De onhandige zoekterm

Ik vertelde mijn collega een verhaal dat ik ooit eens op tv gehoord had, en dat ik ongelofelijk vond. Ik vond het zo ongelofelijk dat ik er hier eens over geschreven heb. Maar het verhaal was waar, het speelt zich af in de natuur en werd verteld door een bioloog. Mijn collega vond het ook ongelofelijk. Wat dat betreft liggen we op één lijn.

Wat doet mijn collega? Die gaat googelen op wat ik hem vertelde en de eerste hit was bam, zo mijn weblog. Een blog uit 2015. “ Inderdaad, hier staat het”, zegt hij, en hij las aandachtig. Dat ik er naast stond op de foto ontging hem volledig, of hij liet het niet merken. “Ja, het klopt, kijk hier staat dat, en dat, precies wat je vertelde! Hier, kijk nou, haha, hoe dat er staat! Haha.”

Ondertussen kneep ik hem. Zou ik nog lijken op die foto? Had hij de tegenwoordigheid van geest om die link te leggen? Ik besloot niks te zeggen, en maar te zien wat er gebeurde. Als hij me ontmaskerde, dan ontmaskerde hij me maar. Hij is tenslotte mijn beste collega sinds vorig jaar mijn beste collega werd ontslagen. Zo erg is dat niet meer. In 2008 ben ik compleet van weblog veranderd toen ik opeens ontdekte dat mijn weblog openstond op het scherm van mijn baas.

Hij liep even weg en ik keek op zijn pc. Die stond nog steeds op mijn weblog, maar nu was hij zich kennelijk aan het verdiepen in de reacties. Ik zag Dyhan, Fien, Laurent, Margo, Rob Alberts, en nog iemand, maar die is hier verdwenen. Ik liet niks merken. Van de week stuurde ik hem ook al een screenshot en zag later dat er een tab op zichtbaar was van mijn weblog. Ik heb liever niet dat collega’s hier lezen. Ik begon over zijn nieuwe motor. Volgens mij is zijn aandacht verslapt en heeft hij het nooit gemerkt.

Verspilde tijd

Ik dwaalde weer een beetje af in Wikipedia en kwam terecht bij De Meester en Margarita van Michail Boelgakov. Ik heb een slap aftreksel van het boek in mijn boekenkast staan, ben er ooit eens in begonnen, maar het heeft nergens indruk gemaakt. Ik kan me er geen letter meer van herinneren in elk geval.

In 1966 werd het boek, zwaar gecensureerd, uitgegeven in de Sovjet Unie en werd het gelijk een bestseller. De schrijver heeft vele jaren aan het boek gewerkt, vanaf 1928 tot aan zijn dood in 1940. Het bevat drie verhaallijnen die enigszins door elkaar lopen. Door velen wordt dit boek bestempeld als het beste boek ooit geschreven. Omstreeks 1967 kreeg Mick Jagger, destijds 24 jaar, het boek van zijn toenmalige vriendin, Marianne Faithfull, en las het in rap tempo uit.

Mick, en vele anderen, begreep het boek op zijn vierentwintigste. Hij snapte dat de duivel op bezoek was in Moskou voor het lentebal, hij snapte het afwijkende bijbelverhaal en hij herkende nog meer vermomde personages en raakte zo geïnspireerd dat hij het nummer “Sympathy for the Devil” schreef. Wat door vele anderen weer niet begrepen werd en gezien werd als godslastering, of in elk geval als het bewijs dat Rock ’n Roll niets anders dan verderf was.

Ik ben nu 51, en heb er niets van begrepen. Ik begreep niet wie de duivel was, wat hij in Moskou kwam doen, en ik herkende de andere personages niet. En nu ik er iets over gelezen heb voel ik mij veel te oud om de schade nog te kunnen herstellen. De schade van alle literatuur die ik gemist of niet begrepen heb. Ik wist zelfs niet dat Sympathy for the devil op dit boek was gebaseerd. Wat heb ik in vredesnaam al die tijd gedaan?

Muis 🐭

Het begint altijd met het geluid van een klepperend kattenluik. Dan een mauw, en als er daarna nog een mauw volgt weet je het eigenlijk wel, ze heeft een muis binnen gebracht. Meestal als ik dan in haar richting snel, pakt ze vlug de muis weer op en vlucht door het kattenluik naar buiten. Maar nu ging ze onder de eettafel en liet daar de muis los.

Ik pakte de muis snel voordat die zich realiseerde dat hij moest vluchten. Dat doe ik wel vaker en zet hem dan ergens veilig buiten. Vaak houden ze zich dood, maar niet vandaag. Deze beet me in mijn pink en liet niet los. Ik kermde want het deed zeer. Maar ik kon hem ook niet loslaten omdat ik hem dan midden in de huiskamer kwijt zou zijn. Linda dacht dat ik deed alsof, maar het deed echt zeer. Al kermend wachtte ik af of het kreng los zou laten, maar nee. Ik vermande me en liep met de muis in mijn handen, en zijn tanden in mijn pink naar buiten waar ik hem los liet. Ik bloedde een beetje. Ik wist helemaal niet dat muizen konden bijten. Ik ben ook al eens door een konijn te grazen genomen, die beet nog gemener maar daar kon ik me wel snel bevrijden. Ik dacht dat knaagdieren knaagden, maar ze bijten, gemener dan een hond.

Aangenaam

Gisterenochtend heb ik 11 kilometer met de hond gelopen. Ik had er weer even zin in. ’s Avonds ging ik nog een stukje fietsen met mijn net geplakte achterband. Midden in het bos kreeg ik alweer een lekke band. Bij het plakken was ik vergeten het euvel te verwijderen, dan heeft het plakken niet zoveel zin. Dus ik liep nog eens vijf kilometer voordat ik bij een weg kwam waar Linda me kon oppikken. Vanmiddag liep ik 8 kilometer met de hond, en vanavond ging ik weer een stukje fietsen. Deels om te proberen of ik deze keer wel goed geplakt had, en deels om weer wat conditie op te bouwen voor badminton, dat aanstaande maandag weer van start gaat. En omdat ik een psychologische gewichtsgrens had overschreden. Ik was over de 100. Dat slaat helemaal nergens meer op.

Dan hebben we nog geluk dat het coronavirus heerst, anders had ik nog naar Frankrijk gemoeten ook met dit lijf. Maar je kunt ook zeggen dat deze gewichtstoename door corona komt. En het sluipt erin hoor, die toename, je hebt het niet in de gaten. Elke dag als ik voor de spiegel sta denk ik: nou, dat gaat nogal prima! Totdat ik me een keer een kwartslag draaide en mijn buikomvang zag. Dat zie je van de voorkant niet zeg!

Ik heb vaker van die grenzen gehad hoor. Ik weet nog dat ik op mijn 18e 78 kilo was. Toen ben ik jarenlang 83 geweest. Na mijn dertigste ging ik ineens naar 87, maar nog niet alarmerend, al kwam de 90 in zicht. Op een gegeven moment was ik 95, dat is nu zes jaar geleden. Toen stopte ik met roken en werd het 97. Zo kent u mij, als 97 kilo wegend. En nu dus ook als 100. Aangenaam. Ik hoop u maar kort te kennen.

De Abba chronologie

Ik heb een cd van Abba in mijn auto, de beste popgroep die de ik ooit gehoord heb. Natuurlijk kun je met allerlei andere bands aan komen zetten, maar als poging om mij van iets anders te overtuigen is dat zinloos. Hun hoofden moesten op het hakblok volgens een jonge frontman van U2, om daar later spijt over te betuigen en diep voor ze te buigen. De CD, het zal een greatest hits zijn, bevat hun hits in chronologische volgorde. En daar wilde ik iets over zeggen.

Ik wil even benoemen dat wat mij opviel, al lang en breed bekend is, dus u mag hier rustig stoppen met lezen. Maar ik dacht ineens, héé!

Abba drong door bij het grote publiek begin jaren zeventig met hun nummer Waterloo, een vrolijk en melodieus nummer dat de loop van de geschiedenis van het songfestival heeft veranderd. Het gaat over het verliezen van de vrolijke strijd tegen verliefdheid. Dan komt “I do I do I do”, over vroegere eenzaamheid die nu vergeten kan worden door een nieuwe liefde. De volgende is Fernando, een wat zwaar aangezet nummer waar een heel leven wordt doorgenomen, maar nog altijd die positieve inslag. De hitmachine is goed op gang en er volgen nog de wereldhits “Dancing Queen” en “Money Money.” Abba was een wereldact.

Maar dan is daar ineens “Knowing me, knowing you” in 1976. “Breaking up is never easy I know, but I have to go.” Een stijlbreuk. Nou ja, dat kan een keer gebeuren. Het is in elk geval een prachtig nummer. Daarna komt “The name of the game”, over een mooie liefde maar toch ook over de onzekerheid over hoe de ander die liefde voelt. Moesten we ons ergens zorgen over maken?

1978 was een vrolijk jaar, en er was weer niets aan de hand voor de fans, en ook niet voor de jaren 70 zelf. “Take a chance on me”, “Thank you for the Music” en “Summer night city.” Iedereen kon opgelucht ademhalen, Abba was Abba en het leven was mooi.

Maar dan komt 1979. Chiquitita. Iedereen zat er klaar voor en iedereen was het er over eens dat Abba weer een wereldhit ging scoren. En dat klopte. Alleen klonk dit anders. Droevig en de wanhoop nabij, maar het refrein blijft refereren aan geluk wat toch nog ergens is. Onverwacht kondigen Bjorn en Agnetha hun scheiding aan. De fans in alle staten. Abba stelde ze gerust. De scheiding zou geen gevolgen hebben voor de groep. En dat leek te kloppen. Als vanouds kwamen daar weer hits, discohits zelfs zoals “Does your mother know”, “Voulez-Vous,” “Gimme Gimme Gimme,” en de zorgen waren weg. Als dan nog “I have a dream” volgt zijn de fans euforisch.

1980. The winner takes it all. Het begin van het einde? ” I don’t wanna talk about the things we’ve gone through…” Was het een verwijzing? Super Trouper kon de geruchtenstroom niet meer stoppen en daar eindigde het huwelijk tussen Benny en Frida. We zijn in 1981. Een tweede scheiding zou de group niet overleven werd gevreesd, hoezeer de band nog probeerde de crisis te bezweren.

“One of us” en “the day before you came.” Ze konden ons nog meer wijsmaken, maar deze nummers waren geen verwijzingen maar rechtstreekse verklaringen dat het binnenkort over zou zijn. Het tij was niet te keren met deze depressieve nummers over het einde van een relatie en de leegte na een beëindigde relatie. Het was gedaan met ze. Een tijdperk van tien jaar werd door Abba kleur gegeven. Van zonnige opkomst tot droevige ondergang. En wij voelden het mee.

Veertig jaar later en ze zijn er nog allemaal. En ze beloven binnenkort terug te komen met een paar nieuwe nummers. We wachten er nog steeds op.

Bovenstaand verhaal is door mij bij elkaar gezocht naar aanleiding van de afglijdende vrolijkheid die ik hoorde op de CD. Het kan fouten bevatten, maar die heb ik dan even gladgestreken. Ik doe net of ik er bij was, maar ik was kind in hun tijd en ik vond hun muziek mooi, maar begrijpen waar het over ging deed ik niet. Dat doe ik dan nu, ruim veertig jaar later. Ik kom overal te laat achter.

Ingewikkelde kwesties

Het nieuwe huis geeft nu al rust en dat gaat denk ik nog beter worden als het oude huis overdrachtsklaar is. Vandaag heb ik nog even flink mijn best gedaan om de laatste spullen eruit te sjouwen, morgen de allerlaatste. Ik heb tig keren de trap op en af gelopen, ik ben drie keer op de milieustraat geweest, en de vierde keer kwam ik eraan, maar hadden ze het hek al 1 minuut voor tijd dicht gedaan, zodat de ambtenaren op tijd voor hun warme prakkie waren, en ik met mijn overvolle auto weer terug kon en alles in de tuin moest achterlaten. Dan loop ik wel te vloeken overigens, ik haat die mentaliteit, maar goed, wat doe je er tegen?

Nu zijn het nog een paar kleine dingen, de gaatjes dichtsmeren en schoonmaken, maar dat laatste hoef ik niet zelf te doen. Ik heb maandag en dinsdag vrij genomen, en daar kijk ik nu ook veel meer naar uit dan naar de vrije dagen in het oude huis. Dat geeft toch te denken. Ik heb daar mijn dagen een beetje internettend versleten, hier liggen andere uitdagingen op me te wachten. Ik ben bang dat ik hier niet meer zoveel vrije dagen opbouw als in het oude huis. Ik vind het zelfs niet zo erg dat we dit jaar niet op vakantie kunnen, dat zou ik in het oude huis toch wel gevonden hebben. Ik zie me hier al zitten in de zomer, in de veranda met een boek. Geen probleem. Frankrijk ligt er in 2021 ook nog wel.

Nee, eerst baalde ik een beetje van Linda’s drang om naar een ander huis uit te zien, een jaar nadat we het oude hadden opnieuw hadden laten schilderen en behangen en vloerbedekking hadden laten leggen. Maar nu bleek ze het achteraf toch weer bij het rechte eind te hebben, zoals zo vaak als het gaat om de simpele maar belangrijke dingen in het leven. Bij ingewikkelde kwesties die er verder niet toe doen heb ik overigens wel altijd gelijk.

Op zijn plaats

We zijn inmiddels over, en ik geloof wel tot grote tevredenheid. Ik heb hier een heel ander gevoel in dit huis. Ik vind het lastig uit te leggen, maar het is alsof het huis op me heeft staan wachten al die jaren zonder dat dat wederzijds was. Maar nu ik er weer ben snap ik pas wat ik gemist heb. Vrijwel alles klopt ineens. Het is 25 jaar geleden dat ik uit deze wijk vertrok, en nu ben ik terug. Ik liep al dezelfde ronde met de hond die ik vroeger met onze hond liep, en ik kwam al een mevrouw tegen die ik vroeger ook tegenkwam. Vroeger had ze een Rottweiler, Boris volgens mij, nu een labrador. Ik liet geen herkenning blijken, zo goed kende ik haar nu ook weer niet, maar apart was het wel. Er is niet eens zo heel veel veranderd hier, op het eerste gezicht.

Ik heb de eerste nachten geslapen als een roos, het is hier veel stiller. Dat geldt ook voor mijn werkkamer. Dat het er stil is, niet dat ik er slaap als een roos. Er wonen hier wat stillere mensen, maar dat was vroeger ook al zo. Als ik in ons oude huis in bed lag hoorde je toch vaak ’s avonds laat nog luid pratende mensen op straat, ik vroeg me dan wel eens af wat er in die koppen om ging.

Als ik er nu kom om nog wat zaken af te handelen heb ik al gelijk niet meer het gevoel van een thuis. Dat kan snel gaan. De kat denkt er volgens mij al net zo over, die ligt hier rustig in huis te slapen, over een poosje mag ze naar buiten. Dit huis heeft rust over zich, dat had het andere niet, door welke oorzaak dan ook. Misschien voelt iedereen het. Het oude huis, ik moet er ineens niet meer aan denken. Kennelijk waren we hier toch meer aan toe dan we dachten.

Ik heb ook slecht nieuws gehad vorige week, het betreft de gezondheid van een familielid, dat knaagt ook wel. Liever zou ik dat niet hier melden, maar ik heb dan het gevoel dat ik iets achter hou, en ik niet vrijuit schrijf. En een oplettende lezer zou dat misschien kunnen oppikken en niet begrijpen waarom ik wat gereserveerd ben. Vandaar.

Vrouwenvoetbal

Ik heb er nog niet veel mee. Ik zeg “nog”, want dat is een kwestie van tijd, ik ben namelijk altijd wat laat met mijn ontdekkingen. Ik ergerde me altijd al aan vrouwelijke voetbalfans. Ten eerste zijn ze altijd voor Ajax, en ten tweede hadden ze het altijd over mooie mannenbenen. Daar kon ik dus niet mee over voetbal praten.

Nu zijn de rollen omgedraaid. Ik zit net Amerika-Frankrijk te kijken, de eerste wedstrijd in het damesvoetbal die ik in z’n geheel zie, op wat wedstrijden van mijn dochter in het verleden na. Maar nu snap ik ineens wat die vrouwelijke fans bedoelden. Ik zit nu ook te letten op het uiterlijke schoon van de dames. Ik heb er zowel bij de Amerikanen als bij de Fransen wel een paar zien rond lopen. Amel Majri en Alex Morgan, dat vond ik wel wat. Natuurlijk waren Renard en Rapinoe beter, maar hallo zeg, daarvoor kijk ik niet naar voetbal.

Nou ja, volgens mijn eigen regels mag ik verder niks van het niveau vinden.

Het Voorgeborchte

Doordat ik net een term las die ik niet kende –in Limbo zijn– en ik moest opzoeken wat dat betekende, werd ineens een aloud probleem voor me opgelost. Vroeger discussieerde ik wel eens met protestante klasgenoten over wanneer je in de hemel kwam, want volgens hen moest je gedoopt zijn en Jezus hebben aangenomen (wanneer kunt U beginnen?) om daar te kunnen komen. Nu was ik wel gedoopt, dus ik voelde me vrij, maar mijn gevoel van rechtsvaardigheid is zo sterk ontwikkeld dat ik vond dat dat niet kon kloppen. Want hoe zat het dan met kindjes niet gedoopt waren, daar konden zij toch ook niks aan doen? Bovendien, in de naam van Christus, hoe zat het dan met Mozes en Abraham, mochten die ook de hemel niet in omdat ze toevallig eerder leefden dan Jezus en dus nog nooit van hem gehoord hadden? Inderdaad, dit was zo volgens mijn protestante klasgenoten. Naar de hel ermee! Ik bezat helaas niet zoveel feitenkennis als zij, zeker toen niet, dus ik kon er weinig tegen inbrengen, behalve dan dat ik dan gekscherend zei dat het katholieke geloof het enige ware geloof was en de rest ketterij.

Had ik toen maar geweten wat ik net las, dan had ik ze ermee om de oren kunnen slaan. De katholieken hadden daar allang een oplossing voor bedacht, namelijk “in Limbo zijn”. Ook genoemd “het Voorgeborchte.” Daar kwam je dan terecht, aan de rand van de hemel, waar het ook prima was, je kon alleen God niet zien.  Je werd niet gekweld door de eeuwige hellestraffen omdat je immers niks verkeerds had gedaan. Dit werd speciaal bedacht om het probleem, waar ik achteraf onnodig mee worstelde, op te lossen. Het is overigens iets anders dan het Vagevuur, waarbij je uiteindelijk wel de weg naar de hemel vond na een flinke draai om je oren. Er waren twee soorten van in Limbo zijn, eentje voor de ongedoopte kinderen en eentje voor iedereen die al dood was voor de wederopstanding van Jezus.

Kijk, daar hou ik nou van. Praktische bezwaren gewoon simpel oplossen. En zo klopt het ook precies weer met mijn rechtvaardigheidsgevoel. Overigens heeft de katholieke kerk het in 2007 afgeschaft, dat in Limbo zijn. Ze vonden het achterhaald en hebben het probleem anders opgelost. De barmhartigheid van God wordt aangenomen zó groot te zijn dat hij al diegenen die rechtvaardig geleefd hebben of buiten hun schuld om niet gedoopt zijn in de Hemel toelaat. Ze hebben het mij niet laten weten destijds, maar ik zou ook voor de afschaffing hebben gestemd.

 

V(e)r(tr)ouw

Ik heb nu twee seizoenen van Wie is de Mol gevolgd. Nou ja, gevolgd, ik hing er wat bij. In het eerste seizoen moest ik wat inkomen, maar in het tweede seizoen wist ik gelijk vanaf aflevering één wie de Mol was. De aanwijzingen werden steeds duidelijker, en ik zag de Mol zichzelf steeds verraden. Waar ik bij alle anderen echte emoties zag, zag ik bij de Mol duidelijk gespeelde opluchting. Ze vonden me wat arrogant, maar ik ben Mack, ik ben de beste.

De finale keek ik niet, want PSV speelde, en bovendien, ik wist toch al wie de Mol was. Totdat het ineens niet mijn Nielson bleek te zijn, maar Merel. Ik had er faliekant naast gezeten. Vanaf dat moment besloot ik niet meer mee te doen aan het raden wie de Mol is, want dat kan ik dus niet. Maar wat het mij wel pijnlijk duidelijk maakte, ik vertrouwde vrouwen kennelijk blindelings, maar mannen niet. Het was in mijn wereld kennelijk niet mogelijk dat een vrouw de boel liep te belazeren. Hun emoties zijn echt, die van mannen zijn gespeeld. Alles wat mannen doen is slechts om indruk te maken op de andere sekse. Dansen bijvoorbeeld, geen man doet dat voor zijn lol. Een Ferrari rijden doe je eveneens niet voor je lol met zo’n keiharde vering, dat gejank en een lage instap. Welnee. Indruk maken op de vrouwtjes.

Kortom, ik ben een illusie armer. Voortaan kan ik ook belazerd worden door vrouwen. Of toch niet? Kon Merel dit alleen omdat het een spel was? Mijn manager is ook een vrouw. Ik vertrouw haar blindelings. Ik ga het maar niet veranderen. Met nieuw verworven kennis schiet je ook niks op.