De crisis is voorbij!

Al vroeg leerde ik van Dagobert Duck een psychologisch verschijnsel waarvan ik niet weet of het al eens benoemd is door psycho-economen, maar nog steeds doe ik er mijn voordeel mee. Het is het verschijnsel dat mensen zich nu eenmaal graag laten bedotten. Oom Dagobert verkocht jurken voor 70 gulden per stuk maar raakte ze aan de straatstenen niet kwijt. Toen hij ze de volgende dag in de aanbieding deed voor 80 gulden was hij in een half uur uitverkocht. Het woord aanbieding is genoeg om mensen te laten geloven dat ze minder betalen.

Ik moet altijd een beetje lachen om mannen die telefonisch verhaal komen halen over een bepaalde factuur. De factuur is dan iets te ver gespecificeerd (maar wel correct) en dat wekt kennelijk irritatie. Beter is het om die mannen dan een creditnota te sturen en de volgende keer een iets hoger uurtarief te hanteren zodat je op hetzelfde bedrag uitkomt, maar iets minder gespecificeerd. Dan is er niks aan de hand en zijn de mannen tevreden. En wij willen graag tevreden klanten. Ik denk iets met ego.

Dit in mijn achterhoofd hebbende haal ik ook nooit meer op hoge poten verhaal bij mijn garage. Want zou ik dat doen, verlagen ze nu de rekening en tekenen ze aan dat ze bij een volgend bezoek iets kapot maken wat normaal gesproken nog jaren heel zou zijn gebleven, zodat zij hun misgelopen omzet weer terughalen. Uiteraard kun je hier niks tegen beginnen en elke garage heeft dit machtsmiddel. Gewoon betalen en niet zeuren, dan ben je uiteindelijk het goedkoopst uit.

Ik vind dan ook dat de crisis nu lang genoeg heeft geduurd, dat er alleen iemand met gezag even het seintje moet geven dat-ie nu voorbij is, zodat we dat verhaal ook eens achter ons kunnen laten.

Also sprach Zarathustra

Het is een wat vreemd aandoende titel voor een Macklog, want Also sprach Zarathustra is een filosofisch boek geschreven door de beroemde Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Omdat ik heel weinig kan vertellen over Nietzsche ga ik het over hem dus ook niet hebben. Al dichter in de buurt van het einddoel komt Richard Strauss, de Duitse componist die zich baseerde op het boek van Nietzsche toen hij Also sprach Zarathustra componeerde. Maar ook over Strauss kan ik u niets bijbrengen. Toch, als mijn zwager (geen paniek) en ik binnen gehoorafstand van elkaar komen, brengen wij minimaal een aantal malen deze compositie van Strauss ten gehore. Ik doe de mondtrompet, hij doet de pauken en de drums.

Bekijk hier om welke muziek het gaat.

Elvis gebruikte deze compositie als intro in veel van zijn latere concerten. Het is als een chronische ziekte. Wij zijn beiden rond de veertig en komen er nooit meer vanaf. Veel liedjes van Elvis behoren tot ons vaste repertoire. Meestal hebben we zelf gesleuteld aan de tekst om het andere publiek er niet al te veel mee te vervelen. Of we imiteren zijn begeleidingsband, the Jordanaires, een tikje overdreven. Of we gebruiken een van zijn gevleugelde uitspraken als ons dat uitkomt. (Because I need them man!) Goed, we overdrijven zijn acteertalent een tikje, evenals onze adoratie voor Hem, en ook onze rotsvaste overtuiging dat elk ander nummer dat ooit is geschreven is gebaseerd op "wooden heart", houden we alleen in elkaars gezelschap overeind, maar voor de rest zijn we uiterst serieus.

Elvis is als een geloof. In 1977 kwam hij in mijn leven en is nooit meer weggegaan. Hij hing aan mijn muren en lag op mijn pick-up. En eigenlijk is er nog weinig veranderd. Ontelbare keren heb ik zijn plaatjes gedraaid en nog steeds koop ik af en toe zijn muziek. In mijn auto zit altijd minimaal één cd van Elvis. En die staat niet altijd aan, maar in tegenstelling tot welke andere muziek ook, komt hij steeds weer terug. Als ik hem hoor, ben ik thuis.

Europa in vuur en vlam

Mijn onlangs overleden opa was zo lang ik hem kende op zoek naar het boek "Europa in vuur en vlam" door Seestern. Stad en land heeft hij afgezocht, bij grote bibliotheken geïnformeerd en eind jaren '80 een oproepje op de radio gedaan, maar nooit had het resultaat. Het briefje met de titel van het boek en de naam van de schrijver had hij nog altijd in zijn portemonnee zitten. Het boek zou gaan over een lijkenpikker in WO I die gouden tanden uit de monden van gesneuvelde soldaten roofde.

Een paar jaar geleden, toen de speurtocht al niet meer een echt hot-item was, vroeg ik hem eens om de naam van de schrijver en de titel van het boek. Hij haalde het briefje te voorschijn en liet het me zien. Toen ik thuiskwam heb ik eens gegoogled en ik kreeg een hit. Bij een boekwinkel hadden ze nog een exemplaar liggen en het was te koop voor een spotprijsje. Ik bestelde het gelijk en kreeg het een paar dagen later binnen. Een authentiek exemplaar uit 1909. Inmiddels 100 jaar oud! Mijn opa was er natuurlijk mee in de wolken toen ik het boek een paar dagen later kwam brengen. "Graaf Frits de Morande" zei hij. Dat scheen de hoofpersoon te zijn. Eén ding vond ik vreemd. Hoe kon het boek geschreven zijn in 1909 en over de eerste wereldoorlog handelen?
Bij mijn volgende bezoek had hij het boek gelezen maar herinnerde zich helemaal niets van het verhaal, en ook Graaf Frits kwam er niet in voor. En het was hem ook niet helemaal duidelijk over welke oorlog dit nu weer ging, maar er kwamen alweer Duitschers in voor.

Van de week kreeg ik het boek terug van mijn oma. Mijn persoonlijke erfenis en omdat ik zo'n oud boek best in mijn collectie wilde hebben. Voorin staat met sierlijke krulletters geschreven: dit boek behoort aan H.B. te Echten 28 Dec 1909. Ik ga het binnenkort lezen. Dan zal ik u laten weten over welke oorlog het hier ging. Maar hoe het kan dat een boek met dezelfde titel en dezelfde schrijver als mijn opa zocht, een heel ander verhaal bevat dan hij zich herinnerde, is mij onduidelijk. Nou ja, hij zal wel twee boeken door elkaar gehaald hebben. Alleen jammer dat als ik ooit het goede verhaal nog vind, ik het hem niet meer kan geven.

Machteloos

Hier kun je dus weinig aan doen als vader. Je hoort altijd de verhalen wel van ouders die hun eigen kind zo mooi vinden, en anderen constant lastig vallen met foto's, filmpjes, grappige annekdotes…
Maar hoe je er ook tegen vecht, soms gaat het toch mis. Het is de vrouwelijke verleiding waar geen man tegen bestand is. Je moet je niet in situaties begeven waarvan je weet dat je kwetsbaarheid het gaat verliezen. Loop weg, kap af, of sla ze desnoods van je af, maar loop niet in de val van de slang in het paradijs. Dit meisje heeft mij in haar macht. Ze kan doen en laten met me wat ze wil, ik ben machteloos.

Terwijl ik dit schrijf ligt ze te slapen en is ze zich niet bewust van haar gesmolten vader maar morgenochtend als we wakker worden en Linda komt met haar de slaapkamer binnen, dan zoekt haar blik de mijne en als ze die gevonden heeft zet ze haar verleidelijkste glimlach op. Hoe moet ik dit meisje ooit opvoeden? Hoe ga ik haar ooit weigeren waar ze om vraagt en hoe gedraag ik mij ooit weer als een man?

Uitleg van grote broer.

Gisterenavond ben ik samen met mijn zus en haar twee nog ongeboren kindjes naar mijn oma geweest, voor een "breek de week" bezoekje. En omdat mijn oma een kilometertje of zeventig verderop woont kwam ik eindelijk weer eens gewoon aan de praat met haar, want al een jaar of zes heb ik haar niet meer gesproken. Ja, ik heb haar wel gesproken op verjaardagen e.d., maar met alle kleine kinderen die we tegenwoordig hebben, spreek je elkaar niet meer behalve hoi, hoi, gefeliciteerd, dank je, wat wil je drinken, doe maar cola, doei doei.

Ik zou het iedereen aanraden want een autorit in het donker is de beste manier om met iemand te praten. Maar goed, het gesprek kwam al gauw op de tweede hoofdwet van de thermodynamica (oplettende lezers weten dan wel waar het over ging) en ik legde haar uit: in een gesloten systeem neemt de wanorde altijd toe. In een theezakje zitten eerst de theemoleculen geordend, maar zodra je het zakje in heet water legt neemt de wanorde toe want alle theemoleculen verspreiden zich kriskras door het water. Ik leg het wat simpel uit omdat ik geen natuurkunde heb gehad, maar het komt er op neer dat de wanorde dus met het vorderen van de tijd altijd toeneemt en nooit af. Dat is een natuurkundige wet, dus het is waar.

Mijn zus snapte het gelijk. "Oh," zei ze. "Dus ik kan er helemaal niks aan doen dat mijn huis vanzelf een zooi wordt? Dat is gewoon een natuurkundige wet? Had dat dan eerder gezegd! Dan had ik me niet zo schuldig hoeven voelen."

Oranje balletjes

Binnenkort is het koninginnendag en hare majesteit komt naar Apeldoorn. Apeldoorn, die bruisende stad, parel van de Veluwe, bekend van Centraal Beheer, de Julianatoren, De Apenheul en de Belastingdienst. Ik heb zelf niet zo heel veel met Apeldoorn, het ligt er prima, lekker laten liggen, maar voor de koningin is dat natuurlijk anders. Traditioneel hebben de oranjes goede banden met Apeldoorn, en vice versa. Ik sprak laatst een 'vrindje van de Rotary' en die vertelde enthousiast over wat ze allemaal gingen organiseren, iets met een snel aangelegde golfbaan, met de green in de parkvijver (die vlak van te voren nog door kikvorsmannen doorzocht gaat worden op bommen) en met oranje golfballetjes. En namens de kookclub worden er gehaktballetjes geserveerd, en nu hopen de mannen van de rotary natuurlijk dat de prinsen een balletje willen slaan en eten. Nou, hopen is niet helemaal het goeie woord. Ze rekenen er min of meer op. Volgens mij masturberen ze zelfs bij de gedachte aan een prins die een oranje balletje slaat.

Nou ja, een dergelijke enthousiaste uitleg kreeg ik vorige week van het rotary-vrindje. Ik mag die rotaryman best graag, maar hij weet dat ik zijn rotary standaard afzeik. Maakt me niet uit hoeveel arme kindertjes uit Bulgarije ze nu weer geholpen hebben. Dus ik zei tegen hem: "Zeg Jan-Willem, je bent godsamme bijna 50 jaar. Denk jij nou serieus dat de koningin dat wel leuk vindt, van die oranje golfballetjes? Donder toch op man. Die denkt bij zichzelf: mijn God mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten als jij voor haar staat met je balletjes. En dat denkt ze met een lach ja. Want dat kunnen koninginnen."

Ppff….ze voelen zich soms heel wat, die rotaries. En vinden dat ze het algeheel nut en belang dienen. "Nou Jan-Willem", zeg ik dan, "als dat zo was dan zou je contributie wel aftrekbaar zijn van de belasting hoor." En daarna mail ik hem even het Elsevier artikel waarin uitdrukkelijk vermeld staat dat standsuitgaven niet aftrekbaar zijn. Ja, dat vind ik nu leuk ja, dat ik eindelijk iemand heb gevonden die ik lekker kan afzeiken over golf, die niet over mijn salaris gaat, zodat ik me lekker ongeremd kan laten gaan.

Duitsland

Zou je mogen zeggen dat een bepaald volk bepaalde eigenschappen bij zich draagt? Ik meen van wel. Tenminste, als die eigenschappen positief zijn wel. Als ze negatief zijn niet. Dus je hoort niet te zeggen dat Fransen arrogant zijn, Duitsers overheersend zijn, Surinamers lui (hoi Sabrina) en Friezen stug. Maar je mag wel over je eigen volk (eerst) negatief uitlaten. Dus wij zijn krenterige, klompendragende, kaaskoppen. KKK. Eigenlijk slaat het helemaal nergens op dat je wel iets positiefs mag zeggen, maar niet iets negatiefs. Dat is een vuile communistische leugen! Het heeft tegenwoordig al een negatieve bijklank als je praat over je eigen volk, je eigen land, eigen huis en tuin, het loopt de spuigaten uit met wat ik van mijn eigen gevoel niet meer mag zeggen! Men vindt je al gauw een eigenheimer.

Dus echt veel plaats voor mijn nationalistische gevoelens is er hier niet meer. Terwijl ik er niks aan kan doen want ik heb dat zo op school geleerd. Zeehelden, Geuzen, Hollandse meesters, de dappere leeuw tegen die overmacht op de Grebbenberg, Johan Cruijff die bijna de wereldtitel binnensleepte als hij niet in een opgezette val van de Duitsers was gelopen…kan ik er wat aan doen? Het is gewoon de schuld van de Nederlander die niet op een fatsoenlijke manier om kan gaan met wat wij volgens onze geschiedenisleraren allemaal bereikt hebben. En die dat allemaal gaat zitten botvieren op buitenlanders. De goeden (ik) moeten weer eens onder de kwaden lijden. Zelfs als je zegt dat je trots bent op Nederland heeft dat een negatieve bijklank gekregen. Ik was vroeger trots op Nederland. Tegenwoordig ben ik blij dat ik in Nederland woon.

Maar even over die Duitsers. Dat zijn vriendelijke mensen. Goeie buren. Komen niet te pas en te onpas over de vloer maar respecteren het tuinhek. Tuurlijk, ik vind grappen over Duitsers veel leuker dan over Belgen, maar dat is gewoon een minderwaardigheidscomplex van mij. Zorgvuldig opgebouwd door mijzelf, want het is niet passend om degene die daar schuld aan heeft, er de schuld van te geven. Duitsland heeft sterren, altijd al gehad. Duitsland is de belangrijkste van Europa. In Duitsland bouwen ze de auto's met het beste imago. Duitsland is drie keer wereldkampioen voetbal. In Duitsland hebben ze Michael Schumacher. Wij hebben Jos Verstappen. Schumacher wordt zevenvoudig wereldkampioen F1, Jos, met niet eens heel veel minder talent, haalt een paar schamele puntjes. En dan zou je denken dat Nederland eens een keer aan de beurt is in de Formule 1, nee hoor, Duitsland heeft zijn nieuwe Schumacher alweer paraat. Want als dat geen toekomstig wereldkampioen F1 is, dan weet ik het niet meer.

Contradictio Inelspetus

Ik heb nog nooit iemand zichzelf zo horen tegenspreken als vandaag. Toen ik hem erop wees was hij zo overbluft als een merel die zojuist tegen een te schoon raam vloog. Ik was bezig met één van mijn specialiteiten; het in discussie gaan over aardse en hemelse zaken met iemand uit Elspeet. Ik mag dat graag doen. Niet om zo iemand af te zeiken, maar gewoon om hem te bekeren tot het enige ware geloof, het Rooms Katholicisme.

Nou ja, we begonnen over iets lichts, de evolutietheorie ofzo, waarvan hij al vond dat zo lang niemand hem kon bewijzen dat die rammelloos is, hij die dus ook niet voor waar aannam. En ik zie heus de tegenstelling hierin wel, maar denk niet dat ik een amateur ben. Want een gevorderde gereformeerde verwacht juist dat je op dit moment al ingrijpt. Daar zijn ze op voorbereid dan en krijg je een verhaal met een omweg, en het komt er uiteindelijk op neer dat je het niet begrepen hebt omdat dat niet hetzelfde is.
Ha! Maar dan kennen ze mij nog niet! Ik greep hier dus niet in en liet hem praten. Waardoor ik nu al een psychologisch voordeel had. Het onderwerp ging verder over hoever de medische wetenschap mocht ingrijpen om een mensenleven te redden. Nou bij hem tot in Uddel en bij mij tot in Sidney, maar ook ik heb mijn grenzen. Maar ik ging de grens over. Ik vroeg: wat nu als de medische wetenschap zover komt dat ze een dode weer tot leven kunnen wekken? (pure provocatie want ik snap ook wel dat mijn baas, de Paus, dat zal afkeuren) Of mijn provocatie werkte? Ha! Weet je wat-ie zei?

"Als ik er ooit achter kom dat iemand daar mee bezig is, schiet ik hem dood. Maakt me niet uit of ik daarvoor levenslang de gevangenis in ga!" Ik bespeurde een zekere emotie en vroeg waarom dat nu weer nodig was om zo'n wetenschapper dood te schieten?
Omdat de mens niet hoort te beslissen over leven en dood, was zijn antwoord. Een mooiere heb ik nooit gehoord.

Als ik trouwens gereformeerd was, dan bracht ik dit argument in tegen alle ongelovige wetenschappers! Maar ik zou natuurlijk ook gelijk een drs. reformatie zijn.

Hitleratuur.

Ik stond het vanuit de keuken, terwijl de Senseo aan het opwarmen was, eens aan te horen. Bij dwdd was een catfight aan de gang tussen Connie Palmen en Saskia Noort. Het ging over wat literatuur was en wat niet. Nu heb ik daar wel een mening over, maar mijn meningen worden zelden door feiten onderbouwd, en dat is gunstig als je later dictator wilt worden. Literatuur is moeilijk, zit vol frustraties, is vergezocht en leest kut, (ik ben bijvoorbeeld nu pas op bladzijde 353 van 850 van Mein Kampf) terwijl moderne schrijvers zoals Saskia, Heleen, Herman en Emma een boeiende roman maken, die makkelijk wegleest, het is één groot feest van herkenning en je leest het voor je plezier.

Maar goed, dat is mijn mening die niet door feiten onderbouwd wordt. Maar nu hoorde ik, als ik het tenminste goed hoorde, de heer Komrij, die ook nog eventjes in een tv-fragment voorbij kwam, klagen dat de moderne schrijvers ervoor zorgden dat de 'echte' literatuur minder werd gelezen. Maar nogmaals, de Senseo stond op te warmen dus ik weet niet zeker of ik het goed verstaan heb.

Maar hoe zou hij dat nu bedoelen, die Komrij: kan hij niet overweg met het feit dat hij serieuze concurrentie krijgt of wil hij de maatschappij behoeden voor een soort verloedering? Net als dat ik vind dat de commerciële tv afgeschaft mag worden? (behalve de zender die de Formule 1 uitzendt) Of voelt iemand zich hier verheven boven de massa? Want in dat laatste geval is hij natuurlijk een serieuze concurrent van mij geworden als toekomstig dictator van dit land. En een beetje dictator die serieus genomen wil worden door zijn onderdanig gepeupel, is toch trouw aan een voor dictators vrij gebruikelijke manier van omgaan met concurrentie.

Greidanus, Lipstift en Jack

Kent u het verhaal van de drie vrienden Greidanus, Lipstift en Jack? Nee? Ik ga het u vertellen.

Greidanus, Lipstift en Jack zaten bij elkaar op school. Niet een hele goeie school, gewoon een normale Mavo, want hun niveau kwam later pas. Een dependance, ook dat nog. Greidanus, Lipstift en Jack zaten in de brugklas en voelden zich al hele pieten, doordat zij de basisschool reeds achter zich hadden gelaten. Op een dag had Lipstift een idee.
"Joo Greidanus," riep Lipstift, "jij Lutser! Luister eens, ik heb brekend nieuws. Ik ga een über-coole klassenfuif organiseren waar de honden geen brood van lutsen. Eigenlijk niks voor kansloze Elvisfans als Jack want ik ga alleen muziek draaien uit mijn heersende vinyl collectie."
"Brute poep!" antwoordde Greidanus, "Daar zou ik bijna een harde klavots van krijgen. Ik dirk het helemaal te Dirk! Ik heb ook nog een paar knijters in m'n single-collectie, en ik kom zeker want als ik er niet ben, is een feest geen feest. Bovendien, ik regel de beveiliging, want beveiligen zit in mijn boom lauwe genen."
"Hee Sjonnie Alfa," riep Greidanus. "Luistert en huivert. We doen een klassefuif (nog zonder tussen-n in die tijd.) Kom je ook? Jouw Elvismuziek mag niet mee. Elvis is zooooo 1978."
"Nou ik kom wel," zei Jack, "Dan luister ik wel naar die Klaus Wunderlich muziek van jullie. Komt Susan ook?" (Susan was het mooiste meisje van de klas) "Ja, die über-geile fapvrouw komt ook." zei Lipstift. "Maar denk maar niet dat jij een kans maakt bij haar als wij erbij zijn. Dan kun je wel als een mietje in haar poeziealbum geschreven hebben, maar dat helpt niks. Ze valt op echte kerels."
Nou ja, het werd een leuk feestje. Lipstift introduceerde housemuziek aan de klas en Greidanus voerde steevast het laatste nieuwe taalgebruik ("too riffic" riep hij de hele tijd) en was mede daardoor een populaire verschijning. Echter, zowel Jack, Lipstift als Greidanus slaagden er die avond niet in om Susan voor zich te winnen.

Jaren later, in het jaar 2008 om precies te zijn, was ieder zijn eigen weg gegaan. Lipstift had een heersende functie in de bouwelarij, Greidanus had een boom lauwe job in de beveiligingelarij en Jack had van zijn hobby zijn beroep gemaakt in de boekhoudelarij. Helemaal niet slecht voor de Mavo, maar ook weer niet zo bijzonder dat je er over kon opscheppen. Alhoewel Greidanus dat nog wel eens probeerde. Susan daarentegen, was een bekend schrijfster geworden. En columniste. Een graag geziene gast in diverse radio- en televisieprogramma's. Ze was eigenlijk mooier dan ooit. Een droom op mooie benen, daar overdrijf ik weinig aan. Op een dag zat Susan op schoolbank.nl eens te kijken naar foto's uit haar brugklasperiode. Grappig, ze herinnerde zich eigenlijk weinig namen meer die bij de foto stonden. Lipstift, Greidanus…, las ze maar het zei haar niks. En ook hun gezichten deden geen bel rinkelen. Instinctief zocht ze naar Jack. Ja Jack…die had toen zo mooi in haar poeziealbum geschreven. Hij moest eens weten dat ze dat versje nog steeds van buiten kent.

Als je later na veel jaren
Nog eens in dit album leest
Denk dan wie er in je jeugd
je vrienden zijn geweest
En wanneer je in gedachten
dan ook nog eens doorloopt die lange rij
Denk dan ook mijn lieve Susan
Nog eens een keertje aan mij.

(Elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval.)