Deze foto komt uit het Utrechtse gemeentearchief en is gemaakt in 1967. U ziet hier de IJsselsteinlaan. Dat zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, maar het is waar mijn opa en oma woonden. De voorste auto is de Renault 4 van mijn opa en de achterste de Renault Dauphine van mijn vader, die daar denk ik toen net niet meer woonde. Deze hele straat is inmiddels onherstelbaar gerenoveerd, maar zo ongeveer herinner ik het me. Ik was er toen nog niet, en toen ik er wel was waren er iets meer auto’s en stonden er doelen op het veld, maar voor de rest heeft het er vanaf mijn eerste herinnering tot ver in de jaren negentig zo uit gezien.
Het was een keurig nette buurt met mensen van wie je op aan kon. Naast mijn opa en oma woonde een socialist, de heer van Vliet, over wie mijn oma altijd vol bewondering sprak. Aan de andere kant woonde de heer Verweij, over wie zij nauwelijks minder bewonderend sprak. Verderop woonde een gastarbeider, een vriendelijke Italiaan die gebrekkig Nederlands sprak. Op de hoek zat een slager, en op de plek waar de foto is gemaakt zat de bakker. Er stond een telefooncel op de hoek. En alle mensen woonden er in harmonie, tenminste, dat is wat je er van meekreeg.
Je kon van de buurt op aan. Daar bedoel ik mee, hij veranderde niet onder je kont vandaan. Tegenwoordig ben je net gewend aan je buren, gaan ze meer verdienen, en hup weg zijn ze naar een buurt met meer aanzien. Alleen Anton Geesink, die was al weg. Woonde tot 1965 op nummer 14.
Hoe het toch bestaat dat dit voorgoed voorbij is, ik begrijp er niks van. Het was er altijd en ineens is het weg. Kon je er dan toch niet van op aan?
