Ik ben een machtig interessant boek aan het lezen, geschreven door een student geneeskunde, dat gaat over menselijk gedrag verklaard vanuit de evolutie. Voorbeeldje uit het boek: sommige mensen houden van moderne kunst om zich zo met hun intelligentie te onderscheiden, met als enige doel: een zo goed mogelijke partner te vinden om zijn/haar eigen genen door te kunnen geven. Uiteraard niet zo kort door de bocht uitgelegd als ik hier even snel doe, maar het was wel de strekking. En ook ikzelf kwam er bekaaid vanaf want het boek barstte van de voorbeelden waar ik me schuldig aan maak en waaruit blijkt dat ik de hele dag bezig ben met mezelf zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de andere sexe om mijn (toch wel geweldige) genen te kunnen mixen met een ander stel geweldige genen.
Prachtige theorie, ik geloof ook dat het waar is, maar toch zit me zoiets nooit lekker. Ik reed vandaag naar het ziekenhuis, snelde met mijn zescylinder (echt hopeloos zielig weet ik nu) de snelweg op en spoedde mij achter een eveneens vlot doorrijdende Audi Cabriolet aan. Na een kilometer of twee had ik de blonde wapperende haren voor mij pas in de gaten en ik keek eens wat beter in de binnenspiegel van de voor mij rijdende cabrio. (kan een cabrio wel een binnenspiegel hebben?) Dat zag er gezond uit en ik zag de mevrouw voor mij een paar keer in haar binnenspiegel kijken naar het rode gevaarte achter haar. Ze gaf wat gas bij en ik bleef haar dicht volgen, en door mijn zonnebril zag ik haar af en toe in de binnenspiegel kijken. Ietsje later ging ze naar de rechterrijbaan, ik gaf nog meer gas, scheurde haar voorbij en…..
bleef strak voor me uit kijken en keurde haar geen blik waardig! Alsof ik haar niet interessant vond.
Ja, ammehoela, ik laat mijn genen geen gedrag aanpraten door een student geneeskunde!