Ik ben een beetje op een punt aanbeland waarop ik uitgekeken raak op de maatschappij. Het is net of ik alles wat er in Nederland op politiek/maatschappelijk gebied gebeurt, weet te doorgronden zodat niks meer spannend is. Ik weet van mensen met idealen die ze nooit zullen verwezenlijken en ik weet van mensen met geld die hun rijkdommen beschermen door middel van het laten varen van principes, en ik weet van mensen die sarcastisch kritiek leveren op alles. En daar ergens tussendoor loop ik, mezelf af te vragen wat de zin is van waar we met z’n allen mee bezig zijn.
Ik wil me wel graag mengen in discussies maar toen ik nog dacht dat íemand wel gelijk zou hebben, was het een uitdaging om erachter te komen wie dat dan wel was. Inmiddels weet ik beter, niemand heeft volledig gelijk, of iedereen heeft een deel gelijk, dat komt op hetzelfde neer. Dus wat voeg ik toe als ik een mening heb over, ik noem maar wat, de verhoging van de maximumsnelheid op snelwegen? Er zijn mensen, veel geleerder dan ik die mijn argumenten zo terzijde schuiven zonder dat ik er iets tegenin kan brengen. Ongeacht welke mening ik erop nahoud. En dat komt, heb ik besloten, doordat mij gevraagd wordt om na te denken over zaken die ook anderen aangaan. En als je moet denken voor anderen, dan gaat het mis. Het enige wat volgens mij van belang is, is te zorgen dat mijn probleem blijft bestaan, want dan gaat het nergens over en zolang het nergens over gaat, leef je in vrijheid in een alleraardigst landje.
Wat dat betreft zijn jeugdjaren veel interessanter. Als je heel jong bent is de wereld zo groot en onbekend dat zij vanzelf spannend is. Als je ietsjes ouder bent zie je idealen en het nastreven daarvan geeft veel voldoening. Dan raak je in je dertiger jaren en beklim je de ladder van de principes. Onderaan zitten de principes en bovenin zitten de mensen waar je bij wilt horen. En ik zit in mijn veertiger jaren, pas aan het begin, en ik denk alles doorgrond te hebben. Het gaat nergens over. Dus ik moet me bezig houden met de dingen die binnen mijn kring van invloed liggen. En de trieste constatering is, dat die minder in getal zijn dan tien jaar geleden, al fopten mijn gedachten mij toen nog.
Wat dat betreft begrijp ik niet wat men bedoelt met ‘het leven begint bij veertig.’ Maar die uitdrukking moet bedacht zijn door een veel ouder persoon, en aangezien alleen een veel ouder en wijzer persoon daar een oordeel over kan geven, wanhoop ik niet. Het zou natuurlijk kunnen dat een laatbloeier als ik het pas over een paar jaar begrijpt. Tot die tijd geloof ik niet dat ik me erg met de maatschappij bemoei. Er schijnt iets met Provinciale Staten aan te komen. Ik geef de volmacht aan mijn vrouw, een dertiger, dus veel beter op de hoogte.