Ik zat vroeger bij een meisje dat April heette in de klas. Ze mocht er zijn, die April en ze was nog wel aardig ook, alleen we waren niet van dezelfde stroming want zij was kakker en ik was overtuigd punker. Tenminste, voor zover ik dat mocht van mijn moeder. Ze zei altijd: "Mack, ik vind het prima dat je punker wilt zijn, maar je gebruikt geen make-up en geen kleurtjes in je haar. Bovendien ga je ééns in de zes weken naar de kapper." En verder betaalde ze mijn kleding, dus die mocht ik niet kapot scheuren. Maar binnen dat kader was ik punker. Ik was eigenlijk de enige punker met college schoenen. Maar toch…het was een wilde periode. Want ik mocht wel naar The Cure luisteren.
Maar om op April terug te komen, ik weet niet meer hoe haar achternaam was, alleen dat ze voor mij zat met handelswetenschappen en dat ze af en toe omkeek en aardig was. Soms was ze zo aardig dat ik haar ten huwelijk wilde vragen. Een keer heb ik dat ook gedaan. Maar ze begon te huilen en zei: "Dat gaat niet, ik mag nooit met een punker thuis komen." En ik, ik moest kiezen tussen haar of mijn levensovertuiging. Zo ging dat in de jaren tachtig. Ik koos voor punk. Omdat ik wist dat het uiteindelijk beter zou zijn. Maar daar heeft zo'n verdrietig meisje op dat moment niks aan. En ook ik had er goed moeite mee. Ik ben blij dat het slechts bij 1 April is gebleven. Een tweede had mij vast doen zwichten.