Maarschalkse

Het moet ongeveer 35 jaar geleden zijn, dat ik het voor het laatst speelde. Stratego. Op een of andere manier had een speldoos de reis naar de toekomst overleefd. Ik wist dat het op zolder stond, maar de doos was al die tijd onaangeroerd. Vandaag pakte ik het ineens en speelde het met mijn kinderen. Alleen de spelregels ontbraken, maar die waren zo op te zoeken op internet. Al snel had ik het weer onder de knie. Ik keek naar het deksel met daarop de tekening met soldaten uit Napoleon’s tijd. En op de speelstukken stonden die vertrouwde tekeningen die ik al die tijd niet meer had gezien. De sergeant, met z’n wat ouwe kop en z’n grote snor, de luitenant, een knappe jongeman, de spion met z’n hoge hoed en de mineur, met z’n Duitse helm. Een prachtig spel eigenlijk waarvan ik me alleen kan herinneren dat ik het ’s zomers in de tuin speelde, aan een blauw inklaptafeltje.

Het is nog best een lastig spel, want je kunt je eigen bewegingsvrijheid onbedoeld beperken als je teveel bommen vooraan plaatst. En als je de bommen teveel om je vlag plaatst, weet de tegenstander al gauw waar de vlag zich bevindt. Het is als schaken, maar dan met vrije beginposities. In de moderne versie van Stratego is de spion een vrouw geworden, een soort Mata Hari. Nu ken ik geen spionnen, tenminste niet in hun hoedanigheid als spion, maar ergens is het wel logisch dat alleen een vrouw de hoogste in rang kan verslaan. Maar alleen als die laatste er niet op is bedacht. Want als de maarschalk de spion aanvalt, dan wint de maarschalk. Maarschalk en spion zijn toevallig ook de enige rangen die tevens een vrouwelijke uitgang hebben. Maarschalkse en spionne. In de geschiedenis schijnt er maar één maarschalkse geweest te zijn en meerdere spionnes. Tegen een maarschalkse is de spionne kansloos. Maar ik vind het wel een vreemd woord, maarschalkse. Alsof ze wulps is.

De belofte en een warm bad

Ik moet eerlijk bekennen dat het voor mij ook de eerste keer in het Philips Stadion was vanavond. Nieuwjaarsreceptie waarin vooruitgekeken werd op 2015 door Philip Cocu, Gini Wijnaldum, Marcel Brands en Toon Gerbrands, gepresenteerd door Humberto Tan. De entree voelde als een warm bad zonder dat ik dat uit kan leggen, al zal ik een poging doen. Toen ik 30 jaar geleden verhuisde had ik niet zoveel op met Brabant. Ik was 13 en keek vooruit. Ik diende zo snel mogelijk mijn zachte G af te leren, want daar werd ik mee gepest. In een week of twee had ik het al voor elkaar, en daarna volgde een lastige tijd van overleven op de Veluwe. Nog maar een aantal jaren geleden kwam ik tot inkeer en besefte dat Brabant the place to be is. De meisjes kijken er niet strak voor zich uit, de taal klinkt vertrouwd en lieflijk, de mensen zijn opener en willen je vriend zijn. Kortom, een warm bad als je die koude maas bent overgezwommen. Maar het zal ongetwijfeld ook te maken hebben met het feit dat ik al meer dan 30 jaar voor PSV ben.

En dan kom je het Philips Stadion binnen. Het is klein vergeleken bij de Arena, en ook oud. En niet overdekt. Maar onder de overkappingen hangen honderden straalkachels die hun warmte jouw kant op stralen. De stewards hebben plezier in hun werk. De tribunes staan direct aan het veld. En dan klinkt Coldplay, A Sky Full of Stars. Niet zachtjes, maar keihard. En ondertussen draait men filmpjes uit het PSV verleden. Je ziet Gullit, Koeman, Romario, Nilis, Ronaldo. Er hebben zich heel wat mooie dingen afgespeeld daar aan de Frederiklaan in Eindhoven. Hans vond het geweldig. Ik had hem een half uurtje eerder uit school opgehaald en we zijn naar Eindhoven gereden. Aan het begin van het seizoen heb ik hem beloofd dat PSV kampioen zou worden, en dat is misschien niet zo’n slimme belofte, maar het zou wel weer eens tijd worden.
Jeroen Zoet, keeper

Er was eens…

Het nummer van Stromae wat ik in het vorige logje aanhaalde, misschien was het u opgevallen, gaat over een jongen die zijn vader mist. In de tekst lijkt het alsof zijn vader er lichamelijk niet is, maar in de clip lijkt het alsof papa er niet voor de jongen is. Uiteindelijk, om zichzelf te beschermen wordt de jongen net zo oppervlakkig als zijn vader en voelt zo de pijn niet meer. Jongetjes willen altijd indruk maken op hun vader en hun vader blijft hun held. Bram Vermeulen bezong het al in De Wedstrijd, en Stef Bos deed het later nog eens over.

Ik weet als weinig anderen hoe belangrijk een vader is en ben momenteel uit evenwicht. Geestelijk een beetje, maar vooral is de balans weg tussen werk en leven. Leven is mijn gezin, familie en iedereen die ik mag, werk is uiteindelijk onbelangrijk. Ik heb vorige week in de film Hachiko gezien hoe mooi en belangrijk regelmaat kan zijn. De professor die elke morgen dezelfde route naar zijn werk aflegde en daarbij dezelfde mensen tegenkwam die hij gedag zegde. Bij mij zou dat ook zo moeten zijn. Ik wil elke dag mijn kinderen welterusten kunnen zeggen en als ik ’s ochtends wegga wil ik “tot vanavond” kunnen zeggen. Maar soms duurt het een paar dagen eer ik ze weer zie en kennelijk heb ik heimwee. Of ik heb autistische trekken of ik acteer dat ik niet angstig ben. Maar ik wil regelmaat, want regelmaat is de enige weg naar gezond oud worden. Bovendien, mijn kinderen willen mij en ik wil hen. Het liefst dagelijks, want ik heb ze niet voor niets.

Het houdt me momenteel bezig. Ik ben te gestrest om aardig te zijn, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het leven moet meer te bieden hebben dan werk alleen. Gisterenavond een uur of 11, ik reed terug na een event op mijn werk en kwam door Utrecht. Het was Overvecht, waar mijn opa en oma van mijn moeders kant hun laatste jaren gewoond hebben. In plaats van de kortste weg naar huis reed ik de straat in waar ze woonden en keek omhoog, naar het balkon. Daar stond mijn eenzame oma vaak als wij weer naar huis reden. Mijn vader en haar man overleden een maand na elkaar. Het was vreemd. Op de heenweg had ik al gekeken naar dingen die er al waren toen mijn vader nog leefde maar ik kwam tot weinig. Het verleden kun je eenmaal niet vasthouden. Maar deze flat stond er al, dat is zeker. Er hebben zich gewone dingen afgespeeld, zoals wij die daar op bezoek kwamen, maar ook ongewone dingen, zoals de rouwauto die ons van daar naar het crematorium bracht. Er heeft zich zoveel afgespeeld dat het niet te bevatten is. Waarom worden er alleen maar nutteloze gadgets uitgevonden? Ik wil een fatsoenlijke tijdmachine!

Ochtend

Wat ik vroeger prachtig vond was het geluid van de eerste bus van de dag als ik logeerde bij mijn opa en oma. De bus stopte praktisch voor hun huis, en omdat de IJsselsteinlaan een eindpunt was, stonden er daar soms drie bussen achter elkaar te ronken. Vanaf dat punt reden ze weer terug naar Hoog Catherijne. Het geluid van een dieselende bus in de ochtend typeerde de grote stad. Ik lag ’s ochtends vroeg op het kamertje aan de straatkant te luisteren naar het geluid dat mensen naar hun werk en kinderen naar school bracht. Misschien ging ik die dag nog wel met opa en oma mee naar de stad.

Tegenwoordig loop ik ’s ochtends een grote ronde met de hond als voor dag en dauw de eerste werkmensen naar hun werk gaan. Op het zandpad waar ik loop kom ik altijd van de ene kant een fietsende mevrouw tegen, en als zij voorbij is volgt even later van de andere kant een meneer. “Mogguh, mogguh,” zo gaat het dan meestal en verdwijnen ze snel uit beeld. Als ik de wijk weer inloop komen de eerste bestelauto’s op gang. Schildersbedrijven, klusbedrijven, loodgietersbedrijven, op alle bestelauto’s staan de letters: “Voor al uw…” Schildersbedrijf Klein Bussink voor al uw schilderswerk. Zoiets. De nagelende dieselmotoren in de ochtend doen mij zelfs in dit kleine dorp aan de bedrijvigheid van de grote stad denken. En aan zomaar een tekenfilm. Het kan Barbapapa zijn geweest of iets onbeduidends, maar in een tekenfilm wordt de ochtend in een stad aangeduid met bussen en bestelwagens. Net niet te veel, maar precies genoeg. Een enkele claxon klinkt in de verte. Als de bestelwagens en de bussen op gang zijn gekomen gaat de dag beginnen.

Een goede ochtend moet je waarnemen om hem op waarde te kunnen schatten. Je moet je als het ware uit de ochtend onttrekken om hem goed te kunnen aanschouwen. Je mag er zelf geen deel meer van uitmaken, je bent er wel maar je hoort er eigenlijk niet bij. Dan beleef je de ochtend anders dan als een figurant die de ochtend niet gewaar wordt. Dan is het ineens al dag zonder dat je het gezien had.

Trechter

Het WK, dat hakt erin. Het is ééns in de vier jaar dus dan moet je het ook volgen, althans dat vind ik. EK vind ik niet erg interessant, het is het WK wat telt. De wedstrijden lopen veelal uit tot half één ’s nachts, en als het mij al gelukt is om wakker te blijven komt er daarna geen logje meer uit mijn hersenen. Want daar komen ze vandaan, uit de hersenen. Tien jaar geleden zat ik nog vol verhalen, ik was zelfs wel creatief te noemen. En nu lukt het niet erg. Ze zitten er nog hoor, die verhalen, maar ze komen er niet uit. Tenminste niet makkelijk. Het is een teken dat het goed gaat met me, of niet, dat is maar net van welke kant je het bekijkt.

In tien jaar is er veel veranderd. Maar voornamelijk ben ik van 34 naar 44 gegaan. Dat is mooi natuurlijk, maar ik word er niet knapper op. Zat ik op mijn 34e nog vol met hormonen, die lijken nu een stille dood gestorven. En toch voel ik mij nog precies dezelfde als tien jaar terug, alleen geestelijk verder. Maar als ik foto’s zie dan valt mij toch voornamelijk op dat ik grijs aan het worden ben. Ik, grijs. Een paar jaar geleden zat ik nog op de kleuterschool. Ik kreeg via Facebook een foto te zien van mijn kleuterklas, 1973 schat ik. Ik sta erop en ik ben jonger dan mijn dochter nu is. Ik heb wel een aangeboren hang naar het verleden. Zo’n foto roept niet alleen herinneringen op, ik word meegevoerd naar die tijd en ik ben een poosje weg. Gevoelens van toen komen terug, gevoelens van een onbezorgde tijd toen alles nog klopte en de wereld overzichtelijk was. Je herkent klasgenootjes en je herinnert je de dingen waardoor je ze herinnert.
kleuterschool Ik sta erop, precies boven de juffrouw, ik was wit van haar, en ik kijk zoals de meeste kinderen blij. Zelfs ik met mijn ijzersterke geheugen voor mijn eigen jeugd kan niet alle namen meer noemen. Maar naast mij staat Hans, en daarnaast Karin, op wie ik nog tien jaar lang verliefd zou blijven. Ik zie Lucien die een vingerkootje verloor, ik zie Tilly, die wel eens flauwviel, Lex die voor een kleuter belachelijk goed kon tekenen, Bianca, wiens moeder mij wel een leuk jochie vond, Petra die altijd stil was, Eric, Marlies en Roel. Het lukt mij daadwerkelijk terug te keren in dat klasgebouw rechts op de foto waar juffrouw Trees ons liet tekenen of met kralen spelen.

Het gaat goed met me maar ik vind wel dat de tijd misdadig hard voorbij vliegt, zeker als ik met jeugdfoto’s wordt geconfronteerd. En ik lachte altijd op foto’s, nu sta ik vooral voor lul op foto’s. Maar goed, het is niet anders. Als je oud bent doe je ook iets goed, anders was je niet zo oud geworden. En natuurlijk, ik ben niet echt oud, maar ik hoor wel bij de ouderen op mijn werk. Ik ben wel blij dat u gewoon met mij mee veroudert, en dat ik niet de enige ben, dat maakt het dragelijk. En eens komt het einde, daar is niets dramatisch aan, zei Seth Gaaikema onlangs. Hij zal het wel weten, maar als ik kon keerde ik terug naar 1973, naar Drunen in de zomer, waar ik het geluk had te wonen en een fijne jeugd te hebben. Dat is het ellendige van een fijne jeugd, dat het nog heel lang later is en dat je maar wat aanmoddert. Ik moet er echt weer even uitgetrokken worden uit die klas, terug naar 2014, waar het ook best oké is. Maar in 1973 zat je boven in de trechter en had je nog geen idee waar het heen ging, terwijl ik al heel dicht bij het tuitje lijk te zitten en je eigenlijk geen kant meer op kan behalve de ingeslagen weg.
trechter

Panini 1981

Qua voetbal zijn we bijna aanbeland op het niveau van het Nederlands elftal begin jaren ’80. Het was niks. We werden aan alle kanten weggespeeld en het was wachten op San Marco, die pas in de tweede helft van de jaren ’80 zou zorgen dat een trauma werd verwerkt. Maar toen kenden we hem nog niet. PSV verloor nog met 6-0 van St. Etienne. Ik stapte op een wat ongunstig moment in het voetbal. Cruijff was al geweest, en ik had nog niet helemaal door hoe groot hij was. Toen hij nog even terugkwam in de Nederlandse competitie had ik mijn interesse in het voetbal verloren.

Mijn zoontje Hans stapt ook op een wat ongunstig moment in. Hij is voor PSV, maar PSV bakt er weinig van. Maar als de geschiedenis zich herhaalt, en dat doet geschiedenis, dan is er nu ergens een supertrio aan het trainen, zonder dat ze weten dat ze een supertrio zijn. Misschien kennen ze elkaar nog niet. Maar aan het eind van dit decennium zal het de wereld laten zien waar Nederland ligt.

In 1981 kocht ik Panini voetbalplaatjes. Mijn vader was het er niet mee eens dat ik al mijn zakgeld aan de plaatjes had uitgegeven. In 1981 voetbalde Eddy Treytel bij AZ, was Hans Kraay trainer van FC den Haag, zat Excelcior in de eredivisie, was Hiele de keeper van Feyenoord, Ronald Koeman (FC Groningen) werd omschreven als één van de grootste talenten van Nederland, Bert van Marwijk speelde bij MVV, Rinus Israel bij PEC Zwolle, de van de Kerkhofjes bij PSV, Jan Jongbloed was keeper van Roda, Louis van Gaal speelde samen met Ruud Geels bij Sparta onder Barry Hughes, FC Twente deed het met Hallvar Thoresen, Utrecht had Van Hanegem, FC Wageningen speelde nog op de Berg met de meest lelijke spelers van alle clubs, Willem II moest het doen met Arthur Hoyer en Ajax had Arnesen en Lerby. AZ had ik het compleetst. Alleen Pier Tol ontbrak.

In de eerste divisie speelden nog SC Amersfoort met Jan Peters (een van de drie Jan Petersen die in dat jaar speelden), FC Amsterdam, SC Cambuur met Oeki Hoekema, (wie kent hem niet?) FC den Bosch, DS’79, Eindhoven, Fortuna, de Graafschap, Haarlem (Ruud Gullit zonder rasta maar al wel met een streep onder zijn neus) Heerenveen, Helmond Sport, Heracles 74, SVV, Telstar met Frank Kramer (hints), SC Veendam, Vitesse was nog gewoon eerste divisie, FC Vlaardingen, Volendam met Muhren, Tuyp, Jonk en Tol en als laatste FC VVV.

Dit WK gaat het niks worden. Dat weet ik, dat voel ik aan alles, en iedereen weet het. Alleen de commercie ontkent het. De spelers die ons kampioen gaan maken in 2018 zijn er nu nog niet bij. Zij zijn nog druk aan het trainen en zitten nog op school. En de coach? Een duo. Cruijff en van Basten.

Probeert u zich dit te herinneren in 2018. Tot dan.

Over Mack, Randi en Choco

We zijn bijna een week verder met Randi, de buldoodle. Ik kan er nog niet zoveel over melden. Een pup heeft nog geen karakter, is blij met alles, kan alles negeren en kan elk moment in slaap vallen. Het is alsof er een baby bij is, maar dan eentje die zonder luier door je huis loopt. Daarnet zag ik de gordijnen bewegen en ik dacht: hee, de gordijnen bewegen. Dan zijn er twee mogelijkheden. 1. Iets natuurlijks. 2. Iets bovennatuurlijks. Het was een poepende hond achter de tv. Ik kan dat niet natuurlijk noemen.
Verder jammert ze ’s nachts wat af als ze zich alleen voelt in de bench, hoewel er ook al een stille nacht tussen zat, die dan helaas weer onderbroken werd door een jammerende Tammar die het eng vond en niet meer wilde gaan slapen. Zo is er altijd iets dat de nachtrust onderbreekt. Ze zeggen dat een goede nachtrust belangrijk is, maar ik kan me dat niet voorstellen, ik had dan allang dood moeten zijn.

Randi en Choco
Randi en Choco

Hier ziet u haar samen met Choco, die inmiddels 12 is maar 1 toen ze hier kwam wonen en destijds de grote vriend van Mack (de echte). Choco is de meest veilige hond ter wereld voor kinderen, baby’s, inbrekers, katten en inbrekers. Hooguit een wortel doet ze kwaad maar verder nog geen vlieg. En vanwege zijn overdosis karakter moet ik ook nog even een foto van Mack en Mack(de echte) plaatsen.

Mack en Mack (de echte)
Mack en Mack (de echte)

En goed dan, nog een hele mooie.

Engelse Bulldog Mack
Engelse Bulldog Mack

Een historisch moment

Het nieuws over de gevonden wolf in Luttelgeest windt mij op. Ik heb er door de jaren heen al over gelogd, over de terugkeer van de wolf in Nederland. Als u mij niet gelooft, kan ik u op verzoek de linkjes toesturen. In 2008 zijn de wolven pas herontdekt in Duitsland, op 400 km van onze grens. En hij is in de jaren daarna al diverse malen gesignaleerd in Nederland, maar nu weten ze het dan voor 98% zeker, de wolf is terug. Nou ja, niet echt natuurlijk, want hij is gelijk doodgereden dus zitten we weer zonder wolven. Wat me irriteert is de nodeloze voorzichtigheid in de stellingname dat het inderdaad om een wolf gaat. Het zou immers om een hond kunnen gaan. Een pekinees. Een kind kon aan de foto zien dat het een wolf was! Na onderzoek van de maaginhoud, alwaar men een bever aantrof -typisch hondenvoer- en onderzoek van de rest van het lichaam durft men met 98% zekerheid te stellen dat het om een wolf gaat. Nu nog even het DNA onderzoek afwachten.

Natuurlijk is het een wolf, stelletje geldverslindende prutsbiologen! Het zou mij niet verbazen als ze straks per ongeluk het DNA van de bever afnemen en op basis daarvan concluderen dat het geen wolf is. En die eerdere waarnemingen in Nederland betrof ook wolven. Waarom de waarnemer niet op zijn woord geloven? Bovendien, wat maakt het uit of ze er zijn of niet zijn, het gaat erom dat we zeggen dat ze er zijn, want zien doen we ze toch nooit. Overigens, wat ik dan minder vind aan deze wolf, is dat hij een bever op zijn menu had staan. Ja natuurlijk, zo’n wolf weet ook niet dat die beschermd zijn, maar neem een everzwijn of zo. Daar zijn er zat van en dan hoeven die ook niet afgeschoten te worden. Bovendien zitten we nu weer zonder bevers in Nederland, want de voltallige populatie van één stuk zat in zijn maag.

Ik weet niet waarom ik het zo magisch vind. Waarschijnlijk komt het door mijn oma, die vroeger op een camping in Frankrijk gehuil hoorde en concludeerde dat het een wolf moest zijn, wat indruk op me maakte. 150 jaar is het geleden dat de wolf werd uitgeroeid in Nederland. Roodkapje was hier hoogstpersoonlijk debet aan. En nu loopt hij hier weer rond, een prachtig dier, een van de efficiëntste roofdieren die er zijn. Het CDA gaat weer aan de macht komen omdat boeren bang zijn hun veestapel te verliezen. Over dat laatste ben ik minder opgewonden, dat is gewoon meer van hetzelfde.

Maar bedenk dit eens. Mijn oma heeft bijna een eeuw geleefd en ze heeft nooit meegemaakt dat er wolven in Nederland leefden. Nou ja, ze heeft het wel meegemaakt, maar het was nog niet bekend. En nu, wij allen die dit lezen kunnen, maken het wel mee. Het is een historisch moment. Wee degene die zich voortaan tijdens een strenge winter op de toendra’s van het oosten waagt.

Drenthe

sterrenwacht

radiotelescopen

kamp westerbork

drenthe

In 1977 was ik op vakantie in Dwingeloo, bij de radiotelescopen. 37 jaar later ben ik weer op een soort van vakantie in Drenthe en zocht ze weer op. Ditmaal in Westerbork. Nooit had ik er meer één gezien in de tussentijd. De reünie was mooi, op deze dag van de inhuldiging. De werking van een radiotelescoop is verbluffend, getuige de twee kleine groene exemplaren die tegenover elkaar zijn geplaatst. Je kunt naar elkaar fluisteren op grote afstand, en de geluidsgolf wordt weerkaatst en opgevangen zodat je elkaar moeiteloos kunt verstaan op grote afstand. Hunebedden, ook zoiets. Het besef dat hier 5000 jaar geleden mensen liepen te sjouwen met stenen om er grafmonumenten van te maken vervult mij met opwinding. Een bewijs dat de geschiedenis echt is gebeurd! Helaas geldt dat bewijs ook voor voormalig gevangenkamp Westerbork, waarbij op stenen staat aangegeven hoeveel mensen van daaruit naar verschillende vernietigingskampen zijn gedeporteerd, en hoeveel er aldaar zijn omgekomen. Tot op de mens nauwkeurig. Ik vertelde de korte geschiedenis in kindertaal aan Hans en Tammar. Tammar was verontwaardigd en zei: “Oh! Da’s niet lief!” En inderdaad, dat heeft ze goed begrepen. De Duitsers waren niet lief.

De reis naar de hemel

Ik zag vandaag op Facebook wat foto’s uit de oude doos rond gaan. Foto’s van eind vorige eeuw, van vakanties in Frankrijk en van Italië in de jaren zeventig. Op een of andere manier heb ik het gevoel dat we in de reservetijd zitten. Destijds was het de tijd waarin alles gebeurde en waarin alles nieuw was. Nu is het anders. De foto’s zijn veel scherper en kleurrijker en staan vol details die je niet wilt zien, en dan bedoel ik niet de tand des tijds. De jaren zeventig zijn lang geleden dus de regen is weggevaagd en de zomer is in de herinnering blijven hangen. Het was heet, maar niet te heet. Het was dor in Zuid-Europa, maar het voelde altijd lekker.

Nog steeds vind ik de zomervakantie het hoogtepunt van het jaar. Werken moet, en ik dwing mezelf het leuk te vinden, maar niets is beter dan de autodeur dichttrekken voor vertrek naar het zuiden voor minimaal twee weken. Mits mijn gezin aan boord is natuurlijk. Vandaag reed ik even naar het dorp in de auto en mijn gedachten dwaalden af naar de zomervakantie. Ik zag ze al zitten achterin en naast me voor een reis naar een onbezorgde tijd. Zoals de hemel in de bijbel staat beschreven zo zijn mijn gedachten aan zomervakanties. Alleen gaat het bij vakanties om een tijdelijk verblijf in het paradijs. Het heeft veel te maken met mijn eigen jeugdherinneringen die misschien wel té goed zijn. Alles klopte in die tijd. Mijn vader was de man en had deswege de leiding, mijn moeder was de vrouw en had dientengevolge de feitelijke leiding, wij waren de kinderen dus wij bepaalden het uiteindelijke beleid. En we hadden verder niemand nodig. Niemand via de telefoon of via internet, wij vijven waren gelukkig. Tenminste, zo dacht ik erover. Niet helemaal waar, want we hadden natuurlijk ook vakantievriendjes en mijn opa en oma waren er ook vaak bij, maar goed, dat was het dan. En als het weer voorbij was die mooie zomer, dan kwamen we thuis en lagen we weer in schone bedden.

De hemel op aarde is een plek waar je uitsluitend achteraf in gedachten kunt zijn. Toen je er was had je het niet zo in de gaten, maar we zijn er allemaal wel eens geweest. Er was vrede, er was liefde en er was geen pijn, zoals dat hoort in hemels. Momenteel bevind ik me in het vagevuur. Ik moet nog lijden maar er is uitzicht op de vakantie. Mijn vakantieblogjes van de afgelopen jaren stroken af en toe niet helemaal met mijn beschrijving van de hemel, maar dat hoort bij het proces van vergeten van narigheid. Anders kom je er nooit natuurlijk.