet, en sommigen dringen zich op en begrijpen de hint van de openstaande achterdeur niet. Ingewikkeld allemaal, maar eigenlijk gaat het vanzelf. Het is komen en gaan, maar er kunnen er niet méér bij dan dat er stoelen in de huiskamer staan. Sommigen hebben hele grote huiskamers, die van mij is aan de overzichtelijke kant. Aan verjaardagen met volle huiskamers heb ik een hekel. Liefst maar een paar tegelijk in de huiskamer, zodat die dan ook een plaats op de bank hebben.

Zeven.

Tot beste DJ ter wereld is wederom uitgeroepen, Armin van Buuren. Ik merk dat mijn slapen terecht grijs beginnen te worden. In plaats van het blij te accepteren en mee te hossen, stel ik de kritische vraag wat nu eigenlijk de verdienste is van zo’n DJ, en dat heeft helemaal niks met het niet gunnen te maken. Ik vraag me gewoon af wat ze nu doen. Ik weet echt niet beter dan dat ze plaatjes aan elkaar draaien en dat middels vijftientriljoen watt een stadion in pompen. Eigenlijk wat Ben Liebrand vroeger al deed, maar dan met een minder wattage. En goed, eentje is daar het beste in van de hele wereld. Hulde.

Dat is het grootste probleem van ouder worden, of arroganter: “inzicht krijgen” , dat je dingen niet meer klakkeloos aanneemt. Ik vond het vroeger ook geweldig wat Ben Liebrand deed. Hoe meer hij aan elkaar mixte, hoe beter ik het vond. Maar in mijn geval, dat zal bij u ongetwijfeld anders zijn geweest, zat er een vleugje meeloopgedrag bij. Want het gaf aanzien in de klas, als je Ben Liebrand op je walkman had. Niet dat ik een walkman in de klas had, maar bij wijze van.

Neemt niet weg dat ik al vanaf mijn zestiende een probleem heb met ouder worden. Ik wilde toen zo snel mogelijk ouder worden. Het liefst wilde ik 23 zijn, zodat ik de schooltijd gelijk achter me kon laten en me met belangrijkere zaken kon bezig houden. Ik wist me toch geen raad met die leeftijd. Helaas kostte mij het zeven jaar om van zestien naar drieëntwintig te geraken. Maar ook toen voelde ik me zeven jaar ouder. Eigenlijk voel ik me altijd zeven jaar ouder dan dat ik ben. Misschien loop ik het verschil nog eens in. En anders noemt u me gewoon Fred Schuit. Aangenaam.

De grote vier




Een paar korte filmpjes van vier charismatische mannen van wie ik stuk voor stuk heel enthousiast word en waarvan ik rustig durf te zeggen dat ik ze dank verschuldigd ben. Ik werd fan door hun talent, maar ik bleef fan door hun karakter. Als je het charisma van een man voelt dan wil je graag over hem vertellen. Je vindt het geen enkel probleem dat je voor hem onder doet en je gunt hem zijn succes, in tegenstelling tot de man die succes heeft maar wiens charisma je niet voelt. Als je het charisma van een vrouw voelt noemen we dat verliefdheid. Maar dat slaat doorgaans door in aanstellerig gedrag.

Dieren

Vroeger was ik een enorme bepaalde-dierenliefhebber. Niet elk dier had ik lief, wespen, muggen en vliegen voerde ik het liefst aan de spinnen, die ik wel weer mocht. Maar het waren toch voornamelijk de honden die ik leuk vond. En parkieten. Katten ook wel, maar net iets minder. Tegenwoordig is er iets veranderd. Ik vind beesten lastig. Wij hebben twee katten, ik heb er alleen maar last van. Wij zorgen voor een konijn, het beest bijt me als hij de kans krijgt. Wij zetten voer voor egels neer, als dank schijten ze de tuin onder. De vogels eten twee potten pindakaas per week leeg, de hele muur zit onder de vogelpoep. De guppies maken mij angstig omdat ze zich vermenigvuldigen. Alleen de honden van de buren, die vind ik nog leuk. Zodra ze mij zien in de keuken gaan ze gebiologeerd naar me zitten kijken, omdat ze weten dat ik het raam opendoe en ze een koekje geef.

Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen een keer niet voor de beesten te zorgen. Geen egel die hier de tuin verlaat met een lege maag, geen kat die zijn zin niet krijgt, geen vogel zonder pindakaas en als straks de guppies te groot worden moet ik er óf een paar vermoorden, of een grotere bak kopen. Maar het konijn baart me de meeste zorgen. Hij heeft een deel van onze tuin ingepikt, dus hij kan een beetje rondlopen. Vorige week, toen ik alleen thuis was en het niet aandurfde om hem de hele dag zonder toezicht rond te laten lopen, ging ik na mijn werk eerst naar huis om het konijn nog even los te laten, voordat ik naar mijn moeder ging om te eten. (kuch) Maar nu komt straks de winter eraan, ik weet nu al dat ik niet zorgeloos slaap als het min 18 is en het beest zit ’s nachts in zijn hok. Even hoopte ik dat de eigenaren, zij wonen tijdelijk in Curaçao, vervroegd terugkwamen vanwege de staatsgreep daar. Maar dat bleek slechts een storm in een glas water. Dus ik ben voorlopig niet verder gekomen dan het idee van een deken over zijn hok tijdens koude winternachten. Misschien hebt u suggesties?

Ik ben er maar mee behept, met deze vervelende eigenschap om voor dieren te zorgen die ik liever kwijt dan rijk ben. Maar als ze hier eenmaal zijn, dan blijven ze ook. Ik moet eens van te voren nee leren zeggen. Keihard.

Gele broek

Ik zocht een broek. Niet thuis maar in de winkel. Ik voel me altijd wat ongemakkelijk in kledingwinkels. Ik twijfelde al of ik naar binnen zou gaan, want het zou een impulsbroek worden, waar het thuisfront niet van wist. Eenmaal binnen ging ik in een ongemakkelijke houding bij de broeken staan, wachtend tot er een verkoopster kwam vragen of ze kon helpen. Zal je altijd zien, als je er op gaat staan wachten duurt het ineens vijf minuten, als je niet wilt dat ze bij je komen, staan ze bij je. Je gaat natuurlijk niet alleen staan wachten, je pakt ondertussen ook voorzichtig de bovenste broek van het stapeltje, en doet of je begrijpt wat erop het kaartje staat.

Eindelijk kwam ze, een leuke, jonge verkoopster met de vraag of ze me kon helpen. “Nou, dat dacht ik wel ja,” antwoordde ik. Ik had tenslotte een behoorlijk hulpeloze houding aangenomen. Ik zocht dus een katoenen broek maar ik vergeet altijd welke maat ik heb. De verkoopster schatte het in en ik ging naar de paskamer met twee broeken. Toen ze een minuutje later vroeg of ze pasten zei ik dat ze me wat te slank had ingeschat. Ze haalde een andere, die zat in de taille goed, maar ik had hoog water. Niet een beetje, maar ernstig. Maar ik liep toch de paskamer uit en de verkoopster vroeg terwijl ze kwam aanlopen hoe hij zat. “Een beetje Michael Jackson,” zei ik. Ze zag het en barstte in een lach uit die het midden hield tussen een schater en een beschaamde. Dat vind ik mooi hé, de verkoopsters een beetje paaien, al moet het andersom zijn natuurlijk.

Maar goed, er lag ook een broek die ik wel mooi vond, maar die had een gewaagde gelige kleur. Ik vroeg wat zij ervan vond, en ze liet gelijk blijken dat ik die moest passen. Ik paste hem en de verkoopster zei met een ontwapenende glimlach dat dit de leukste was die ik had gepast. Vroeger verstond ik dan: “wil je met me trouwen” maar nu ben ik de situatie toch wat meer baas. Ik twijfelde te veel en de gele broek is het niet geworden. Hij zat ook wat wijd. Ik had trouwens ook helemaal niet thuis kunnen komen met een gele broek. “Jij? Een gele broek,” had Linda dan gezegd. “Heb je je zeker weer laten aanpraten door een verkoopster?”

Nightmare on Mackstreet.

Ik had een nachtmerrie. Hij begon niet als een nachtmerrie maar horrorfilms beginnen ook vaak met een draaimolen en een kinderliedje. En waar het precies over ging, ik weet het niet, mensen waren teleurgesteld in mij en dat reageerde ik af door een horrormeisje met Dracula tanden de dood in te jagen. Ze gaf een afgrijselijke gil maar ik gooide haar zo een wilde rivier in. En toen werd ik wakker. Het was vijf uur ’s ochtends.

Ik heb meestal wel het geluk dat ik in nachtmerries niet zelf het onderspit delf. Ik denk dat ik daar te oud voor ben, om nog bang te worden van dit soort nare dromen. Toch werd ik met een vervelend gevoel wakker. Want ja, zo ben ik helemaal niet, dat ik meisjes een wilde rivier in gooi. Zelfs al hebben ze Dracula tanden. Dus ik had er wel een beetje spijt van, maar aan de andere kant, wat kan ik er aan doen? Ik stuur mijn droom niet zelf aan, want zodra ik dat probeer word ik wakker. Maar nu ook trouwens. Dus misschien schuilt er wel iets engs in mij. Maar nee, ik denk het niet. Ik ben de goedheid zelve.

Goed, ik kan buiten zinnen van woede raken als er met klussen iets misgaat, maar dat schijnt eerder vermakelijk dan gevaarlijk te zijn. En laten we eerlijk zijn, als ik boven een lamp aan het vervangen ben, en daarna doen beneden de koelkast en de magnetron het niet meer, dan raak ik in zeer ernstige mate gefrustreerd omdat ik weet dat ik daarvan de schuld ga krijgen terwijl het gewoon niks, ook niet een beetje, met elkaar te maken heeft maar dat maakt niet uit, mijn schuld staat vast. Als Linda mij weer enigszins tot kalmte gemaand heeft en ik ga het volgende klusje doen, een spijker in de muur slaan, en daarna weigert het fotolijstje recht te gaan hangen, wat ik ook doe, dan is het enige dat mij nog kan redden is roepen: Ralph Inbar, kom maar tevoorschijn! Maar ja, ook dat is mij niet gegund.

Met de trein naar Berlijn.

Eens in de zoveel tijd heeft een weblog een nieuw behangetje nodig. Hoe vaak, dat weet niemand, maar soms moet het gebeuren. Natuurlijk gaat het om de inhoud maar ook de vorm speelt een rol. Een volledig in notepad geschreven boek is ook niet door te komen. En laten we eerlijk zijn, aan de inhoud begint het ook een beetje te schorten. Ik word ouder, gematigder en tevredener en wie wil daar nu over lezen? Welnee, intriges, dubbellevens, armoe en controversen, dat leest veel prettiger. Maar de mensen die daar in verwikkeld zijn weten dat vaak weer niet spannend op te schrijven. Die webloggen het liever in schuttingtaal op de garagedeur van hun ex.

Ik ga over een maand een paar dagen naar Berlijn, iets met mijn werk, ik ben aan het tegenhouden dat ik over twee weken een paar dagen naar Zweden moet, want ik vind het teveel van het goede, twee buitenlandse reizen in één maand.Ik ben potverdorie geen artiest! Naar Berlijn ga ik met de trein. Zo’n razendsnelle, dan heb ik dat ook eens meegemaakt. Lijkt me geweldig om eens met driehonderd kilometer per uur door Duitsland te stomen. Wat een baan heb ik hè? Soms schaam me ik me er zelfs een beetje voor, al die weelde. Maar goed. Waarschijnlijk even wennen en dan ga ik me er ook naar gedragen.

Afstomen.

Ik heb een enorm groot talent voor duursporten. De Marathon, de Tour en natuurlijk de 24 uur van Le Mans, echt iets voor mij. Qua behendigheid ben ik iets minder, vandaar dat het turnen aan de ringen niet echt iets voor mij is.

We zijn begonnen met het opknappen van de slaapkamers van de kinderen. Tammar heeft de babykamer die oorspronkelijk voor Hans is ingericht, en Hans heeft nog Bob de Bouwer behang waar hij intussen ook wel overheen gegroeid is. Ik zeg we, maar Linda zou het doen. Zij heeft immers nog vakantie. Maar het afstomen van het behang valt haar zwaar. Na een dagje had ze nog maar één muurtje gedaan, nog wel met de hulp van Hans en Tammar ook, dus dat leek nergens op. Als u zich afvroeg waarom er zo’n vreemde inleiding in dit logje zit, dat komt nu.

Het afstomen van behang is duursport. Er komt geen behendigheid aan te pas, zoals bij het behangen, wat we overigens aan een professional overlaten, maar je moet doorzetten en volhouden. Het is rekken, strekken, stomen en het plamuurmes hanteren. Geen pauzes, gewoon doorstomen. Geweldig om te doen. Ik wist niet dat ik er zo goed in was. De hele kamer van Tammar is nu vrij van behang, en een baantje of drie van Hans’ kamer ook. Morgen ga ik verder. Dan is het afstomen klaar. Laat mij maar het domme werk doen, dan lever ik vakwerk. Zonder mij had deze klus de rest van de vakantie van Linda ingenomen. Ik ben een meesterafstomer.

Stof tot nadenken.

Mensen hebben over het algemeen de neiging mij verkeerd in te schatten. Zo denkt men veelal dat ik nogal serieus ben. Nu is dat ook niet helemaal vreemd, want in de kat-uit-de-boom-kijk-fase ben ik ook serieus, zeker in mijn werkkring. Maar onlangs noemde een collega mij de leukste boekhouder die hij kende. Hij had gedronken, dus het was als compliment bedoeld. Eerst had hij zich afgevraagd of ik wel in het team zou passen en of ik wel tegen hun platte humor zou kunnen. Maar mijn aanpassingsvermogen is grenzeloos.

Vandaag speelden we het dagelijkse potje tafelvoetbal. Tafelvoetbal moet je niet onderschatten. Als je het volgens de regels van het edele tafelvoetbalspel speelt, dan worden de meeste doelpunten afgekeurd, maar is het wel het leukst. Eén collega is er veruit het beste in. Slechts eenmaal is hij verslagen door mij en mijn baas. Twee tegen één dus. Maar normaal wint hij ook van ons. Vandaag speelden we twee tegen twee. Ik, hij en twee dames. Hij had al vier keer gescoord, maar ineens schoot ik loeihard van achteren, zonder verder iets te raken, raak! Kleng! Ik sprong op, wees naar hem en riep: “Who’s your Daddy now!” De andere drie hapten naar adem van het lachen. En toen ze na een minuut nog voorovergebogen stonden merkte ik op dat het zo grappig nu ook weer niet was. Bleek het te gaan om de combinatie van die woorden en dat ze uit mijn mond kwamen. Dat geeft toch te denken.