Een van de meest wonderbaarlijke verhalen die ik ooit heb gehoord, zo niet hét meest wonderbaarlijke, was dat van twee Nederlanders die met een 4wd ergens door de woestijn in Afrika of het Midden-Oosten trokken en een lekke band kregen en niet verder konden. De band moest vervangen worden maar de mannen bleken niet de juiste sleutel bij zich te hebben. Na een middag zwoegen met wat ze wel hadden, kwam langzaam het besef dat dit wel eens het einde kon zijn, omdat mensen in de woestijn eenmaal geen schijn van kans hebben zonder voedsel en watervoorraden. Ze gingen rusten in het zand, een paar meter van de auto, zittend op hun billen en op hun handen naar achter steunend. Ze waren ten dode opgeschreven in de onmetelijke zandvlakte en beseften het. Een van de mannen voelde iets in het zand en groef het op. De sleutel die ze nodig hadden, precies in de juiste maat. Het moet haast gelogen zijn, want dit kan niet volgens de kansberekeningen.
Vanavond maakte ik ook zoiets mee. Misschien niet helemaal zo wonderbaarlijk als hierboven, maar toch, ik kijk weer heel anders tegen het leven aan. Ik ben al de hele week niet lekker, en ’s avonds ben ik rillerig. Ik kon mijn pantoffels nergens vinden, maar ik kon ook niet uitgebreid zoeken, daar ben ik net te lamlendig voor. Ik ging achter de pc zitten en wenste dat ik mijn pantoffels had. Precies op dat moment voelden mijn voeten iets zachts. Bleken precies mijn pantoffels te staan op de plek waar ik zat, onder de nieuwe eethoek, en ook nog eens precies op de hoek waar ik had plaatsgenomen. U kunt het afdoen als een ongelofelijk toeval, maar ik spreek gewoon van een wonder.
