Gisteren, de laatste dag van 2025 was ik op een uitvaart waar stevige housemuziek werd gedraaid omdat de overledene geluidstechnicus was op onder andere houseparty’s. Ik vond het nog wel mooi ook. Wat ik minder vond was de ceremoniemeester, een vrouw die het allemaal te persoonlijk maakte naar mijn smaak. Ze sprak constant de nabestaanden aan en vertelde hen wat de overledene, die zij niet gekend had, wel niet van hen vond. Toen dacht ik, mocht ik er mee te maken krijgen dan moet je zo’n man of vrouw duidelijk maken hoe je het wil. Of eigenlijk, dat hoeft helemaal niet. Dat moet bij het eerste gesprek al duidelijk zijn, of zo iemand een belangrijke bijrol gaat spelen of een slechte hoofdrol.
De overledene, een oud buurjongen, had ik veertig jaar niet gezien en die teller loopt door want ik heb hem nog steeds niet gezien. Zijn zusje had ik ook veertig jaar niet gezien, maar die teller begint opnieuw. Ik vroeg of ze wist wie ik was, ze noemde mijn naam en gaf me een knuffel. Zijn ouders had ik iets korter niet gezien, maar dat kan ook al 20 jaar geleden zijn. Ze omhelsden me allebei.
Het gaat hard, een mensenleven. Het begon me voor het eerst op te vallen toen er weer een schooljaar voorbij was. Maar even daarvoor had ik nog achter in de auto gezeten bij mijn ouders en nagedacht over dood en ouderdom. Ik was pas acht of negen en constateerde dat dat voor mij niet aan de orde was en ook nooit zou komen. Maar nu praat ik over veertig jaar geleden. Over toen ik acht was, bijna vijftig jaar geleden. En dat je mensen twintig jaar niet kunt zien. Een hap uit een mensenleven.
En nu is er weer een jaar voorbij, een triest jaar voor de menselijkheid als je het mij vraagt, maar een goed jaar voor de mensheid. Ons aantal is wederom toegenomen. En daarmee het aantal negatieve krantenberichten. Want de positieve komen bijna niet in het nieuws. Gelukkig ben ik er nog. Altijd opgewekt, positief en wars van sarcasme. Een gelukkig 2026!