Op zijn verjaardag in mei kreeg Hans het spelletje “Wie is het?” Dat wil hij vaak voor het slapen gaan met mij spelen. Het wordt gespeeld met twee personen en het gaat als volgt. Elke speler heeft een plastic rekje waar alle kaartjes in gedaan kunnen worden. Elk kaartje gaat in een houdertje op het rek en alle houdertjes kun je rechtop zetten en neerklappen. In het begin staan alle kaartjes rechtop en je moet door middel van vragen stellen te weten zien te komen welk kaartje de ander heeft. Je vraagt bijvoorbeeld: “heeft jouw figuur een snor?” en als het antwoord ja is klap je alle kaartjes met figuurtjes zonder snor neer. Heeft u het? Uiteindelijk hou je dan één rechtopstaand kaartje over, en dat zou dan het figuurtje moeten zijn dat de tegenstander heeft. Uiteraard is het de bedoeling wie het eerst raadt welk kaartje de ander heeft.
Hartstikke leuk, maar ik vind het irritant. Want Hans wil vaak nog een spelletje doen maar omdat het kaartje uit het houdertje valt op het moment dat je het neerklapt, moet je daarna bij het opbouwen weer alle kaartjes in de houdertjes doen. Het zijn er ongeveer 25, dus het opbouwen duurt langer dan het spelen. Voor Hans geen probleem, want die rekt zijn bedtijd, voor mij wel, want ik heb nog andere dingen te doen.
Vanavond zat ik te denken om die kaartjes eens vast te lijmen. Zodat je ze niet elke keer opnieuw in het houdertje hoeft te doen. Ik bekeek het houdertje om te zien of het mogelijk was en ik drukte op het kaartje. “Klik” zei het kaartje, en het zat vast. Daar kom ik dan achter, vijf maanden later.