Let me entertain you!

Van mij mogen ze verboden worden, die dorpsavonden. Het is hier ’s zomers (of wat daar voor door moet gaan) elke woensdag raak. De luidsprekers staan gericht op mijn open dakraam en ik versta letterlijk wat de aanstichter van het kwaad zegt. Aangezien ik in mijn after-holiday-dip zit, ben ik het ook volstrekt oneens met wat hij allemaal uitkraamt. Hij staat heel enthousiast “Vaassen” toe te spreken, maar ik hoor maar drie mensen klappen. Import waarschijnlijk. De andere 14 inwoners liggen al op bed.

Sowieso hoor, die feestbandjes die het voor elkaar krijgen om muziek van Queen en van Dries Roelvink binnen vijf minuten ten gehore te brengen, ik vind het niet normaal. Als AC/DC komt brengen die toch ook niet Viva Hollandia ten gehore? Nee, dat het hard staat en de wind mijn kant op is tot daar aan toe, maar al die genre’s door elkaar, het lijken mijn vroegere casettebandjes wel. Het valt nog mee dat je de DJ niet nog een stukje hoort afkondigen. Nu heeft de band pauze, maar de aanstichter riep net heel enthousiast en onheilspellend: Tot zo!! Heeft waarschijnlijk geen idee dat ik de vierde ben van zijn publiek.

Goed, hij is weer begonnen en hij gaat het dak er nog even afspelen zegt-ie. En dat doet hij met “Let me entertain you!” Nou graag. Dan ga ik slapen.

Teunis en Geurtje Heetmeijer.

Heetmeijers In de Julianatoren is een grot waar je goed kunt schuilen tegen de regen. In de grot woont het Veluwse echtpaar Teunis en Geurtje Heetmeijer. Als je op een knopje drukt vertelt een stem over het leven van de Heetmeijertjes. Ze zitten aan tafel en het warme eten is opgediend. Het zijn duidelijk gekookte aardappels met worstjes. De groente kan ik niet helemaal thuisbrengen. De hond ligt bij het echtpaar af te wachten of de baas hem ook een worstje toegooit. In de hoek ligt een kaas te rijpen en de muizen vieren feest. Op de achtergrond een Friese staartklok en op tafel ligt de statenbijbel.

Teunis heeft de hele dag op het land gewerkt en Geurtje heeft de huishoudelijke taken voor haar rekening genomen. Boter karnen, hout sprokkelen, vegen, eten koken, u kent het wel. En zo meteen stappen ze de bedstee in. Om de volgende ochtend het hele ritueel weer van voor af aan te herhalen. Dag in, dag uit. Ze zien er best tevreden uit. Ach, ze wisten niet beter. De wereld was niet groter dan een paar dorpen en vrienden bestonden nog niet. In die tijd was iemand al een vriend als hij geen vijand was. Ha, die vriendschappen van toen stelden niet veel voor. Nee, dan tegenwoordig! Ik heb vrienden die ik nog nooit in het echt heb gezien. Dat is toch wel even andere koek, Teunis en Geurtje!

Ik sta met Tammar wat in hun kleine huisje te kijken en ik vraag mij af hoe het kon dat die mensen met zo weinig tevreden waren. Geen internet, geen vakantie, geen auto, geen paprikachips en geen tv. Alhoewel dat laatste nog steeds veel voorkomt op de Veluwe zakt me bij de gedachte alleen al de moed in de schoenen. En ik heb dan nog meerdere paren, maar als Teunis dat gebeurde, stond-ie toch mooi te kijken. Maar Teunis en Geurtje zakte de moed niet in zijn schoenen. Hun leven was zoveel overzichtelijker.

Stadse geut’ndriet’r!

Ik word een beetje gestoord van die weermannetjes die steeds maar weer vertellen dat het buitje dat er viel een druppel op de gloeiende plaat is. Eerlijk waar, die gasten weten niet waar ze het over hebben. Normaal kunnen ze een bui al niet voorspellen, maar als de bui dan is gevallen en ze dat achteraf juist constateerden, dan moeten ze weer zonodig de bui analyseren. Welnu, de natuur hier vond het heerlijk, die bui. Ze laat dat ook duidelijk zien doordat bomen ineens stukken groener zijn, net als het gras, de vogeltjes fluiten veel vrolijker en er schieten allerlei bloemen waarvan ik de naam niet ken de lucht in.

Maar nee, het helpt allemaal niks. Weermannen zijn al net als boeren. Doen net of ze verstand hebben van regen. Ik hoorde laatst een boer beweren dat een stortbui na lange droogte niet helpt. Tja, als je zo redeneert is het ook logisch dat je boer bent gebleven, denk ik dan. “Nee,” zei de boer, “na een stortbui slaat de grond dicht en kan het water er niet in.” Tuurlijk boer, en dat water zet je hele weiland blank, omdat het de grond niet in kan! Het kan beter nog maanden droog blijven, dat is beter dan een stortbui. En onweer komt de rivier niet over en sterretjes zijn koudvuur en vossen zijn ongedierte.

Zit!

Het is een apart gezicht, zo’n zittende koe. Daarnet, toen ik naar mijn werk ging – op vrijdagavond, je bent hartstikke gek, Mack – zag ik er eentje zitten in de wei. Een koe die zat. Wat een schitterend gezicht. Net alsof hij ergens verbluft over was en er bij was gaan zitten. Alsof hij, als het verbluffende nog wat langer zou duren, een applaus zou geven met zijn voorpoten. Koeha! Overigens had ik natuurlijk geen fototoestel bij me dus dit is een foto van de zittende koe uit Appelscha. Daar was hij een attractie. Op mijn mobieltje zit wel een camera, maar ik heb geen zin me te verdiepen in hoe ik die foto dan opgeladen krijg. En als ik dat wel wist, dan nog ga ik niet remmen om een zitkoe te fotograferen.

Vaassens Weekblad

Hans krant

Omdat ik in ernstige mate van het loggen werd afgehouden door maar liefst twee blog-gerelateerden, maak ik mij er vanavond vanaf met een foto van mijn zoon in het Vaassens weekblad. Dat overigens altijd ongelezen bij het oud papier verdwijnt, behalve vandaag doordat iemand ons er op attendeerde. Nou ja, het is ook niks bijzonders, het Vaassens weekblad. Waarschijnlijk heb ik er zelf al heel vaak ingestaan zonder dat ik dat heb gezien.

Oud-Vaassens rijmpje

Wat buldert de wind,

Wat za't nog wèjn.

wat jukt mie de zak

wat za'k nog nèjn.

De folklore viert hier hoogtij, evenals de dichtkunst van de Nedersaksische inwoners van de Veluwe, dat ziet u wel. Het is jammer dat ikzelf de streektaal niet machtig ben, anders had ik de diepere betekenis van dit gedicht wellicht begrepen, nu blijft mijn kennis beperkt tot de eerste regel waaruit afgeleid kan worden dat het over storm gaat. En dat vond ik wel toepasselijk nu ik de wind hoor huilen om het zolderraam.

Blabla

De R.K. Martinuskerk in Vaassen staat in de steigers. Renovatie van ruim zes ton, waarvan 4,5 opgebracht wordt door de kerk zelf. Ik heb ook wel eens een duit in het zakje gedaan. Dus eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik medefinancier van dit project ben. Ik spreek dan geen onwaarheden en het doet het misschien wel leuk bij de Rotary, waar ik om één of andere reden maar niet voor gevraagd word.

Over het algemeen doen steigers een pand geen goed. Hier misschien ook niet, tenzij je het van een afstandje bekijkt. Vanuit Wenum-Wiesel gezien, is het nu net of er in Vaassen een moderne torenflat staat, waarin een groot accountantskantoor huist. Ja, van een afstandje ziet het er best belangrijk uit. Als ik het een beetje verdraai, zou je kunnen zeggen dat ik medefinancier ben van een belangrijk kantorenpand in Vaassen. Ja, het wordt nog wel eens wat hierzo.  

555

Regen Zo zag het er vorig jaar tijdens een hoosbui uit bij ons voor de deur. En nu was het al niet veel beter. In Pakistan kunnen ze er misschien wat van, vlak ons ook niet uit hier. Vaassen werd op het nieuws (nou ja, RTL) genoemd als plaats waar het extreem had geregend. Er werd bij verteld dat Vaassen bij Apeldoorn lag, maar dat leek me een beetje overbodig. Dat weet iedereen. Dat is net zoiets als uitleggen wie Koningin Beatrix is. Hoe dan ook, u kunt uw giften over maken op giro 555 t.n.v. watersnoodramp Vaassen.

Filmpje

Stug en achterbaks

Ik woon nu al 27 jaar in Vaassen, dus ik mag mij best een Veluwenaar noemen.Veluwenaren zijn achterbaks en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tenminste, dat is het imago. Vanochtend tijdens de zwemles van Hans, zocht ik een plek om Tammar te verschonen omdat zij een onwelriekende geur verspreidde. Tijdens het zoeken werd mij een plek gewezen door een vriendelijke, kalende man met een Rotterdams accent. Ik bedankte hem en liep erheen. Het was achteraf gezien een enorm waardeloze plek trouwens, maar een gegeven paard kijk je niet in de mond.

Toen ik terugkwam vroeg hij met zijn lijzige accent of het een goed plekkie was. Ik antwoordde dat dat zo was en ging weer zitten waar ik zat. Tammar wees naar hem en riep "Opa!" Ik vond dat lullig van haar, want de man zei dat hij zelf ook in de kleine kinderen zat, en dat hij daarom dat plekje kende. En dat hij vorig jaar uit Rotterdam hierheen was gekomen, maar dat zijn huis wat moeilijk te verkopen was, en zijn vrouw zat al wel hier met drie kinderen en hij had nu net ander werk waardoor hij nu zes dagen moest gaan werken maar dat was niet erg want op zijn werk kwam hij tenminste bij….ja hallo! Daar heb ik allemaal geen zin in hoor. Maar omdat ik een achterbakse Veluwenaar ben, blijf ik vriendelijk en geef hem korte antwoorden op zijn vertellingen. Terwijl ik eigenlijk denk: donder op vent.

De Vasuvius

Momenteel ligt het complete vliegverkeer in Noordwest-Europa plat door een vulkaanuitbarsting in IJsland. Een zeldzaamheid natuurlijk. Maar wat maar weinig mensen weten, is dat Nederland ook een vulkaan herbergt, weliswaar al jaren niet meer actief, maar toch, we hebben er één. Ik zal u er iets over vertellen. De Nederlandse vulkaan, de Vasuvius, bevindt zich even ten noordwesten van de dorpsgrenzen van het Veluwse dorp Vaassen (gld) en was voor het laatst actief in het jaar 879. De vulkaan is 48 meter hoog maar dat is slechts het bovengrondse deel. Als het ondergrondse deel wordt meegerekend behoort de Vasuvius tot de vijf hoogste vulkanen ter wereld. De krater heeft een diameter van slechts 35 meter en is plaatselijk ook wel bekend als “de kring van brand.”

Op 24 augustus 879 barstte de Vasuvius voor het laatst uit met fatale afloop. Het stadje Vaassen werd compleet bedolven onder een dikke laag as en lava. Alle ruim 400 inwoners vonden de dood, hoewel een dikke eeuw later –zo gaat de legende- een paar zielen zich door de dikke aslaag groeven en het stadje opnieuw stichtten zonder daarbij afbreuk te doen aan het typisch middeleeuwse karakter waar het dorpje om bekend stond.

Pas in 1912 werd ontdekt dat de Vasuvius eigenlijk een vulkaan was, en vlak daarna begonnen de eerste opgravingen. Eerst vond men een paar lemen huisjes in het bos die de naam “het verscholen dorp” kregen. Ten onrechte wordt ook wel gezegd dat het verscholen dorp in de Tweede Wereldoorlog is gebouwd door onderduikers, maar dat is pertinent niet waar. De onderduikers hebben het wel gebruikt, maar niet gebouwd. In de huisjes trof men enkele goed bewaarde lichamen aan van volkeren die de Veluwe destijds bewoonden. Bekend is natuurlijk de man die in gedachten verzonken lijkt, zijn hoofd nog rustend op zijn rechterhand. Waarschijnlijk is hij compleet verrast door de eruptie maar er zijn tevens aanwijzigingen dat de man de uitbarsting wel heeft opgemerkt, maar zich gewoon schikte in zijn lot. Met moderne technieken is aangetoond dat dit Augustinus Rodijk was, een plaatselijk bekende boekhouder van wie vandaag de dag nog steeds veel afstammelingen rondlopen. In de Tweede Wereldoorlog is zijn goed bewaarde lichaam door de Duitsers meegenomen en sindsdien is het lichaam spoorloos. Het lichaam zou voor het laatst gezien zijn in Parijs, maar dat lijkt onwaarschijnlijk omdat Augustinus bekend stond vanwege zijn uitgesproken haat jegens Fransen.

Het is niet uitgesloten dat de Vasuvius ooit nog een keer zal uitbarsten, omdat het waarschijnlijk een slapende vulkaan betreft. De Vaassenaren zijn overtuigd dat hun vulkaan nog eens zal toeslaan als er niet elk jaar een jonge maagd in de krater wordt geworpen. Nog steeds vindt dit ritueel jaarlijks op 24 augustus plaats. Elke familie die een maagd schenkt wordt volgens de traditie nooit meer aangeslagen voor de WOZ belasting. Meisjes in Vaassen staan erom bekend dat zij veel eerder dan het landelijk gemiddelde ontmaagd worden. Men vermoedt echter dat er een verband is tussen deze jeugdige ontmaagdingen en de kring van brand.