Don en Foppe.

Gisteren was er al een min of meer bekende Nederlander aanwezig tijdens het afscheid van mijn opa, vandaag waren er twee! (Als ik mezelf even niet meereken.) Want behalve eerstgenoemde zat nu ook deze tussen de belangstellenden. Ik dacht nog: "wat moet die nu hier?" en ik zei tegen mevrouw Mack: "kijk eens wie daar zit?", maar ze had het ook al gezien. Die eerste kon ik verklaren, want dat is familie, maar Foppe's naam had ik nog nooit horen vallen in de familie. Na de crematieplechtigheid kwam hij langs en gaf me een hand. Hij stelde zich voor met een andere naam en hij had ineens geen Fries accent. Hij vertelde me wel dat hij dagelijks verward werd met Foppe en dat hij wel in de voetballerij zat, iets met jeugdtraining bij FC-Utrecht. Maar ik laat me natuurlijk niet foppen door Foppe, hij kan me nog meer wijsmaken.

Ome Don heb ik verder niet meer gesproken, wel zijn broers, Ron Mercedes en Ton Mercedes. Maar die zijn wat minder bekend geworden. http://www.youtube.com/watch?v=ztRDriMXGKo

Gelegenheid tot afscheid….

Waarom lijken de doden in een kist nooit meer op wie ze in werkelijkheid waren? Mijn opa leek wel een pop, zeker een halve meter kleiner dan hij in werkelijkheid was. Sommigen hebben er behoefte aan maar ik vind het niks. Alle doden die ik tot nu toe heb gezien, en die zijn gelukkig nog op de vingers van een hand te tellen, leken niet meer op zichzelf. Morgen is de crematie, en dan is hij weg, zijn lichaam van de aardbodem verdwenen, alleen mijn arme oma is nog over, die niet alleen durft te zijn 's nachts.

Oma die hartverscheurend huilde en riep "dag liefie" tegen haar man met wie ze 67 jaar getrouwd was. Het is bijna mensonterend dat je na zoveel jaar nog wordt gescheiden van je man. En of ze de kist wilde sluiten. "Nee, ik ga hem niet opsluiten, dat doe ik niet", zei ze.
Tyvens, wat lijkt het leven toch hard op sommige momenten. En nu treur ik over iemand die oud is geworden en een gelukkig en gezond leven achter de rug heeft, het is ook nooit goed.

Niet scherp.

Het groeit me momenteel allemaal even boven het hoofd. Vooral het werk wordt een probleem. Ik kreeg vanochtend te horen dat ik aankomende maand helemaal volgepland ben, inclusief pauzes en avonden. Nu ben ik wel een avondmens (er verschijnt zelden 's ochtends een logje) maar vanavond begon het mij ook te duizelen. Ik ging om 22:00 van mijn werk weg, een leeg industrieterrein smeekt om wat extra gas, en reed net iets anders dan ik normaal deed. Het was donker en ik nam op volle snelheid (nou ja…60 km/u ofzo) een heuveltje dat ik niet gezien had. Dat zijn van die zeldzame momenten dat je liever Subaru of Volvo zou rijden in plaats van Alfa. Met een klap kwam ik neer en vreesde dat al mijn wielen er horizontaal onder zouden staan maar dat viel gelukkig mee. Geen schade, en ook geen rare trillingen toen ik daarna even de 170 aantipte op de snelweg om de boel te checken. Voortaan rustig aan in het donker op wegen die je niet goed kent.

Thuisgekomen, (iedereen lag al op het achterhoofd want zo slapen ze hier, behalve Hans en ik, wij slapen op één oor.) gaf ik Tammar nog een flesje en dacht daarna: ach laat ik mijn brood smeren, dan hoeft dat morgenochtend niet meer. Dat is altijd nog een hele klus voor een luiwammes als ik want je moet naar de vriezer, en daar kun je alleen komen als je jezelf in een ongemakkelijke houding dwingt, en moet je proberen van een bevroren en in plastic verpakt brood zes sneetjes af te halen. Kutwerk. Ik zeg het maar ronduit. Nou ja, tien minuten verder was ik klaar, ik wil het in de koelkast leggen, wat ziet mijn oog? Mevrouw Mack had ook al mijn brood gesmeerd! Bloody hell.

Het klopt wat ze zeggen over kinderen.

Thuisgekomen uit mijn werk zag ik de rouwkaart van mijn opa, en sloeg hem open. Binnenin een mooie foto van hoe hij was. Hans kwam naast mij zitten, wees naar de foto en zei: "Da's jouw opa hè?" Voordat ik kon antwoorden zei hij: "Die is dood." Linda keek mij met een licht schuldige blik aan. "Wat is dat, dood?" vroeg Hans toen. Ik had al een brok in mijn keel en toen ik het wilde gaan uitleggen zei hij: "Weet je papa, vanochtend was Koekeloere op televisie!"

Lief, eens zullen wij sterven, wij beiden
wij samen of ieder alleen
Het graf ligt diep en de hemel zo hoog en of
GOD leeft weet geen
En 'k heb niets dan de stem van mijn hart,
die mij 't eeuwig leven belooft,
En de heilige onsterfelijke sterren
hoog boven mijn sterfelijk hoofd

Hélène Swarth

Herinneringen

De laatste tijd heb ik nogal veel met herinneringen. Ik ben zomaar nieuwsgierig hoeveel herinneringen ik eigenlijk aan iemand heb. Ik ben ruim een maand geleden begonnen met alle herrinneringen aan mijn vader op te schrijven en in de computer te zetten. Jaartallen erbij, tenminste ongeveer. Het valt nog niet mee. Ben er nog lang niet mee klaar. Ik zit sinds die tijd ook te wachten tot mij dingen binnenvallen die ik totaal was vergeten, want de meeste herinneringen worden door mij nog regelmatig herinnerd.

Met het overlijden van mijn opa gaan mijn herinneringen terug naar toen ik zelf klein was. De dierbaarste herinneringen in elk geval wel. Opa en oma gingen elk jaar met ons mij op vakantie naar Zuid-Frankrijk, en opa was een beetje een showmannetje die 's ochtends ging borstcrawlen in Lac de Pareloup, en overdag over de camping liep, onderwijl mensen groetend met: Messieursdames. Of dat we bij hem in de auto zaten en dat hij altijd even demonstreerde dat hij 'zonder gas' kon rijden. (berg af) "Kijk jongens, zonder gas!" en dan haalde hij zijn voet van het gaspedaal. Een enorm knappe prestatie vonden wij dat, al denk ik nu dat ik het ook wel zou kunnen.

Maar zoals iemand het al heel mooi in de reacties zei: is je vader een beetje meer dood door het overlijden van je opa? Ik weet het niet. Ik denk het eigenlijk niet. Het is meer dat mijn eigen jeugd weer een beetje verder weg is komen te liggen. Mijn jeugd is mij heel dierbaar. Ik moet alleen niet vergeten dat het nu nu is, en dat Hans nu en Tammar straks in dit nu hun jeugdherinneringen gaan opbouwen. Het geluk nu is anders dan vroeger. Vroeger was het onbezorgd, nu is het kwetsbaar.

Niet dat ik het er niet mee eens ben maar vroeger had je gewoon goed en kwaad. Dat was duidelijk. Nu, in de tijd van het DNA en de erfelijkheidsonderzoeken kun je je al afvragen of Hitler eigenlijk toerekeningsvatbaar was. Of zijn volgelingen niet gewoon deden wat wij allemaal onder die druk zouden doen?

Herinneringen

De laatste tijd heb ik nogal veel met herinneringen. Ik ben zomaar nieuwsgierig hoeveel herinneringen ik eigenlijk aan iemand heb. Ik ben ruim een maand geleden begonnen met alle herrinneringen aan mijn vader op te schrijven en in de computer te zetten. Jaartallen erbij, tenminste ongeveer. Het valt nog niet mee. Ben er nog lang niet mee klaar. Ik zit sinds die tijd ook te wachten tot mij dingen binnenvallen die ik totaal was vergeten, want de meeste herinneringen worden door mij nog regelmatig herinnerd.

Met het overlijden van mijn opa gaan mijn herinneringen terug naar toen ik zelf klein was. De dierbaarste herinneringen in elk geval wel. Opa en oma gingen elk jaar met ons mij op vakantie naar Zuid-Frankrijk, en opa was een beetje een showmannetje die 's ochtends ging borstcrawlen in Lac de Pareloup, en overdag over de camping liep, onderwijl mensen groetend met: Messieursdames. Of dat we bij hem in de auto zaten en dat hij altijd even demonstreerde dat hij 'zonder gas' kon rijden. (berg af) "Kijk jongens, zonder gas!" en dan haalde hij zijn voet van het gaspedaal. Een enorm knappe prestatie vonden wij dat, al denk ik nu dat ik het ook wel zou kunnen.

Maar zoals iemand het al heel mooi in de reacties zei: is je vader een beetje meer dood door het overlijden van je opa? Ik weet het niet. Ik denk het eigenlijk niet. Het is meer dat mijn eigen jeugd weer een beetje verder weg is komen te liggen. Mijn jeugd is mij heel dierbaar. Ik moet alleen niet vergeten dat het nu nu is, en dat Hans nu en Tammar straks in dit nu hun jeugdherinneringen gaan opbouwen. Het geluk nu is anders dan vroeger. Vroeger was het onbezorgd, nu is het kwetsbaar.

Ik kende hem 39 jaar.

Mijn opa is vandaag overleden. Hij werd 91 jaar. Begin december begon hij te kwakkelen met zijn gezondheid. Toen werd de diagnose 'hersentumor' gesteld. Later werd dat nog ingetrokken en werd het longkanker, daarna schildklierkanker en afgelopen zaterdag hadden ze het licht gezien: helemaal geen kanker. Maar daar heb je wat aan als je twee dagen later toch dood bent.

Opa wilde nooit over de dood praten omdat hij er bang voor was, maar is uiteindelijk toch rustig gegaan omdat hij in coma was geraakt de avond ervoor. Toen ze hem zaterdag naar het ziekenhuis brachten had hij het al wel door dat hij niet meer terug zou komen, en zei dat ze in de hemel wel een plaatsje voor hem hadden. En ik hoop vurig dat hij daar gelijk in heeft.

Geduld is een deugd.

Hans heeft veel treintjes uit de serie "Thomas de trein". Van Sinterklaas kreeg hij daar nog wat atributen bij, zoals rails. Die rails had ik op zijn kamer opgezet, en dat vond hij wel leuk, maar beneden vindt hij het toch leuker. Dus vanmiddag had ik een baantje van plastic rails in de huiskamer neergelegd. Zo trots als een pauw, en, omdat hij een jongetje is, wil hij graag zijn vriendjes de ogen ermee uitsteken. (overdrachtelijk)
Dus, hij haalde zijn zomervriendje Milan op. Milan mag in de herfst en de winter niet buiten komen denken wij, want sinds de zomer voorbij is hebben wij hem niet meer gesignaleerd. Hans kwam binnen en zei: "Papa, kijk eens wie ik bij me heb? Taaataaaaa!!!" Hij zei echt 'taaataaaa', hoe hij daar nu weer bij kwam, geen idee. Milan kwam de kamer binnen en ik zei: "Heeeee, daar hebben we hoe heet je ook alweer? Effe denken hoor…ehhm….ik weet het niet." "Milan!" riep het tweetal in koor.

In elk geval, waar het hier om gaat, Milan heeft geen controle over zijn voeten. Tenminste, hij heeft een specialiteit en dat is op de rails gaan staan. Het jong was nog niet binnen of hij schopte al tegen de rails aan. Los. Of ik het weer even vast wilde maken. De twee jongens waren zo hyper met de treintjes aan het spelen dat ongeveer om de twintig seconden de rails los schoot. En ingrijpen helpt niet meer. "Milan", zei ik ietsjes harder, maar het ventje hoorde me niet en beukte weer tegen de rails aan. "MILAN!", riep ik nog iets harder en hij hoorde me. Hij keek me een halve seconde aan en in die tijd zei ik tegen hem ofhijnietmeertegenderrailswildeschoppen. Dat was goed. Vijf seconden later, beng, rails los. "Oh, hij's los", hoor je dan en weer kun je van je plek komen om mee te helpen de rails weer vast te maken. Echt, in het uur dat hij hier geweest is is de rails op alle mogelijke punten minimaal drie keer losgeraakt waarvan twee keer door Hans, en 178 keer door Milan. Pfff…Het is maar goed dat ik zo geduldig van aard ben, maar ik moet eerlijk toegeven dat er ook bij mij wel eens visoenen van geheime kelders onder mijn huis door mijn hoofd spoken.

Stemmen in m’n hoofd.

Ja, nu eindelijk, vier maanden na mijn verjaardag ben ik aan Herman Brusselmans' boek 'Een dag in Gent' begonnen. Het begint als volgt: "Ik werd wakker doordat m'n ogen opengingen." Dat veroorzaakte al gelijk een ingehouden lach. (Mevrouw Mack lag al te slapen en het is onbeleefd om je vrouw wakker te lachen.) Praktisch op elke bladzijde herhaalt die lach zich wel een keer. De man is gewoon de Belgische Herman Finkers! Al moet ik zeggen dat Finkers nog komischer is, en Brusselmans wat schrijveriger. Finkers is bovendien een stuk beschofter want die Brusselmans gaat af en toe te keer als een wilde stier. Onbehoorlijk gewoon. Eigenlijk lijken Brusselmans en Finkers voor geen meter op elkaar. De enige overeenkomst die ze hebben is dat als ik hun boeken lees, ik in gedachten hun stemmen het verhaal hoor voorlezen. Ik had willen zeggen dat je daar een groot schrijver aan herkent, dat de lezer de stem van de schrijver hoort tijdens het lezen, maar dat slaat nergens op want dan had William Shakespeare nooit een groot schrijver kunnen worden. En iedereen die mijn stem niet kent zou dan ook niet vinden dat ik een groot schrijver ben. Ik vind het echter wel vermakelijk om Brusselmans' stem al lezend aan te horen. Soms praat-ie iets te hard en kijk ik verschrikt opzij of mevrouw Mack het niet heeft gehoord.