40

Ik bemoei me nooit met de keuze van het vakantieadres, omdat dat nu eenmaal lastig genoeg is. Ik geef slechts mijn medegoedkeuring als ze wat gevonden heeft. Vorig jaar was het prima, en nu op sommige punten nog beter. Alleen één ding was ik vergeten te checken, en dat hoorde ik op de heenweg; er zit geen airco in het huis.

En laat dit nu ook net de heetste vakantie ooit worden met temperaturen tot boven de 40 graden. Vannacht was de eerste hete nacht. Nadat ik eerst beneden 15 vliegen had doodgeslagen en daarvan moest bijkomen, lag ik zwetend op een bloedheet matras, de ventilator aan, op mijn telefoon te wachten tot ik het koud zou krijgen. Op de slaapkamer zaten ook vliegen, want ik had overdag de deur open laten staan. Steeds als je zo’n kreng verjoeg voelde je hem twee tellen later weer ergens op je lichaam.

Bloedirrirant, maar ze waren loom geworden. Door de avond of de warmte, dat weet ik niet, dus ik kon ze doodslaan. Alleen als ik er een had, landde de volgende alweer op mijn scherm. Vier heb ik er nog geplet. Gadverdamme.

Uiteindelijk viel ik in slaap. Het viel nog niet tegen. Maar het wordt nog warmer vandaag. Misschien dat ik mij helemaal inspuit met antimuggenspray en buiten ga slapen.

Hittegolf.

Het is hier heet, canicule zeggen de Fransen, en dit is de eerste dag. De vorige dagen waren slechts 30 of 31, vandaag wordt 34 voorspeld. Volgende week 39 op mijn site, 41 op die van Linda. 34 stelt niks voor hier, ik zit onder de parasol bij het zwembad en de thermometer die op de goede plek hangt geeft slechts 28 aan. Mijn auto gaf 32 aan, dus laten we zeggen dat het 30 is.

Gisteren liep ik met Lori in de volle zon, dat was pas warm. Maar wij gaven beiden geen krimp. Hier lijken ze zich ook niet druk te maken over de warmte. In Nederland had dit allang geleid tot verontwaardigde reacties op Facebook, en er zou ook zeker een schuldige worden aangewezen, waarschijnlijk uit linkse hoek.

Ik liep daar ergens, het groene veld in het midden zijn zonnebloemen, ik liep in het dorre veld links. Vanuit daar had ik uitzicht op onze parasol, maar ik kon niet rechtstreeks ernaar toe en moest weer over het zinderende asfalt en Lori in de berm. Op de terugweg kwam een vervaarlijk blaffende Duitse herder ons achterna, maar wij gaven wederom geen krimp, en de Duitser erkende zijn gelijke in de Hollandse, ondanks dat Lori een slagje kleiner is. Het is hier goed, u moet dit huis een keer boeken.

Ik help de eigenaar, die in Nederland zit, een beetje met zijn onderhoud. Zo heb ik de parasol gesmeerd, een fietspomp gekocht om de banden van de mountainbikes op te pompen, ik draaide een loszittende bout aan en zo komen we er wel.

Vanavond barbecue, nu een biertje. Die zijn wel verrekte klein hier, dus misschien wel twee. Of drie.

D.D.R.

Ik las een boek over wat zich indertijd aan de oostzijde van het ijzeren gordijn afspeelde. Deze grens tussen oost en west en het leven van de anderen fascineerde mij als kind al. Een keer in de jaren zeventig ben ik in de buurt geweest en zag de hekken. Volgens mijn vader hadden ze ons allang gezien, wat misschien zo was, maar ze zullen ons in tegenstelling tot wat ik toen dacht, allerminst interessant gevonden hebben. Het IJzeren gordijn was er immers om de eigen bevolking op te sluiten, niet om Westerlingen buiten te houden.

En daar wist je natuurlijk al dat er iets goed mis was. Er was in de DDR een strook van vijf kilometer vanaf de grens die verboden gebied was voor burgers. Dan was er een signaalwand van twee meter hoog, waarvan vluchtelingen uit het boeren- en arbeidersparadijs dachten dat het de grens was, maar het hek gaf slechts een signaal door aan de grenswachten die een schietbevel hadden. Via betonplaten konden ze zich razendsnel naar de plek begeven waar het signaal vandaan kwam om de vluchteling te arresteren, mocht deze nog niet omgekomen zijn door het volgende mijnenveld of de muur die automatisch fragmenten ijzer in het rond begon te schieten. En dan was daar pas de drie meter hoge muur waar de bondsrepubliek West Duitsland begon.

De hele DDR was corrupt en bang. Overal zaten mensen die aan de Stasi rapporteerden, dus iedereen hield zijn mening voor zich en ging mee in het systeem. Bij de minste of geringste kritische uiting op de heilstaat kwam er een aantekening in je dossier en kon je een verdere carrière vergeten. Het systeem zelf maakte geen fouten, dus als ze gemaakt werden, verdwenen ze uit het dossier, of er verdween iemand in een psychiatrische inrichting. Er werd psychologisch gemarteld, mensen werden onder druk gezet, bedreigd, en ze werden slaap onthouden of moesten lang in een houding staan waardoor ze vanzelf zwichtten.

In de Sovjet-Unie onder Stalin was het zo mogelijk nog erger. In Belarus werd ongeveer elke intellectueel naar de Goelag gestuurd zodat alleen mensen die geen vragen stelden overbleven. Na zijn dood kaartte het systeem zijn misdaden aan, maar Poetin heeft de geschiedenis weer veranderd en in de geschiedenisboeken op laten nemen hoeveel Stalin voor de Sovjet-Unie heeft betekend. Naar schatting twee miljoen Duitsers zijn na de oorlog door zijn toedoen omgekomen, en natuurlijk had niemand daar medelijden mee. Maar Stalin deed amper onder voor Hitler en wordt tegenwoordig weer als held vereerd. Maar dat geldt ook voor Hitler trouwens.

Het systeem was van binnen al kapot voordat het begon. Het wantrouwen zit nog altijd in de mensen. Mijn Duitse baas heeft het nog altijd over Ossies. Hele generaties hebben niet geleerd voor zichzelf te zorgen en worden ook wel Jammerossies genoemd. De schrijfster van het boek trekt de vergelijking met een leeuw die in gevangenschap is geboren en ook geen prooi weet te vangen. Veel Oosterlingen zouden weer terug naar die tijd willen waar de staat voor je zorgde als je meeliep met de meute. Waar eten en een warm bed was en je geen verantwoordelijkheid hoefde te nemen. Ze zien het niet als een slechte tijd en stemmen daarom vaak op een nationalistische partij in de hoop dat die hun eigen verantwoordelijkheid weer wegneemt. Het is jammer dat zo’n systeem alleen kan bestaan door aanwezigheid van verraders, zijn natuur vernietigt, inwoners onderdrukt, misstanden ontkent, de bevolking voorliegt en waar de top zich verrijkt, anders leek het me wel wat.

Ezels

Beneden ons staan een paard en een aantal ezels. Daar kwam ik achter door het luide gebalk dat hier regelmatig te horen is. Nu ik het een tijdje geobserveerd heb zie ik wat er aan de hand is. Een mannetje is hitsig en beproeft zijn geluk. Het vrouwtje begint luid te balken en trapt met beide poten achteruit. Het geluid klinkt als het oppompen van een luchtbed waarbij de pomp op de terugweg valse lucht aanzuigt.

Verder maakt de enorme parasol een irritant geluid dus ik kocht in de winkel het wondermiddel wd-40 maar ik kreeg het ding niet stil. Bij elk zuchtje wind dat irritante gepiep dat me uit mijn concentratie haalde. Pas na een uur had ik het juiste gat gevonden en spo…legde hem het zwijgen op bedoel ik. Ik was trots dat het gelukt was en zei de rest van de dag met de regelmaat van de klok hoe stil die parasol was. Hoor maar….

Over ezels gesproken, ik hou niet van te lang luieren dus ik ging met Lori naar het water, 120 meter lager en twee kilometer verder. Het was een open weg met nauwelijks schaduw en terug moest ik die 120 meter ook weer klimmen. Ik had geen pet op en ik had geen water bij me en ik hoorde mijn thermostaat schreeuwen dat hier snel een einde aan moest komen. Hijgend kwam ik weer boven. Lori ook, maar die was nog nat van het water en bovendien hijgt ze altijd. Ik minder. Ik was blij dat ik er was. Volgende keer, pet en water. Dan is het een makkie.

Beter

Natuurlijk ging er weer een lampje branden. En nog een waarschuwing voor te lage bandenspanning terwijl ik dat net een dag daarvoor gecontroleerd had. Een band had een heel klein beetje lucht nodig en de melding verdween, iets dat je vroeger nooit zou opmerken, gewoon gedoe om niets. Dat motorstoringslampje weet ik niet, we hebben dat elk jaar, of het nu een Nissan, een Peugeot of een Volvo is, dat maakt niet uit. Het zal aan mijn rijstijl liggen. Alleen Fiat’s en Alfa’s hadden het niet, die begrepen mij waarschijnlijk.

We zitten in Monclar d’Agenais, volgens de kaart heet het Monclar, maar op de borden staat toch echt die toevoeging erbij. Het zal iets met de stad Agen te maken hebben. Zoals Apeldoorn ook wel Apeldoorn van Vaassen wordt genoemd door kenners. Er is hier vrijwel niks, dus ik reed naar de bakker 15 minuten verderop en haalde daar twee baguettes. Quelles baguettes, waren het volgens de verkoopster. Ik zeg, oui, quelles baguettes, ze houden hier kennelijk van toevoegingen.

Naast de bakker stond op straat een vrouw. Ze was dik, armoedig en at een droog stuk stokbrood. Ik gaf haar twee euro. Ze moet een ellendig bestaan hebben, zwervend in de straten van een klein dorpje. Dan hebben wij het stukken beter.

Gîtes

We zitten in de buurt van Vierzon, in een soort B&B, maar dan met meerdere gasten. De eigenaresse is Française en kwam een praatje houden terwijl wij op het terras zaten. Dat begint al goed natuurlijk. Er staan meerdere oude vertrekken (gites) en er is een gezamenlijke binnenplaats. Het is hier stil, op een krekel na en af en toe een auto. Heel wat beter dan dat gare hotel waar we vorig jaar zaten.

De hond kan hier uitgelaten worden, dat was in Part Dieux in Lyon zowat onmogelijk. De auto is comfortabel en we hebben een koelbox op de 12 volt aansluiting. Belangrijker, er zit bier in. Dat kun je soms missen na een lange reis.

Morgen verder naar de Lot. You hate the fucking lot, zingt Lola Young. Maar daar bedoelt ze niet de rivier of de streek mee. Maar wel leuk om te zingen. Het wordt wel heet, en dat vind ik overdag wel lekker, maar ik moet zeggen dat deze koele avond buiten ook niet te versmaden is. Nou ja, je kunt niet alles hebben.

Tijdreis

Ik was inspiratieloos en moe. Ik had laat vakantie en ik moest voor een paar collega’s waarnemen. Ik heb, vind ik zelf, buitengewoon gepresteerd op mijn werk, maar dat weet verder niemand, behalve Linda die het aanhoorde en er de spot mee dreef toen ik het vertelde.

Maar ik heb het gehaald, vandaag was mijn eerste vakantiedag en morgen vertrekken we. Er gaan geen kinderen meer mee, alleen de hond. Dus er gaat als het goed is verbetering komen in de frequentie van mijn verhaaltjes.

Het wordt weer Zuid Frankrijk, ik weet niet of ik ooit nog een ander land ga bezoeken in de zomervakantie. Het is niet eens dat ik Francofiel ben, ik heb nu immers een Volvo, en Franse kaas kan me gestolen worden. Maar het is die jaarlijkse reis naar het verleden die ik niet wil missen. De wegen, de borden, de plaatsnamen, de korenvelden, de hitte, de taal, ik kan er niks aan doen, het brengt me allemaal terug naar een tijd die ooit was.

Deze tijd is anders, niet slecht, maar minder magisch. En altijd fijn dat jullie mijn geneuzel willen aanhoren. Dat maakt deze tijd mooier dan hij eigenlijk is. Ach, het valt ook wel mee als je geen journaal kijkt of internet leest. Dan is er vrij weinig aan de hand.

Regen

Ik zat af te geven op de Formule 1, als een oude zak die vindt dat vroeger alles beter was. En dat was ook grotendeels zo. In je herinnering dan. De race werd 80 minuten uitgesteld wegens de regen. Diezelfde regen waardoor we nu prachtige herinneringen hebben aan de Formule 1, waardoor Senna zich van Prost kon onderscheiden, waardoor je prachtige schuivers en crashes zag, en waardoor je een tactisch spel kreeg waarbij elke coureur moest beslissen wanneer ze weer naar slicks konden.

Nu zijn er geen regenbanden meer nodig, hooguit intermediates (een tussenvorm) en wachten ze in verband met de veiligheid tot het weer droog is. En mocht het tijdens de race gaan regenen, leggen ze de boel stil.

Formule 1 coureurs verdienen miljoenen, het is wat mij betreft wel de bedoeling dat ze enigszins risico lopen. Het is niet de bedoeling dat je als boekhouder meer gevaar loopt omdat je je bijvoorbeeld kunt snijden aan papier, hoewel ook dat beroep ontdaan is van alle gevaren. Kijk, toen Senna verongelukte ben ik tijden van slag geweest en ik zit niet hopen op een zware crash. Maar voor die miljoenen mag best wat spektakel worden geboden en mag er gevaar gelopen worden.

Ik lees net dat Max Verstappen ook een oude zak is. Hij is exact dezelfde mening toegedaan. Het verschil is wel dat als hij het zegt er naar hem geluisterd wordt. Ik weet verder niks van F1 behalve dat het vroeger beter was.

En Corps

Ik keek in mijn eentje een film dus hoefde ik geen rekening te houden met of het een goede film was, ja of nee. Het was een Franse film over een balletdanseres, typisch mijn genre.

Ballet is de hoogste danskunst, al ging het deze danseres om het dansen op zich. Ze danste voor haar overleden moeder en om erkenning van haar vader, die het maar druk had met zijn werk als advocaat. Haar lichaam is gespierd en soepel, heel anders dan het mijne, dat is alleen gespierd. Haar bewegingen zijn gracieus en haar gezicht is klassiek. Tijdens een voorstelling breekt ze een enkel en gevreesd wordt dat ze nooit meer kan dansen. Later, tijdens haar revalidatie komt ze in contact met een groep moderne dansers, uiterst vage lui. Maar Elise, zo heet ze, heeft daar geen oordeel over zoals ik en danst met hen mee.

Een vagerd met een neusring probeert haar te versieren met vage bezweringen want mannelijke dansers zitten niet op dansen omdat ze dansen zo leuk vinden. De danseressen denken echter van wel. Gelukkig valt ze niet voor de vagerd, en ook niet voor haar fysiotherapeut met knot die zogenaamd alleen vrienden met haar wil zijn. Elise denkt ook echt dat het zo werkt.

Uiteindelijk gaat ze voor de minst vage uit het groepje -de wet van vraag en aanbod- en hij heeft het geluk met haar naar bed te mogen. Dat hele dansen interesseert hem ineens geen reet meer, want zo zijn ze, die mannelijke dansers. Het lukt haar ook nog haar vader tot tranen toe te roeren met haar dans, al had hij liever gezien dat ze rechten was gaan studeren, want zo zijn vaders. Nou ja, niet helemaal want zijn tranen waren echt. Vaders willen hun dochter graag gelukkig zien, maar niet met een danser met een knot of een neusring.

Nee, deze film had ik weer prima uitgezocht. Onder het mom van hoogste danskunst lekker naar een gespierde, soepele jonge meid kijken. Want zo zijn ze, die mannelijke bloggers.

Barbeau Marion - Mémoires de Guerre

Vakantieherinneringen

Ik bedacht laatst hoe ik vroeger blij kon zijn met iets simpels. Een pas geslepen zakmes bijvoorbeeld. Of nieuwe batterijen in m’n zaklamp. Vlak voor de vakantie kregen we dat, het zakmes stond symbool voor het avontuur dat we zouden gaan beleven. Het mes was noodzakelijk om te overleven op vakantie, je moest er wilde takken mee kunnen wegkappen, je moest er gevangen vissen mee kunnen schoonmaken, je moest jezelf ermee kunnen verdedigen en als ik iets ouder was geweest moest ik me er ook mee kunnen scheren.

De zaklamp, fel als een laserstraal, was om je weg te kunnen vinden op een donkere camping, om je vijanden mee te verblinden en om ‘s avonds tegen het tentdoek te kunnen schijnen, zoals je in andere tenten ook wel eens zag als je er langs liep. En ik had een werphengel met blinker, om grote roofvissen mee uit het meer te halen.

Er was zelfs een jaar dat we een walkman hadden, voor op de achterbank. Het was drie dagen rijden met de auto met caravan naar Salles Curan. Er waren nog geen snelwegen in Frankrijk, wij kregen ze in elk geval niet te zien. Eindeloos lange rechte wegen door korenvelden, dodelijk saai, en de vakantieboekjes die we bij aanvang hadden gekregen waren dan allang uit. We waren blij als het je beurt was om bij opa en oma in de auto te mogen, want die reden ook mee. Daar kon je mee praten en ze praatten ook terug. In de Fiat van mijn ouders hing een strenger regime. Tenminste, je moest niet verwachten dat je steeds zo uitgebreid antwoord kreeg op je aanhoudende vragen.

De eerste dag kwamen we net voorbij Parijs, en hoorde ik mijn opa over Verdun, de tweede dag door het centraal massief en had hij het over de Tarn en Montpelier en de derde dag hoefden we nog maar een klein stukje en kwamen we ‘s ochtends op de camping aan. En daar bleven we dan drie weken, en als je de heen- en terugreis meetelde, waren we bijna vier weken weg. Geweldige tijden waren het, en dit is de reden dat ik nog steeds ieder jaar naar Frankrijk wil. Nog ruim twee weken…