Raadplicht.

Gisteren was er een minuutje waarin ik even zat na te denken over het waarom van mijn weblog. En ik wist precies het antwoord. Het is een uiting van mijn enige vorm van creativiteit, en creativiteit moet eruit. Dat moet je niet opkroppen. Kijk maar naar degenen die wel heel goed zijn in webloggen, maar het desondanks nooit hebben gedaan. Dat zijn echt levensgevaarlijke individuen. Ik noem een Adolf Hitler, een Idi Amin, een Pol Pot, om maar even het maatschappelijk belang van webloggen aan te tonen.

Er is echter wel een probleem. En dat is het geheugen. Nou, eigenlijk niet het geheugen want dat is prima in orde. Het geheugen heeft maar één functie en dat is het opslaan van gegevens. En daar is niks mis mee. Het gaat om het kunnen raadplegen van het geheugen. Daar schort het aan. Want als iemand je herinnert aan iets dat je vergeten bent, blijkt dat je het helemaal niet vergeten bent, want je weet het immers weer. Nou ja, ik dool een beetje in het rond. Maar een poosje geleden deed zich werkelijk een uitgelezen mogelijkheid voor tot het maken van een briljante grap. Ik dacht letterlijk op dat moment: ik maak de grap niet, ik bewaar hem voor op mijn weblog. Dat weet ik nog. Maar ik kan niet meer op de grap komen. Jammer. Gisteren, aan het einde van mijn minuutje schoot mij een prachtig onderwerp voor een logje te binnen. Ik dacht nog: deze keer onthoud ik het. Toen viel ik in slaap en de volgende ochtend was het weg. Goed, het zit nog wel ergens in mijn hoofd natuurlijk, net als de grap en dan ga ik er even vanuit dat het hoofd de plek is waar het geheugen zich bevindt. En dat is vrijwel zeker want mensen zonder hoofd weten zich zelden iets te herinneren. Maar het raadplegen van het onderwerp, dat is dus nu het probleem. Om die reden en om geen andere verzaak ik dus vanavond de blogplicht. (artikel 4, lid 1, onderdeel b, blogwet 2011)

Ha!

Tijdens het bestuderen van belastingwetten blijft ook het hersendeel dat verantwoordelijk is voor het doorgronden van natuurwetten actief. Daar kwam ik vanavond achter. U heeft misschien wel eens gehoord, of hier gelezen dat een natuurkundige wet slechts geldt zolang het tegendeel niet bewezen is? Dus, de zwaartekracht trekt aan de tennisbal zolang overal proefondervindelijk wordt vastgesteld dat de bal in de richting van de aarde valt? Zolang de tennisbal nu maar aan die wet gehoorzaamt blijft de wet in stand. Zou ergens op de wereld ook maar één tennisbal omhoog vallen, kan de wet worden geschrapt. Nou, zo ontdekte ik vanavond een natuurkundige wet die uit de boeken kan. En dat is het verhaal dat de afgelegde afstand het produkt is van de snelheid en de verstreken tijd. Ter verduidelijking: een half uur met een snelheid van 200 km/u rijden levert een afstand op van 100 km. Dus 100 km = 200km/u maal 0,5 uur. Maar nu komt het: als ik precies een uur lang met 100 km/u rij, heb ik 100 km afgelegd. Hoe kom ik aan deze berekening? 100 km =100km/u gedeeld door 1 uur. Ha!

Hits

Ik ben een boekje aan het lezen van Martin Bril, die onder de vleugelen des Heeren rust, over zijn grote passie Napoleon. Hoe iemand een passie ontwikkelt voor Napoleon weet ik niet, maar hij ging daarin ver. Zo reed hij over wegen die Napoleon ook bereden moest hebben en bezocht hij de slagvelden waarop Napoleon streed, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat een historisch slagveld tegenwoordig gewoon een weiland kan zijn. Napoleon interesseert mij niet zo, maar desondanks is het een leuk boekje om te lezen. En dat kenmerkt het schrijftalent van Martin Bril.

Ondanks zijn grondige onderzoek betrapte ik hem op een misser. Volgens Martin won Napoleon op Google de strijd met Jezus van Nazareth en Elvis Presley, ook niet de eersten de besten. En wel als het ging om het aantal zoekresultaten. Nou, dat geloofde ik natuurlijk niet en ik checkte. Oké, wat betreft Jezus klopte het, maar Elvis Presley, laat me niet lachen. Ja, Martin had het over 32 miljoen hits, tegen 69 miljoen voor Napoleon, maar dat is alleen als je op Elvis Presley zoekt. Als je op Napoleon Bonaparte zoekt, krijg je vier miljoen resultaten. En op alleen Elvis, 90 miljoen. Kijk. Ik bedoel maar. Eventueel trek ik er daar nog 100.000 van af omdat die naar naamgenoten verwijzen, maar dan nog, een gigantisch verschil.

Gedurende het schrijven van dit logje kwam ik erachter dat Madonna en vooral Michael Jackson, Elvis nog ruimschoots verslaan, maar goed, voor iemand van voor het internettijdperk is het heel netjes. Maar goed, wat zegt dat allemaal? Ik zie net dat Justin Bieber, Michael Jackson weer ruimschoots verslaat. Wie zeg je? Justin Bieber. 226 miljoen hits. Nou ja, geen hits, maar zoekresulaten. Wie of wat heeft er eigenlijk de meeste zoekresultaten op Google?

Imitatiedrang

Vroeger, als ik een ‘Kung Fu film had gezien, ging ik daarna oefenen op mijn broertje. Niet dat u denkt dat dat oneerlijk was, want hij was en is groter dan ik. Over het algemeen resulteerde dat in een voornamelijk verbale Bruce Lee imitatie en wat hoge trappen waardoor je hopeloos uit balans raakte. Tevens veroorzaakte de overmoed een pijnlijke rechterhand als gevolg van het doormidden willen slaan van het voorwerp dat het dichtst in de buurt was, en wat daarvoor het meest in aanmerking kwam. Een houten bureau bijvoorbeeld.

Nu trad die imitatiedrang wel vaker op. Na Miami Vice maakte ik mijn haar nat en kamde het achterover of ik ging schor en met weinig woorden praten, net als Castillo. Soms praatte ik tegen een denkbeeldige krokodil die Elvis heette. Ook na de overigens geweldige serie ‘The Master’ zocht ik manieren om mij als een Ninja te verkleden en te verplaatsen. Ik was duidelijk zoekende.

Gisterenavond zat ik promotiefilmpjes van anti-terreureenheden van het Korps commandotroepen te bekijken. Daarna liep ik de tuin in en sloop ik geluidloos naar het hek, op zoek naar een eventuele vijand. Ik communiceerde via hersengolven met Bob, onze rode kater die zich afvroeg wat ik aan het doen was. Hij deed mee, want hij sloop geluidloos achter mij aan. Toen hij bij het hek was aangekomen, zette hij zich af en met één soepele sprong stond hij boven op het hek. Ik zag zijn gestalte zich nog eenmaal naar mij omdraaien. Hij ging op nachtpatrouille, ik ging naar bed.

Malasaus.

Bij het wokken vraagt de wokker altijd welke saus je wilt. Het is dan kiezen uit wat er op het bord staat geschreven. Zoetzuur, oester, kerrie, zwarte peper, rode curry, knoflook en malasaus. Achter die laatste saus hadden ze vier banaantjes getekend, daar waar er bij de andere minder stonden. En omdat ik van bananen hou zei ik: “de malasaus.” De wokker zei lachend: “de malasaus,” en ging aan de gang met mijn wokwaar op een vlam waarvan ik vermoedde dat die rechtstreeks was aangesloten op het gasveld van Slochteren. “Eetsmakelijk,” zei hij en ik liep met mijn bordje terug naar de tafel. Moeder Maria, was ik maar nooit geboren! De bananen bleken helemaal geen bananen maar rode pepers. (dat wist ik wel, maar even voor het verhaal.) Die malasaus schroeit je palatum uit je bek. Blussen met bier werkt niet. Lijdzaam moet je je lot ondergaan totdat het gif een kwartier later is uitgewerkt. En waarom? Gewoon om even te proberen of je tegen hete saus kunt. Ik leef nog, dus ik kan het. Maar het maakt geen bal uit wat je eet hoor, met die saus. Als is het een paardenvijg, dat proef je toch niet.

Wat vindt u?

Bent u ook zo iemand die het geen zak interesseert wat een ander van u vindt? Ik vind dat juist reuze interessant. De vraag is of u zich er anders van moet gaan voelen als iemand iets van u vindt. Beter of slechter, dat maakt niet uit. Uiteindelijk is het maar een mening van iemand die niks meer of minder is dan uzelf. Toch vind ik het belangrijk wat sommigen van mij vinden. Ik laat alleen nooit merken wie dat dan zijn. Nou ja, mijn baas en Linda, waarbij ik expliciet vermeld dat dat twee verschillende personen zijn, zijn er natuurlijk wel twee van wie ik het vrij belangrijk vind wat ze van me vinden. Maar over het algemeen blijf ik redelijk mezelf. Tenzij ik mezelf niet meer ben, dan niet. Nou ja, eigenlijk is het ook een onderwerp waar u zich als weblogger, en dus waarschijnlijk niet tot het meest domme deel van de mensheid behorend individu, allang niet meer druk over maakt. Dat is meer iets voor giechelende secretaresses, om je daar druk over te maken. Best jammer, want ik heb mijn mening over u gegeven in mijn linklijst. Maar trekt u het zich niet aan. Als u het al leest.

Het zal mijn tijd wel duren…

In de eerste Golfoorlog viel het mij steeds op dat Irak en Amerika elkaar tegenspraken als het om feiten ging. Amerika rapporteerde dan de vernietiging van militaire doelen en claimde dat de slachtoffers die gevallen waren allen vijandelijke soldaten waren. Irak daarentegen, claimde dat het was getroffen door een laffe Amerikaanse raketaanval, dat er voornamelijk ziekenhuizen waren vernietigd en dat er honderden onschuldige burgerslachtoffers waren gevallen. Twintig jaar later gaat het in Libië nog net zo. Ontkenning is de te volgen strategie. Ik, ervaren inwoner van het Koninkrijk der Nederlanden, erger me eraan dat ik niet serieus word genomen als journaalkijker. Alsof zo’n Libische Said Al-Sahaf denkt dat iemand zijn berichtgeving nog serieus neemt. Het zijn ook net managers hè, altijd de zaken anders voorstellen dan ze zijn. Er zijn twee beroepsgroepen waarvan niemand de uitspraken serieus neemt; managers en persvoorlichters. Nou, misschien zijn er wel meer. Eigenlijk is alleen de koningin nog te vertrouwen. Trouwens, wat maak ik me druk over Libië? Syrië komt er al weer aan. Veel interessanter, want die opstand zijn we nog niet moe.

Wat is eigenlijk het belang van het nieuws? Er wordt een verkeerde voorstelling van zaken gegeven en zodra men een onderwerp zat is, moet er iets anders gebeuren. Wat dat betreft ben ik best jaloers op mensen met idealen, zoals Jolande Sap. Die wil van Rutte de verzekering dat Afghaanse politieagenten niet zes maar acht weken worden opgeleid, en dat ze niet ingezet zullen worden voor gevechtstaken, en dat ze niet zullen overlopen naar de Taliban. En Rutte verzekert dat. Terwijl die Afghaanse agenten nu allemaal denken: “در صورتیکه عبارت مورد نظر شما پیدا نشود، می توانید خودتان آنرا به لغتنامه اضافه کنید یا درخواست افزودن معنی برای آن را بدهید” Want ja, die hebben nog nooit van Rutte of Jolande Sap gehoord, dus trekken ze hun eigen plan.

De tandenfee

Hans is zijn eerste melktand kwijt. De wiebeltand zat al een tijdje los, maar vanochtend heeft hij hem eruit getrokken. Veel kindjes uit zijn klas hebben al tanden gewisseld dus Hans kwam dit heugelijke feit trots vertellen. En dan komt de tandenfee. Je legt je tand onder je kussen als je gaat slapen zodat ’s nachts de tandenfee komt en die wisselt je tand om voor een muntstuk. Vandaar het begrip wisselen.

Vanmiddag vroeg hij al hoe de tandenfee dan binnen kon komen en of je dan niet wakker werd als ze de tand onder je kussen weghaalde. Toen Hans een half uurtje in bed lag, riep hij mij. Hij vond de tandenfee eng. Toen ik klein was bestond er geen tandenfee. Tenminste, bij mij kwam ze niet langs maar ik kan me voorstellen dat ik het ook eng gevonden zou hebben. “Hans, zal ik je een geheimpje verklappen?” zei ik. Ik vertelde hem dat de tandenfee helemaal niet bestond en dat papa en mama dat deden. Hij glimlachte van oor tot oor. Volgens mij vermoedde hij al iets dergelijks. “Oh, dat hebben de mama’s van de kindjes in mijn klas dan ook gedaan”, zei Hans. Ik zei: “Natuurlijk, maar dat weten ze niet. Niks zeggen hè?” Hans schudde zijn hoofd. “Maar Hans,ook niet zeggen tegen mama dat ik dat verteld heb hè?”, zei ik en hij straalde vanwege het geheim dat hij nu kende.

Opgelucht viel hij vijf minuten later in slaap. Maar dat was het werk van Klaas Vaak.

Summertime, summertime, sumsum summertime…

Mijn beruchte schoonzus voerde een telefoongesprek met Linda. Beiden hebben mij zwakzinnig genoemd, naar aanleiding van het ponyknipincident. Het ging over de zomertijd. Hans, de nomade, slaapt weer eens buiten de deur,bij zijn neefje Dan. Schoonzus en Linda kwamen er niet helemaal uit hoe laat de wekker, en dus het signaal dat de kinderen naar beneden mochten, nu gezet moest worden om het huis op enigszins christelijke tijd te laten ontwaken. Na lang beraad besloten ze de wekker op vijf uur te zetten om het effect van de zomertijd ongedaan te maken en de kinderen op de normale tijd van zeven uur wakker te laten worden. Gelukkig kwam Linda er om 23:00 uur achter, nog voor de zomertijd zijn intrede deed, en belde nogmaals om even te waarschuwen dat het waarschijnlijk niet goed was. Mijn zwager hinnikte op de achtegrond.

Zomertijd, we kunnen het beter afschaffen, Het is bedoeld ter besparing van energie, maar ik vraag me af of dat per saldo effect heeft.