In mijn streven om na de sensationele overwinning van Turkije op Tjechië (u weet nu hoe de toeter van een Kadett klinkt) over iets anders dan over voetbal te loggen, stuitte ik tijdens een zoektocht op nu.nl op het bericht dat er in de Bondsrepubliek weer wolven in het wild leven. Da's nog maar 1 land van ons vandaan!
En juich ik dit toe? Jazeker! Al vanaf dat ik een adolescentje was pleit ik voor de terugkomst van de wolf in Nederland. Wij zijn qua wilde beesten het meest belachelijke land ter wereld. Elk zichzelf respecterend land heeft een gevaarlijk dier in z'n bossen/oerwouden/steppen/toendra's rondlopen. En wat hebben wij? Een leeuw in een blauw pak. Wilde zwijnen die levensgevaarlijk zijn als ze jonkies hebben. Laat me niet lachen. Een zwijn met jonkies is nog schuwer dan een marsmannetje.
Dus van mij mag die wolf doorstoten naar Nederland. En de linx en de poema mogen ook komen. En dwaallichtjes! En de strenge winters moeten weer terug. En ik wil een groot stuk van Duitsland erbij. Staatsbosbeheer mag opgeheven worden. Het bos beheert zich zelf maar. Het wordt er betreden op eigen risico. Want we dutten in met z'n allen. Onze zintuigen zijn geen schim meer van 100 jaar geleden. We zitten onderuit gezakt voor de TV! Of achter de computer te niksen. We rijden het liefst dieselautomaten! Wij noemen varkens lui!
Ik wil weer kunnen zien in het donker. Mijn oren kunnen draaien in de richting van geluid. Ik wil het verschil tussen broccoli en bloemkool weer kunnen proeven. Tussen Hollandse nieuwe en tentharing! De komst van de wolf wordt mijn redding. Wolvengehuil wil ik horen!
