Top

Mijn ouders leerden mij dat er geen vanzelfsprekendheden waren in het leven en dat je goed je best moest doen om iets te bereiken. Mij werd bescheidenheid bijgebracht en ik wist dat ik niet al te veel spatjes moest hebben. Zo ben ik afgeleverd, en nu denk ik dus dat het leven je overkomt in plaats van dat het maakbaar is, en dat er inderdaad geen vanzelfsprekendheden zijn. En dus ben ik dankbaar voor het goede dat me overkomt. Dankbaar aan God, deo existe, mijn ouders, en aan de voorzienigheid.

Nu klinkt het allemaal wel leuk, maar je hebt er natuurlijk geen flikker aan allemaal. Het zit je alleen maar in de weg. Zo ben ik intens tevreden met een boterham met kaas, of met een bord spaghetti en een flesje bier. Biefstuk, daar doe je mij geen plezier mee, evenals dure wijn. Ik heb gemerkt dat alles boven de 20 euro steeds beroerder gaat smaken, en dan probeer ik echt eerlijk aan mezelf te blijven. Ik heb wel geleerd, en vroeger geloofde ik dat niet, dat de omgeving en de beleving om maar eens een jeukwoord te gebruiken, ook veel goed of fout aan de smaak kunnen doen. Maar over het algemeen vind ik eten en drinken overdreven. Misschien zelfs wel een beetje respectloos om zo duur gaan zitten vreten ergens.

Zo kan ik ook helemaal niks met het woord ‘top.’ Ik was laatst bij iemand die vond alles top. Nou ja, dat vond hij niet, dat zei hij steeds. Een top stuk vlees, een topwijn, een topgezelschap, alles was top. Bij mij bestaat top alleen in de sport en om het hoogste punt van een berg aan te duiden. Voor de rest kan wijn lekker zijn evenals een gehaktbal, en een gezelschap kan leuk zijn. Maar dan moet er niet eentje tussen lopen die alles top vindt. Want top is top en niet voor de gewone man. Ik heb vanavond nasi gegeten, met twee satéstokjes. Kan godsamme geen topbiefstuk tegenop.

Provinciaaltje

Ik was vanmiddag in Eindhoven om de huldiging van PSV mee te maken, en ik was daar niet alleen. Ik ben niet zo gek op massale volksfeesten, maar mijn zoontje wilde graag en ik wilde het wel eens zien. We hebben de platte kar toegejuicht en hebben de huldiging op het plein gelaten voor wat het was. Een mooi feest, en veel blije mensen. Ik heb geen ongeregeldheid gezien.

Toen ik thuiskwam zette ik VI aan. Ik kijk het de laatste tijd steeds minder omdat ik me steeds vaker erger aan dit amusementsprogramma. Meneer Derksen vond de feestende Eindhovenaren maar een stelletje mongolen. Tevens vond hij de provincialen maar gefrustreerd omdat wij -PSV- zo blij waren met hun overwinning op Ajax. Calimero’s werden we weer genoemd. Want ze deden net of Ajax was gedeclasseerd. Dat was beslist niet zo, en Sjaak Swart was het ermee eens. Dus ja, wat moet je daar dan nog tegen inbrengen? Met 3-0 achter van het veld af, twee rode kaarten en een inhoudend PSV dat de bal rond speelde ter vermaak van het publiek. Van mij mag Ajax altijd zo vertrekken, als ze dat toch niet als pijnlijk ervaren. Na tien minuten ging het alweer vijf minuten over Ajax. De club die Europees veel groter is dan PSV, want die hadden het belangrijkste nieuws gebracht, dit weekend.

Sorry, het is mijn provinciaalse inslag. Mijn frustratie. Dat PSV zo’n nederig clubje is en Ajax zo groot. Ik moet Derksen, eredivisieheld van weleer, met maar liefst 1 doelpunt op zijn conto, eens wat meer leren respecteren.

“We”

Ik moet zeggen dat wij Nederlanders niet snel de hoop opgeven. Of eigenlijk moet ik het anders formuleren, wij geven de hoop ontzettend snel op, maar pakken die hoop bij het minste of geringste ook weer op. Dus worden we weer wereldkampioen voetbal na een 3-0 overwinning tegen het derde van Portugal. En dat voelt wel fijn eigenlijk. Het doet niet eens terzake of we wel mee mogen doen met het WK. Dat is een detail dat niet in de weg mag staan van onze mars naar de finale. Als het besef dan doordringt dat dat toch echt niet gaat gebeuren, stapt men net zo makkelijk over naar België of Duitsland om daar supporter van te worden. Weinig ruggengraat.

Bij mij spelen er toch andere zaken. Nu Nederland niet meedoet ben ik hooguit tegen Duitsland, maar niet voor een ander team. Mij gaat het niet om het feest na de overwinning, maar meer om het gevoel van de overwinning. En dat krijg ik eventueel alleen van het Nederlands Elftal, niet van Duitsers of Fransen. Dus dit jaar wordt het niks. Het had nog wat kunnen worden als de Engelsen ruggengraat hadden getoond en hun team hadden teruggetrokken wegens Russische interventie op hun grondgebied. Nu houden ze het lafjes bij het niet op de tribunes laten verschijnen van wat hooggeplaatste Engelsen. Er zullen wel geldelijke belangen spelen. Als het het Nederlands Elftal was geweest dat om die reden werd teruggetrokken, had ik daar uitstekend mee kunnen leven. Zelfs als ze in kansrijke positie waren. Want eer is belangrijker dan glorie.

Gevoelstemperatuur

De gevoelstemperatuur lag vandaag op -/- 15 graden volgens de weermannen en -vrouwen. Ik krijg meestal zure oprispingen van de term gevoelstemperatuur, immers het gaat er geen graad harder van vriezen. Het kan zes weken achter elkaar gevoelstemperatuur -/-20 zijn, als het in het echt maar -2 is krijgen we geen Elfstedentocht. Echter, vandaag moest ik toegeven dat het wel ernstig koud was. Bijna niet vol te houden, die koude wind die overal doorheen leek te gaan. Had ik maar een vacht, dacht ik vandaag. De hond leek het namelijk niet te deren. Die liep gewoon met een stok te zeulen als alle andere dagen. Ik heb wel eens poolvossen bij -50 echt en gierende wind in actie gezien. Geen centje pijn, die beesten. Een wonder van de natuur. Hoe is het nu mogelijk dat uitgerekend de mens met zijn onbedekte huid zo succesvol kon worden? Die had volgens de evolutietheorie allang kapot moeten zijn. En toch lopen we hier rond, een beetje de dominante soort uit te hangen. We heersen over alles wat wel een vacht heeft. Met dit soort koude zet je dat aan het denken. Er klopt iets niet. We spelen vals, of we zijn een handje geholpen. De mens mag het dan van zijn intelligentie hebben, ik ben op sommige dagen ook intelligent maar ik had het nog steeds koud. Dus voortaan wachten tot de echte lente begint eer je de winterkleding opbergt en niet op de meteorologische, want dan kan het wel eens verkeerd met je aflopen. En wat mij ook aan het denken zet, als ze het begrip meteorologische lente niet hadden uitgevonden, hadden mijn sjaal, muts en handschoenen nu nog niet op zolder gelegen, en had ik die hele gevoelstemperatuur niet in de gaten gehad. Twee totaal overbodige zaken.

Puntentelling

Wat ik niet begrijp aan het voetbal is de puntentelling. Ik dacht altijd dat je kampioen werd als je niet meer ingehaald kon worden door de concurrentie. Nu begrijp ik ook wel dat PSV het landskampioenschap bijna niet meer kan ontgaan, en ik bedank Ajax hartelijk voor het laten liggen van de punten, maar was het nu echt van deze week afhankelijk? Als Ajax nu gewonnen had dan was het verschil zeven en was er een titelstrijdje. Nu komt er geen titelstrijd volgens de NOS. Maar als Ajax volgende week wint en PSV verliest, dan weer wel? Het hele jaar hoor ik al dat PSV kampioen is. Maar twee weken geleden was het verschil nog maar vijf punten en moest PSV uit bij Feyenoord, en rekenden veel Ajax supporters zich al rijk. Na het weekend zou het verschil nog maar twee punten bedragen. Echter, het verschil bedroeg na het weekend in werkelijkheid 7. En nu is het een week later, en is het weer 10. Mensen, het is pas beslist als het beslist is. Dat hebben we gezien in 2015/2016 en ook in veel eerdere edities.

Veel mensen, Hugo Borst voorop, vinden het maar niks, dat spel van PSV. In de uitwedstrijd tegen Utrecht werd PSV compleet weggespeeld door Utrecht, stond in zijn column. De uitslag was 1-7 in het voordeel van PSV. Nu was het 3-0 voor PSV en werden ze weer compleet weggespeeld door Utrecht, aldus Hugo. En de schitterende omhaal van Luuk de Jong moest weer neergehaald worden door te melden dat Luuk als een zoutzak viel. Gelukkig hoeft niemand gedwongen voor PSV te zijn. Ik voel me thuis bij deze fantastische club uit het zuiden. Kritieken van mensen als Borst neem ik voor lief. Al doen ze soms pijn. Maar kampioen, dat ben je pas als je het bent. We kunnen de platte kar gereed maken, maar hem nog niet naar buiten rijden.

Stappenteller

Onlangs kwam ik erachter dat er op mijn iPhone een stappenteller zit. Geen idee hoe zoiets werkt, maar het ding telt mijn dagelijkse stappen en weet ook nog hoeveel trappen ik heb gelopen. Zolang je je onbewust bent van deze ingebouwde bemoeizucht, is er geen probleem. Maar zodra je het weet, klik je er toch af en toe op en zie je steevast de mededeling: Zit minder. Beweeg meer. Wees actiever. Ik heb het nog niet anders gezien. Vandaag deed ik welgeteld 3983 stappen en vijf verdiepingen. Veel te weinig volgens Jobs. Maar ik ben verdorie net tijdens het uitlaten van de hond vergeten mijn iPhone mee te nemen. En ik ben nog een paar keer van zolder naar beneden gelopen om koffie te halen, zonder mijn iPhone in mijn zak. Eigenlijk zou je dat dus geen bal moeten kunnen schelen, want het resultaat is hetzelfde. Je doet het tenslotte voor je lijf, niet voor Jobs. Maar toch wringt het dat ik die phone niet bij me had. En zo krijgen ze ook mij langzaam in hun macht. Ze zorgen dat ik mijn telefoon spastisch bij me ga dragen, om zo al mijn gangen te kunnen volgen. Het proces is al onomkeerbaar, nog even en ik ben hun slaaf.

Musk

Elon Musk, het grote wonderkind uit Amerika, stuurde een raket met daarin zijn geesteskind, de elektrische Tesla de ruimte in om daar voor eeuwig in een baan om de zon te cirkelen. De raket spuwde net zoveel C02 uit als dat al zijn Tesla’s bespaarden, gok ik zo. Ik weet het niet met meneer Musk. Ik vertrouw hem niet, net als Steve Jobs en in tegenstelling tot Bill Gates. Waarop dat wantrouwen precies geschoeid is, dat weet ik niet. Want het is ontegenzeggelijk knap wat de beste man allemaal doet. Paypal en Tesla komen van zijn hand, en nu is de man ook nog ruimtepionier die reizen naar Mars mogelijk wil maken. Misschien is het zijn ondernemersdrang die tegengesteld is aan de mijne. Waarom naar Mars als de Aarde veel beter is? Waarom Tesla, zonder fiscale stimulans zou niemand zo’n ding rijden. Maar dat is het niet. Het is de typische Amerikaanse hysterie die me tegenstaat als de man iets doet. Het gaat vergezeld van een geindoctrineerd zooitje juichende werknemers wier rol nog de jaloezie zou opwekken van een Noord Koreaans dictator. Klapvee onder een zweep. Elon wil graag als redder van de wereld te boek komen te staan. Ik zie hem eerder als de grote schurk in een James Bond film.

Belastingparadijs

Met lede ogen zie ik aan hoe mijn beste vriendje van vroeger, die ik uit het oog verloor toen ik dertien was, en dankzij sociale media sinds een paar jaar weer in het oog heb, zich heeft verschoven naar de harde rechtse kant van de maatschappij. Opruiende commentaren over de doodstraf, zelfs voor een inbraak, stemmingmakerij over al het belastinggeld dat wordt afgepakt van de hardwerkende mens en verdeeld wordt over alle gelukszoekers die ons land komen overnemen. Ik schrik van het feit dat hij zich niet heeft beschaafd. Anders kan ik het niet noemen. Weet hij dan niet, of weigert hij in te zien dat Nederland zo gek nog niet is? Heeft hij niet gezien dat de Nederlanders de afgelopen weken het hoge water hebben weten te bedwingen? Waar dat met dezelfde waterstanden 20 jaar geleden nog misging? Ik noem het hier een belastingparadijs. Er worden ook nuttige dingen mee gedaan. En als je minder draagkrachtig bent, zijn je voeten in dit land net zo droog als die van degenen die onder het hoogste tarief vallen. Da’s toch mooi.

Kerstdiner

Ben gisteren weer eens uit eten geweest met mijn werk. Een zevengangen tent, met uitleg over wat je krijgt. Inmiddels heb ik het daar wel mee gehad. Uit respect voor de meisjes die hun verhaal staan te doen, luister ik wel naar wat voor wijn ik krijg, maar het interesseert me geen ene reet. Ook alle details van het eten boeien me niet. Ik kan er dan ook wederom niet veel over vertellen, maar ik ga het toch proberen. Het begon met een amuze. Ik ben gek op amuzes, ooit zou ik nog wel een amuzestruik in de tuin willen hebben. Daarna kwam er iets groens in een schaaltje. Er zat ook kaviaar bij. Erg lekker. Eendeborst heb ik gezien. Risotto. Hertenbiefstuk. Rabarberijs. Allemaal lekker, maar vergeleken bij babi pangang stelt het niet veel voor.

Ik nam maar af en toe een slokje wijn, ik moest nog rijden. En een bobarrangement klinkt leuk, maar daar word je straalbezopen van. Zeven keer een half glaasje wijn is volgens mij nog veel te veel. Dus ik hield het bij twee halve glaasjes. Maar, dan zul je net zien, dan krijg je net geen uitleg, dus ik protesteerde. Wat voor mijn collega weer aanleiding was om de serveerster (daar is vast een mooie engelse term voor) erbij te roepen om toch nog even uitleg te komen geven. Geen idee meer, maar het zou de smaak van de hertenbiefstuk versterken. Ik zei dat ik de proef op de som ging nemen, want ik hou niet van lulverhalen. Dus eerst een hapje hertenbiefstuk, toen een slokje wijn, en toen nog een stukje hertenbiefstuk, en inderdaad, de biefstuk smaakte ineens enorm naar witlof, constateerde ik. Dat scheen te komen omdat ik ook witlof nam in plaats van biefstuk. Nou ja, ik had het even niet gezien.

Ik ben een beetje klaar met deze aanstelleritus. Ik ben verdorie 48 en moet ik mijzelf nu nog steeds voor de gek houden? Er kwam nog een gang met een enorm bord met iets enorm kleins erop. Ik kon het niet laten om tegen mijn collega te zeggen dat mijn bord niet goed was afgewassen. Hij moest daar erg om lachen, en gelukkig maar, ik heb ook wel eens met iemand gezeten die dan zei: ja, als je niet van lekker eten houdt, dan moet je niet naar zo’n restaurant gaan. Sta je gelijk te boek als iemand die van goor eten houdt, en in zijn eigen hoofd klopt die onzin allemaal weer. Nee, mij niet gezien. Morgen weer een kerstdiner met m’n andere werk. Pfff.

Humor is geen kunst

Humor is de hoogste kunstvorm, aldus Theo Maassen. Alle andere kunstvormen kregen er van langs, vooral de schilderkunst. “Hop, drie emmers verf, kwak het tegen een doek, en je hebt een schilderij dat ze ophangen in een museum. Hoe groot denkt u dat de kans is dat als ik drie emmers met plakletters tegen de muur kwak, ik een volledig cabaretprogramma heb?”

Ik moest erg lachen om de show van Theo, maar over zijn stelling kun je discussiëren. Ik moest keihard lachen om misschien de grofste grap die ik ooit hoorde, maar ik moet er wel bijzeggen dat die ten koste ging van een groep die ik zelf ook graag in de zeik zet. Als het ten koste was gegaan van mijzelf, had ik hem waarschijnlijk minder leuk gevonden. Ik stikte ook van het lachen bij ordinaire poepgrappen van hem. Ik heb het ook bij Geer en Goor. Terwijl ik daarna zuchtend zat te kijken naar een stukje van Youp, die volgende week op tv komt. Ook om Freek hoef ik amper te lachen, maar ze boeien me wel.

Ik keek “Er ist wieder da”. Een komische film over Adolf Hitler die, zonder dat hij snapte hoe, in deze tijd terecht was gekomen. De mensen van deze tijd dachten dat hij een komiek was, want Hitler is immers dood. Ze moesten om hem lachen, maar vonden hem ook wel een beetje eng, aangezien hij een scherpe visie op de maatschappij had, die hij graag deelde op een podium. Er werd nauwelijks aandacht besteed aan de duivel in hem, hij was voor de hedendaagse Duitser gewoon een discussiepartner. Tot iemand in de gaten kreeg dat hij het echt was, en het verhaal waarschijnlijk zich alleen in zijn hoofd afspeelde. Kijk, dat vond ik kunst, die film. Ik moest er niet om lachen, maar ik vond hem wel goed.

Mijn conclusie is wanneer humor kunst wordt, humor niet meer om te lachen is.