Pieken en dalen

Ik was een weekendje in Dinant, een mooi stadje in Wallonië waar ik nog nooit van had gehoord. Sommige jonge mensen daar spraken zelfs een beetje Nederlands. Dat was toch een hardnekkige misvatting vroeger, toen zeiden de Nederlanders allemaal dat de Walen wel Nederlands spraken maar dat ze het gewoon vertikten. Ik geloofde dat vroeger. Ik geloofde wel meer. Bijvoorbeeld dat Vlamingen dom waren. Werd er gewoon met de paplepel ingegoten en alle Belgenmoppen zorgden ervoor dat ik vroeger zelf zo stom was om te denken dat ze achterlijk waren. Dat ging zo ver dat ik me er over verbaasde dat ze daar gewoon huizen konden bouwen. En toen was ik toch al een jaar of zeventien.

Zo zie je maar wat onzin kan doen. Ik heb de raarste dingen gedacht en ik denk ze soms nog steeds. Zo was ik als de dood van Russen vroeger. In mijn ogen waren dat allemaal geharde vechtmachines. Tientallen jaren later pas zag ik dat Russen ook gewone mensen waren, alleen zijn velen hun leven lang geïndoctrineerd en heeft dat geleid tot dezelfde vooroordelen over anderen als ik had als kind. Dus toen Hein Vergeer Nicolai Goeljajev versloeg was dat de eerste breuk in wat voor mij vaststond, namelijk dat je niet kon winnen van een Rus.

Even terug naar Dinant en Wallonië. Ik heb Wallonië altijd al mooier gevonden dan Vlaanderen. Het mag er een rommeltje zijn, maar daar hou ik van en het landschap is er veel mooier. Ik reed over een weg die de Maas volgde, en bedacht hoe lyrisch ik vroeger was over de heuvels daar. En over het circuit van Spa-Francorchamps. Dat is een stuk minder geworden. Ik ben niet meer lyrisch, ik reageer er nu normaal op. Prachtig nog steeds, maar toen ik langs het bord Stavelot (plaats waarnaar een bocht op het circuit is genoemd) kwam hoefde ik er niet per sé naartoe. Tijdens het rijden besefte ik hoe ik vroeger veel meer pieken en dalen beleefde. Op het manische af. Ik kon helemaal opgaan in dingen en ik kon volslagen lusteloos zijn. Dat is anders geworden. Gelijkmatiger. Wat niet per sé beter betekent. Want pieken en dalen zijn veel interessanter. Daarom is Wallonië ook interessanter dan Vlaanderen. Hoewel het leven in Vlaanderen waarschijnlijk makkelijker is.

Hands

Wanneer het begon, dat weet ik niet precies, maar het is zeker maar dan tien jaar geleden. Het bestond al wel veel langer, in Amerika, best ver weg. Maar tien jaar terug begon mijn baas het te doen, die irritante manier van een hand geven met je vingers omhoog wijzend, zoals voetballers en scheidsrechters dat tegenwoordig doen aan het begin van de wedstrijd. Het moet waarschijnlijk een een boodschap uitdragen dat de handengever wat cooler is dan de traditionele handengever. Omdat het weigeren van een hand meestal als belediging wordt gezien ontkom ik ook niet aan deze vernederende en nichterige manier van een hand geven. Gelukkig greep de natuur in en was daar het coronavirus.

Over voetbal gesproken, dat de heren voetballers zich nichteriger gedragen dan vroeger, behoeft geen betoog en is vaker aan de orde. Met roze voetbalschoenen en het vieren van een doelpunt als Antoine Griezman als dieptepunt. Toen Cruijff nog echt blij was met een doelpunt, ik heb het over de vroege jaren zeventig, sprong hij nog redelijk mannelijk in de lucht en maakte met zijn rechterarm een molenwiek. Waarschijnlijk heeft Van Hanegem hem later ingefluisterd dat hij normaal moest doen, en in de jaren tachtig, terug bij Ajax, zie je Cruijff dat niet meer doen. Hij viert het doelpunt als een vanzelfsprekendheid, loopt rustig naar degene die hem de voorzet gaf en geeft die een hand. Een teken van gelijkwaardigheid en als bedankje. Een mooiere manier van een hand geven is er niet. Vroeger was niet alles beter, maar wel veel.

Utrecht

Vrijdag was ik een dagje in Utrecht, mijn geboortestad. Ik had mijn moeder meegenomen, ook haar geboortestad. Een stad verandert onder je kont vandaan als je er even niet meer komt. Maar toch, het oude blijft hetzelfde en anders brengen ze het wel in de oorspronkelijke staat terug. Zo loopt de Catherijnesingel weer onder Hoog Catherijne door, en zit ik te wachten tot de het schip van de Domkerk herbouwd wordt zodat kerk en toren weer een geheel vormen.

Ik ben voor het eerst in de Domkerk geweest. De toren had ik al een paar keer beklommen maar de kerk had ik nooit bezocht. Best aardig hoor, maar wat kaal aan de binnenkant. Zonde van zo’n mooi bouwwerk als je het mij vraagt. Bij ons moesten de protestanten het zonodig overnemen en de kerk ontdoen van elk tierelantijntje, anders hadden we nu kunnen wedijveren met het buitenland. Nu winnen zij, en is het geluk weer eens met de dommen van Milaan of Keulen.

Er is ook nog een complex onder de Dom maar dat komt later nog wel een keertje. De Dom klinkt al mijn hele leven magisch mede door de trotse vertellingen van mijn opa en oma, net als eigenlijk heel Utrecht die magie van hun gekregen heeft. Want het lag in het midden van het land, het had het grootste overdekte winkelcentrum van Europa en ook nog eens de hoogste toren van Nederland. Eigenlijk gewoon van Europa omdat de rest valsspeelt en er een hele lange spits op heeft gezet omdat hun toren niet hoog genoeg was.

We aten bij een Italiaan op een van de terrassen van de Oude Gracht en we liepen over de Drieharingenstraat en de lange Elizabethstraat. Utrecht moet de stad met de mooiste straatnamen zijn. Neude, Vreeburg, Hardebollenstraat, Zakkendragersteeg. Oudkerkhof, Mariaplaats, Janskerkhof, Domplein. Tevens heeft het de mooiste wijknamen. Wittevrouwen, Oog in Al, Lombok, Ondiep. En tenslotte heeft het de mooiste plaatsnaam: Utrecht. Maar misschien ben ik hierin niet geheel onpartijdig.

Marnix

Heel vroeger, in de begindagen van weblog, toen het nog web streepje log heette, las ik vaak bij Marnix. Hij was een klasse apart en aanvankelijk kopieerde ik zijn stijl. Dan ontstond er wel eens een logje van slechts twee zinnen. Hij was erg origineel, zijn weblog hield hij bij op zijn eigen domein, en het zag er allemaal heel gelikt uit. Ook maakte hij nooit een grammaticale- of spelfout. Je kon wel stellen dat hij de koning was destijds.

Toen webloggen steeds populairder werd haakte hij af. Eerlijk gezegd vond ik hem een arrogante lul, maar wel een waar je tegenop keek. Hij was in elk geval niet aardig, of deed naar mij toe zijn uiterste best om dat te verbergen.

Vanochtend stond hij in de krant. Hij had zijn reclamebureau verkocht en is coach geworden. Het verhaal ging over een moeilijke persoonlijke tijd die hij had doorgemaakt, maar waar hij ook doorheen gekomen was. En nu helpt hij anderen. Een foto erbij van een man van mijn leeftijd, misschien ietsje ouder, met een sympathiek maar serieus gelaat. Zijn verhaal was niet het gelikte marketingverhaal van een coach waar je zo doorheen prikt, maar dat van iemand die zijn hulp aanbiedt aan iemand die dat nodig heeft, niet van een coach die klandizie zoekt.

Zijn domeinnaam bestaat nog steeds, maar is allang geen weblog meer, maar een site waarmee hij zijn beroep uitoefent.

Na een half jaartje kopieergedrag kreeg ik door dat mijn weblog over mij moest gaan en verdwenen langzaam zijn invloeden en ontwikkelde ik mijn eigen stijl. Ik schrijf na twintig jaar nog steeds, maar mijn weblog werd mede mogelijk gemaakt door marnix.nl.

FC-100

Ik had vroeger een rekenmachine, dat was een beest. De keizer onder de rekenmachines. Ik kocht hem toen ik begin twintig was en ik als assistent-accountant werkte op een klein accountantskantoor in Bilthoven. Op school hadden we een Casio FX-82, ook een goed ding maar deze was beter. Een Casio FC-100. Het ding kon alles wat ik niet nodig had. Ik kon er indrukwekkend snel optellingen mee maken, met zeker 5 aanslagen per seconde, en dat was een nuttige vaardigheid in die tijd. Zo verspilde ik weinig tijd bij het controleren van een kolommenbalans.

Het ding had wel zes geheugenplaatsen en het kon annuïteiten en future values berekenen en ik had mij allemaal eigen gemaakt hoe dat moest. Je kon eenvoudig het aantal dagen berekenen dat tussen twee datums lag. Machtsverheffen was geen enkel probleem en mijn rekenmachine en ik waren een gelukkig koppel.

Op een kwade dag ben ik hem verloren. Ik ging op de fiets naar mijn werk en had hem in een plastic zak op de bagagedrager onder de snelbinders gedaan. Ik ben nog terug gefietst maar het mocht niet meer baten, iemand anders moet hem hebben meegenomen.

Ik heb nooit meer zo’n goede rekenmachine gehad daarna. Ik kocht een HP10BII terug, die misschien nog wel meer kon, maar het gevoel was niet hetzelfde. De toetsen hadden een hele andere “touch” en ik ben er nooit heel blij mee geworden.

Tegenwoordig heb ik van die goedkope rekenmachines met grote toetsen maar ik was vroeger sneller op de kleine. Ik hoef ook niet meer heel veel getallen op te tellen en meestal doet Excel dat voor me, maar nog steeds gebruik ik de calculator dagelijks. Ik zit er zelfs aan te denken om weer op zoek te gaan naar een mooie, die heel veel kan, gewoon voor de heb. Meer dan een paar optellingen en een enkelvoudige prijsverhoging bereken ik niet meer, maar daar gaat het niet om. Het gaat hier om mijn eerste serieuze liefde.

De lift

Vanavond was de film “de lift” op televisie, net als “Soldaat van oranje” een film die ik nog nooit in z’n geheel had gezien. Ik herkende wel de scène met de onthoofding maar waarschijnlijk heb ik dat bij Simonskoop gezien. Ik denk niet dat ik in 1983 naar zulke horror durfde te kijken. Zelfs nu was er een moment dat ik schrok.

De cast van de film is grotendeels dood. Niet eens door ongevallen in een lift, maar door het verstrijken van de tijd. Piet Römer, Pieter Lutz, Gerard Thoolen, Manfred de Graaf, Peer Mascini en Cor Witschge, om de bekendsten te noemen. Waarom de naam Cor Witschge me zo bekend voorkwam ontdekte ik toen ik hem nazocht. Sapperdeflap!

Verder las ik een grapje van Dick Maas, de regisseur. In de clip “when the lady smiles” die hij in hetzelfde jaar opnam, zit een scène van een vluchtende secretaresse die achterna wordt gezeten door Barry Hay. Ze probeert een lift in te komen en op hetzelfde moment komt liftmonteur Huub Stapel uit de andere lift zetten. Ik heb de clip nagekeken en het klopt. Dat was mij nog nooit opgevallen. Ook wel logisch want ik wist niet eens dat Huub de hoofdrol had in “De lift.”

Huub is er gelukkig nog wel. Morgen wordt die andere uitgezonden. Amsterdamned. Deels opgenomen in Utrecht. Met een klein bijrolletje voor Bert Haanstra, Simon van Collem en Carmiggelt. Van die leuke weetjes.

Geboortegrond

Ik hou niet zo van team meetings, helemaal niet als je ervoor moet vliegen en nutteloos een paar dagen door moet brengen met je collega’s zodat de bazen een leuk uitje hebben. Ik druk me niet goed uit, ik haat het.

Alleen deze keer zijn het maar een paar collega’s, en is het in Utrecht, mijn geboortegrond. En we geven nu tenminste toe dat het een echt uitje is, en geen verkapt uitje want we hebben geen vergadering die de indruk moet wekken dat het allemaal erg nuttig is. We lopen wat door de stad, eten en drinken wat, en dat is het. Ik lig nu in een hotelkamer op de Mariaplaats, wat toch een magische klank voor mij heeft. Ik heb het raam opengezet zodat ik de geluiden van de stad hoor. Ik kijk uit op het conservatorium, ik ben vlak bij de Catherijnesingel, de Oudegracht en om de hoek staat de machtige Domtoren. In de steigers weliswaar, maar toch.

De straten hebben hier mooie namen, Zakkendragerssteeg, Hardebollenstraat, bakkerstraat, nog bezongen door Stealers Wheel frontman Gerry Rafferty. Op de heenweg kwam ik langs het oude academisch ziekenhuis, ooit beschreven door mijzelf op dit weblog, en herkende de plek van vroeger. Over deze weg reed ik ook met mijn opa en oma mee in de bruinrode stadsbussen op weg naar Hoog Catherijne. De bussen die als eindbestemming Hoograven hadden, tegenover het huis van mijn opa en oma, en die het mooiste dieselende geluid maakten dat er was. Als ik er logeerde hoorde ik ze ‘s ochtends vroeg al ronken.

Nu hoor ik alleen herriemakende jongeren. Thuis zou ik onmiddellijk uit mijn bed stappen om te zien welk tuig het waagde om zo laat nog de rust te verstoren, hier zet ik het raam er voor open. Geboortegrond zet alles in een ander perspectief.

Zoek jezelf, wees jezelf

Als ik de reacties op het vorige bericht zo lees, dan kunnen we stellen dat we afgezakt zijn tot een bedenkelijk niveau van beschaving, want dit is kennelijk hoe we echt zijn. Vroeger waren we niet zo, maar dat werd ook ingegeven doordat je vroeger je best deed om een brave burger te zijn. Wie had het schoonste huis, de netste tuin, de witste was, de meest glanzende auto, kortom, wie waren het voorbeeldigste gezin? Nu we meer onszelf mogen zijn, laten we zien dat dat wellicht toch niet zo’n goede aanmoediging was. Want jezelf zijn is leuk voor jezelf, maar bepaald niet voor de anderen!

Dus, wat gaan we hieraan doen? Nou, simpel. Klussen moet verboden worden. Huur voortaan maar een vakman! Weg met de bouwmarkt! Gebarentaal moet een verplicht vak op school worden, zodat je gewoon kunt communiceren met de klaarblijkelijk steeds dover wordende medemens. Verder pleit ik voor verplichte decibelmeters in huis, die bij overschrijding van een een bepaalde waarde een luide zoemer laten afgaan zodat je gedwongen wordt zachter te doen. Als je na twaalven nog hoorbaar bent op straat, mag er op je geschoten worden. Achterlijk krijsende kinderen die niet door hun ouders gecorrigeerd worden mogen bedreigd worden.

Of, we beginnen opnieuw bij het begin, school en opvoeding, maar dan gaat er minimaal één generatie overheen. Dat trek ik niet. Dan ben ik allang in de gevangenis beland wegens het niet instaan voor mezelf.

Maverick

Omdat we vandaag naar TopGun Maverick zouden gaan, zouden we gisteren de originele TopGun kijken. Maar omdat onze kinderen bij nader inzien toch niet meegingen, hoefden we die geschiedenis niet te herhalen en keken we “Mandy”, de slechtste film aller tijden. Die film met Nicolas Cage was zo slecht dat je het haast niet gelooft.

De film Maverick was misschien wel de beste ooit. Niet op imdb, maar volgens mijn norm. Want een topfitte vijftiger die herinneringen ophaalt aan een van de grootste kaskrakers van de jaren tachtig, nog steeds de beste piloot is, op zijn motor rijdt zonder helm met zijn 50 jarige vriendin achterop, en dat er nog geloofwaardig uit laat zien ook, past geheel in mijn straatje. Daarbij speelt hij weer een heldenrol waarbij hij de vijand verslaat en vrienden redt, en heeft de film een happy end. En komt hij voor de film begint nog even kort vertellen dat hij de film voor ons gemaakt heeft en wenst hij ons veel plezier. Kan niet beter.

Na de film stapten we in de auto, ik zette mijn zonnebril op, gaf een opgestoken duim aan Linda, maar die had andere probleempjes dus kon er niet om lachen. Jammer. Het had zo mooi kunnen zijn.

Ontketend

Daar liep ik dan, op 31 maart te banjeren door de sneeuw. Het was al lente geweest, ik had al in m’n t-shirt in de tuin gewerkt. De hond was blij, ze kwam me voorbij sprinten, als een dartel veulen, zo blij als een koe die na een winter op stal weer de wei in mag.

Ineens herinnerde ik mij een gevoel dat ik vergeten was. Een gevoel dat ik ook nooit meer heb, maar waarom eigenlijk niet? Omdat ik oud ben? Als kind wilde ik als het gesneeuwd had ook graag naar buiten. Met de andere kinderen spelen. Maar je moest nog even wachten omdat je nog iets moest. Aankleden of zo. Ontbijten. Maar dat wilde je liever overslaan. Die drang om naar buiten te rennen was zo sterk dat je het bijna niet meer hield. Dat kinderlijk enthousiasme dat er niet uit kon, dat ging in je lichaam zitten als een bol van energie.

Totdat je eindelijk vrijgelaten werd, je aangekleed was en je naar buiten rende, en die energie eruit kon. Na een minuut of vijf was je eraan gewend en was je betrokken in het spel van de andere kinderen. Dat vergeten gevoel werd bij me opgeroepen door die in de sneeuw rennende hond. Wat is er eigenlijk aan, volwassen zijn?