Bellevue

Ik liep met de hond een andere route dan normaal. De hond loopt al een tijdje licht mank dus ik probeerde te voorkomen dat ze andere honden tegen zou komen en het weer in wild gespeel zou uitmonden. Het is denk ik 25 jaar geleden dat ik er liep, veel veranderd was er niet. Ik kwam langs het wildkijkpunt dat uitkeek over een stuk heide. Het huis dat ik altijd zo mysterieus vond, en wat zo afgelegen midden in het bos lag, lag er nog steeds, boven op een heuvel alsof er niets veranderd was. Het is twee honden geleden dat ik er was.
huis
Aan het eind van de anderhalf uur durende ronde kwam ik weer in gangbaarder gebied. We kwamen weer mensen tegen, en de hond liep er enthousiast op af. Een blonde mevrouw had zich een beetje afgezonderd van de anderen en leek wat angstig. Ik riep de hond terug en vroeg me juist af wat angstige mensen in een hondenuitlaatgebied deden. Tot het me duidelijk werd. De mevrouw was niet angstig maar moest plassen en had zich daarom afgezonderd. En ze had niet in de gaten dat mijn vluchtroute op tien meter langs haar billen liep. Ik weet ook helemaal niet in of ze me in de gaten had, maar ik kon het niet helpen dat ik daar langs bellevue liep. Even kwam het snode plan in mij op om snel een foto te maken, maar gelijk waarschuwde mijn geweten me. Maar ik kan niet volhouden dat ik haar bips maar één keer gezien heb.

Trainingsbroek

Linda zou het leuk vinden als ik vandaag mee zou gaan naar het zwembad dat geopend was voor honden. Het Apeldoornse Boschbad organiseert dit jaarlijks op de laatste dag voordat het zwembad geleegd wordt. Dus zo geschiedde. Het Boschbad is het grootste openluchtzwembad van Nederland en ligt al sinds 1934 in de villawijk Berg en Bos. In Berg en Bos zou de film Flodder opgenomen kunnen zijn. Er wonen uitsluitend rijke blanken die alle vluchtelingen welkom heten, zolang het maar niet in hun wijk is. Hetzelfde geldt voor de toeristen die voor Julianatoren of Apenheul komen, ze zijn welkom maar uiteraard geldt er in de wijk een parkeerverbod tenzij je vergunninghouder bent. Ik moest dus vlak buiten de parkeerzone onze oude Nissan ergens kwijt zien te raken, want zo’n oude auto zomaar in zo’n wijk parkeren zou kunnen leiden tot verpaupering en waardedaling van de woningen. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

jack the buldog Aangekomen in het overigens prachtige zwembad, weet je gelijk waarom je niet naar dit soort dagen moet gaan. Honden zijn geweldige beesten maar je moet niet een paar honderd van de meest fanatieke baasjes bij elkaar gaan zetten. Het is een orgie van door de lucht klinkende hondennamen, geblaf, gespetter en uitgeschud. Onze hond vond het prima. We hadden voor de gelegenheid nog een buurhond geleend en samen sprintten ze over de grasvlakten van het Apeldoornse zwembad, natuurlijk achterna gezeten door allerlei rassen. Tot zover ging het goed. Maar toen. Er was ook een groep racisten in het zwembad. Het waren Stafford terriers met hun baasjes die samenschoolden. Staffords zijn pitbull-achtigen die niet verboden zijn, maar er wel uit zien als vervaarlijke vechthonden. Ze zijn echter bij hun geboorte als een onbeschreven blad en meestal blijft dat ook zo. Het gold ook voor de honden die hier samenschoolden, alleen niet voor hun baasjes. Er stonden er een paar met een trainingsbroek en een bomberjack aan die volgens mij niet in Berg en Bos woonden. Ze hadden nog behoorlijk knappe vriendinnen bij zich. Ik gebruik het woordje ‘nog’ omdat het verval in korte tijd exponentieel toeneemt bij dergelijke types.

Ineens sloeg de vlam in de pan. Een hondje dat niet ééns groot was viel zo’n Stafford aan en de bange Stafford ging gelijk op zijn rug liggen ter overgave. Het hondje ging nog even door met zijn aanval, en de nog behoorlijke knappe vriendinnen die exponentieel verval in korte tijd te wachten stond, gilden. De trainingsbroek kon de vernedering niet aanzien en schopte de aanvaller weg. Het dier sloeg op de vlucht en de trainingsbroek rende erachter aan. Het hondje schoot tussen de mensen door, met de trainingsbroek nog immer achter hem aan. Op zich is het niet gek, een rennende trainingsbroek, maar dat bomberjack erbij, dat zag er niet uit. Het hondje sprong het zwembad in en toen moest de trainingsbroek zich gewonnen geven. “Vuile kankerhond, kanker op!!”, brulde hij terwijl hij terug rende en nog een vrouw tegen de grond drukte. Ik dacht eerst dat hij zelf op zijn muil gleed, maar dat scheen toch een vrouw te zijn. Het vrouwtje van de op de vlucht geslagen hond kwam nog even verhaal halen en zei dat hij z’n gemak moest houden, maar zij moest haar kankerhond bij zich houden, schreeuwde hij.

Dit soort idioten mag helaas nog vrij rondlopen in Nederland. Ze mogen er nog een onderdanige vriendin op na houden ook. Het heerschap stond alweer te lachen. Hij had ze toch maar mooi de waarheid verteld. Dat hij maar kanker in z’n trainingsbroek mag ontwikkelen.

In de ban van de slang

Sinds ik ruim een jaar geleden ineens een gladde slang voor mijn voeten zag kruipen, ben ik wat in de ban van de slang geraakt. Ik denk niet dat ze echt zeldzaam zijn, maar ze laten zich niet snel zien. In Nederland komen vier verschillende soorten slangen in het wild voor. De gladde slang, de ringslang, de adder en de hazelworm, al is die laatste technisch gezien meer en hagedis dan een slang. De gladde slang is de meest bedreigde soort in Nederland, maar die zie ik dus het vaakst, als we de hazelworm niet meetellen. Vanochtend zag ik er nog eentje, al was die dood.

Vanmiddag fietste ik met mijn dochter en zag achter een hek een typisch vennetje waarvan ik dacht: dit is een slangenparadijs. We parkeerden onze fietsen en stapten over het hek. Terwijl ik het vennetje naderde, sprongen de kikkers van alle kanten de plomp in. Waar kikkers zijn, zijn slangen had ik wel eens gelezen. Pas geleden las ik in de krant dat je hazelwormen onder stukken hout kon vinden, maar dat je wel heel veel hout moest omdraaien wilde je er eentje vinden. Nou nee hoor, het eerste stuk hout wat ik omdraaide bleek onderdak te bieden aan een opgekrulde hazelworm die lag te slapen. Waardeloze krant.

hazelwormIk pakte het beest snel op en liet het aan mijn dochter zien. Die wilde het ook wel vasthouden, alleen was ik bang dat ze het slangetje zou laten vallen dus deden we dat maar niet. De paniek zou ineens kunnen toeslaan en dan vliegt een onschuldig beest ineens meters door de lucht.

Ringslang Toen was het mijn dochter die een groot stuk hout vond. Ik zei dat we daar al onder hadden gekeken, maar volgens haar niet, dus ze rolde het aan de kant. Een dikke zwarte ringslang lag opgerold te slapen en wij stoorden hem daarbij. Het beest had net gegeten kon ik zien aan de verdikking in het midden van zijn lichaam. Het beest realiseerde zich sneller dan dat ik mijn telefoon kon pakken dat het weg moest wezen, maar als een echte Steve Irwin pakte het één meter lange beest bij zijn staart en trok hem terug voor een foto. Een keer of vier moest ik hem pakken voordat ik zeker was dat ik hem op de foto had. Ik wist ook niet zeker of hij me zou bijten, maar dat schijnen ze niet te doen, ook niet als ze gevangen worden. Nou ja, hij staat erop, daarna mocht hij vluchten.

Nu is het alleen de adder nog die ik een keer op de foto moet zien te krijgen. Maar ook die schijnt hier voor te komen, al heb ik hem nooit gezien. Maar zodra ik hem zie, hoort u het.

Waakhonden

Elke ochtend net na dag en dauw laat ik de hond uit. Een grote ronde van ruim een half uur door het buitengebied van Vaassen. Even na halverwege komen wij, hond en ik, langs een buitenhuis waar twee honden in een grote kooi zitten. Een St. Bernard die Senna heet aan het opschrift boven zijn hok af te lezen en een klein wit keeshondje, dat waarschijnlijk Kees heet. Ze bewaken de boel dat het een lieve lust is. Het Keeshondje springt minimaal drie keer zijn eigen schofthoogte, daarbij vervaarlijk zijn tanden ontblotend, en dat in een freqentie van één keer per twee seconden. De grote Bernard die waarschijnlijk Senna heet in plaats van Bernard, blaft ook om het geblaf van de kleine kracht bij te zetten. Hij springt niet, kijkt slechts boos en blaft. Zo gaat het elke ochtend en ze houden dit vol tot ik zeker vijftig meter verder ben.

Vanochtend was ik tien minuten later dan normaal en de honden hadden eten gekregen. Beiden stonden ze uit hun bak te schrokken. De kleine blafte nog een keer met volle bek, maar deed geen springpogingen. De grote keek even op, maar at door. Wij liepen langs zonder dat het territorium verdedigd werd. Bewaken is prima, maar niet tijdens de lunchpauze.

Vaassen, een alleraardigst dorp.

Ach, Vaassen is toch een alleraardigst dorp. Het is geen metropool en er heerst kleinburgerlijkheid, maar wat is het prachtig met Koninginnedag. Of Koningsdag zo u wilt. Het weer zat mee, drie scholen hielden een optocht gevolgd door die onvermijdelijke badmintonclub die er met een ledenwerfactie voor lul achteraan liep met in hun ene hand een spandoek en in het andere een racket. Met carnaval flikken ze het ook, ik begrijp niet dat er niet ingegrepen wordt door de badmintonbond.

Mijn dochter liep ook mee, trots als een pauw, stralend als de zon, naar het eindpunt, Vaassens trots, de Cannenburgh. Wat zich hier in het verleden allemaal wel niet heeft afgespeeld, niemand die het weet. De burgemeester was er in vol ornaat, en sprak de mensen toe. Hoe trots hij wel niet was, hoe mooi de kinderen eruit zagen, gewoon zoals een burgemeester in vredestijd hoort te doen. De fanfare zette het Wilhelmus en het Geldersch Volkslied in.

Ach en daarna gingen we naar het veld, waar gratis attracties voor de kinderen waren, en waar bankjes stonden waar men bier, wijn en frisdrank kon nuttigen. Met twee kinderen op de basisschool ken je ongeveer elke inwoner en voel je je thuis. Zeker als je erachter komt dat je niet de enige bent die Vaassen niet ontvlucht is en je veel oud-klasgenoten tegenkomt. Klasgenoten die nu kinderen hebben waarmee mijn kinderen spelen. Wie had het kunnen denken 30 jaar geleden?
tammar klim

koningsdag 2015

Dak

Vanavond reed ik iets anders terug dan normaal omdat ik Hans moest oppikken van het voetbal, en reed door de weilanden waar ik vroeger op uit keek als ik op de nok van het dak zat. Ik bracht geregeld tijden door op de nok van het dak, zonder dat mijn moeder daar van wist. Mijn vader was net overleden, en dat was voor dit aspect maar goed ook, want zou hij erachter zijn gekomen dat ik mij op het dak bevond dan zou er wat gezwaaid hebben. Maar misschien zou ik er anders niet gezeten hebben, je weet het niet. Mijn kamer was op zolder, en via het raam van het dakkapel klom ik op het dak en ging op het dakkapel zitten. Omdat ons huis precies aan de rand van het dorp stond, keek je prachtig uit over de weilanden. Het zal zomer zijn geweest, ik kan me toch niet voorstellen dat ik daar in de winter ook zat, hoewel ik het ook niet helemaal uitsluit, en ik kon me precies weer achter de nok verschuilen als er mensen door de straat liepen. Eigenlijk was het levensgevaarlijk, maar op een of andere manier was ik op mijn zestiende zo flexibel dat ik inschatte zo’n val wel aan te kunnen.

Ik heb ook wel eens met het stofzuiger op het dak een wespennest belaagd, en dat ging vrij goed, maar toch wist een enkele wesp aan de zuigkracht te ontsnappen en mij te steken. Held die ik toen was, raakte ik niet in paniek maar liet mij steken en ging door met het werk dat gedaan moest worden. Levensgevaarlijk. Als ik erover nadenk heb ik best veel dingen gedaan vroeger die ik nu niet meer zou durven. Mijn gevoel van onkwetsbaarheid is verdwenen, maar soms laat het weer van zich spreken en ik dan kan ik het niet negeren. Dat loopt meestal uit in iets dat kneust maar leren doe ik er niet van.

Waarschijnlijk om tot rust te komen en om het gevoel te hebben op een plek te zijn waar nooit iemand komt, begaf ik mij op het dak met uitzicht over de weilanden. Totdat de achterbuurvrouw mij zag en het aan mijn moeder rapporteerde. Ik moest bekennen omdat het eenmaal onwaarschijnlijk was dat het Sinterklaas was die op het dak zat. Straf kreeg ik niet voor zover ik mij herinner, ik geloof niet dat ik ooit nog straf kreeg vanaf het moment dat mijn vader overleed. Misschien was ik er te oud voor, misschien had het geen zin meer of misschien was ik al gestraft. In elk geval, ik ben er nog! Een stuk ouder een wijzer.

Lebensraum

De eerste tijd na de vakantie vind ik altijd wat moeilijk. Het besef dat de vakantie maar zo kort is en dat je weer 50 weken in dit benauwde landje moet doorbrengen. Frankrijk was zo warm en groot, hier is het klein en alweer nat. Daarbij kreeg ik niet de kans geleidelijk aan mijn werk te wennen, ik moest er gelijk vol in wegens een tijdslimiet. Gisteravond was ik het zat. Moe, ik voelde me beroerd en ik was chagrijnig. Dus nam ik een beslissing, ik nam de hond mee en reed naar het bos en heb er anderhalf uur gelopen. Als er iets mooi is, is het op een warme zomeravond naar een bos gaan waar niemand is. En er was niemand. De maan was al zichtbaar, de schemering viel in. Op een meter of vier schrok een scharrelende vos zich te pletter, net als de hond en ik, omdat we elkaar niet verwachtten. De vos en de hond sprongen ieder een andere kant op. Iets verderop zag ik een ree staan. Hij had mij al gezien en de kop met de twee staande oren tuurde in mijn richting. Toen nam hij een run over de heide en was snel uit beeld. Ik was inmiddels opgeknapt. Het lopen door het bos en over de heide had me goed gedaan. Ik vond zelfs op dat moment dat Nederland vergelijkbaar mooi was met Frankrijk, wat absoluut niet zo is, maar ik had het gevoel eventjes.

Meer nog dan de Duitsers in de oorlog heb ik behoefte aan wat extra lebensraum. Meer wildernis. Minder mensen. Wat moet de wereld nog een plekken herbergen die niemand kent behalve een paar lokalen. Letland bijvoorbeeld, 2 miljoen inwoners en anderhalf keer zo groot als Nederland, dat klinkt toch fantastisch? Natuurlijk, ze strijden niet mee om het WK voetbal, dat is de keerzijde. En of ik er wel tegen zou kunnen om in zo’n afgelegen gebied te wonen is ook maar de vraag. Noorwegen, amper vier miljoen inwoners en tig keer groter dan Nederland. Ik ken een Noor en die maakt toch een behoorlijk gelukkige indruk. Waar kan ik heen, zou ik bijna zeggen. Zo’n vakantie maakt toch altijd weer dingen los. Over twee weken weet ik weer niet beter.

Lalala

Het is weer zover. In een vergeefse poging van Vaassen een swingende metropool te maken is het weer woensdagavond braderieavond. Prima, dat moet Vaassen zelf weten. Maar de band die tot na twaalven hun kunstje blijft doen is bijna niet te harden, zo hard komt het hier binnen. Vooral omdat ik weet, zonder dat ik het kan zien, hoe troosteloos het eruit ziet als je erbij bent. De zanger zweept een niet aanwezige menigte op in een poging hen mee te laten brullen. Maar in Vaassen lopen we niet blindelings elke gek na te schreeuwen. Uiteindelijk gaat precies één net iets te middelbaar, geïmporteerd en aan hun derde relatie bezig zijnd stel voor het podium een dansje aan om te laten zien hoe werelds en gelukkig het wel niet is.

Raam dicht doen is geen optie, want dan ben je over een uur uitgebroed. Maar als je net iets probeert te schrijven, het is tenslotte bijna vakantie, dan wordt je dat haast onmogelijk gemaakt door klanken waarvan je je afvraagt wiens brein zo beschadigd is dat hij het voor elkaar kreeg ze precies in die volgorde achter elkaar te zetten.

Vanmiddag waren hier gemeentemannen aan het werk met elektrische heggenscharen. Dat was natuurlijk herrie, maar goed, dat moet gebeuren. Hoor ik ineens keiharde wintersport muziek uit hun richting komen. Ik stond al klaar om mijn skistokken van zolder te halen en ze daarmee tegen de grond te hengsten toen ik op de melodie zingende kinderstemmen hoorde. Ik begreep ineens dat de muziek niet van de gemeentemannen kwam, maar van de school hier 100 meter verderop die waarschijnlijk vierde dat het de laatste dag voor de vakantie was. Met zulke wetenschap wordt het ineens een stuk draaglijker, blije kinderen, laatste schooldag, die vinden het leuk om op hoempapamuziek mee te zingen. Maar zonder die wetenschap wekt de muziek een enorme agressie op.

Put your hands up in the aaaaiiirrr, roept de zanger nu. Om vervolgens iets van Hannie en de rekels in te zetten.

Drumster

Op deze gedenkwaardige WK voetbalavond waarop Nederland onverwachts met 5-1 won van Spanje, dit voor het archief, wil ik het even niet over voetballen hebben. Voor het eerst in mijn historie heb ik de Avondvierdaagse gelopen. 5 km per avond, maar toch. Sinds ik niet meer rook voel ik mij lichamelijk sterker. En zeker in combinatie met een bijna overwonnen hernia. Ik liep samen met de kinderen, vier avonden lang en ik vond het nog leuk ook. Ik ken inmiddels veel mensen hier in Vaasen dus ik had wat te kletsen in de lange stoet. Het enige was dat ik vier dagen vroeg van mijn werk naar huis moest om op tijd te zijn, maar ach. Volgende week Parijs drie dagen, ook leuk. Maar hier wil ik het ook allemaal niet over hebben.

Het gaat even om de fanfare. Nooit eerder liep ik achter de muziek aan. Altijd stond ik als toeschouwer langs de kant maar nu liep de fanfare voor mij en achter mij liep een dweilorkest. En wat het is weet ik niet, maar ik hou van de roffel van de trommelaars. Tijdens het opwarmen tikken ze al zachtjes op hun trommel, wat al spannend klinkt, maar tijdens de optocht gaan ze los. Ik geloof dat ik de fanfare wel mooi vind. Maar een speciale plek in de fanfare nam toch wel de kleine donkere trommelaarster in. Vorig jaar viel ze me ook al op en heb ik haar even kort aangehaald op dit weblog. Maar nu was ze er weer. Aan de finish stond de stoet stil maar de muziek ging door zodat wij lopers er langs konden. Zij stond exact als vorig jaar weg van de andere drummers tussen de blazers. Er is iets aparts aan haar drummen. Het is net alsof ze te laat is, of de timing niet goed is, maar dat is het niet. Ze laat gewoon de blazers niet ontsnappen. Ze haalt de blazers terug met haar op de maat slaan. Ze slaat hard en vastberaden en laat de blazers weten dat zij het is die de maat aangeeft en niet zij. Ze gunt de blazers geen solo, er wordt geen noot geblazen zonder dat zij er op los hakt. Dat is wat ze betekent.

Ik liep langs haar en keek haar aan. Ze heeft geen idee dat ik haar bewonder. Ze keek terug en wel zo lang dat ik wegkeek omdat ik bang was dat ze de maat niet zou houden. Maar ik leidde haar niet af. Ze drumde gewoon door op de automatische piloot. Het was prachtig. Ik had geen idee wat de fanfare speelde omdat ik in de ban was van de drumster. Onderschat nooit de kracht van een drumster in een fanfare.
drumster

Kismet

Gisterenavond, een prachtige zomeravond, liet ik de hond uit op de hei. Ik liep vrijwel alleen toen mijn aandacht ineens werd getrokken door een wegspringend konijn. Ik bleef even staan, Randi had niks in de gaten en ik keek of ik zag waar het beest gebleven was. Ineens viel mijn oog op een dood slangetje. Ik pakte het op want ik ben een soort van Steve Irwin, maar dan met dode, ongevaarlijke slangen, en constateerde met mijn kennis van de biologie dat het een hazelworm moest zijn. Geen echte slang dus, maar een hagedis zonder poten.
Ik vertelde het vanochtend tijdens het ontbijt aan de kinderen die mij enigszins wantrouwend aankeken. Ze wisten niet dat er slangen in Nederland voorkwamen. Hans wilde weten of de slang ook giftig was maar dat kon ik ontkrachten. Ik zei dat er wel adders in Nederland voorkwamen, maar dat ik die in 44 jaar nog nooit had gezien.

Even later liep ik weer op de hei met Randi, ditmaal was het ietsjes drukker maar nog steeds was er weinig volk. Ik liep naar de grond te kijken of ik nog een hazelworm kon spotten. Ik was alweer op de terugweg toen ineens vlak voor mij een echte slang het pad overstak. Een slang van een halve meter, bruin, zijn slangentong snel naar buiten bewegend. Het beest ging door een plas water naar de overkant en ik volgde hem. Aan zijn ruitvormige kop meende ik op te maken dat het een adder was. Maar ik twijfel nu toch omdat het ook een gladde slang geweest kon zijn. Ik tikte het beest even aan maar het reageerde niet. Adders nemen vaak de verdedigende houding aan. Ik moet het denk ik toch maar op een gladde slang houden, die minder spectaculair is, maar nog zeldzamer. Hoe dan ook, een gladde slang had ik ook nooit gezien. Het beest verschool zich onder de hei en ik liep weer verder.

Teruglopend bedacht ik me hoe groot dit toeval was. Ik heb daar vaak met mijn twee vorige honden gelopen en nog nooit zag ik een slang. En net op de dag dat ik aan de ontbijttafel zit te vertellen dat ik nooit een adder gezien had, en ik de hele weg op slangen zit te letten, zie ik een slang waarvan ik toen nog in de veronderstelling was dat het een adder was. Terwijl ik in Nederland, op wat hazelwormen na, nog nooit een slang in het wild gezien had. Het toeval was in elk geval zo groot dat ik het gevoel kreeg dat ik twijfelde aan het toeval. Met een glimlach liep ik terug naar de auto.

versje van mijn oma (1917-2013)

De adder is een gevaarlijke slang
hij wordt slechts een halve meter lang
al valt hij zelden mensen aan
toch moet je nooit met blote voeten door de heide gaan.