Toen ik drie weken terug in Frankrijk met de hond op een berg liep, voelde ik mij voor het eerst in maanden weer goed. Ik had een inspanning geleverd, het was heet, ik had water bij me maar het belangrijkste was dat ik in vrijheid liep met Lori. Ik had zoveel vertrouwen in Lori op de bergpaadjes dat ik haar los liet lopen. Een paar dagen eerder durfde ik dat nog niet maar aan de lijn, daar werd het niet veiliger van. Het was een genot om te zien hoe ze voor me uitliep en als ze even uit zicht was stond ze te wachten tot ik eraan kwam. Leven noem ik dat.
Een paar dagen geleden zag ik filmpjes van katten die met slangen aan het spelen waren. Als de slang aanviel ontweken ze hem makkelijk. Ik had dit ook al eens gezien bij een leeuwin die haar welpen rustig bij een giftige slang liet omdat ze wist dat de reflexen van de welpen veel sneller waren dan die van de slang. Lori staat wel eens onze kat Kiwi uit te dagen, en Kiwi haalt dan uit met haar poot. Lori’s kop is vlak bij de kat maar de kat slaagt er geen enkele keer in haar te raken. Bliksemsnelle reflexen.
Vandaag liep ik in het bos en zag een adder. Mijn eerste adder ooit. Ik ben alle andere soorten die in Nederland voorkomen al tegengekomen, maar de adder nog nooit. Lori kwam kijken en ik maakte me geen zorgen. Het instinct is feilloos. Ze onderzocht, ze snuffelde en bij de eerste dreiging nam ze afstand. En ok, een adder is ook geen cobra. Maar wat ik maar zeggen wil, ik word blij van deze hond. Van haar intelligentie, haar behendigheid, haar volgzaamheid, haar gehoorzaamheid. Nu moeten we nog zorgen dat alle bossen opengesteld worden voor loslopende honden, en dat er tienmiljoen Nederlanders verhuizen naar een ander land, dan denk ik dat ik me voortaan weer prima voel. Of, maar dat is wel heel ingrijpend, ik verhuis zelf naar Zuid-Frankrijk.

