Ik moet altijd een klein beetje lachen om bepaalde types van het mannelijk geslacht. Een ervan is de bodybuilder met zijn opgepompte lichaam. Jarenlang traint hij, smeert zich in met olie, eet vetarm en neemt stiekem spierversterkende middelen met als eindresultaat: dat ik er in mijn zwembroek gewoon stukken aantrekkelijker uitzie dan hij.
Nog zo'n type waar ik altijd een beetje om moet lachen, is de eind-dertiger met veel te lang blond krullend haar, die onverschillig probeert te lijken. Wél het surfkapsel maar niet de plank. (board, sorry). 's Ochtends staat hij een half uur voor de spiegel in een ultieme poging zijn haar zo neer te leggen dat het lijkt alsof hij er niks aan heeft gedaan, met als eindresultaat: dat mijn haar er gewoon stukken onverschilliger uitziet dan dat van hem.
En het laatste type waar ik stiekem altijd een klein beetje om moet lachen is de mannelijke rosé-drinker. Maar omdat ik vermoed dat dat allang geen minderheid meer is, en dat er zelfs onder mijn lezers zich misschien wel een exemplaar bevindt, zeg ik daar verder niks over.