In mijn niet aflatende strijd tegen de commerciëlen van deze wereld voerde ik vanmiddag weer eens een discussie met een directeur en een reclamejongen. Zij blazen zichzelf op als een hete-luchtballon, dus aan mij de taak om die wat lager te laten vliegen. Ooit zal ik ze lekker laten kletsen, maar voorlopig nog niet. "Kijk jongens," zei ik. "Jullie doen nu wel vreselijk ingewikkeld en gebruiken veel interessant klinkende Engelse woorden, maar dat gaat bij mij niet werken hè?. Dat vage gedoe van jullie dat kan iedereen. Ik kan ook zo hier aan tafel een idee verzinnen waarmee je financieel binnenloopt. Geen probleem."
Nou, dat vinden ze natuurlijk niet leuk dus ik werd uitgedaagd. Dus ik dichtte in een paar minuten een gat in de markt. Een doodskist met een alarmknop. Want is het niet ieders grootste angst om na een week schijndood te zijn geweest, onder de grond wakker te worden en te beseffen dat je in een doodskist ligt? Dat gebeurt minimaal één keer per jaar ergens ter wereld hoor. En dan heb ik het alleen nog over degenen die gered worden. Ha, je zag mijn opponenten verzuren. Gingen ze me heel flauw allemaal vragen stellen over de praktische uitvoerbaarheid, maar dat loste ik op met een call-centre ergens in het midden van het land waar iemand 24 uur per dag aanwezig was om eventuele alarmsignalen op te vangen. Nou ja, het komt hier op neer: ze hadden er gewoon niet van terug en omdat geen van tweeën ooit in iets anders geïnteresseerd was dan geld, snapten ze mijn technische uitleg ook niet.
Dus, wat krijg je dan? Twee gefrustreerde commerciëlen die op hun vakgebied zomaar even afgetroefd worden door de eerste de beste boekhouder, dat gaat natuurlijk wringen. Dus ze vormden een pact en startten een uitlachoffensief. Ik zei: "lach maar jongens, maar ik rij hier binnenkort met een Spyker het terrein op."
Nog meer hoon. Maar goed, toen hadden ze ineens erg veel haast om weg te komen en trokken zich terug in de kamer van de directeur. In het voorbijlopen hoorde ik: "Hallo? Spreek ik met het patentenregister?"