Mijn moeder werd op haar 38e ineens grijs. Of beter gezegd, wit. Nu had zij daar destijds ook alle reden toe, dus niemand nam het haar kwalijk en bovendien dachten sommigen dat ze haar haar blondeerde. Maar dat was niet zo. Nu ben ik 41 en de grijze haren komen er langzaam maar zeker door. Ik geef het nog een jaar of twee, en dan is het gebeurd. Alhoewel ik nog wel één hoop heb, want ik zag laatst een foto van mijn achterhoofd en constateerde dat het gedaan is met mijn kale plekje. Dus het is een wedstrijd tussen grijs en kaal. Het is triest mensen, het is triest.
Dus ja, nu het definitief voorbij is met mijn looks, ga ik me maar een beetje midlife gedragen denk ik. Dus dan gooi ik gewoon alle schroom van mij af en ga net doen of ik berust in de situatie. Alsof het leven ook nog harstikke fijn is als je bejaard bent. Oh, daar schoot ik ineens van midlife naar bejaard, dat is nu ook weer niet de bedoeling. Ik kan beter een voorbeeld nemen aan mijn opa van mijn vaders kant, dat is nooit een oude man geworden ondanks dat hij 91 werd. Bleef harlopen tot zijn ’80e en liep op de camping altijd in korte broek en groette alle Fransen met: messieurs-dames. Mijn andere opa, van moeders kant, aan wie ik mijn kaalheid te danken heb want verder komt het in mijn familie niet voor, bedankt nog, was ook altijd een charmante man, alleen zou die nooit in korte broek zijn gaan lopen. Die droeg altijd een stropdas en maakte grapjes. Dat deden ze trouwens allebei graag, mijn opa’s. De een wat subtieler dan de ander, maar scheetgrapjes deden het bij allebei goed. Da’s dan toch weer jammer. Daar hoef je bij mij niet mee aan te komen.

Goed, dan zet ik daar maar op in. Dat ik een charmante oude man word. Die graag een romantische foto van een verliefd stelletje verpest door er pontificaal voor te springen. U kunt mij huren.