Ik las een boek over wat zich indertijd aan de oostzijde van het ijzeren gordijn afspeelde. Deze grens tussen oost en west en het leven van de anderen fascineerde mij als kind al. Een keer in de jaren zeventig ben ik in de buurt geweest en zag de hekken. Volgens mijn vader hadden ze ons allang gezien, wat misschien zo was, maar ze zullen ons in tegenstelling tot wat ik toen dacht, allerminst interessant gevonden hebben. Het IJzeren gordijn was er immers om de eigen bevolking op te sluiten, niet om Westerlingen buiten te houden.
En daar wist je natuurlijk al dat er iets goed mis was. Er was in de DDR een strook van vijf kilometer vanaf de grens die verboden gebied was voor burgers. Dan was er een signaalwand van twee meter hoog, waarvan vluchtelingen uit het boeren- en arbeidersparadijs dachten dat het de grens was, maar het hek gaf slechts een signaal door aan de grenswachten die een schietbevel hadden. Via betonplaten konden ze zich razendsnel naar de plek begeven waar het signaal vandaan kwam om de vluchteling te arresteren, mocht deze nog niet omgekomen zijn door het volgende mijnenveld of de muur die automatisch fragmenten ijzer in het rond begon te schieten. En dan was daar pas de drie meter hoge muur waar de bondsrepubliek West Duitsland begon.
De hele DDR was corrupt en bang. Overal zaten mensen die aan de Stasi rapporteerden, dus iedereen hield zijn mening voor zich en ging mee in het systeem. Bij de minste of geringste kritische uiting op de heilstaat kwam er een aantekening in je dossier en kon je een verdere carrière vergeten. Het systeem zelf maakte geen fouten, dus als ze gemaakt werden, verdwenen ze uit het dossier, of er verdween iemand in een psychiatrische inrichting. Er werd psychologisch gemarteld, mensen werden onder druk gezet, bedreigd, en ze werden slaap onthouden of moesten lang in een houding staan waardoor ze vanzelf zwichtten.
In de Sovjet-Unie onder Stalin was het zo mogelijk nog erger. In Belarus werd ongeveer elke intellectueel naar de Goelag gestuurd zodat alleen mensen die geen vragen stelden overbleven. Na zijn dood kaartte het systeem zijn misdaden aan, maar Poetin heeft de geschiedenis weer veranderd en in de geschiedenisboeken op laten nemen hoeveel Stalin voor de Sovjet-Unie heeft betekend. Naar schatting twee miljoen Duitsers zijn na de oorlog door zijn toedoen omgekomen, en natuurlijk had niemand daar medelijden mee. Maar Stalin deed amper onder voor Hitler en wordt tegenwoordig weer als held vereerd. Maar dat geldt ook voor Hitler trouwens.
Het systeem was van binnen al kapot voordat het begon. Het wantrouwen zit nog altijd in de mensen. Mijn Duitse baas heeft het nog altijd over Ossies. Hele generaties hebben niet geleerd voor zichzelf te zorgen en worden ook wel Jammerossies genoemd. De schrijfster van het boek trekt de vergelijking met een leeuw die in gevangenschap is geboren en ook geen prooi weet te vangen. Veel Oosterlingen zouden weer terug naar die tijd willen waar de staat voor je zorgde als je meeliep met de meute. Waar eten en een warm bed was en je geen verantwoordelijkheid hoefde te nemen. Ze zien het niet als een slechte tijd en stemmen daarom vaak op een nationalistische partij in de hoop dat die hun eigen verantwoordelijkheid weer wegneemt. Het is jammer dat zo’n systeem alleen kan bestaan door aanwezigheid van verraders, zijn natuur vernietigt, inwoners onderdrukt, misstanden ontkent, de bevolking voorliegt en waar de top zich verrijkt, anders leek het me wel wat.