Bepalende momenten

Als ik terugkijk op mijn leven tot zo ver, dan zie ik een paar bepalende momenten. Sommige momenten laten zich raden, maar er zijn er ook die minder voor de hand liggen. 1 mei 1994, ik weet de datum uit mijn hoofd. De man die ik het meest bewonderde van allemaal verongelukte in San Marino. Toen hij zijn ongeluk kreeg, had ik nog even de hoop dat hij gered zou worden. Al zou hij nooit meer kunnen racen, deze mooie man moest blijven leven. Vroeg in de avond kwam het slechte bericht, Ayrton was dood. Met een brok in mijn keel vertelde ik het slechte nieuws aan mijn moeder. Zij reageerde nog het emotioneelst met een gemeend “ach” maar voor de rest ging het leven gewoon door, en niemand in Nederland leek zich erom te bekommeren. In Brazilië was de nationale rouw afgekondigd, maar bij ons geen spoortje van verdriet. Totdat Jeroen van Inkel de vrijdag erop een compilatie had gemaakt in zijn radioprogramma. Er was dus nog iemand die het erg vond. Ik reed in de auto naar huis en had tranen in mijn ogen. De compilatie bevatte het commentaar van Olav Mol, de stem van Senna, een tranentrekkend mooi nummer en het wegstervende geluid van een F1 auto aan het einde. Senna zou nooit meer terugkomen en tot op de dag van vandaag mis ik deze man. Ik heb nooit meer iemand gezien die meer charisma had dan hij. Bijna had ik mijn dochter Senna genoemd. De naam stond al vast. Maar het werd een jongetje. Hans, genoemd naar een andere held.

De tijden rond kerst.

Die sneeuw, die bevalt mij wel. Er moet nodig meer van komen. Ben net met mijn dochter en de hond een grote ronde gaan lopen. Dochtertje had haar nieuwe zaklamp mee, en de hond had haar lichtgevende halsband om. Allemaal onzin, want het was door de sneeuw helemaal niet donker. De zwarte hond zag je zelfs prima. Maar sneeuw is mooi. Veel mannen -ik neem aan dat het mannen zijn- geven wat extra gas om hun wielen aan het spinnen te krijgen. Dan voelen ze zich toch de baas over de techniek en de elementen. Vrouwen vinden dat minder interessant volgens mij. Ik ben natuurlijk geen uitzondering. Weinig zo mooi als door maagdelijke sneeuw te rijden en de grenzen van de grip op te zoeken.

Overigens valt de sneeuw natuurlijk weer drie weken te vroeg. Zo gaat het altijd. Met kerst is het waarschijnlijk 15 graden en regenachtig. Kerst devalueert. Alleen de weg er naar toe is nog leuk. Kerstliedjes, vrolijke etalages, kerstbomen worden opgezet, overal lichtjes buiten en misschien wordt A Christmas Carol wel uitgezonden. De nachtmis brengt je helemaal in kerstsferen. Maar dan kerst zelf. Regenachtig, modderig, de leuke liedjes hoor je om een of andere reden niet meer, het valt eigenlijk een beetje tegen. Een verplicht nummer is het. Wij slaan het waarschijnlijk over dit jaar. We zijn er niet. We zitten in een uithoek. Ik denk waarschijnlijk heel even aan de geboorte van Jezus. Want uiteindelijk ging het daar allemaal om. Oh ja, da’s waar ook.

De dagen tussen kerst en oud en nieuw vind ik wel altijd mooi. Op een of andere manier is het een soort reservetijd, met de top 2000 op de radio. Geen stress, weinig verkeer op de weg, weinig collega’s aanwezig dus rustig kunnen werken. Hoewel ik dit jaar vrees voor de jaarafsluiting. In finance werd het vooral spannend na 31 december, in sales, waar ik nu onder val, moeten ze zoveel mogelijk scoren voor 31 december. Het begin van het nieuwe jaar is ook altijd een waardeloze tijd. Niks om naar uit te kijken, en allerlei vreemden de beste wensen wensen. Onzin. Alle kerstversieringen hebben nu iets treurigs gekregen. Weghalen die troep. Kaal, koud en nat. Ging het maar vriezen. Dan kon ik het gevecht met de elementen weer aan.

Voorbij

Daar kijk je dan het hele jaar naar uit, de vakantie, en zo is-ie alweer voorbij. Als je ervoor staat lijk je de tijd vast te kunnen houden, maar dat zijn slechts kinderlijke gedachten. Ik hou die gedachten mijn hele leven, denk ik. Zo’n terugreis is altijd een trieste gebeurtenis. Je zat in een prachtige heuvelachtige omgeving, met mooie wegen die zich door het landschap kronkelen, en je probeert dat tijdens de terugreis toch zo lang mogelijk vast te houden. Alles sla je in je op, en als je een regionaal park uitrijdt, kijk je nog in je spiegel naar de bergen achter je. Op de snelwegen verwonder je je over de leegte van het land. In de wijde omtrek alleen maar korenvelden, een paar bossen, en als je goed zoekt een huisje. De talloze riviertjes die je oversteekt. Hadden ze er daar in Nederland maar een paar van, van die ondiepe riviertjes met rotsbodem en snelstromend water, wemelend van de vissen. Bij elke aankondiging dat we een riviertje overstaken, probeerde ik snel een glimp ervan op te vangen. Die hele Franse sfeer kun je bijna vasthouden totdat je de grens overgaat bij Visé. De grens van het oude, het rotsachtige en het zomerse schijnt daar te liggen. In Zuid Limburg deed ik nog een dappere poging om daar de heuvels te zien, maar ze zijn niet hetzelfde. Ze zijn te netjes.

Ik sprak een meisje van de animatie, Stella, zij was Nederlands maar woonde al sinds haar vijfde in Frankrijk, en sprak Frans met een accent. Geen Nederlands accent, maar een heus Zuid-Frans accent. Céé in plaats van C’est, en Franséé in plaats van Francais. Zij zou niet meer terugwillen en de belangrijkste reden daarvoor was voor haar de gejaagdheid in Nederland. In Frankrijk was het allemaal relaxter, maar ze sloot ook zeker haar ogen niet voor de nadelen van Frankrijk ten opzichte van Nederland. Ik zei dat het ook wel eens door mijn hoofd ging om in Frankrijk te gaan wonen, maar dat het daar doorgaans bij bleef. Ik had het er later over met mevrouw Mack, die eigenlijk al om was toen ik zei dat ze twee honden en vier katten kon nemen, als we in Zuid Frankrijk zouden gaan wonen. Wat we vast niet gaan doen.

Ik vraag me af of dat hele Frankrijk gedoe van mij niet één groot eerbetoon aan mijn vader is. Ik wil nergens anders heen op vakantie, ik probeer de taal te leren en ik probeer mijn vrouw en kinderen de liefde voor het land bij te brengen. Natuurlijk, ik heb ook rationele overwegingen om voor Frankrijk te kiezen in de zomervakantie, maar het zit in mijn herinneringen. Heel Frankrijk is voor mij een vat met mooie herinneringen. En het is weer voorbij. Tijdens de terugreis dacht ik nog aan het moment dat ik afscheid nam van mijn vader, alweer 32 jaar geleden. Nu ben ik zelf al grijs, het vliegt allemaal in een vloek en een zucht voorbij, en je kunt er niets aan tegenhouden. Het maakt eigenlijk niet uit hoe lang iets duurt, als het voorbij is, is het klaar, voor eeuwig.

Prinses

Ruim tien jaar geleden schreef ik een logje over een zakdoek, want ooit zag ik op tv Willem Duys zijn zakdoek aanbieden aan een huilende prinses. (Margriet) Sindsdien draag ik altijd een zakdoek bij me, voor het geval dat ik een prinses…afijn. En eindelijk, na jaren wachten, was het dan vandaag zover, er kwam een prinses op mijn kantoor die moest huilen. Ik twijfelde te lang en bood haar een stoel en een glaasje water aan, en toen ik terugkwam met het glas water was haar traan al weg.

Maar ik liet het er niet bij zitten en maakte haar opnieuw aan het huilen. En toen dacht ik: “het is nu of nooit” en bood haar mijn zakdoek aan en zij veegde haar tranen weg. Ik was een gentleman, en pas toen ze door had dat het een echte (schone) zakdoek was, moest ze lachen en vond het zo apart. Ik geef toe, het is ook niet echt meer van deze tijd, maar sommige dingen waren vroeger gewoon beter. Waar het huilen nou over ging, ik heb geen idee, want ik was te gefocust op dit magische moment.

Goed, ze was niet echt een prinses maar een Russische collega, en natuurlijk wist ik wel waar het over ging, maar dat mocht geen naam hebben vond ik. Iets wat ze beter doet dan gemiddeld, maar denkt dat ze het veel slechter doet, u weet hoe vrouwen zijn.

Over prinsessen gesproken, ik reed laatst langs paleis Soestdijk, dat ik vroeger toen ik klein was één keer gezien had en verder nooit meer. Het was een doordeweekse dag, ik was de enige die daar reed en verwonderde mij over hoe dicht dat paleis bij de weg stond. Een bronzen beeld van Koningin Juliana en Prins Bernhard staat in de tuin, en Juliana zwaait vrolijk naar de voorbijgangers. Ik werd overvallen door een gelukzalig gevoel. Wat een prachtige tijd hebben we meegemaakt toen zij koningin was.
juliana

Os

In de jaren zeventig, ik zat in de vierde klas, ben ik zes weken bij vrienden van mijn ouders in huis geweest omdat mijn vader in het AZU lag wegens een zware rugoperatie. Mijn moeder en mijn broertje en zusje logeerden in Utrecht, vlak bij het AZU. Ik moest naar school en ik zat eerst bij andere vrienden, maar voelde me daar erg eenzaam, en gelukkig mocht ik wisselen.

De vrienden waren een jaar of tien ouder dan mijn ouders, en hadden één zoon, die een jaar ouder was dan ik, en ik speelde toch al veel met hem. Ik kreeg er pianoles en schaakles -de zoon was hoogbegaafd, maar dat wist ik toen nog niet- en ik was blij dat ik daar terecht kon. Vooral aan de man des huizes heb ik warme herinneringen. Hij leerde mij schaken, hij was zelf lid van een schaakclub, en hij was altijd opgewekt. Met kerst stond er in de Elsevier altijd een cryptogram die mijn vader en hij onafhankelijk van elkaar oplosten. Hij was er beter in dan mijn vader, die er ook al niet slecht in was, maar wat wil je ook, als je een hoogbegaafd kind op de wereld zet, en mijn vader slechts mij. (dit is zelfspot, geen complex.) Een van de opgaven was: Os. Negen letters. Mijn vader kwam er niet uit, en ome Joop, zo noemde ik hem, had hem al opgelost. Volgens mij is het tegenwoordig een uitgekauwde opgave, maar ik zal het antwoord niet verklappen voor degenen die willen puzzelen.

Op de crematie van mijn vader zie ik hem nog naar ons kinderen toekomen, een ander meisje uit de buurt gaf mij een kus, en ome Joop maakte een grapje in de trant van: “Wat zie ik, zitten jullie kusjes te geven?” Ik vond het uiteraard niet om te lachen, maar dat lag meer aan de omstandigheden.

Gisteren kreeg ik via mijn moeder het bericht dat hij is overleden op 82-jarige leeftijd. Ook aan kanker, al zouden ze dat vroeger waarschijnlijk ouderom genoemd hebben. Morgen ga ik met mijn moeder naar zijn uitvaart. In de eerste plaats omdat mijn moeder het niet zag zitten om alleen te gaan, in de tweede plaats omdat ik hem vroeger goed kende, en ook een beetje omdat mijn vader er niet bij kan zijn.

 

Zo mooi als toen

Precies eenendertig jaar geleden, Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf, had ik mijn eerste liefdeservaring. Ik was 16 en ik lag in de armen van C. Ik was verliefd en ik wilde de tijd wel stoppen, zo gek was ik op het meisje. Ik had al met haar gelopen, we hadden blikken uitgewisseld, gepraat, indruk gemaakt en nu lag ik op haar bed in haar slaapkamer. C. was daarheen gegaan terwijl ik nog in de huiskamer zat, en ik geloof niet dat ik de hint helemaal begreep. Ik vroeg me eerder af waarom ze nu wegging, en voorzichtig zocht ik haar weer op. Dat pakte gelukkig goed uit en ik heb twee uur in haar armen gelegen. Ongetwijfeld één van de mooiste twee uren van mijn leven.

C. woonde in Venhorst en ik in Vaassen en langzaam verloren we het contact. We schreven brieven, en ik beantwoordde die van haar al gauw sneller dan zij de mijne. Reikhalzend keek ik uit naar haar schrijfsels op zoek naar haar liefdestekens die er in het begin nog wel inzaten. Een pasfoto bijvoorbeeld, die ik trots bij me droeg zodat ik ook bewijs had voor mijn klasgenoten. Zij was namelijk geen gewoon meisje, maar een meisje dat bij voorkeur zwarte kleding droeg, naar U2, the Cure en andere vage bands luisterde, bands die ik uiteraard ook ging aanhangen. Als ze Robert Long mooi had gevonden, zou ik haar ook gevolgd zijn.

Ik heb haar niet vaak gezien, een keer of tien hooguit. In 1988 was het allemaal weer voorbij. Zo mooi als Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf zou het nooit meer worden. Maar nu eenendertig jaar later, komt ze weer even langs. Als zoete herinnering.

 

Boelgakov

Nadat ik op de Havo gedwongen was tot het lezen van Nederlandse literatuur terwijl ik daar helemaal niet klaar voor was, heeft het tien jaar geduurd eer ik weer een boek las. Ik had een hekel aan mijn leraar Nederlands, en ik heb geleden onder zijn bewind. Het doel dat werd beoogd, werd niet alleen niet bereikt, integendeel. Ik keerde mij af van literatuur. Als jongen van 17 was ik daar bepaald niet klaar voor. Ik begreep de jeugdige frustraties van onze grootste schrijvers niet, en al helemaal niet meer na de uitleg van mijn leraar.

Ik heb sinds een half jaartje een collega die bij mij in een gesprek van vijf minuten meer bereikte dan die hele Havo. Hij interesseerde mij ineens weer voor onze schrijvers. Er schoten een paar titels van standaardwerken door mijn hoofd die ik nog nooit gelezen heb. En zonder dat ik daaraan begonnen ben, had ik vandaag een korte conversatie met meneer de P. -sommigen zullen hem nog kennen- die mij vertelde over grote literatuur, de Russische. Ik informeerde bij mijn andere collega, een Russische en zij raadde mij Master en Margarita van Boelgakov aan.

Ik googelde en zag dat ik hier te maken had met een van de beste romans van de 20e eeuw. Loop ik nu te hard van stapel en moet ik eerst eens voorzichtig met Reve beginnen, of ben ik klaar voor Boelgakov? Of heeft een Nederlandse vertaling vanuit het Russisch geen zin omdat je dan de essentie mist? Mijn Russische collega vertelde dat het Russisch meer manieren heeft om je te uiten dan het Nederlands. Ze noemde een Russich woord dat het midden hield tussen lief en aardig. Ik bedankte haar, want hoewel ik het niet verstond, begreep ik wel de klank en deed net of het tegen mij was.

Meer dan dertig jaar

Ik heb het hier niet heel vaak meer over mijn vader, terwijl ik er vroeger vaak over schreef. Begin ik wat afgestompt te raken of is het ergste leed geleden? Hij komt nog vaak voorbij in mijn gedachten en ik vraag me soms af of hij nog ergens is. Waarschijnlijk komt hier mijn interesse voor het ontstaan van het heelal vandaan, of wordt het in elk geval aangewakkerd. Feit is dat ik nu al zes jaar ouder ben dan hij is geworden, en hij nog steeds mijn vader blijft. Want vaders zijn ouder en verstandiger.

Ik kwam net een onbekende tegen tijdens het uitlaten van de hond en ik groette: “hallo”. Dan denk ik altijd aan mijn vader die altijd groette met  een waardig “dag”. Nooit gehaast, handen op z’n rug, lange jas, hij was mijn vader. En ik liep ernaast. Ik heb niet eens ooit een lange jas gehad. De tijd is ook anders. Vroeger werd ouderdom misschien meer gerespecteerd dan tegenwoordig, dus kleedde je als jongeling zo oud mogelijk. Nu wordt ouderdom een beetje als onvolwaardig gezien, dus daar wil je niet bij horen. Het is maar een theorie die zo in me opkomt.

Ik had de tijd wel willen vasthouden als dat kon. Zo ergens in de jaren zeventig in het toenmalig paradijs dat Nederland heette. Want het is nu meer dan dertig jaar geleden dat ik hem gezien heb. Daarna nooit meer. Hij moest alles achterlaten, zoals wij hem moesten achterlaten. En ik denk dat de wetenschap dat je je kinderen moet achterlaten erger is dan dat de wetenschap dat je je vader gaat verliezen, al is dat geen wedstrijd, maar alleen maar een gedachte om aan te geven hoe het voor hem geweest moet zijn.

De tijd hou je niet vast, die verstrijkt gewoon. Zeker voor gewone stervelingen. Voor gestorvenen verstrijkt er geen tijd. Zij zijn en zij waren. Als voor hen de tijd niet verstrijkt, hoeven zij niet lang te wachten. Alsof je in een zwart gat valt. Hoewel jij er gewoon in valt, lijkt het voor ons achterblijvers op aarde alsof je tot stilstand bent gekomen. Want niets bereikt ons meer. Al meer dan dertig jaar niet meer.

 

PSV Landskampioen 2015/2016

PSV Kampioen

Ben de afgelopen weken tot het uiterste getergd door de Ajacied. Op het arrogante af. Vorig jaar stond PSV 17 punten voor, en verloor toen twee wedstrijden waardoor ik hem toch nog een beetje begon te knijpen. Waarom snap ik achteraf niet.

Na de verloren wedstrijd tegen Ajax kwamen de vernederingen. Wildvreemden maakten een nepaccount aan om mij pijn toe te wensen. Na de wedstrijd tegen Utrecht waar Ajax danzij een onterechte penalty nog net gelijk wist te maken, waren we verontwaardigd. Maar wij deden huilie huilie volgens de Ajacied. Toen kwam de wedstrijd tegen Cambuur waar PSV 6-2 uitpakte, maar Ajax met 4-0 terugsloeg. Denk je even uit te pakken tegen Cambuur, scoren wij er ook gewoon 4, stond er op mijn whatsapp te lezen. Irritant.

En vanochtend nog: statussen van Ajacieden: Goedemorgen, kampioensweekend! Een PSV shirtje met een nieuwe sponsor: Netnix. Al die vernederingen waren te veel en ik sloeg door. Ik heb er één geslagen. Nee, grapje. Ik voelde de vernederingen, en geloof me, dit waren er slechts een paar. Ik sliep er soms onrustig van. Ik zelf zou het dus niet durven, met zo weinig voorsprong, zo arrogant te doen. Zelfs een Ajax vedette als Klaassen wreef wat zout in de wonden, door te zeggen dat als je bij de beste club van Nederland speelde, dan bla bla bla. Heel anders dan die in mijn ogen immer correcte Luuk de Jong.

Toen het nog 8 minuten was deed ik schietgebedjes. Ik zat alleen in de tuin zonder de wedstrijd te zien. En ineens was daar op op mijn telefoon die melding -waar hij vandaan kwam, ik weet het niet- PSV landskampioen.

Ik heb gesprongen ik heb gejuicht, ik heb iedereen geknuffeld die ik tegenkwam. Ik heb Hans opgetild, die net zo blij was als ik. Het kwam zo onverwacht, en alle opgekropte vernederingen kwamen er uit. Ik heb niemand teruggepakt, zelfs niet degene die het nepaccount had aangemaakt en mij vernederde. Ik had zijn naam wel onthouden, want een maagd vergeet nooit als hem onrecht aan wordt gedaan.

En natuurlijk, ik laat mij te veel meeslepen. Ik heb dan ook diep respect voor de Ajacieden die vandaag de titel verspeelden maar sportief bleven en hun humeur niet lieten verpesten. Ik hoop dat ik dat ook ooit kan.

Johan Cruijff 1947-2016

Op deze dag, dat mijn zoontje vanwege een verloren weddenschap in een Ajax-shirt naar school moest, bereikt ons het bericht van het overlijden van Johan Cruijff. Ik vind het nu stiekem wel mooi, dit onbedoelde eerbetoon, maar mooier was het geweest als Cruijff op goede vrijdag overleden was. Want dan wisten we het zeker.

Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe het verder moet zonder Cruijff. Ik ken geen Nederland zonder verlosser. Het klinkt wellicht dramatisch, maar Cruijff was de man met de oplossingen. Hij wist het, en hij wees de weg. Natuurlijk was hij de beste voetballer ooit. Maar dat was niet zijn lichaam, het was zijn geest die slimmer was dan een voetballer. Een tegenstander schakelde hij uit met een onverwachte beweging. Niet de moeilijkste beweging, maar de meest onverwachtse. Kwam hij van links, dan schoot hij met rechts, en kwam hij van rechts, dan schoot hij met links.

Ik ben treurig door zijn overlijden. Hij was niet alleen een icoon, hij was de trots van Nederland. Hij rees in de jaren ’60 en ’70 en Nederland lifte mee. Zelfs in het “doe maar normale” Nederland, hing men aan zijn lippen. Hij verstond de kunst om van de olifant een mug te maken. Als een journalist zei dat een Nederlandse club tegen Barcelona een ongelijke strijd was zei hij simpel: “Ze hebben dan wel miljoenen, maar ze mogen nog steeds maar 11 spelers opstellen.” En als hij door een Nederlandse journalist in Barcelona gevraagd werd naar zijn status van halfgod aldaar, zei hij: “heel bekend ja,” en vervolgde zijn weg.

Dat was het goddelijke aan Cruijff. Dat hij in de eerste plaats mens bleef. Vaarwel Johan. Je hebt zoveel betekend.