34/34

Mensen, ik moet u wat opbiechten. Ik ben bang dat ik de afgelopen jaren een iets te grote broek heb aangetrokken. Dat zit zo. De broeken van tegenwoordig zijn niet meer wat ze vroeger waren. Ze knellen of ze slobberen, maar passen doen ze niet meer. Zo komt het dat mijn laatste paar spijkerbroeken, of wat daar tegenwoordig allemaal onder valt, de maat 36/34 hadden. In de paskamer passen die, maar eenmaal thuis zakken ze van je kont af. Volgens de verkoper is dat niet erg en hoor je er een riem bij te dragen. Maar het is wel erg want je loopt de hele dag te hijsen. Soms even niet maar dan ben je blauw aangelopen omdat je riem te strak zat.

Vandaag liep ik een winkel binnen en vroeg iemand van het personeel mij bij te staan. Hij vroeg welke maat ik had. Ik zei, 36/34 maar ik wil wel een model dat niet steeds afzakt. Waarop hij zei dat ik 34/34 had. My kinda man! Hij vertelde dat hij een broek aan had waarmee hij twee weken niet kon fietsen omdat die ingefietst moest worden. En dat dat waarschijnlijk ook mijn probleem was. Hij smeerde mij twee 34/34-ers aan en ik moet zeggen dat ik tevreden ben. Je ziet nu weer dat ik kakimoe bagoes heb. Het blijft wel een broek van na 1998 dus als ik buk wordt het buiten donker, maar goed, kleinigheidjes hou je.

Zinloos.

Linda en ik kennen elkaar nu langer dan 10 jaar. Als je onze hersenscans van toen tegen die van nu zou afzetten, sorry het is de invloed van prof. Swaab, dan zou er volgens mij wat opvallen. Linda’s neuronen legden 10 jaar geleden vooral verbindingen van rechts naar links, en de mijne van links naar rechts. In die tien jaar zijn we erg naar elkaar toegegroeid. Mijn neuronen gaan nu ook van rechts naar links.

Je kunt het ook duidelijk aan m’n ogen zien. Ik heb nu een ijskoude blik, en ik zeg onverschillige dingen. You talk the talk, but do you walk the walk? Ik bedoel maar. Dat zou ik vroeger nooit gezegd hebben. Ook mijn muzieksmaak is veranderd. De onuitputtelijke basis van alles -Elvis- is gebleven, maar waar ik vroeger meer richting Carpenters ging, ga ik nu meer naar death metal. Heeft u de laatste van Napalm Death al gehoord?

Ja, ik moet oppassen dat ik niet té onverschillig word, want dingen moeten er wel toe blijven doen natuurlijk. Niet dat ik hier straks ga verkondigen dat het leven toeval, en het bestaan zinloos is. Welnee. Je bent er nu eenmaal, en het heeft geen enkele zin om dat zinloos te gaan zitten vinden. Want ja, wat schiet je nu helemaal op, met die beslissing? Helemaal niks, want in een zinloos bestaan kun je per definitie niet opschieten. Bovendien is het een beetje respectloos naar de evolutie. Want de evolutie heeft er toch heel wat langer over gedaan dan God, om tot hetzelfde resultaat te komen. Bovendien is de evolutie nog lang niet klaar. Zij zal dan ook zwaar beledigd zijn, als haar levenswerk zinloos gevonden werd. Ik zet dus nog een plaatje van the Carpenters op.
http://www.youtube.com/watch?v=-A3TuZ75iBw&feature=related

Het zijn altijd jongens

Ik heb denk ik één of twee jaren gehad dat ik de vuurwerkkoorts had. De vuurwerkkoorts heb je als je op andere dagen dan 31 december de onbedwingbare behoefte hebt om rotjes te knallen. Ik kocht toen voor een vermogen, misschien wel dertig gulden, rotjes. Ik herinner me wel dat ik het had, maar het gevoel herinner ik me niet. Het is een typische jongenskwaal. Sommige jongens genezen, anderen hebben het op hoge leeftijd nog. Hoe harder de knal, hoe beter. En hoe groter de impact van de ontploffing, hoe meer dopamine er in de hersenen wordt aangemaakt.

Ik koop al jaren geen vuurwerk meer. Van mij mag het allemaal ontploffen. Ik heb al mijn vingers nog en daar hecht ik aan. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik soms nog wel van vuurwerk kan genieten. Als een mafkees het afsteekt bijvoorbeeld.

http://www.youtube.com/watch?v=oG8fXcWbVwA&feature=related

Held

Een “collega” (geen echte) neemt altijd de telefoon op met “lieverd”. Tenminste, als het zijn vrouw is. Ikzelf zeg altijd “hoi” als het Linda is, maar mijn collega’s wilden weten welke koosnaampjes ik gebruik. Ik kan daar kort over zijn, geen. Gewoon Linda. Linda wil mij nog wel eens iets noemen, afhankelijk van haar bui, maar als ze Mack zegt is er meestal iets aan de hand. Gelukkig noemt ze me nooit Mack.

De lieverdzegger is een metroman met een gladde schedel, en een vrij onzeker type dat zijn onzekerheid overschreeuwt. Dat moet hij natuurlijk geheel zelf weten, maar ik deel zijn verhalen altijd maar door twee. En soms wijs ik hem op een onvolkomenheid in zijn relaas, waar hij zich altijd weer uit weet te redden. Hij is ook duidelijk de man in huis. Zijn vrouw is de afhankelijke die allang niet meer in leven zou zijn zonder zijn wijze raad. Hij vertelde vandaag in de pauze -elke dag heeft hij wel iets- dat er tijdens de zwangerschap van zijn vrouw een wespennest in de tuin zat, en dat hij tegen zijn vrouw zei: alles goed en wel, maar jij gaat in de voorkamer slapen in jouw zwangere toestand. Hij redde haar en de ongeborene dus van een eventuele wespensteek. Zijn vrouw gehoorzaamt hem. Als ik het op die manier zou brengen zou Linda juist expres in de achterkamer gaan slapen. Met het raam open en fles ranja op haar nachtkastje.

U leest het waarschijnlijk wel tussen de regels door; ik ben jaloers. Ik wou dat ik mijn vrouw zo afgericht had dat ik dit soort epen over de lunchtafel kon blazen. Maar nee, dat is niet zo. Bij ons zijn we gelijkwaardig, zolang we tenminste geen meningsverschillen hebben.

Als de pauze voorbij is haalt een andere collega altijd koffie. Hij zegt dan: “ik zal ook even koffie voor die kale halen, want die zal wel een droge bek gekregen hebben van al die sterke verhalen.”

Strikt genomen ben ik er één.

Tja, wat kan ik hierover melden? Het is mijn zwager en mede-Elvisfan, en we kunnen het goed vinden. Nee, dat is zwak uitgedrukt, wij houden van elkaar, dat zie je zo. Wij hebben elkaar ook nodig in de strijd tegen twee kooplustige zussen, die ons nog wel eens van homofilie beschuldigen, maar dat is zonder dat zij de betekenis van het woord kennen. Want homofilie betekent vriendschap met een persoon van je eigen geslacht en moet dus niet verward worden met homosexueel of met platonische homo. Tenminste, volgens Wikipedia. Tijdens een motorweekend deelden we het bed, zonder elkaars temperatuur op te nemen. Hij links, ik rechts. We zongen Blue Christmas van Elvis. Ik deed de leadvocals, hij de backingvocals. Omdat hij nu eenmaal hoger komt. ’s Ochtends speelden we trompet. Ach ja, zwagers…je krijgt ze erbij.

Betrokkenheid

Vroeger was ik feller. Tegenwoordig iets meegaander. Ik verzette mij altijd tegen commerciële feesten als Valentijnsdag en Halloween, ook omdat er al genoeg negatiefs over komt waaien uit Amerika. Maar natuurlijk, je bent als mens zelf verantwoordelijk voor hoe je je laat beïnvloeden, en bovendien moet je ervoor waken dat je geen oude zever wordt. Daarbij zijn sommige dingen toch onomkeerbaar dus dan kun je beter meebuigen. Dus, ik heb een doodskist in elkaar getimmerd en die zet ik in de voortuin. Ik schmink mijn gezicht wit, mijn ogen en lippen zwart en giet wat ketchup over me heen. Een paar Draculatanden doen de rest. Voor het donker wil ik erin liggen, en elke keer als de bel gaat open ik het piepende deksel en vraag op holle toon: U wenst, kindertjes der duisternis? Nee, ik vind inderdaad best dat ik eens wat meer betrokkenheid moet tonen.

Spontaan

Daarnet ging de telefoon. Wij zaten TVOH te kijken in de herhaling. Wij hadden het gisteren gemist vanwege een spetterend personeelsfeest. Een vroeger buurmeisje van me deed mee, dus dat wilde ik wel even zien. En al deed ze niet mee, dan nog. In elk geval, de telefoon. Het was Linda’s zus. Die kon geen woord meer uitbrengen van het lachen. Op de achtergrond hoorde ik mijn zwager over de grond rollen. Hihihihi, zo lacht hij. Het duurde een paar minuten voor ze kon uitbrengen waarom ze zo moest lachen. Ik had het kunnen weten. De Jostiband.

Zaterdag

Op zaterdagochtend gaan onze twee kinderen al alleen naar beneden. Dat is fijn. De oudste kan zelfs drinken inschenken voor de jongste. Het probleem is dat de jongste vaak warme melk wil, en de oudste niet met de magnetron om kan gaan. Toen wij een uurtje later beneden kwamen en Tammar haar beklag deed dat ze koude melk had gekregen in plaats van warme, was het verweer van Hans dat-ie niet wist waar de warme melk stond.

Zaterdagavond was het steengrillen. Ik kan daar het volgende over zeggen. Voor het beste resultaat kun je het beste steengrillen bij een ander. Zodat zijn huis een dag later nog meurt in plaats van het jouwe.

De eerste mens die duizend wordt

Vanochtend stond er in onze krant een foto van een man die morgen 100 wordt. Hij oogde nog jong. Linda gaf hem zeventig, ik tachtig. Mensen worden steeds ouder. Eergisteren stond er in de krant een berichtje over een professor die beweerde dat de eerste mens die duizend jaar oud wordt reeds onder ons is. Nu is professor geen beschermde titel, maar toch. Uiteraard gaan we deze professor niet serieus nemen en heel hard uitlachen. Maar toch moet je daarmee uitkijken. Want vroeger werden ook mensen uitgelachen die beweerden dat de aarde rond was. De betreffende professor beweerde dat we het door de medische vooruitgang kunnen gaan redden, 1000 jaar. Kwestie van versleten onderdelen vervangen. De pensioenleeftijd van 67 vond hij dan ook maar niks.

Ikzelf lees zo’n bericht en vraag me maar één ding af. Wie van ons is het, die duizend gaat worden? Niets ten nadele van u, maar ik vind eigenlijk dat ik er het meeste recht op heb. Niet omdat ik de beste ben, maar omdat ik met het idee kwam.