Niet op mijn hoede.

Ik heb het weer gehad, het lange weekend met collega’s in Garmisch. Het viel mee, maar niet heel erg. De avonden waren leuk, maar de dagen wat minder. Gisteren in de bus zaten we met alleen nog onze groep van tien, en iedereen zocht een plek voor zich alleen, verspreid door de bus. Ik denk dat we elkaar een beetje zat waren. Zondag was nog de beste dag omdat ik toen mee ging met de skiers, en mijn leukste collega, een schone van Marokkaanse afkomst mij overhaalde om te gaan rodelen. Ik huurde twee rodels, betaalde 11 euro en we rodelden met de sleeplift naar boven en van de helling af naar beneden. Zo deden we dat een paar keer, ik voelde me als een blije hond die achter een stok aan rent. Tijdens de gezamenlijke lunch werden de rodels gestolen. We hadden ze geparkeerd tussen die ski’s maar daar waar ik ze had neergezet was een lege plek. Ik vroeg aan mijn collega of zij ze al had weggebracht maar dat was niet het geval. Ik ging het verhaal vertellen bij de verhuurder maar die zei dat wij verantwoordelijk waren en dat we maar iedereen af moesten gaan om de nummers op de slee te controleren.

Nee dus. Ik had geen zin om elke nietsvermoedende rodelaar als potentiele dief te behandelen, bovendien kom je niet ver zonder ski’s in de bergen. De man verwachtte dat ik honderden meters op eigen kracht omhoog zou klimmen om iedereen te controleren. De groeten. Ik heb nog overwogen om de schade te gaan vergoeden, maar collega’s vonden dat ik dat niet moest doen omdat ze die slees heus wel zouden terugvinden. Niemand zou die dingen in de kabelbaan mee naar beneden nemen. Daar zat wat in, bovendien, als ik de schade zou vergoeden en ze vonden ze daarna terug, krijg je je geld echt niet terug. Ze hadden een kopie van mijn rijbewijs gemaakt, en ze hadden mijn gegevens dus vinden konden ze me toch wel, mochten ze niet boven water komen. Auf wiedersehen.

En inderdaad, vandaag op mijn werk kwam het mailtje. Dat ik de spullen niet had teruggebracht, dat ik aangegeven had dat ze gestolen waren maar dat het mijn verantwoordelijkheid was en ze aangifte hadden gedaan bij de politie. En dat de politie contact met me op zou nemen. Ik was in alle staten. Mijn collega voelde zich schuldig omdat ze mij had overgehaald om te gaan rodelen, maar ik zei dat het haar schuld niet was. Ik sta al bekend als een iemand die weinig met Duitsers opheeft, maar nu kwam het naziverleden wel weer heel makkelijk boven. Ik was ook niet erg blij met het feit dat het een arrogant mailtje in het Duits was en besloot gewoon in het Nederlands terug te reageren. Mijn directeur zei dat ze dat toch niet zouden begrijpen en dat hij eerst wilde lezen wat ik wegstuurde, maar ik zei dat hij zich er niet mee moest bemoeien en dat als zij mij in het Duits aanspraken, ik hen in het Nederlands antwoordde.

Mijn mail was briljant, vond bijna iedereen. Iets over dat wij Nederlanders niet gelijk iedereen met een slee als potentiele dief zagen, dat als hij de politie inschakelde dat hij dat moest doen om te vermelden dat er dieven op z’n berg rondliepen en dat we nog fietsen tegoed hadden en dat ik zonder ski’s geen schijn van kans had om iedereen af te gaan. Iedereen lachte om mijn licht ontvlambare status en bijna niemand toonde medelijden. Ik klikte op verzenden en de mail werd vrijwel gelijk als onbestelbaar terugbezorgd. De kopie aan de directeur ging er wel door.

Het gelach werd harder toen bleek dat de mail nep was. Ik ben er met twee benen tegelijk ingetrapt. En ik had het kunnen weten. Ik had de directeur al zachtjes horen praten, en dat kan hij normaal gesproken helemaal niet. Er stond der Polizei in plaats van die Polizei. Ik heb nog geroepen dat ik ging kijken of de mail geen grap was, maar de details klopte en niemand, behalve mijn Marokkaanse collega, was erbij geweest, dus het moest wel kloppen. Ik vloekte alles bij elkaar toen ik erachter kwam. Het plan was al in Duitsland bedacht en mensen schijnen mij de vragen over de details te hebben gesteld. Ze hebben mij gevoerd en ik heb gehapt. Mijn schone Marokkaanse collega zat ook in het complot, terwijl ik haar vertrouwde. Ik heb geroepen dat je alleen een hond kunt vertrouwen en voor de rest niemand. Maar goed, het was op zich een goeie grap. Jammer dat het weer ten koste van mij moest. Mijn wederpoets is al bedacht, maar is misschien wat lastig uitvoerbaar. Maar ik ga het proberen. Niet te snel uiteraard.

Rigoureus

Rigoureus heb ik zojuist mijn FB account verwijderd. Tenminste, zo ingesteld dat het over 14 dagen verwijderd wordt, want bij Facebook willen ze je liever niet kwijt. Om zeker van mijn zaak te zijn heb ik iedereen ontvriend in het kader van de wet gelijke behandeling. Ik liep al iets langer met de gedachte, ik heb er een paar redenen voor. Voornamelijk het verslavend effect en als iets verslavend is en je wilt er vanaf moet je maatregelen nemen. Ik merkte ook dat ik het wel prettig vond als ik er een paar dagen weg was en de pijn heel erg mee bleek te vallen. Maar ook niet onbelangrijk, het gaat ten koste van weblog, wat ik persoonlijk beschouw als hoger kunstje.

Misschien hadden de Maya’s gelijk gehad met hun voorspelling dat er vanaf 21-12-2012 een nieuwe cyclus aanbreekt. Dus ik heet u opnieuw welkom hier, en hoop weer wat betere logjes te gaan schrijven.

De situatie doorzien

Wat ik altijd razend knap vind is hoe snel de hersenen van een vrouw kúnnen werken. Het gebeurt me eigenlijk al 12 jaar, maar pas vanavond konden mijn eigen hersenen pas volledig volgen wat er nu gebeurde. Linda vroeg mij het brood voor de kinderen voor de volgende dag klaar te maken. Als ze dat vraagt heeft ze het druk en gaat ze zelf andere dingen doen die moeten gebeuren voor de volgende dag. Ik smeer het brood, zonder daar volledig bij na te denken en ondertussen voeren we een gesprek. Om dat gesprek te kunnen voeren gebruik ik mijn rechterhersenhelft, terwijl in mijn linkerhersenhelft gedachten hun eigen gang gaan. En dan is de hersencapaciteit verbruikt, terwijl ik ook nog moet nadenken over wat de kinderen op brood willen. Tijdens het smeren, en tijdens het gesprek kan Linda mij ongeacht haar eigen werkzaamheden nauwlettend in de gaten houden. Als ik iets verkeerds op brood doe, heeft ze dat in de gaten voordat ik het zelf in de gaten heb, en voordat ik erop kan anticiperen heeft ze het al uit mijn handen gepakt, het terug in de koelkast gezet en mij het juiste gegeven. Nog voordat ik de kans krijg om het zojuist gesmeerde brood in verkeerde broodtrommels te doen, is ze al bij me, zet de broodtrommels terug in de kast en geeft me de goede. Ondertussen houdt ze het gesprek ook nog gaande. Vanavond realiseerde ik me tijdens dit alles voor het eerst wat er nu eigenlijk gebeurde. Het ging allemaal veel sneller dan dat ik kon bevatten, maar ik begreep wel voor het eerst wat een enorme rekenkracht er in de vrouwelijke hersenen aanwezig is tijdens huishoudelijke taken. Vandaar dat ik er nu pas over kan berichten.

Comfort zone

Ik ben terug uit Berlijn, heb de 43 geraakt en ben ook nog een nieuwe snelle computer rijker. Met een breed beeldscherm, waardoor ik nu perfect tenniswedstrijden op YouTube kan bekijken. De trein naar Berlijn was ook al behoorlijk snel, al is 200 km/u tegenwoordig geen highspeed meer, maar toch, het schiet lekker op. Berlijn heeft iets wat andere steden minder hebben, of althans, het ontgaat me in die andere steden, maar als ik de Reichstag zie, besef ik dat Hitler daar gelopen heeft. Als ik de Brandenburger Tor zie, dan voel ik de muur die het oosten gevangen hield. Misschien is het omdat de geschiedenis in Berlijn zich veel recenter afspeelde dan in andere belangrijke steden. Hoe dan ook, een aanrader om eens op de trein naar Berlijn te stappen en eens te voelen hoe de vrijheid voelt terwijl je door de voormalige DDR raast.

Vrijheid die voelde ik ook weer toen ik op de terugweg op Berlin Hauptbahnhof liep en besefte dat het allemaal goed gegaan was en het weekend nog voor me lag. De controllersdagen van mijn werk die ik toch wel spannend vond, maar die me ook mijn collega’s van over de wereld leerde kennen, zodat ik weet met wie ik allemaal e-mail. En ik heb de belofte dat als ik in Zweden kom, dat ik dan mee mag naar een ijshockey wedstrijd. Niet dat ik iets met ijshockey heb, maar de enthousiaste jonge Zweed stond erop. Ik heb hem trouwens moeten uitleggen wie Ronnie Peterson en Tomas Gustafson waren. En dat Abba briljant was, dat ook. Dat zag hij zelf niet zo. Een wat oudere Zweedse ceuntreuller (sommige kennen het logje nog wel) was het wel met me eens, maar die verrastte het weer dat ik de bandleden kon noemen, terwijl dat voor mij juist weer de gewoonste zaak van de wereld is. Dat leerden we vroeger zo op school. Boom, Roos, Vis, Vuur, Bjorn, Benny, Agnetha, Anni Frid.

Hoe dan ook, ik heb weer een aantal dingen opgestoken en ik ben behoorlijk uit mijn comfort zone getrokken, maar zeggen sommige snelle types, that’s where the magic happens. Ik wilde daar eerst niks van weten, maar ik begin het toch wel langzaam aan te geloven. Om te voorkomen dat ik snel weer in mijn comfort zone zou terugkruipen werd ik gevraagd om in november naar Parijs te komen voor een bespreking. Ik ja, inderdaad, provinciaaltje.

Amsterdam

Op mijn werk zijn ze niet vies van een feestje. Was er vorige week nog een beach-event met hotelovernachting voor het personeel, afgelopen donderdag was er een personeelsuitje in Amsterdam, ook met hotelovernachting. Het was nog ter gelegenheid van de goede resultaten over het eerste kwartaal. Drie maanden geleden, ik was nog niet eens in dienst, werd ik uitgenodigd voor een diner in een sterrenrestaurant ter gelegenheid van het goede resultaat over 2011.

Maar het tweede kwartaal gaat ietsjes moeizamer. Vandaar dat we in Amsterdam een bootje huurden en een patatje aten. Als dorpeling sta je toch wel even te kijken in Amsterdam. Wat een leven in de brouwerij! Het was wel leven, maar niet zoals wij het kennen. Normale mensen kom je er vrijwel niet tegen. Pluk een willekeurig persoon van de straat, zet hem in Vaassen en hij valt op. Ik kijk tenminste op van twee Marokkaantjes ’s avonds laat die om de vijf meter een vreemde gil geven, alsof ze een ander riepen, en zich niks aantrokken van het andere publiek. Ook keek ik op van de vreemd lopende neger met ontbloot bovenlijf waar ze tegenaan liepen, en even om elkaar heen draaiden alsof de rangen moesten worden bepaald. De vreemd lopende neger met het ontblote bovenlijf bleef natuurlijk stil staan bij onze groep van tien personen, duidelijk niet onder de indruk van onze meerderheid, terwijl wij dachten: laten we ons maar gedeisd houden. Hij liep vreemd door. De mensen zijn echter over het algemeen wel gastvrij, want ik werd diverse malen gewenkt door een mevrouw die me haar sfeervolle huis wilde laten zien.

Afgezien van het vreemde volk, is Amsterdam wel een prachtige stad. Vooral gezien vanaf een bootje op de gracht. Oké, er ontploft eens een woonboot, maar de grachtenpanden staan er strak bij. En er staan werkelijk schitterende gebouwen, maar u bent er waarschijnlijk vaker geweest dan ik, want dit was misschien de vijfde keer dat ik in Amsterdam was. Al met al had Wim Sonneveld misschien toch wel een beetje gelijk toen hij zong dat Amsterdam de mooiste stad van het land is. Al kan een geboren Utrechter zoiets natuurlijk niet maken.

Kinderwagen

Wij probeerden vandaag een pracht van een kinderwagen te verkopen. Voor een spotprijs en we hadden er eerlijk bij vermeld dat het voorwiel soms niet helemaal goed draaide. Een vriendelijke Turkse vrouw die vol verwachting zat, kwam met haar bijna volwassen dochter en haar man een kijkje nemen. Ze waren enthousiast omdat de kinderwagen geheel compleet was en er nog zo goed uitzag. Ze probeerden nog wel af te dingen, maar de prijs was al besproken, dan wordt het een principekwestie. Maar goed, de afgesproken prijs was ook niet echt een probleem, maar toen het gesprek op het voorwiel kwam begon ze te twijfelen. Haar dochter en haar man zagen het probleem niet zo, maar goed, zij moet er mee rijden. Ik verzekerde haar dat er niet iets bewust kapot was, dat het waarschijnlijk een afstelling was of iets dergelijks. Maar ze zag er vanaf. Haar goed recht.

Dus nu heb ik olie in het voorwiel gespoten, hij draait weer als een kermisattractie en nu staat hij voor de dubbele prijs op MP. Nog steeds een stuk goedkoper dan vergelijkbare kinderwagens, maar met die stijgende olieprijzen moesten we wel.

Meesterwerk

Veel mensen zullen het al wel gelezen hebben, het boekje “Taal is zeg maar echt mijn ding” van Paulien Cornelisse, maar ik ben er net in begonnen. Ik herken het als een meesterwerk, te vergelijken met Das Kapital of met The General Theory of Employment, Interest and Money. Want Paulien doorziet wat er gaande is en verstaat de kunst het ook zo op te schrijven dat het voor de lezer duidelijk is. Haar theorie gaat over de taal, maar meer nog over de psychologie erachter. Over wat iemand nu echt bedoelt als hij bijvoorbeeld in een discussie zegt: “grappig dat u dat zegt.” Namelijk dat het verre van grappig is, integendeel. Ik ben behoorlijk uit het veld geslagen door wat u zojuist zei, maar ik noem het grappig om me eruit te redden.

Zo staat het boekje vol met interessante observaties. Voorbeelden van woorden die oorspronkelijk een andere betekenis hadden maar op een gegeven moment door iemand opgewaardeerd zijn tot de nieuwe betekenis. Bijvoorbeeld dat oké tegenwoordig ja betekent in plaats van dat je het er mee eens bent. Dus als iemand een verhaal vertelt dan kun je achter elke zin “oké” zeggen ten teken dat je het verhaal aan het volgen bent. Het ligt er dan nog aan hoe je het uitspreekt want het kan ook juist betekenen dat je het niet met iemand eens bent als die een gewaagde uitspraak doet. Okeeeejjj??!!

Ik zou zeggen, lees dit ontmaskerende boek. Nee, bestudeer het en help mee van Nederland weer het land te maken zoals het ooit bedoeld was, namelijk het land van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Please cross the line

Er zijn soms van die programma’s die je ogen openen. Over de streep van de KRO is er zo een. Over scholieren die ogenschijnlijk scholier zijn, maar in wier hoofd en verleden veel speelt. Als weinig anderen weet ik hoe het is om een masker te dragen. Een masker dat je kwetsbare kant verbergt voor je medescholieren omdat met hen nu eenmaal alles goed gaat. Hun leven was één grote facebookpagina, al zat Mark Zuckerberg nog in de luiers. En dus moest je meedoen aan die facebookpagina om niet al bij voorbaat buiten de boot te vallen. Je zou immers marinier worden, straaljagerpiloot of algemeen directeur zoals dat toen nog heette.

Het zou mij best geholpen hebben als iemand had ingegrepen. Als iemand in de gaten had gehad dat ik toneel speelde. Of dat ik loog als ik zei dat mijn vader ook ergens werkte. Het zou heel wat onzekerheid, eenzaamheid en angst hebben gescheeld. Over de streep haalt figuren als ik er feilloos uit. Maar niet om ze te vernederen, vooral om te laten zien dat je niet de enige bent. Dat was toch wel de grootste fout die ik maakte, te denken dat ik de enige was en dat de rest geen toneel speelde.

Het masker heb ik al lang niet meer. Ik begreep op zekere dag dat het leven niet zonder dalen verloopt. En dat het stukken beter gaat als je jezelf bent. Het is zo’n cliché, maar ook zo’n diepe valkuil.

Thank you, please return.

Mack komt overal te laat achter (20)

Op zijn verjaardag in mei kreeg Hans het spelletje “Wie is het?” Dat wil hij vaak voor het slapen gaan met mij spelen. Het wordt gespeeld met twee personen en het gaat als volgt. Elke speler heeft een plastic rekje waar alle kaartjes in gedaan kunnen worden. Elk kaartje gaat in een houdertje op het rek en alle houdertjes kun je rechtop zetten en neerklappen. In het begin staan alle kaartjes rechtop en je moet door middel van vragen stellen te weten zien te komen welk kaartje de ander heeft. Je vraagt bijvoorbeeld: “heeft jouw figuur een snor?” en als het antwoord ja is klap je alle kaartjes met figuurtjes zonder snor neer. Heeft u het? Uiteindelijk hou je dan één rechtopstaand kaartje over, en dat zou dan het figuurtje moeten zijn dat de tegenstander heeft. Uiteraard is het de bedoeling wie het eerst raadt welk kaartje de ander heeft.

Hartstikke leuk, maar ik vind het irritant. Want Hans wil vaak nog een spelletje doen maar omdat het kaartje uit het houdertje valt op het moment dat je het neerklapt, moet je daarna bij het opbouwen weer alle kaartjes in de houdertjes doen. Het zijn er ongeveer 25, dus het opbouwen duurt langer dan het spelen. Voor Hans geen probleem, want die rekt zijn bedtijd, voor mij wel, want ik heb nog andere dingen te doen.

Vanavond zat ik te denken om die kaartjes eens vast te lijmen. Zodat je ze niet elke keer opnieuw in het houdertje hoeft te doen. Ik bekeek het houdertje om te zien of het mogelijk was en ik drukte op het kaartje. “Klik” zei het kaartje, en het zat vast. Daar kom ik dan achter, vijf maanden later.

Ik kwam tot inkeer.

Er is iets aparts met vrouwen. Zonder vrouwen zou deze planeet ten dode zijn opgeschreven. Zelfs als mannen zich voort zouden kunnen planten zonder vrouw, dan nog zouden zeer weinig mannen het hier naar hun zin hebben. Oke, eerst zouden ze schreeuwen van blijdschap net als in de Heinekenreclame, maar al spoedig zouden ze ontdekken dat er niks meer te bereiken valt. Dat de eigenwaarde niet meer gesterkt wordt. Toch willen we (mannen) daar niet aan en houden we de vrouwen klein. Het lukt ons al niet meer als ze erbij zijn, daarom doen we het achter hun rug, als ze het niet horen. Dan leven de oerinstincten op zijn we het roerend met elkaar eens. Een gezamenlijke vijand schept een band. Soms vallen we elkaar huilend van geluk in de armen. Maar dat is slechts een korte genoegdoening. De werkelijkheid is dat ze ons kunnen laten doen wat ze willen. En ik heb wel eens gehoord dat ze ons in de waan laten dat we iets voorstellen. Het zal wel. Ik vind dat ik wel degelijk een functie heb. Ik ben de vader van mijn kinderen en mijn functie is dat zij dat zo zien. Het duurt voort totdat ze me niet meer nodig hebben en als ik het goed gedaan heb, gedogen ze mij daarna. En vroeger was ik een veelbelovend zoontje, net als Hans nu. Dus mannen hebben functies in bepaalde levensfases.

Daar staat tegenover dat vrouwen uncool zijn en geen humor hebben. Een beetje cabaretier is een man, en een beetje rocknummer wordt door een man gezongen. En het liefst een man met een ruwe stem, zodat het lijkt alsof hij heeft moeten vechten voor zijn overleving. Alsof hij in zijn leven alleen maar overwinningen heeft behaald en die heeft gevierd met liters sterke drank.

En toch, heel soms, zingt een vrouw een nummer dat de stoerheid van mannen doet verbleken. You’re so vain en Like the way I do zijn daar voorbeelden van. En deze natuurlijk. Toen ik het voor het eerst hoorde, werd het gelijk keihard in mijn onuitwisbare geheugen geponst en vanaf dat moment wist ik dat met vrouwen niet te spotten valt. Ik kwam er vrij laat achter.