Senior

Momenteel zit ik op mijn werk op een dood spoor. Dat komt zo: ik was vanaf de start van mijn carrière betrokken bij cijfers en resultaten. Door een overname van ons bedrijf door een reus, werd mijn functie overbodig en bijna alles wat ik deed is overgenomen door ontelbare andere mensen. Ze hebben mij wel een geldbedrag geboden om in dienst te blijven tot afgelopen 1 januari 2016, en dat heb ik inmiddels binnen. Nu bestaat mijn werk voornamelijk uit mails beantwoorden en historische gegevens opduiken. Tenminste, dat is wat ik ervan maak. Want geen manager heeft zich nog bij mij gemeld om te vertellen wat mijn functie in gaat houden, en in mijn nieuwe contract staat alleen een functietitel, geen taakomschrijving.

Ik ben manager, maar geen idee waarvan of waarover. Er zit geen enkele uitdaging in mijn functie. Mijn manager is ziek geworden toen ik ontdekte dat zij mijn manager was nu een maand of twee geleden, en ze is nog steeds ziek. En eerlijk gezegd vind ik het wel even best. Het is ook voor het eerst dat ik geen druk voel. Ik heb 25 jaar soms als een idioot gewerkt, en nu kom ik om een uur of negen binnen en ga zes uur weer naar huis. Gezien de thuissituatie wel even lekker. Mijn vrouw revalideert nog steeds, en we zijn ook aan het opknappen van het interieur begonnen.

Het is geen situatie die lang gaat duren, want ons bedrijf staat alweer te koop. Meer dan 50% van ons personeelsbestand heeft het schip inmiddels verlaten, maar ik dobber even verder. Te snel die druk van een andere baan opvoeren is misschien helemaal niet verstandig. Wat me wel dwars zit is dat ik niet de benaming ‘senior’ in mijn functienaam heb. Als ik op Linkedin kijk is zowat iedereen ergens senior in. Ik niet, dus ben ik waarschijnlijk junior. Ik moet dat nodig eens gaan toevoegen aan mijn Linkedinprofiel, want ik hecht nogal aan titels. Ben dan wel 46, maar als ik geen senior ben, ben ik toch minimaal junior!

Concurrentie

Ik doe jaarlijks aangifte inkomstenbelasting voor mijn moeder. Nu was ik deze keer wat laat en ik was niet helemaal op de hoogte van de gewijzigde inzendtermijn, dus ik besloot vanochtend dat het vanavond moest gebeuren. Ik deelde dit mee aan mijn vrouw. Die begint dan beroepsmatig te sputteren omdat het zo kort dag is. Dat ze geen zin had om om tien uur ’s avonds nog de keuken te moeten opruimen omdat ik zo laat zou zijn. Ik zei dat ik dan wel bij mijn moeder at. Zo gezegd zo gedaan.

Onderweg naar mijn werk belde ze me nog eens om nu nog eens te vragen waar ik zou eten. Bij mijn moeder dus. Ik hoorde dat er iets niet helemaal klopte maar sloeg er verder geen acht op. Ik begreep het belletje ook niet helemaal want ik had het toch ’s ochtends al meegedeeld? Op de terugweg van mijn werk zag ik op Facebook een status van mijn vrouw. Het kwam er op neer dat wij mannen het toch maar makkelijk hebben door ons zo even af te melden. En dat als zij het zouden doen, de pleuris zou uitbreken. Tja, daar waren de vrouwen het wel mee eens. Een typische mannenactie vonden ze, terwijl ik er het kwaad niet van in zag. Één keer per jaar heb je een uitje – de belastingaangifte van je moeder- en in plaats van dat ze je dat ruimhartig gunnen, moet er toch weer even een opmerking over gemaakt worden. En alsof wij ons niet zouden redden als ze zich een keer afmelden voor het eten. Tja, het is hier een ongeschreven regel dat mijn vrouw kookt, maar ook ongeschreven regels zijn regels, dus kun je je niet zomaar aan je plicht onttrekken. Dat ligt dus wel degelijk anders.

Toen ik om tien uur thuis kwam, lag ze al in bed. Ik had al een sms-je gehad of ik de hond nog wilde uitlaten en de vuilnis buiten zetten. Hoi, ging het goed? Jawel hoor, altijd wel een paar dingetjes die tegenzitten. Wat heb je gegeten? Nasi. (lust ik graag) Oh, zeker lekkerder dan hier hè, want je moeder doet er veel groente doorheen.  Ja, veel lekkerder. Ik heb het ook gezegd hoor tegen mijn moeder, hoe jij die nasi op Indische wijze weet te vernaggelen. Mijn moeder zei nog, tja, koken kan ze niet echt hè?

En dan is alles weer uitgesproken, en we ploegden vrolijk voort. 😉

Hinderlaag

Elke avond als ik de hond uit laat, loop ik hetzelfde rondje. Het is een rondje van niks, misschien tweehonderd meter. Aan het begin zijn struiken waar de hond altijd plast. Iets verderop, als ik de hoek om loop, zijn struiken waar ze soms poept. Er zit geen regelmaat in. Soms moet ze alsof ze twee dagen niet gepoept heeft, en soms helemaal niks. Maar ze gaat er wel altijd even snuffelen. Aan andere drollen ruiken, is het meer. Met de kennis dat een hond tienduizend keer beter kan ruiken dan een mens, begrijp ik niet dat het beest niet flauwvalt. Maar dit terzijde.

Als ik daar sta te wachten word ik altijd bespied. Vanuit een donkere bovenkamer vanachter een plant die in de vensterbank staat. Het is een oud vrouwtje, ik heb geen reden om aan te nemen dat ik door een instantie geschaduwd word. Als ik plotseling naar boven kijk, trekt ze snel haar hoofd achter de plant, maar ik kan haar contouren nog onderscheiden. Wat ik me afvraag is hoe het vrouwtje weet dat ik daar op dat moment ben. Ik ben er niet altijd om dezelfde tijd, en toch is het net of ze er altijd staat. Vanavond heb ik de aanlooproute nog eens bestudeerd. Ik denk dat ik het nu weet. Er floept altijd vlak voor haar huis een lamp aan als ik er langs kom. Dat moet het haast zijn. De hond poepte vanavond niet. Die heeft dit soort dingen trouwens helemaal niet in de gaten. Ze mag dan wel een veel beter reukvermogen hebben, ze loopt wel veel sneller in een hinderlaag dan ik.

Snap!

De beukenhaag moest nodig worden gesnoeid. Hij was aan de kant van de buren een metertje of twee hoog, maar aan onze kant reikten de takken tot wel drieënhalve meter. Ik pakte mijn zaag en ging aan de gang. Het ging moeizaam want de zaag was niet al te scherp. Het koste me de nodige spierkracht. Gelukkig hoorde de buurman mijn gezwoeg en kwam aanzetten met een apparaat waarvan ik niet wist dat je het zonder wapenvergunning mocht houden. Een snoeitang. Ik kende alleen snoeischaren maar dit zeg! Dikke takken met een diameter van drie centimeter gingen er moeiteloos aan. Zelfs takken van vijf centimeter kreeg ik ermee naar beneden. Bovendien liet het apparaat nog vele strakkere stompen achter dan mijn zaag. Ik was mijn buurman nu al dankbaar.

Het mooiste moest nog komen. Die enorme takkenberg van een meter hoog die in onze tuin lag heb ik compleet fijngemalen met het apparaat. Eerst de smalste takken met de schaar, daarna de dikkere met dit snode werktuig. In honderden kleine stukjes knipte ik het hout en uiteindelijk paste alles in de groene container. Terwijl ik ervan overtuigd was dat ik die van de buren ook nodig zou hebben. Zo’n boosaardige snoeitang dient elke man te hebben. Het is nog net niet zo mannelijk als hout kloven met een bijl, maar voor een tussenwoning met truttig tuintje komt het in de buurt.

Sushi

Op een door mijn werk georganiseerde borrel in een club nam ik bij gebrek aan bitterballen een hap sushi. Sushi in een club, beter gaat het niet worden. Later zag ik dat ik de sushi met twee stokjes had moeten pakken en het geheel door een sausje had moeten halen. Maar ik proefde die zilte smaak en probeerde het weg te slikken. Ik kreeg het niet goed doorgebeten en dus bleef het in mijn slokdarm hangen terwijl het ook nog in mijn mond zat. Lichte paniek. Welke gek heeft dit uitgevonden? Na een minuut had ik het weg en kon maagzuur zijn vernietigende werk gaan doen terwijl ik een slok bier nam.

Ik vraag me al langere tijd af hoe het kan dat sushi aan terrein wint in Nederland. Over smaak valt niet te twisten maar dat wil niet zeggen dat je het niet belachelijk mag vinden als iemand sushi lekker vindt. Want hoe kan zo’n kleffe zoute hap nu wedijveren met een bitterbal of een stukje kaas? Ik vind het zelfs een beetje irritant dat mensen dit lekker vinden omdat het helemaal niet te vreten is voor een westerling! Het zijn ook altijd de wat hippe types die dit eten, let maar op. Als u nu denkt: “ik vind het ook lekker,” dan weet ik dat u een hip type bent dat zich graag laat zien in een club. Ik heb ook geen idee waar het woord club vandaan komt, want een club was altijd iets met sport. Je kon als kind ook een club oprichten en daar konden je populairste vriendjes dan bij. Maar het was zeker geen horecagelegenheid terwijl het dat nu ineens wel is. Er is ook niks anders aan een club dan aan een kroeg aan het water. Ik zit nog niet in de leeftijd dat ik zeg dat het mijn tijd wel zal duren. Nee, ik zit nog in het verzet helaas. Van mij mag iedereen zich verslikken in sushi en clubs mogen in een zinkgat verdwijnen. Ik aard niet in een club. Ik wil bier, bitterballen en lachen. Ik ontvluchtte de warmte daarbinnen samen met een collega. We zaten aan de rand van het water en al snel hadden we een goed gesprek. Ik had het niet in de gaten, maar dat zei ze later tegen een andere collega die ons kwam halen, dat we een diep gesprek hadden. En dat was helemaal niet zo, alleen zitten we op dezelfde golflengte en hadden we het over onze kindertijd.

Toen we terug naar binnen gingen was de sushi op. Helaas. Ik bestelde nog een biertje tussen mijn droge witte wijn drinkende collega’s en keerde weer eens huiswaarts. Ik ben niet gewoon gebleven, het is voor mij eenvoudigweg onmogelijk om anders te worden. Het is jammer, want het zou zoveel deuren hebben geopend. Als ik straks in mijn graf lig na te denken over mijn leven, dan is dat een stuk saaier geweest doordat ik geen sushi waardeerde. Aan de andere kant heb ik het idee dat als ik sushi waardeer, ik veel eerder in mijn graf lig. Banzai!

Conditie

Ik heb mij een jaar geestelijk voorbereid op vanavond. Elke dag dacht ik eraan. Heel vaak was ik er dicht bij, maar nooit zette ik mij ertoe. Ik voelde me lichamelijk steeds sterker en soms tijdens het uitlaten van de hond, rende ik een stukje als niemand het zag. Maar verder dan 100 meter was het niet. Vanavond rende ik vier kilometer. Gewoon omdat ik daar aan toe was. Al zeker twee jaar hoor ik de hardloophype aan. Iedereen installeert runkeeper, iedereen koopt een hardloopoutfit en een paar prachtige nieuwe hardloopschoenen, bij voorkeur in een hardloopwinkel. Ik wist niet eens dat ze bestonden. Sportzaken ja, die ken ik, maar speciale hardloopwinkels, het moet toch niet gekker worden. Vaak werd er aan mij gevraagd of ik niet moest hardlopen, omdat ik vroeger wel periodes heb gehad dat ik liep. Maar dan antwoordde ik meestal dat ik even wachtte tot de hardloophype over was.

Meestal na de zomer is het weer over en staat iedereen weer met beide benen op de grond. Nu nog niet. Mensen die er geen bal van kunnen adviseren mij over mijn schoeisel, en ik hoor het aan. Ze zeggen dat je een speciale band om je arm kunt kopen waar je iPhone in kan en je op die manier muziek kunt luisteren en de hardloopapp kunt laten registreren wat je aan het doen bent. Dan kun je het daarna op facebook zetten.

Ik pakte mijn 15 jaar oude hardloopschoenen, blauwe sokken, een korte broek en een t-shirt en ik ging. Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij wel een beetje voor lul voelde lopen toen ik collega hardlopers tegenkwam in lichtgevende kleuren. Maar ik dacht: het gaat niet om het materiaal, het gaat om de loper. En ik liep. En ik liep het rondje dat ik in gedachten had uit. Ik ben dik tevreden. Ik bouw het snel op. Zeer binnenkort snoer ik mijn collega’s met hun flitsende pakjes de mond.

Het nieuwe kijken

Wat een mens in een jaar of vijftien verzamelt aan Experiaboxen, digitennes, splitters, kabels en digitale tv toebehoren is haast niet te bevatten. Ik geloof dat ik hier op zolder wel vijf digitale tv kastjes van KPN heb staan, en zeker vier mobiele telefoons. Het zit vaak nog in het plastic, kennelijk heb je het nog allemaal niet nodig ook. KPN moet gigantische winsten maken gezien het feit dat ze die troep allemaal “gratis” bij mij afleveren.

Nu zullen al die kastjes wel ergens in China worden gemaakt tegen een kostprijs die lager is dan de verzendkosten ervan hier in Nederland, maar toch. Ik heb zeker een kilometer aan ongebruikte kabels en snoeren liggen hier. Het is allemaal waardeloos spul, maar ongebruikt kun je het haast niet weggooien. Kan altijd nog van pas komen, denk ik dan. En inderdaad, vandaag was zo’n dag. Draadloos digitale tv aangesloten op de kamer van Hans, maar je staat nog versteld van hoeveel draad er nog komt kijken bij draadloos. Mevrouw Mack had op Weggeefhoek een pracht van een DVD-speler gescoord, er zat alleen geen scartkabel bij. Scartkabel, daar was ik ongeveer gebleven toen ik er mee ophield 18 jaar geleden. Daarvoor had je nog van die antennestekkers die eigenlijk heel handig en simpel waren. Maar scart was in opkomst, ik had geen idee van het voordeel ervan, maar het was ook simpel zij het wel iets lastiger te bevestigen dan die tulpstekkers of de antennestekkers van daarvoor. Zo is het eigenlijk steeds maar doorgegaan. Er kwam steeds iets onduidelijks bij, waardoor de hoeveelheid elektronica in onze meterkast nu gelijk is aan die van een flinke patchkast uit de jaren ’90. En ik heb eigenlijk geen idee waar het allemaal voor is. Ik heb nog steeds telefoon, televisie en internet. Dat had ik ook al voordat die snoerjungle in mijn meterkast werd aangelegd, maar soit. Het verschil is wel dat ik nu lang moet wachten voor de tv is opgestart en voor hij van zender wisselt als ik zap, maar ik doe nu wel aan het nieuwe kijken.

Op zolder stond nog een tv van 18 jaar geleden. Al vijftien jaar staan hij werkloos en we hadden eigenlijk het plan om de 20 jaar oude televisie die wij twee jaar geleden nog hadden ermee te vervangen in het geval die ermee uitscheed. Maar dat deed hij niet en inmiddels werden de eerste flatscreens ook al weer gratis weggegeven door wanhopige mensen die alweer het nieuwste model hadden. Dus wij hebben sinds ruim een jaar ook een flatscreen. De oude, maar in nieuwstaat verkerende kubusvormige tv die nog boven stond hebben we nu op Hans zijn kamer gezet. Daar zit echter geen HDMI op, dus moest die met een scartkabel worden aangesloten. En moet u eens raden wie die nog op voorraad had liggen?

De zwevende kiezer

Ik ging naar het cafetaria en had de bestellingen voor het gezin opgenomen. Zelf wist ik het nog niet maar dat zou ik onderweg wel bedenken. Friet, dat gedeelte is makkelijk. Maar wat neem ik erbij? Een frikandel speciaal, een dolle mina met pindasaus, of toch een broodje hamburger? Altijd zit ik met hetzelfde probleem. Eenmaal aangekomen stond ik in de rij en ik bekeek de lijst met snacks. Zou ik eens een halve kip proberen, of een loempia? Ik heb zo weinig geprobeerd van het cafetaria. Er is meer wat ik nog nooit genomen heb, dan wat ik wel geprobeerd heb. Steeds korter wordt de rij en ik weet het nog steeds niet zeker. Ik stel een loempia vast veilig, voor als ik er nog niet uit ben als ik aan de beurt ben. Nog één wachtende voor me en ik zie ook behalve de gewone snacks, ook nog speciale dingen op een beeldscherm aangekondigd worden. Een Joppieburger, een portie hotwings, dat is misschien ook wel wat. En dan ben ik aan de beurt. Eerst noem ik de dingen op die de rest van het gezin wilde, en als laatste noem ik de loempia. Ben niet geheel tevreden met mijn keuze, maar dat is het lot van de zwevende kiezer.

Persoonlijk record

Een jaar of zes terug had ik twee weken vakantie. Van die twee weken bracht ik vier dagen door in de badkamer. De oorzaak was een kapotte trekschakelaar. In zo’n schakelaar zitten drie aansluitingen en er komen drie draadjes uit de muur. Dat betekent volgens mij dat er zes verschillende mogelijkheden zijn om de boel aan te sluiten. Probleem was dat niet alle lampen aangingen als ik aan het touwtje trok. Of de lampen op de spiegel gingen aan, of die in het plafond, maar niet tegelijkertijd. En na elke poging moest ik naar beneden, de stop omzetten en het resultaat beoordelen. Niks werkte. Totdat iemand mij na vier dagen vertelde dat twee draadjes in één gaatje moesten. Dat was de oplossing.

Tammar, (altijd Tammar) had in een kwade bui heel hard aan het koord getrokken, de schakelaar overleefde dat niet. Toen ik  ’s avonds thuiskwam lag iedereen al op bed maar het licht in de badkamer was aan, dat kon niet meer uit. Snel ging ik het euvel met een schroevendraaier te lijf en tien tellen later had ik het licht uit, wat nu niet meer aan kon.

Ik kocht een nieuwe trekschakelaar, 24 euro zo’n kreng, en ging aan de gang. Twee uurtjes deze keer, want ik had onthouden dat er twee draadjes in één gat moesten. Moest één keer terug naar de winkel om te vragen hoe de draden vast moeten, want dit was weer een andere constructie. Begreep er niks van. Het meisje achter de kassa ook niet, maar die belde een echte stoere electricien, die twee minuten later ook daadwerkelijk verscheen. “Waar is die meneer met die trekschakelaar,” bulderde hij? “Ja, ik, ” piepte ik terug. Het is altijd genant als je een man om hulp moet vragen bij typisch mannelijke klusjes. Ik was al blij dat het meisje het niet wist. “Nou, die gaan gewoon hierin!” “Ja, maar waar zijn deze lipjes dan voor?” “Oh, daar moet je helemaal niet aanzitten, gewoon hierin duwen, kijk zo,” en hij demonstreerde.

Met die kennis was het slechts nog een lauw kunstje, want ik wist nu waar de draden in moesten, dat er twee in één gat gingen, het was nu alleen nog even een snoertje dat uit de muur kwam met een kroonsteentje verlengen, even mijn vinger openhalen, bloed en pleister,  de boel aansluiten en in de juiste volgorde de schroeven weer aandraaien.

Gelukt. Ik leer van mijn fouten en ik onthou ze ook. Al is het zes jaar geleden. Ik heb mijn tijd verbeterd van vier dagen naar twee uur.

Dagje vrij

Een rustig dagje, zo mocht je de mijne wel omschrijven. De onderwijzers hadden een studiedag, dus ik had vrij. Ik stond om half negen op, de kinderen keken Mees Kees op de computer, en ik maakte brood voor ze klaar. Tussendoor de hond uitgelaten, monopoly gespeeld, wat gewerkt, en ineens was het drie uur, en voor half vijf zou ik drie klusjes doen maar daar had ik niet zo’n zin in. Echter, mevrouw Mack, ook wel soms Mien Regel genoemd, houdt alles van afstand in de gaten dus ik werd gebeld en terloops informeerde ze naar de status. Ik zei dat ik met wat anders bezig was en dat ik het nog wel zou doen. Mompel mompel en even later kreeg ik een SMS met of ik er ook aan gedacht had dat de hond er ook nog uit moest, dat we kwart voor vijf aten en dat ze wel hoopte dat dan alles klaar was omdat we ’s avonds ook nog druk zouden zijn.

Dat doet het hem hè, zo’n zin. ‘Ik hoop wel dat dan alles klaar is?’ Aan de onervaren en ongetrouwde mannen onder ons: deze zin laat aan duidelijkheid niets te wensen over en er wordt niet bedoeld wat er staat. Er staat namelijk dat iemand iets hoopt, wat impliceert dat diegene geen invloed op de afloop heeft en zich daarbij gaat neerleggen. Het vraagteken aan het eind impliceert dat er een keuze is. Nou, onervaren en ongetrouwde mannen, niets is minder waar! Wat er bedoeld wordt is dat het om kwart voor vijf allemaal af moet zijn, inclusief het uitlaten van de hond, zo niet ziet het er heel slecht uit voor de sfeer in huis tot en met laten we zeggen vrijdagochtend.

Dus als een speer ging ik aan de gang, maximale efficiëntie, ik voelde een wat vochtig voorhoofd, en precies op tijd was alles klaar. Mevrouw Mack stond te koken (als in: eten bereiden) toen ik terug kwam van de ronde met de hond. Zo gaat dat dus in een goed huwelijk. Laat je niks wijs maken over liefde op het eerste gezicht, voor- en tegenspoed, de ware en welke flauwekul allemaal niet meer, je zult gewoon elke dag je best moeten doen. Lapzwansen zoals in je vrijgezellensingletijd is er niet meer bij. En al helemaal niet als er kinderen en twee banen bij betrokken zijn. Harmonie is het toverwoord en om dat te bereiken dien je de regie uit handen te geven en ervaring op te doen. Zodat je leert hoe het moet. En dan merk je dat wanneer je vrouw blij is, jij ook blij bent.