Burgerplicht

Vannacht was zwaar. Ik ging om 0:02 uur naar bed, bleef lezen in de Autovisie tot om ongeveer 0:45 het tijdschrift uit mijn handen viel, en deed toen het leeslampje uit. Om 0:46 sliep ik, om om 1:26 weer wakker te worden van een hard huilende Tammar, die door mevrouw Mack onze slaapkamer was binnengehaald. Na een kwartiertje werd zij weer in haar eigen bedje gelegd, onder luid protest, wat ongeveer nog een kwartier aanhield en vervolgens keerde de rust terug. Het was omstreeks 2:00 uur. Vijf minuten later werd ik weer wakker omdat ik ergens een gesprek hoorde. Het werd steeds duidelijker en ik nam aan dat het iemand behaagd had om bij ons in de straat te gaan zitten bellen. Tien minuten later dacht ik: loop gvd eens een end door, en ergerde me. Vijf minuten later had ik er genoeg van en liep naar het openstaande slaapkamerraam om te kijken welke idioot er midden in de nacht ongegeneerd en keihard ging lopen (nou ja, lopen…liep-ie maar) bellen. Zie ik tegen het hekje van onze voortuin twee jongens geleund zitten, waarvan er eentje tegen een telefoon praatte in dezelfde taal popiejopietaal als Joran van der Sloot, dus Nederlands met een raar accent. Zijn vriend hoorde ik zachtjes kankerhoer zeggen en als ik het goed had was dat tegen degene die aan de andere kant van de radiogolf zat.

Ik wachtte even een momentje af en riep toen vanuit het raam dat ze ergens anders hun conversatie moesten gaan voortzetten, en bereidde mij voor op een scheldpartij. Maar tot mijn verbazing boden ze hun excuses aan en verdwenen. Ik heb of overwicht of ze schrokken heel erg van mijn kop. En toen ik weer in bed lag, lag ik nog even te wachten op de steen die weldra door de slaapkamerruit zou komen vliegen, maar ook die bleef uit. Het valt nog niet mee, iemand aanspreken op zijn gedrag, maar ja, dat moet van dit kabinet, dus dan doe ik dat. Het voelde ook als burgerplicht. Ik zag in gedachten Jan Peter Balkenende die me trots toesprak omdat ik zo'n gehoorzame burger ben. Tevreden viel ik weer in slaap.

Humbug

Gisteren was hij weer op tv, de kerstfilm der kerstfilms, de 1984-versie van "A Christmas Carol" met George C. Scott als de gierige Ebenezer Scrooge, welke tevens de beste versie is die er is, maar heel erg dicht gevolgd door de 1999-versie waarin Patrick Stewart de rol van Scrooge vertolkt.
Een gierige vrek met een hart van graniet wordt door drie kerstgeesten op een zodanige manier bewerkt dat hij niet anders meer kan dan tot inkeer komen, en zijn leven beteren. En als hij op 1e kerstochtend ontdekt dat het voor hem nog niet te laat is, verandert hij van vrek in gulle gever.

Briljant! Elk jaar kijk ik of "A Christmas Carol" op tv komt, en elk jaar probeer ik hem te kijken. Charles Dickens -de schrijver- schreef dit verhaal omdat er brood op de plank moest komen, niet omdat hij een kerstboodschap te vertellen had. Ik voel mij erg verbonden met Scrooge, zowel voor als na zijn bekering. Ik weet ook nooit op welke dagen kerst valt, dus ben ik ook altijd te laat met gunstige vrije dagen plannen. Ik baal ook vaak van de verplichtingen, het heen en weer sturen van kerstkaartjes met alleen je naam erop, alsof het je een verplichting afwerkt met je adresboekje. Het is godsamme zo erg dit jaar dat we gewoon veel minder kerstkaarten krijgen dan andere jaren, alleen omdat wij vorig jaar zelf niks verstuurd hebben!! Dat is toch de bloody limit*? Wensen we me nou een gelukkig nieuwjaar of niet? Nou, dan geef ik Scrooge groot gelijk. Humbug!

En daarom kijk ik elk jaar Scrooge. Omdat het goede het kwade overwint en als je er met een andere insteek naar kijkt, is het toch wel weer leuk, die kerstkaartjes, ook al staat er slechts een afzender op.

*bloody limit is Engels taalgebruik, en dat is in tegenstelling tot Amerikaans taalgebruik wel toegestaan door mijzelf.

Ongeneeselijke vriendschap

Ik noem mijzelf "autoliefhebber" Het zal u niet ontgaan dat ik het regelmatig over auto's heb. Hoe is dat zo gekomen? Ik heb werkelijk geen idee. Maar er was een moment in mijn leven, ergens vlak na het overlijden van mijn vader, dat het toesloeg, die autogekte. Ik had het al wel een beetje, maar het kwam 100 keer versterkt naar voren toen ik vijftien, zestien was. Ik kon me terugtrekken uit de wereld die toen bar en boos was, door autobladen te lezen. Door schema's te maken van acceleratietijden en door technische gegevens uit mijn hoofd te leren. En mijn magische gedachten maakten mij bijna waanzinnig. "Ik ga nu de hond uit laten en het merk auto wat ik als eerste tegenkom, daarvan zal ik later de snelste versie bezitten." Ja, ik dacht wel magisch, maar ik bouwde wel wat veiligheidsmarges in, in die gedachten. Ik kon uren praten over auto's en waartoe ze in staat waren, en als ik een Porsche zag waande ik mij voor even in de hemel. Als ik een Ferrari zag, kreeg ik hartkloppingen en bij een Lamborghini begon ik te ijlen. Alles, alles, alles ging over auto's in die tijd. Ik fietste stukken om, omdat ik gehoord had dat er ergens een Testarossa was gesignaleerd. Een Ferrari Testarossa op mijn netvliezen werkte als een shot voor een verslaafde. En alle gesprekken wist ik op auto's uit te laten komen. Ik had dan ook geen vrienden. En ik had ze ook niet nodig.

Langzaam maar zeker werden de symptomen van deze geestesziekte minder, maar het zit zo diep in mij geworteld, dat het waarschijnlijk nooit meer helemaal overgaat. Aan de andere kant, het brengt je ook veel momenten van geluk die iemand anders waarschijnlijk mist. Nog steeds als ik een Porsche zie en mevrouw Mack zit naast me, zeg ik: "kijk, een Porsche" Terwijl ik weet dat het haar niet interesseert, maar deze Gilles de la Tourette-achtige uitroep kan ik niet tegenhouden. En elke dag nog, als ik naar mijn auto loop, en ik zie zijn mooie lijnen en zijn snelheidspotentiaal, viert iets in mij een feestje. Als ik plaats neem op de lichtbruin leren stoel, en ik laat de zescilinder ontwaken, dan neemt Nicola Larini het stuur van mij over. Het gevoel wat je van deze auto krijgt, is geweldig. En als ik op de snelweg achter een andere Alfa rijd, en ik hoor zijn uitlaat knerpen, en we rijden een poosje samen op, dan pas denk ik te weten hoe echte vriendschap voelt.

De Amersfoortse

Mijn huidige pensioenpolis loopt bij de Amersfoortse. Nu zijn er weinig dingen die mij zo weinig interesseren als pensioenen, maar dat komt omdat de spelregels toch elk jaar worden veranderd, dus elke garantie die je krijgt is zo waardevol als een ijsklontje in de woestijn. De gesprekken tussen mij en de pensioenaansmeerder duren meestal niet zo lang omdat het nu eenmaal een economische wet is, dat als je zelf benaderd wordt, de ander er meer mee opschiet dan jijzelf.

Maar wat probeert deze gewiekste verzekeraar nu langs slinkse wegen te bereiken? Door een onduidelijke brief te sturen met daarin een beleggingswijzer die er gegarandeerd toe leidt dat je antwoord A invult, bereiken ze dat de verzekerde zijn tot nu gegarandeerde eindkapitaal kwijt is. M.a.w. eerst had je de garantie dat je een bepaald bedrag zou bereiken, en nu niet meer! En als je de vragenlijst niet terugstuurt, wordt je huidige polis automatisch omgezet in die nieuwe, weinig-risicovolle, polis en hoppakééé, weg is je gegarandeerde eindkapitaal.

Dus bij wijze van spreken: ligt u er wakker van als u belegt en er komt een beurscrisis? Antwoord A is ja, antwoord B is nee. Natuurlijk ligt iedereen daar wakker van!
Ik heb antwoord B ingevuld, maar daarbij moest je een verklaring tekenen dat je bekend was met de risico's van het beleggen, en welk gevaar je dus loopt.
Met pen heb ik erbij gezet dat ze mijn huidige polis met gegarandeerd eindkapitaal zo moesten laten, en dat het mij aan mijn reet zou roesten (iets tactischer) waar ze in gingen beleggen. Al deden ze het in de piramide van Madoff. Mijn tot nu toe gegarandeerde eindkapitaal bereiken met uiterst risicovolle beleggingen vind ik stukken veiliger dan een laag-risico belegging zonder gegarandeerd eindkapitaal.

Ik hoop dat u het allemaal begrijpt, want ik was nogal verbolgen over deze val. En natuurlijk ga ik het in mijn eentje niet winnen van een grote verzekeraar (Amersfoortse is Fortis) maar het gaat mij er voornamelijk om dat ze weten dat ze me wél kunnen oplichten, maar dat dat niet gebeurt zonder dat ik het in de gaten heb of dat ik er een logje over schrijf.

Derek Ogilvie II

Het kan verkeren; laatst schreef ik nog en was ik ervan overtuigd dat hij het allemaal verzon, nu heeft hij me weer in verwarring gebracht met enkele rake uitspraken. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat als hij mij zou lezen, hij gelijk patsboem de pijnpunten naar boven haalt. Dus alleen daarom al zou ik dat niet toelaten. Geloven is niet een rotsvaste overtuiging dat iets wat je niet kunt zien, bestaat. Geloven is de souplesse van de geest. Soms is mijn geest stug, als een Volkswagen, en soms soepel als een Fiat. En dit kenmerkt wel een beetje mijn karakter. Als ik denk dat ik nu weet hoe het zit, blijkt het later toch weer anders te zijn. Zo hou je jezelf wel bezig. Maar zoals een oud Spaans spreekwoord zegt: een wijs man verandert soms van gedachten, een dwaas nooit.

Wapenstrijd.


Ik ben een grappenmaker, en ik heb er zelf de meeste lol om. Alleen daarom al is Hans (en straks Tammar) een geschenk uit de hemel. Ik kan het niveau dat ik eigenlijk heb, bij hem kwijt. Ik hoef me naar hem niet beter of intelligenter voor te doen dan ik ben, hij lacht toch wel om me.
Dus als ik 's ochtends brood voor hem maak en ik vraag wat hij er op wil, dan zegt-ie:" pasta en papaworst" En dan zeg ik: "Dus Hans, als ik het goed begrijp wil jij pindakaas en jam?" "Neeeeheeee, ik wil pasta en papaworst!" "Ah, nu snap ik het: jij wilt vlokken en kaas!" "Neeeeeheeeee, ik wil pasta en papaworst!"

En zo gaat dat nog een tijdje door, en moet ik ineens denken aan Sesamstraat, aan die man die in de winkel komt bij Grover en vraagt om een mooie glimmende taatataatataatataatataaaaaaa, maar dit terzijde. In elk geval, Hans is mijn niveau al aan het ontgroeien. Of hij heeft me door een pakt me terug. Want aus der reihe Thomas de trein heeft hij nu ongeveer tien treintjes en die hebben allemaal een naam. Dus als ik aan hem vraag: "hoe heet die?" dan geeft hij me al expres het verkeerde antwoord.

Vanavond in bad, roept-ie me en zegt dat er een haar aan zijn hand zit, en of ik die even woe weghalen. Dus ik kijk, en ik zoek maar ik zie niks. Dus hij wijst hem nog een keer aan, en begint dan ineens hard te lachen. Er zat helemaal geen haar.
Ik word met mijn eigen wapens bestreden.

Kwade krachten

Iemand van mijn werk, die lid is van de rotary, beweerde vandaag dat de rotary niet elitair is. Nou, m'n neus. Ik corrigeerde hem dan ook door hem erop te wijzen dat hij waarschijnlijk bedoelde dat de rotary liever niet als elitair gezien wordt. Maar dat was een vergissing van mij, en een verkeerd algeheel beeld dat van de Rwoohtrie (zo spreekt hij het uit en dit is tevens bewijsstuk 1) heerst. Want de rwoohtrie doet allemaal goede dingen voor armen. Dus bestaat de rwoohtrie voornamelijk uit welgestelden die liever aftrekbare giften doen dan de handen uit de mouwen te steken, tenzij er een leuke reis naar een ver land aan vast zit (bewijsstuk 2). Een vrindje van hem (bewijsstuk 3) organiseerde cursussen 'speedreading' (bewijsstuk 4) waarop ik vroeg wat dat was. Hij zegt "snellezen". Ik zeg "waarom noem je het dan speedreading?" "Omdat het zo heet", was zijn antwoord. "Nee, omdat je het zo noemt" zei ik tegen hem. Waarop hij zei: "jah!" en beide armen in een soort wanhoopsgebaar in de lucht stak.

Bij elitair gedrag komen er diep in mij kwade krachten los, die de elite wil vernietigen. Tenminste, vermeende elite. De koningin zou, als ik haar enige onderdaan zou zijn, zonder lijfwachten afkunnen. En als mensen Engels praten met een medelander, komen die zelfde krachten in mij los. Het liefst zou ik ze aan een stuk touw aan hun voeten uit het raam van de bovenste verdieping hangen, dus het vergt nogal wat van mijn zelfbeheersing.

Maar ik wil een cursus "angermanagement"! Tegen de resistance die ik heb tegen dat Engels taalgebruik. Bloody hell! Want ik moet wel. Want mijn zoon met zijn supermooie blonde haar (dat heeft-ie toch maar mooi van mij!) kijkt Dora. Ik weet niet of u Dora kent, maar Dora is een hoer. Een engelspratende teef! Ze leert mijn kind in het engels tellen, terwijl hij nog niet eens weet hoeveel tien in het Nederlands is. Attention, Attention, roept ze dan als ze aandacht wil. En als ze gaat zegt ze: Let's go! Ik wil dan die tv kapotschieten. Net als mijn grote voorbeeld Elvis dat altijd deed als hij Dora zat te kijken.

Muziek

Nu de top 2000 van 2008 nadert is het tijd om het eens even te hebben over muziek. Muziek die mij aanspreekt is net als de andere sexe; er is zoveel leuks! En ik kan geen voorkeur omschrijven. Ik hou van blonde muziek, van donkere muziek, van muziek met blauwe ogen, muziek met bruine ogen, muziek met kort haar, met lang haar, dikke muziek, dunne muziek, grote muziek, kleine muziek, Nederlandse muziek, buitenlandse muziek maar vooral van muziek met een leuke lach. Dus geen arrogante muziek. En muziek met een klein beetje niveau anders ben je zo gauw uitgeluisterd. En het liefst natuurlijk muziek die niet rookt, al rookt mijn eigen muziek wel, maar verder klinkt die als muziek in mijn oren.

Het is al laat, dus ik ga eens even een stukje muziek luisteren, maar niet zonder u achter te laten met een mooi stukje muziek. De zanger is lelijk, de groep is het rock-equivalent van The Carpenters, dus harmonieus, maar oh wat een mooi nummer om weer eens te horen. Weltrusten.

Italiaans autoleed.

Steevast weiger ik een Saab of een Volvo te rijden, terwijl die auto's gewoon veel handiger zijn dan zo'n uit nood geboren Italiaanse station. Italianen moeten gewoon iets laags maken met een V10 erin, rood spuiten en dat iedereen ooohhh roept. En verder niet. Vanochtend zat de Fiat vastgevroren. En dat zorgt voor genante momenten. Want waarom flikt elke auto die ik heb het elke winter weer om mij uitsluitend door de kofferbak naar binnen te laten? En dat ik dan vanaf de achterbank de motor moet starten in de hoop dat de boel ontdooit, wat uiteraard nooit gebeurt. En dat als ik er aan de achterkant weer uitkom, natuurlijk weer die lul van een buurman er staat, met wie ik sinds we hier wonen, behalve een paar scheldwoorden, nog nooit een woord heb gewisseld. Zwijgend staan we vlak naast elkaar de autoruiten te krabben. Giftige dieseldampen gaan zijn kant op. "Mooi" denk ik. "Moet je maar eens een keer langer dan vijf minuten achter elkaar in je huis blijven zitten."

De bevroren centrale deurvergrendeling opende inmiddels alle deuren behalve die van de bestuurder, dus ik moest me als een slangenmens via de passagierskant naar de bestuurderskant wurmen, met als extra handicap dat ik de versnellingspook niet in één schopte, want dan zou hij vooruit schieten tegen de auto van de buurman aan. En toen dat gelukt was heb ik de auto even op een wat handiger plaatsje neergezet zodat-ie rustig kon ontdooien. Maar ik moest er nog steeds via de bijrijderstoel uit. En omdat ik niet meer zo lenig ben als zestig jaar geleden, voelde ik tijdens mijn kruiptocht mijn rug steeds bloter worden en als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan een t-shirt dat te kort is. Zeker met die hitsige buurman in de buurt. Dus eerst maar eens een langer t-shirt aangetrokken dat ik kon vastnieten aan mijn onderbroek zodat dat probleem verleden tijd is. Toen ik terugkwam stond de puisterige vriend van een buurmeisje met zijn knalrode Frans Bauer Opel Corsa 1.2 met draaiende motor te wachten tot ik aan de kant ging. Flikker op man! Wacht maar mooi. Je hoort hier niet!

Nou ja, weer via de bijrijderskant naar binnen en op weg naar Apeldoorn, tegels ophalen. Want om een of andere reden moet de nieuwe keuken ook ineens voorzien worden van nieuwe tegels. Terwijl er juist zo'n mooie betonnen muur onder zit! Onderweg duwde ik een paar keer hardhandig tegen de deur om hem open te krijgen, maar al ver in Apeldoorn lukte het pas. En dan reken je er eigenlijk al niet meer op dat-ie nog opengaat. Wow! Ik lag bijna buiten.
Zo'n tegelvrachtje is nogal zwaar dus op de terugweg reed ik alleen op de achterwielen terug naar huis. Maar dat kon er ook nog wel bij.

Huurtoeslag

Ik was vanavond een klein beetje zenuwachtig want ik had voor het eerst een bespreking bij een ondernemers-echtpaar thuis, zonder dat de baas mee was om mijn hand vast te houden. Alles ging goed, ik kwam alleen niet goed uit het woord huurtoeslag. Hoertoeslag! U heeft te weinig hoertoeslag gehad, mevrouw! Potverdorie.