Helmut Schmidt

Helmut Heinrich Waldemar Schmidt, ik vond hem een van de beste Duitsers ooit. Hij was er al toen ik klein was en nu heeft hij ons verlaten. Ik heb altijd een beetje moeite met vertrouwde namen uit het verleden waarvan de eigenaar er ineens niet meer is. Ik was te jong om hem te begrijpen, maar ik was oud genoeg om te weten dat hij bondskanselier van West-Duitsland was, en dat hij de baas van een bevriend land was. Mijn achterdocht jegens Duitsers ontwikkelde zich pas later, toen Kohl kwam. Schmidt heeft als een dapper soldaat in de oorlog gevochten, als onze vijand weliswaar, maar zonder daarbij fout te zijn geweest. Integendeel, hij is de Hitlerjugend uitgezet wegens zijn denkbeelden die niet overeenkwamen met hoe de nazi’s het zagen. Achteraf niet zo heel vreemd, getuige het feit dat in 1984 bekend werd dat zijn opa joods was. Schmidt ontving het ijzeren kruis voor getoonde moed aan het front in Rusland. De dappersten onder de soldaten zouden vaker politicus moeten worden. Zij zullen geen oorlogszuchtige taal uitslaan, maar ook niet bang zijn om om de vrede te verdedigen.

Hij maakte geen vrienden in Israël, maar zei wat hij van de situatie vond zonder zich daarbij in de weg te laten staan door het Duitse verleden. Hij was bevriend met de Franse president Giscard d’Estaing, wiens naam ik mij niet herinner. Waarom Schmidt me dan wel bijgebleven is, ik kan het niet precies zeggen. Er moet een reden zijn. Het is zo dat ik vaak aangetrokken word door mannen die op hoge leeftijd al hun haar nog hebben, maar dat kon ik vroeger nog niet weten. Ook kettingrokers wier afweersytemen de nicotineaanslagen met gemak lijken te weerstaan, oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Maar ook dat kan het niet geweest zijn. Het zal zijn krachtige uiterlijk geweest zijn, samen met het gegeven dat hij leider was van een land dat grensde aan het vijandelijke oostblok. Hij zal waarschijnlijk door het NOS journaal wat vaker genoemd zijn dan zijn Franse collega, of hij was gewoon een bevlogen en geliefd politicus. Hij koos ervoor om een aan hem toegewezen onderscheiding van de Bondsrepubliek niet te accepteren, omdat hij vond dat iemand niet onderscheiden hoeft te worden als die slechts zijn plicht vervult. In 1981 kreeg hij een pacemaker, maar het roken heeft hij nooit afgeleerd. Zelfs later, toen hij anti-rookwetten schendde werd dat hem vergeven. Uiteindelijk weet ik niet of je kunt zeggen dat het roken je fataal is geworden als je 96 bent geworden, maar gezien de diagnose lijkt het erop dat de man de 100 makkelijk gehaald zou hebben als hij niet gerookt had. Op 23 november neemt Duitsland afscheid van voor mijn gevoel één van de integerste politici ooit.

Helmut Schmidt
Helmut Schmidt

Asiel zoeker

Ik begin mij hoe langer hoe meer te ergeren aan Facebook. En ergernissen zijn niet goed. Zie ik vanochtend iemand die het volgende plaatje deelt.
asielzoeker
En het gaat me niet eens om degene die het plaatje deelt, maar om degene die het plaatje de eerste keer plaatste. Dat is een mevrouw uit Rotterdam die Pim Fortuyn vereert als een heilige, terwijl hij natuurlijk gewoon een landverrader was. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om het makkelijke scoren dat men met zo’n plaatje doet. Men schrijft het woord asielzoeker verkeerd en haalt daarna een zielige bejaarde aan. Alsof er -hartgrondige vloek- ook maar iemand die zo’n plaatje deelt of liked een zielige bejaarde in huis neemt! Niemand toch? Er moet alleen even gescoord worden in de wedstrijd zonder scheidsrechter.

En dat is precies wat er mis is met dit al 70 jaar in vrijheid verkerend land. Ik zag daarnet een programma over Rusland, daar verkeert men pas een jaar of 25 in vrijheid. Daar houden ze niet van homo’s en niet van drugs maar, zo zei iemand, wij bemoeien ons niet met het westen. Maar het westen wel met ons, omdat mensen in het westen vinden dat zij de enige juiste manier van samenleven hebben uitgevonden en dat ook willen opdringen aan de rest van de wereld. Daar zit wat in. Het riep zoveel vragen in mij op dat ik er onmiddellijk van in de war raakte. Ik zag iemand die op Facebook een religieus statement maakte en daar was half facebookend Nederland alweer om hem belachelijk te maken. Want de vrijheid van meningsuiting is één, maar het respecteren van een afwijkende mening is iets heel anders.

Ik hecht teveel aan sommige contacten om Facebook te verwijderen. En misschien ben ik ook wel verslaafd aan likes, zoals in de krant stond. Misschien hecht ik teveel aan het verleden en misschien heb ik mijn hoop op de verkeerde dingen gevestigd. Misschien verwacht ik wel te veel en misschien moet ik mij eens wat minder bemoeien met zaken waar ik toch geen invloed op heb. Ik neem geen asielzoeker in huis en ook geen bejaarde. Het is hier geen oorlog tenslotte. Tenminste, als je de vrijheid van meningsuitingsoorlog even niet meetelt.

De staatsman

Gisteren en vanavond keek ik Andere Tijden over de staatsman Wim Kok. We zijn nu dertien jaar na zijn aftreden aanbeland, en ik ben er trots op dat ik de staatsman herkende toen ik moest stemmen. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik me een stuk drukker maak om de man dan om de partij. Dat komt omdat ik nog steeds durf te vertrouwen op mijn intuïtie, en mijn intuïtie herkent echt en onecht.

Omdat Wim Kok echt was, vraag ik me nog steeds af hoe hij zich door verkiezingsperioden heeft heengeslagen. Ik herinner het me niet, maar het kan niet anders dan dat de man zich op de inhoud heeft geconcentreerd en niet op hoe hij overkwam. Tegenstrijdig met het vak van politicus lijkt dat, maar door zich te focussen op de inhoud kwam daar als vanzelf die integere, wijze, bijna vaderlijke uitstraling die ik zo graag zie bij oudere mannen. In mijn ogen is hij de beste minister president die we hebben gehad, zonder anderen te kort te willen doen. Maar hij was de vader des vaderlands, de statige man met het prachtige haar die zijn emoties onder controle had, maar nooit wist te verbergen.

En natuurlijk maakte hij fouten. Maar hij was een leider. Geen leider door krachtige optredens of meeslepende speeches, maar door rust en natuurlijk respect. Eenmaal heb ik de man van dichtbij gezien, bij de opnames van een TV programma in Amsterdam. Ik kon hem gewoon aanraken maar deed het maar niet. Ik aanbid hem niet, maar ik heb ontzag voor de manier waarop hij altijd in de eerste plaats de belangen van het vaderland diende, en in de tweede plaats die van zijn partij, en in de laatste plaats zijn ego. Die volgorde is bij de meeste politici omgekeerd, en daarom worden zij nooit staatsman.

Out of the box

Terwijl ik naar buiten kijk zie ik een bloedmaan. Ik kan me niet herinneren dat ik de maan ooit eerder zo rood zag. De wetenschap begrijpt hoe de maan rood kan kleuren, ik eerlijk gezegd niet, maar ik twijfel in dit geval niet aan de wetenschap. Onheilsprofeten echter, zien een bloedmaan als een aankondiging van het einde der tijden vanwege bijbelboek Joel: “De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat die grote en ontzagwekkende dag van de Here aanbreekt.”

Ik ben eerlijk gezegd niet zo bang voor de dag des Heren, ik begreep altijd dat dat een ander woord voor Zondag is. En Zondagen maak ik zeer regelmatig mee. Als het over de dag des onheils gaat, tja, dan weet ik het zo net nog niet. Waarom zouden we van de dag des onheils spreken als Jezus terugkomt? Dat is de negatieve benadering. Zo’n dag zit vol met opportunities, om maar eens wat moderne termen te gebruiken.

Ik krijg nogal wat van die termen naar mijn hoofd geslingerd tegenwoordig. Ik ben tenslotte uit 1969, en twintig jaar ouder dan een collega van sales, met wie ik het goed kan vinden. Hij vindt mij echter wat halsstarrig en dwars, terwijl ik hem op mijn beurt wat meelopend en goedgelovig vind. Volgens hem moet ik ook eens out of the box denken, maar volgens mij moet hij out of the box denken niet verwarren met zwammen. Hij stuurde mij vandaag een testje met wat vragen en daar zou dan uitkomen wat voor type mens ik ben. Handig als je verkoper bent om te weten met wie je te maken hebt, probleem is alleen dat een potentiële klant die lijst niet invult, maar dat zijn verder onbelangrijke details. Het gaat erom dat je out of the box denkt. Ik bekeek het testje en mailde hem terug dat hokjesdenken zo hopeloos achterhaald is en dat het misschien goed voor hem zou zijn als hij eens van die gebaande salespaden stapte en eens wat meer out of the box ging denken.

Ik gebruikte zijn eigen theorie tegen hem en het werkte want hij liep vast. Out of the box denken is verzonnen door een linkmiechel die er brood in zag. Verkoop ze een praatje waarvan ze denken dat ze het begrijpen en vraag er geld voor. Een ander doel dient het niet. Je kunt mensen helaas niet out of the box leren denken. Laten we even aannemen dat out of the box betekent dat je andere wegen bewandelt. Columbus, die kon dat. Da Vinci en Galilei, die konden dat. Cruijff en Hennie van de Most, die denken out of the box. Ze zien mogelijkheden die anderen niet zagen omdat ze of intelligent waren of heel goed hun boerenverstand gebruikten. Dat noemen we out of the box.

Zou je nu tegen een willekeurige werknemer zeggen dat hij out of the box moet denken, dan vraag je hem eigenlijk om het bedrijfskundige equivalent van Hotel California te componeren. Om een tweede “Das Kapital” te schrijven of om met schaken te winnen van Deep Blue. Je vraagt hem om iets te doen wat hij niet kan omdat zijn brein te beperkt is. En het is helemaal niet erg om een te beperkt brein te hebben, want dat hebben we bijna allemaal. Zouden we briljante geesten zijn, en dus echt out of the box kunnen denken, dan zouden we niet naar zo’n stomvervelend verhaal hoeven luisteren omdat we dan eenmaal niet op een duffe afdeling sales zouden werken.

En niet dat het erg is om op duffe afdelingen te werken, dat doe we praktisch allemaal, maar erken gewoon dat je op een duffe afdeling werkt en er zal een wereld voor je dichtgaan. Waarschijnlijk kom je tot nog betere resultaten. Je hoeft je aandacht immers niet meer te richten op gezwam. In reclameboodschappen kunnen ze er ook wat van. Een businessschool heeft het eerst over kinderen die hun aandacht nergens bij houden, overal doorheen praten en die ronduit etterig gedrag vertonen, om die vervolgens als talent aan te duiden waar het bedrijfsleven om staat te springen. Dat is niet out of the box denken, dat is het stimuleren van lui en etterig gedrag voor eigen geldelijk gewin, om vervolgens de maatschappij op te laten draaien voor de schade die die etters later gaan aanbrengen.

Nee, the box bestaat helemaal niet. Het enige doel dat gediend wordt als je je salesafdeling laat luisteren naar een out-of-the-box-stimulator, is dat er wat aan zelfvertrouwen wordt gewonnen. En dat is goed. Want hoe meer zelfvertrouwen, hoe minder angst voor de dag des oordeels.

Schitterend.

Deze schitterende robijnrode topwijn heeft een fruitige geur met tonen van specerijen, zoethout, vanille en leer. Krachtig en vol van smaak met veel indrukken van rijp fruit zoals kersen, bramen en bessen met daarnaast kruiden, specerijen en duidelijke vanille tonen. De wijn heeft een perfecte balans met elegante tannines en een lange intense afdronk.”

Ongeveer zo werden gisteren in een restaurant de wijnen geserveerd. Daarna, volgt er een “alstublieft”, ten teken dat je mag proeven. Ik voel me altijd lichtelijk bezwaard als zo’n meisje haar verhaal staat te houden. Ik onthou niet wat ze zegt, dat interesseert me echt heel weinig, ik let uitsluitend op hoe ze het zegt. En daarna neem ik een slok en denk ik: gadverdamme! Of ik denk: gaat wel. Terwijl ik echt wel van wijn hou, maar gewoon van goedkope rode wijn zonder vreemde geuren en bijsmaken. Ik wil eenmaal geen Eucalyptus in mijn wijn. Zit het er toch in, dan kun je zo’n wijnaanbeveler en het gezelschap aan tafel eenvoudig de mond snoeren door te vragen: is dit Eucalyptus globulus of Eucalyptus odorata?

Dan moet het wel heel gek lopen wil de wijnkenner dat weten. In Frankrijk koop ik gewoon zo’n vijf liter jerrycan met een kraantje die je kunt ophangen en waar de wijn uit kiepert. Dat zal ze leren.

Roken in 2015

Laatst, aan de kant van het voetbalveld stak één van de vaders een sigaretje op. Hij deed een stap naar achter om ons niet-rokers niet te belasten, maar zijn rook kwam toch mijn kant op. En ik dacht: “mmmm, dat ruikt nog eens lekker.” Het is jammer dat roken ongezond is verklaard door veel overheden en ik zet daar mijn vraagtekens bij. Natuurlijk, er zitten wat nadeeltjes voor de gezondheid aan, maar is het niet zo dat de gemiddelde leeftijd die mannen en vrouwen volgens de overheid dienen te halen gewoon veel te hoog ligt? Als je rookt wordt je hooguit 122 jaar, maar dan moet je wel voor je 117e stoppen, zo bewees Jeanne Louise Calment, die tot haar 117e rookte. Ik ben gestopt met roken, alweer meer dan een jaar, en dat is mijn eigen vrije keuze. Ik moet dat geheel zelf weten en ik wens daar ook door niemand op aangevallen te worden. Als ik mee wil in de glijbanen die de overheid heeft gebouwd, zonder het bieden van enig verzet van betekenis, dan is dat mijn zaak. Maar laf is het wel natuurlijk. Elke soldaat die heeft gevochten in de Tweede Wereldoorlog om de bezetter te verjagen, rookte. En is dit nu de manier om respect te tonen? Moeten we nu werkelijk alle risico’s uit dit stukje wereld waar wij wonen halen en voorbeeldige burgers worden? Neen, wij zouden verzet moeten tonen.

Want wat gebeurt er in hemelsnaam met ons? We zijn een stelletje slappelingen die geregeerd worden door een halfzacht systeem van gemiddelde meningen, uitmondend in het slechts besturen van dit land uit financieel oogpunt. Elke boekhouder zou dat kunnen. Er dienen weer keuzes gemaakt te worden door sigarenrokende mannen, keuzes die erin hakken, en dan bedoel ik niet financieel bij de AOW’ers. Want wat heb je aan een prachtig land als elke mooie plek opgekocht wordt door rijkaards? De omgeving van de Loosdrechtse plassen is volledig in handen van een bezetter en je kunt nergens meer komen. Waarom mag je niet in de IJssel zwemmen? Waarom is de fietshelm uitgevonden? Waarom code geel, oranje en rood? Ik weet de antwoorden, je mag niet in de IJssel zwemmen omdat het zo gevaarlijk is dat het 1 op de 100.000 keer mis zal gaan. En je zult maar net die ene zijn. De hele landsinrichting is afgesteld op de zwakste schakel, die moet zich ook veilig over de weg kunnen begeven. Vandaar dat er op stukken waar je vroeger met 110 doorheen denderde zonder een keer een spannend moment mee te maken, een maximum van zestig is ingevoerd, drempels zijn aangelegd en er ook nog eens een inhaalverbod geldt. Plus waarschuwende systemen die hysterisch knipperen als je 70 rijdt.

Risico’s willen we liever ook niet meer, maar ze werken uitstekend tegen de depressie. De dood moet in de verte op de loer liggen, maar wie kan er nog met dood omgaan? We willen niet dat hij ons treft, terwijl hij ons uiteindelijk gewoon te pakken krijgt. Vroeger was er tenminste nog het hiernamaals dat ons opving en kon je nog eens een risicootje nemen, maar tegenwoordig ligt dat voor veel mensen anders. De enige manier waarop de dood nog aanvaardbaar is, is als hij komt als we de negentig zijn gepasseerd en we liggen in ons ziekbed. Terwijl het een belachelijke maatschappij wordt als niemand zich meer opoffert en vroeg dood gaat. Hoe kun je een ode brengen aan iemand die nooit geleden heeft? Risico’s dienen in meer of mindere mate genomen te worden, anders slaat het leven nergens op.

Lege huls

Toen ik mijn jaarlijkse statistieken tot mij door liet dringen, schrok ik een beetje. Niet zozeer van de teruglopende bezoekersaantallen, want de hoogtijdagen zijn wel geweest, maar meer van mijn langste serie van blogberichten. Drie slechts! Terwijl ene Rob een serie van 110 maakte. Nu ga ik die niet proberen te evenaren, maar drie valt me gewoon wat tegen. Terwijl, als je het realistisch bekijkt, er niets mis mee is. Drie dagen en dan even een dagje niet. Maar 99 logjes in een jaar vond ik ook wat weinig. Had me dan even gewaarschuwd, dan had ik er honderd van gemaakt.

Gisteren lag ik voor pampus op de bank. Van tien tot kwart voor twaalf heb ik geslapen volgens mijn gezin, dat horen ze aan gesnurk. Terwijl ik voor mijn gevoel niet geslapen heb. Feit is wel dat ik doodmoe was en dat ik het niet meer trok. En dat baarde me ook wel weer wat zorgen, dat ik ’s avonds zo moe ben. Ik was altijd duidelijk een avondmens maar nu ben ik niet meer een specifiek mens. Geen ochtend-, geen middag- en geen avondmens. Blijft nachtmens over en daar schrijf ik ook niet over naar huis. Ik slaap te weinig, maar dat ligt niet aan te laat naar bed gaan. Dat ligt aan slecht slapen en vroeg wakker worden, een teken dat er iets niet goed is. Ik kan heel goed tegen weinig slaap, op mijn werk word ik binnen de normale werkuren nooit moe, maar misschien komt het wel door de zes flessen wijn die in mijn kerstpakket zaten. Ik hoorde dat Youp het in zijn oudejaarsconference nog had over de wine-app, dat je daarmee kunt bepalen of je de wijn lekker vindt. Ik vind dat ding ook irritant, het laat de geboren dubbeltjes denken dat ze kwartjes zijn geworden. Ik mag Youp graag en vooral de boodschap die hij uitdraagt. Ik lach niet meer uitbundig omdat je zijn grappen wel zo’n beetje kent, maar hij verveelt me nooit. Maar meer nog hang ik aan de lippen van Finkers, een tot de rand gevulde huls. Finkers gaat volgend jaar de oudejaarsconference doen, en moet vanaf vandaag gaan bijhouden wat er in de wereld gebeurt. Iets wat wij, bloggers, natuurlijk al jaren doen. Met humor is het lastiger om geen lege huls te zijn dan met verdriet. Te veel geluk in je leven is niet goed voor je inspiratie. Een beetje ellende levert vaak mooiere muziek op dan wintersport. Ze zeggen dan wel dat antidepressiva de gevoelens van mensen afvlakken, maar ik beschuldig eerder de wine-app.

Als iets te mooi is om waar te zijn, ….

Ik zag gisteren de film/documentaire “De Nieuwe Wildernis” over voornamelijk de grote grazers van de Oostvaardersplassen. De film is ingesproken door Harry Piekema, de vroeger leuke, maar inmiddels irritant geworden supermarktmanager. Grappig detail. Hoewel ik het vooraf niet had gedacht, slaagde de film mij er toch in mij verrast en trots te laten zijn op deze wildernis in Nederland. Er zijn, op een kort fragment van twee schaatsers na, geen menselijke invloeden in te zien. Geen hek, geen windmolens, geen wegen, geen trein, niks. Nou ja, een karrespoor dan. Een oneindige vlakte die je warempel laat denken dat dit gebied een echte wildernis is, vergelijkbaar met de steppes van Afrika of de toendra’s van Rusland. Het is absoluut een uniek natuurgebied met de grootste populatie wilde paarden en edelherten van Europa. De vos jaagt er overdag, iets wat zelden waargenomen wordt. Ik kreeg onmiddellijk het gevoel dat er wolven zaten. Maar die zitten er niet.

En al dat moois heeft een keerzijde. In de korte documentaire “De Nieuwe Wildernix” wordt die getoond. Nu zie je dezelfde vlakte maar aan het eind zie je een snelweg. Je ziet een edelhert bij een hek staan dat van de honger aan een boomschors knaagt. Je ziet grote grazers als verminkte, magere scharminkels rondlopen. Je ziet vele kadavers liggen, iets wat andere beesten weer ten goede komt. Maar anders dan op de Veluwe is er in de Oostvaardersplassen alleen in de vroege zomer voldoende voedsel. In de rest van het jaar is er onvoldoende tot niks. Waardoor de beesten de hele winter op hun reserves moeten leven en velen redden dat niet. De hele natuur is door overbegrazing kaalgevreten en de beesten kunnen er niet uit en worden niet bijgevoerd.

Twee kanten aan een verhaal, en de keerzijde doet je ineens beseffen dat beheer van de wildstand toch niet zo’n slecht idee is. Of misschien de terugkeer van de wolf, waar ik al jaren een voorstander van ben. Want beter is het als de zwaksten gedood worden door een troep wolven, dan dat ze een winter lang honger en kou lijden om uiteindelijk ergens te gaan liggen en dood te vriezen.

Voor de verliezers van the battle

Ik heb vanavond frustratie en woede gezien. Herkenbare frustratie en woede tijdens the battles in The Voice of Holland. In het ene geval was een jongen van Griekse komaf het slachtoffer, in het andere geval een meisje uit Geldrop. Beiden waren goed. Als ze op de toppen van hun kunnen hadden gepresteerd, hadden ze hun tegenstanders kunnen hebben. Maar hun tegenstanders bezaten een flair waarmee ze de wedstrijd naar zich toetrokken en hun tegenstander eruit trapten. Een licht valse flair want ze waren egoïstischer. Hielden zich niet precies aan wat afgesproken was en hadden daar lak aan. Je kon het al aan hun kleding zien, vreemde kleding die alleen gedragen wordt door zonderlingen die geen schaamte kennen. Ze dansten om hun tegenstander heen en hielden zich niet aan het protocol. Maakten misbruik van het moment want tijdens de oefeningen konden ze zoiets niet flikken, dan zou de tegenstander onmiddellijk geprotesteerd hebben. Maar dat ging nu niet. Hun tegenstanders werden van hun stuk gebracht en vakkundig kansloos gemaakt door een stiekeme overtreding. Denk aan Patrick Kluivert die in de val van Lorenzo Staelens trapte in 1998. De eerlijke maar verontwaardigde Kluivert liet zich provoceren en kreeg de rode kaart. Denk aan Zinedine Zidane en Materazzi. Een smerige klem werd opengezet en Zidane trapte erop en de klem sloeg dicht. De woede spatte van de gezichten van de verliezers af. Hoe kon de jury dit niet gezien hebben? Waarom ging de jury, aan wie ze hun ziel hadden toevertrouwd, in zee met zulke lage levensvormen?

Ik herkende het want het is me zo vaak gebeurd. Ik had ook de flair niet en ik was makkelijk te provoceren. Ik vond het ook pas gerechtigheid als de provocateur een kaakslag kreeg. Maar een kaakslag is een eerlijke, maar zichtbare overtreding terwijl de provocateur een geniepige, onzichtbare overtreding maakt. Je moet ermee leren leven. Inmiddels, door schade en schande wijzer, weet ik dat eerlijk het langst duurt. Dat flair ook andere uitingsvormen kent. En dat oneerlijk alleen leidt tot kortstondig succes en daarna een diepe val.

Lapzwans

Het programma wat ik gisterenavond bij toeval zag had me vanochtend nog niet losgelaten. Een programma over een jong stel met een kind dat torenhoog in de schulden zat. Hij 28, zij 24, dochtertje een jaar of vier. John Williams schoot te hulp om dit stel weer op het goede spoor te zetten. Na een financiële check bleek dat er maandelijks €500,- meer uitging dan er binnenkwam. De vrouw had de naam van haar vriend op haar arm getatoeëerd. Maurice heette hij. Op een of andere manier leek ze afhankelijk van hem en hij liep de kantjes eraf. John en zijn team hielpen het stel en dienden tegelijkertijd het belang van RTL4. Het ging wat houterig maar de goede wil leek er. De man moest om financiële redenen stoppen met roken en de vier katten moesten het huis uit. Het abonnement op de sportzender werd opgezegd evenals de loterij. Zijn rijbewijs was ingevorderd wegens meerdere keren rijden onder invloed, maar deze man had ontdekt dat zijn auto het zonder rijbewijs ook gewoon deed. Nu leverde hij de sleutels van de auto in, als teken van goede wil.

Hij ging op gesprek bij een uitzendbureau, volgde een korte cursus en vond met hulp van John full time werk in plaats van de twee dagen per week die hij nu werkte. De schuldeisers werden gebeld, er werden afspraken gemaakt over de betalingen en je kreeg warempel de indruk dat ze in een aantal jaren de 40 duizend schuld die ze hadden veroorzaakt weer te boven konden komen.
Op de eerste werkdag van de man ging het mis. Hij kwam niet opdagen en bleef dagen onbereikbaar, ook voor de mensen van het tv-programma. Na een aantal dagen lukte het John om een hartig woordje met Maurice, die inmiddels weer rookte, te wisselen. Het kwam er op neer dat Maurice niet zo’n zin had in deze baan omdat die hem niet zo leuk leek. John sprong zowat uit zijn vel, maar kreeg het toch voor elkaar om de lapzwans zijn excuses aan te laten bieden aan zijn nieuwe baas, die warempel nog bereid was het door de vingers te zien en hem een tweede kans te geven. Gelukkig. Maar tegen ieders verwachting in sloeg de lapzwans ter plekke het bod af. En daar eindigde het programma.

Ik zag nog het beeld van de huilende vrouw en vooral van het dochtertje dat zonder zeuren een lepel ondefinieerbaar voedsel nam. En vanochtend zag ik het weer, het meisje dat de hap nam. En ik vroeg me af hoe zo iets kon. Hoe kan een vader zich beroepen op een recht terwijl hij in zijn situatie alleen plichten te vervullen heeft? Waar zit de kronkel? Waarschijnlijk op dezelfde plaats als de kronkel die ervoor zorgde dat de schuld opliep tot € 40.000,-