Steevast weiger ik een Saab of een Volvo te rijden, terwijl die auto's gewoon veel handiger zijn dan zo'n uit nood geboren Italiaanse station. Italianen moeten gewoon iets laags maken met een V10 erin, rood spuiten en dat iedereen ooohhh roept. En verder niet. Vanochtend zat de Fiat vastgevroren. En dat zorgt voor genante momenten. Want waarom flikt elke auto die ik heb het elke winter weer om mij uitsluitend door de kofferbak naar binnen te laten? En dat ik dan vanaf de achterbank de motor moet starten in de hoop dat de boel ontdooit, wat uiteraard nooit gebeurt. En dat als ik er aan de achterkant weer uitkom, natuurlijk weer die lul van een buurman er staat, met wie ik sinds we hier wonen, behalve een paar scheldwoorden, nog nooit een woord heb gewisseld. Zwijgend staan we vlak naast elkaar de autoruiten te krabben. Giftige dieseldampen gaan zijn kant op. "Mooi" denk ik. "Moet je maar eens een keer langer dan vijf minuten achter elkaar in je huis blijven zitten."
De bevroren centrale deurvergrendeling opende inmiddels alle deuren behalve die van de bestuurder, dus ik moest me als een slangenmens via de passagierskant naar de bestuurderskant wurmen, met als extra handicap dat ik de versnellingspook niet in één schopte, want dan zou hij vooruit schieten tegen de auto van de buurman aan. En toen dat gelukt was heb ik de auto even op een wat handiger plaatsje neergezet zodat-ie rustig kon ontdooien. Maar ik moest er nog steeds via de bijrijderstoel uit. En omdat ik niet meer zo lenig ben als zestig jaar geleden, voelde ik tijdens mijn kruiptocht mijn rug steeds bloter worden en als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan een t-shirt dat te kort is. Zeker met die hitsige buurman in de buurt. Dus eerst maar eens een langer t-shirt aangetrokken dat ik kon vastnieten aan mijn onderbroek zodat dat probleem verleden tijd is. Toen ik terugkwam stond de puisterige vriend van een buurmeisje met zijn knalrode Frans Bauer Opel Corsa 1.2 met draaiende motor te wachten tot ik aan de kant ging. Flikker op man! Wacht maar mooi. Je hoort hier niet!
Nou ja, weer via de bijrijderskant naar binnen en op weg naar Apeldoorn, tegels ophalen. Want om een of andere reden moet de nieuwe keuken ook ineens voorzien worden van nieuwe tegels. Terwijl er juist zo'n mooie betonnen muur onder zit! Onderweg duwde ik een paar keer hardhandig tegen de deur om hem open te krijgen, maar al ver in Apeldoorn lukte het pas. En dan reken je er eigenlijk al niet meer op dat-ie nog opengaat. Wow! Ik lag bijna buiten.
Zo'n tegelvrachtje is nogal zwaar dus op de terugweg reed ik alleen op de achterwielen terug naar huis. Maar dat kon er ook nog wel bij.