Kernwasser Wunderland.

Gisteren om deze tijd was ik enorm ziek. Een aanval van dunne stoel die gisteren om iets voor vijven begon, en die duurde tot ’s nachts. Daarna was de aanval afgeslagen maar de angst zat er toch nog goed in. Speciaal omdat ik vandaag in Kernwasser Wunderland (Kalkar) rondliep, ter gelegenheid van de 66e verjaardag van mijn moeder. ’s Ochtends ontbijtkoek en thee, s’ middags rijst en kippensoep maar daarna kreeg ik al snel meer zelfvertrouwen en kon ik weer grapjes maken. En nu is alles weer normaal, op wat pijn na, gisteren voelde het alsof er een waterpomptang in de meest wijde stand in mijn bips zat. Dat was overigens niet zo, want hij zat gewoon nog in mijn gereedschapskist.

Dat Kalkar is trouwens apart. Een gigantisch lelijke oude kerncentrale waar een pretpark van gemaakt is. Het was niet zo dat alles er vanzelf licht gaf want de kerncentrale is nooit in gebruik genomen. De Nederlander Hennie van der Most heeft het daarna voor een prikkie gekocht en is er een pretpark gestart. Best een grappig pretpark want je kunt er gratis friet, frisdrank en ijs krijgen. Tenminste, nadat je de entreeprijs hebt betaald.

Je ziet het in Frankrijk ook, kernreactoren die vlak aan de grens met het buurland staan. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de gedachte die daar achter zit, is dat in geval van een kernramp, misschien de wind gunstig staat zodat de buren de nucleaire ellende over zich heen krijgen in plaats van het eigen land. Maar misschien is dat vergezocht. Ik ben in elk geval blij dat dat ding nooit in gebruik is genomen, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, tenslotte.

The handyman can.

Volgens mij heb ik het voor elkaar. Mijn vrouw is eindelijk trots op mij. Normaal deed ik alleen de vanzelfsprekende dingen, zoals ’s avonds de deuren op slot doen en ’s ochtends de krant van de mat pakken, maar nu ben ik twee weken in de weer geweest op de kinderkamers. Het resultaat mag er best zijn. Goed, we hebben een behanger ingehuurd en mijn schoonvader bood zich spontaan aan om een bed en een kast in elkaar te zetten, maar die pop heb ik wel zelf in die pose gezet. Dat is dus niet Tammar. En die kale is niet mijn schoonvader.


Zie mij eens in de weer met mijn nieuwe waterpas!

De humor van Yukiko

Wij waren op het jaarlijkse offerfeest bij Yukiko, alwaar het steevast de bedoeling is dat ik geofferd word aan de maan. Gelukkig is Yukiko geen echte heks, maar wel een kruidenvrouwtje zoals Klazien uut Zalk. Zo kent ze van alle planten in haar tuin de naam en weet ze precies welke eetbaar zijn en welke giftig. Op zich al raar, wij weten gewoon dat geen enkele plant uit onze tuin eetbaar is, al denkt ons geleende konijn daar anders over.

Van Yukiko leerde ik dat het in de natuur zo is dat als er ergens een giftige plant staat, dat er dan in een straal van vijf meter om die plant, een plant met het tegengif staat. Bijvoorbeeld in de buurt van een brandnetel groeit een dovenetel of weegbree. Heel interessant natuurlijk want ik wist niet eens dat je iets kon doen aan brandnetelprik, behalve de rit uitzitten.

Ze gaf me een rondleiding langs wat bloemen en vertelde wat het was. Bij een school oranje bloemen zei ze dat je die kon eten. Indische kers of iets dergelijks. Ik ben natuurlijk niet van lotje getikt en trapte er niet in. Totdat ze het voordeed. Ze at een oranje bloem, de heks! “Vast een truc,” dacht ik nog totdat ze ook een bloem gaf aan haar jongste kind. Toen vond ik dat ik het ook wel kon proberen en ik at een oranje bloem. Het smaakte een beetje vreemd, eigenlijk zoals alle bloemen die ik als kind at vreemd smaakten. Volgens Yukiko heel gezond, en ze vertelde me ook dat paardenbloemen eetbaar waren. Maar ik zie mezelf nog niet in een wei staan grazen.

Twee minuten later begon ze te lachen en zei dat ze als wij weg waren, tegengif zou toedienen aan haar zoontje en zichzelf. Dus toch een heks.

Oproep tot massamoord.

Wie oh wie is de uitvinder van de bromvlieg en wat heeft dat irritante beest in hemelsnaam voor functie in dit aardse rijk? Want wat kan een vlieg eigenlijk? Op je gaan zitten en irritant door de kamer vliegen. Verder niks. Ik kan geen enkele nuttige functie van een bromvlieg verzinnen. Als een beest geen functie heeft, dan roepen biologen dat hij troep opruimt. Pertinent niet waar! Vuile communistische leugens! De troep moeten wij nog steeds zelf opruimen, vliegen maken het alleen erger. Of ze poepen erop, of ze gaan dood en leggen hun lichaam ondersteboven in de vensterbank. Compleet nutteloos zijn ze, en irritant, dus daarom moeten ze uitgeroeid.

Wat kan er nu moeilijk zijn aan het uitroeien van de bromvlieg? Als u allemaal even meehelpt? Ik mocht van Linda niet van die plakrollen aan het plafond hangen, want dat vindt ze vies. Terwijl het juist heel hygiënisch is, want als je vuil op één plek verzamelt, dan is dat hygiënischer dan dat je het overal neerlegt. Denk aan de uitvinding van het de w.c en van de vuilnisbak. Ik vind dus dat u massaal de vliegenmepper moet hanteren. Elke dag mept u elke vlieg die u ziet plat. Een vlek op de muur, meer mag er niet van overblijven van deze treiteraar des overige schepselen. Bovendien krijgt de bromvlieg dan nog eenmalig een functie, namelijk lichaamsbeweging voor de mens.

Mocht de bromvlieg dan toch nog enig nut hebben in de vorm van spinnenvoer, dan voeren we de spin na de complete uitroeiing wel bij. Hebben we een deal?

Het Higgs-deeltje

Nou, het is eindelijk gevonden, het Higgs deeltje, ook wel het Goddeeltje genoemd omdat het een ontbrekende schakel was in een standaardtheorie en mogelijk de oplossing voor alles geeft. Het Higgsdeeltje moest bestaan omdat andere deeltjes volgens die theorie geen massa hebben. Omdat het boerenverstand daar anders over dacht en diverse proeven ook uitwezen dat veel voorwerpen naar beneden vielen in plaats van naar boven, werd het Higgsdeeltje verzonnen. In plaats van toe te geven dat de theorie verkeerd was en aan de andere deeltjes massa toe te schrijven…nee, dat zou te simpel zijn. We maken er een deeltje bij dat onzichtbaar is en dat alles verklaart en dat niemand kan zien. Nou ja, een select groepje deeltjesonderzoekers in Zwitserland dan, die wel. De boodschap wordt wijd verspreid en het Higgsdeeltje wordt overal ter wereld aanbeden. Want dit deeltje geeft andere deeltjes massa dus Sonja Bakker kan wel inpakken. Overgewicht bestaat helemaal niet, zonder Higgs deeltje zou niemand overgewicht hebben. Met deze blijde boodschap trekt het onderzoeksteam de wereld in. 6 / higgs =2, Eureka! Higgs moet drie zijn!

Nu kun je erop wachten dat over niet al te lange tijd een groep wetenschappers zich afkeert van het onderzoeksteam van CERN omdat ze vinden dat de Higgstheorie niet goed uitgelegd wordt. Niet veel later bestormen ze het CERN-hoofdkwartier en slaan daar alles kapot en beginnen hun eigen Higgsafdeling. Nee, het gaat ons niet veel goeds brengen, dat Higgsdeeltje. Waarschijnlijk beginnen in de toekomst alle oorlogen erom.

Pinkeltje

Pinkeltje is een heel klein mannetje, niet groter dan een eenjarige koe, hij is heel oud, hij kan met de dieren praten en geen mens heeft hem ooit gezien behalve Dick Laan. Dick Laan is de schrijver van het verhaal Pinkeltje, maar het is geen verzonnen verhaal. Pinkeltje bestaat namelijk echt want regelmatig brengt hij Mijnheer Dick Laan een bezoek en vertelt hem zijn avonturen.

Het is natuurlijk een leuk grapje van Dick Laan, maar het had wel vérstrekkende gevolgen. Want je verzint een figuur en daarna doe je alsof hij echt bestaat. Dat is nog onwaarschijnlijker dan dat iemand beweert dat hij de zoon van Elvis is. Na Dick Laan volgden enkele beroemdheden zijn voorbeeld door zichzelf een rol toe te delen in hun eigen verhaal. Ik noem een Hitchcock, een Tarantino, een Stephen King.

Pinkeltje echter, gaat zijn eigen gang. Al neemt de natuur nog wel eens een loopje met hem en komt hij op plekken waarvan hij helemaal de bedoeling niet had om heen te gaan. Maar aan de andere kant, is dat niet kenmerkend voor avontuur? Dat je komt op een plek waarvan je het bestaan niet wist? Hieruit volgt dat aardrijkskundeleraren de minst avontuurlijke mensen ter wereld zijn. En mensen die hun dagen slijten in het dorp waar ze geboren zijn, zijn echte avonturiers als ze een keer naar de stad gaan. Gevoelsmatig vergelijkbaar met Columbus, die Amerika ontdekte. Geschiedenisleraren roepen dan gelijk dat Columbus Amerika niet ontdekt heeft, maar dat de Vikingen dat al eeuwen voor hem deden. Kan zijn, maar dat staat niet in de weg dat Columbus Amerika ook ontdekt heeft.

Kortom, avonturisme is in the eye of the beholder. Pinkeltje die uit zijn muizenhol komt. De baby die geboren wordt. De mens die sterft. Een nachtdier dat overdag waakt. Avontuurlijk zijn de onwetenden.

The reflex

Vandaag waren we op een feestje van mijn schoonzus en zwager, ter gelegenheid van hun 12,5 jarige huwelijk. Het was een feestje met activiteiten, daar hou ik van, want iedereen is ’s avonds dan zo uitgeput dat niemand het meer in zijn hoofd haalt de polonaise aan te vangen na het eten. Een van de activiteiten deed een lang vervlogen wens in vervulling gaan. Het was namelijk een kopie van de vallende stokken uit de Tedshow, waarbij ik destijds iedereen die de stokken niet ving maar een sukkel vond.

Ik had het eens aangekeken, maar ik zag dat het voor mij te makkelijk was. Ik besloot het dan maar te doen met als uitgangspositie mijn handen op mijn rug te houden. Dat maakte natuurlijk indruk, vooral omdat ik er zeven van de acht ving. Het is een kwestie van reflexen en als er iets goed ontwikkeld is bij mij, dan zijn het mijn reflexen. Je moet mij nooit in mijn zij prikken als ik het niet zie, want in een schrikreflex weer ik mij af, wat kan leiden tot een onbedoelde blauwe plek. Een jaartje geleden testte de fysiotherapeut mijn voetreflexen, kon niet beter. Twee weken geleden, bij de tandarts, mijn kokhalsreflex, nog nooit zoiets meegemaakt! En het toppunt van reflexen: ik zat laatst met mijn knieën over elkaar achter mijn bureau, waarbij mijn bovenste knie het bureaublad raakte. Op dat moment zette ik een stempel op een factuur, en door het bureaublad heen werd mijn kniereflex geactiveerd, waardoor mijn voet de lucht in schoot. Het is ongelofelijk.

Wat jammer was, was dat Tammar wilde dat ik met haar van de glijbaan af roetsjte. Het ding ging knoerthard, en toen ik bijna beneden was sloeg ik met mijn elleboog op de glijbaan, waardoor ik een pijnlijke schaafwond opliep. Ik verbeet mijn pijn, liep gehavend terug naar de plek waar ik mijn schoenen had uitgedaan, trok ze weer aan en bekeek mijn verwonding. Bloody. Toen de ergste pijn was weggetrokken liet ik de verwonding aan mijn zwager zien. Ik vertelde erbij dat het van de glijbaan was gekomen, wat voor hem aanleiding was mij volkomen belachelijk te maken. Hij had het stoer gevonden als het een verwonding was opgelopen met de luchtbuksschietactiviteit, maar nee, en dan zet hij een nichterig stemmetje op: oh nee, het komt van de glijbaan!

Daar moet ik dan wel beter op trainen. Op mijn nadenkreflex. Voortaan als ik verwondingen oploop, komt het door het ontmantelen van een kernbom.

Adonis

De indruk dat ik een wat te zachtmoedige vader ben is gewekt, en natuurlijk niet geheel onterecht. Dat ik soms uit mijn slof schiet op een moment dat ik zelf chagrijnig ben is nauwelijks een tegenargument. Maar wat ik niet nastreef is vriendjes met mijn kinderen te willen zijn. Ik wil hun vader zijn, maar ik vind ze gewoon leuk. Natuurlijk heb ik geen voorkeur, maar wat ik wel merk is dat mijn grapjes bij Hans een beetje uitgewerkt raken. Die zegt al wel eens: ttt…hoooh, als het te kinderachtig is.

Vanavond zei Linda dat kinderen je vanzelf stom gaan vinden in de puberteit. Dat je daar niks voor hoeft te doen. Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb mijn ouders nooit “stom” gevonden. Ik was wel eens kwaad op ze, maar stom in de zin van “ze gedragen zich achterlijk”, nee, niet in de puberteit. Dat kwam later pas. Mijn puberteit kwam ook pas laat op gang, een lichaam schijnt dat uit te kunnen stellen als de geest er nog niet aan toe is, maar daar staat tegenover dat ik nu dan ook nog steeds enorm jeugdig ben. Afgezien van grijze haren, kaalheid, overgewicht, toenemende doofheid, verslechterd zicht, stramme spieren, hortend en stotend plassen, ouderdomsvlekken, broze botten, geheugenverlies, opvattingen uit ’14-’18, humeurigheid en nadruppelen, ben ik nog een echte Adonis.

Weerpraatje

Zo’n koude drie juni heb ik nog nooit meegemaakt. Ik hoorde dat het vandaag dezelfde temperatuur was als eerste kerstdag vorig jaar. En dan dat temperatuurverschil met een week geleden! Weermannen en -vrouwen zijn stronteigenwijs. Ze proberen het dagelijks maar het weer is onvoorspelbaar. Beter zou het zijn als de temperatuur zich langzaam zou opbouwen tot het hoogtepunt op 1 augustus. En daarna weer langzaam terug totdat het op 1 februari op zijn koudst is. Dat zou makkelijker plannen zijn.

Als dat zo vanaf het begin zo geweest was, had niemand vragen gesteld over het weer. Dan was het duidelijk. Aan de andere kant, de sociale contacten zouden niet bestaan hebben, want die zijn begonnen dankzij het onvoorspelbare weer. Zou het weer zich voorspelbaar gedragen en iemand zou op 1 augustus tegen zijn buurman zeggen: weertje hè?” dan zou dat net zoiets zijn als op 25 december: “kerstmisje, niet?”

Ik klaag zelden over het weer, maar waar ik echt niet tegen kan is, als de zomer nog moet beginnen, dat het dan de ene week 30 graden is, en de week erop 12, terwijl je weet dat het nog omhoog moet. Als we weer richting winter gingen vond ik het nog niet zo’n probleem. Ik had de verwarming en een trui aan vandaag.

Flexibel

Ik maakte twee maanden terug de overstap naar mijn huidige werkgever, waar een compleet andere sfeer hangt dan waar ik hiervoor zat, maar ook weer een andere dan waar ik daarvoor zat. Deze overschakeling is niet zo moeilijk, van het conservatieve, godvrezende administratiekantoor met soms vooroorlogse opvattingen naar de compleet losgeslagen anarchie die er hier bij vlagen heerst. Vooral als de vrouwelijke collega’s er allemaal niet zijn, zoals vandaag, dan weet je aan de eettafel werkelijk niet wat je hoort. Ik leer begrippen die ik eigenlijk niet voor mogelijk had gehouden. Vooral van degenen die zich het meest correct gedragen als er klanten bij zijn.

Maar ook op het administratiekantoor heb ik me goed aangepast en vond ik het werk geweldig. Alleen kon ik daar nooit vloeken, en hoewel dat misschien een goede zaak lijkt, is dat niet helemaal waar, want als je als timmerman op je duim slaat, moet je het recht hebben om de frustratie de vrije loop te geven. En dat geldt ook voor en boekhouder die zich aan een envelop snijdt. Gereformeerden hebben geen goed gevoel voor timing, dus die zeggen er direct iets van in plaats van op een tactisch handiger moment. Waardoor je dus haast genoodzaakt bent om te vragen waar hij zich in godsnaam mee bemoeit, maar dat doe je natuurlijk niet, je zegt sorry, ik zal er op letten.

Het is leuk hoor, zo’n sfeertje, maar de boekhouder kan er natuurlijk pas in mee, als de laatste cent verantwoord is. Maar als dat zo is, nou berg je dan maar. Dan kun je als je niet oppast zomaar vier suikerklontjes in je koffie krijgen, of als hij echt op dreef is, een doorzichtig plakbandje over het luistergedeelte van je telefoon.