Barrels.

30.7. Van alle Nederlanders hier, en dat zijn er veel, hebben wij de oudste auto. De gefortuneerden hebben een Volvo XC90 of een Audi Q5, en de minder welgestelden rijden een keurige middenklasser, veelal van een Koreaans merk. Wij hebben een Fiat Marea Weekend TD uit '98. Of '97, ik weet het niet eens. Het wordt waarschijnlijk het laatste jaar dat wij ermee op vakantie gaan. Bij de laatste APK kwam er een aantal gebreken aan het licht waarmee hij nu nog door de keuring kwam, maar volgend jaar niet meer. Tenminste niet zonder dure reparaties. Speling op de fuseekogel, roestschade aan de dorpels, nog maar 3 mm bandenprofiel, één van de remmen vertoont verregaande slijtage, een schokdemper lekt en er is een gloeibougie kapot. Daardoor rookt hij lekker tijdens een koude start. Twee maanden geleden stond Linda een keer met pech met een overhitte motor.

Vroeger zou er geen haar op mijn hoofd zijn geweest die er aan dacht om met zo'n auto naar Zuid-Frankrijk te gaan. We hebben niet eens ANWB buitenland hulp. Maar veel Fransen rijden ook in oude barrels. Bovendien, in Top Gear rijden ze met een bijna vergane Lancia door Botswana zonder al te veel pech. Ik denk dat wij Nederlanders onze auto's veel te snel vervangen.

Krekels

30.7. Om negen uur 's avonds zijn de meeste krekels wel uitgekrekeld. Plots hervat een eenzame en eigenwijze krekel zijn geknerp. Binnen de kortste keren sluit een buurkrekel zich bij hem aan. Één minuut later hebben alle krekels uit de omgeving zich bij hem aangesloten en is het een oorverdovend lawaai. Alsof het drie uur 's middags is. Het bewijs dat krekels oren hebben. De ene krekel steekt de volgende aan. Alleen een zee kan de kettingreactie stoppen. Ik vraag mij af hoe lang het geluid erover doet om Nederland te bereiken.

St. Alban de Auriolles

29.7. We komen aan op een camping die veel te groot is naar mijn zin. Deze heeft 500 plaatsen, de ideale camping heeft er tussen de 200 en 250. Als we bij de tent komen heb ik gelijk al spijt dat we geen stacaravan hebben genomen. We zitten in een straatje en ik heb geen bier. Gelukkig komt de Nederlandse buurman gelijk met een ijskoud biertje aanzetten. Ik wilde aanspraak, ik krijg aanspraak. Wie gaat er in deze tijd dan ook nog in een tent kamperen? Geen stromend water, geen eigen douche, geen eigen toilet, geen plek van stilte. Een jongetje valt op het grindpad en blijft huilend liggen. Ik loop naar hem toe en wil hem op de been helpen. "Kut op, vieze homo," roept hij en geeft zijn collega-vriendje een trap. Zijn agressie was weliswaar niet tegen mij gericht, maar ik besluit hem toch aan zijn lot over te laten. Nee, ik moet duidelijk nog even inkomen op deze camping. Gelukkig gaat om 10 uur de campingmuziek aan. Oubollige jaren 60 en 70 nummers. Ik vraag mij af of ik weer zal gaan roken.

De reis is ook vakantie.

28.7. De reis is óók vakantie, vinden wij altijd. Zodra je met de auto wegrijdt is de vakantie begonnen. Nou! Bij Oss reed ik al verkeerd doordat ik deed wat het navigatiesysteem aangaf. En verkeerd rijden is binnen ons huwelijk sinds het Mont-Ventoux avontuur van drie jaar terug, gevaarlijk spel spelen. Want ik ben een man, dus als ik verkeerd rij kan het overal aan liggen, behalve aan mij.

In België vierde de frustratie hoogtij doordat het brandstoflampje begon te branden en het tijd werd om te tanken. Maar het benzinestation bleef maar uit en de tank raakte leger en leger. Toen ik dacht dat we stil zouden vallen nam ik een afslag om in een dorpje een pompstation te zoeken. Maar Belgische dorpjes kennen geen pompstations. Een plaatselijke holbewoner beaamde die conclusie en zei dat we naar de volgende plaats moesten rijden, 12 kilometer verderop.

In de volgende plaats, Habay die ik nog net haalde door de airco uit te zetten en bergaf het gas los te laten, zagen we eindelijk een Q8. "Hans, we hebben het gehaald," zei Linda opgetogen. Maar helaas, het was alleen maar een Q8 bord dat er voor de sier stond, zoals ze in België wel meer benzinestations als kunstwerk bewaren.

Inmiddels had mijn kalmte het begeven. Scheldend op het ontwikkelingsgebied waar ik in reed en op elke passagier die mijn mening niet deelde. Zwaar geïrriteerd liep ik de auto uit op zoek naar een Belg die geen siësta hield. Toen ik hem had gevonden vroeg ik hem de weg naar het dichtsbijzijnde pompstation op een manier of het zijn schuld was. De man legde mij het uit en zei dat ik nog 6 kilometer moest. Ik geloof niet dat ik hem bedankt heb. Na 6 kilometer vond ik de pomp maar ik wilde pas juichen als bleek dat ze nog diesel hadden. Ik tankte 59,7 liter terwijl er 58 liter in kan.

Later miste ik nog een afslag richting Dijon, waar ik in de veronderstelling was dat het rechtdoor was, en na 35 kilometer had ik het in de gaten. De navigatie loodste ons terug. Om iets over zeven kwamen we bij ons overnachtingsadres in Dijon aan. Heerlijk ontspannen dagje.

Provinsje Fryslân

Via een route door vijf provincies kwamen wij maandagmiddag aan in het hoge noorden van Friesland, Esonstad. Esonstad is een aanrader voor een korte vakantie. De vakantiehuisjes zijn gebouwd in oud Fryske styl en hebben de tjibbe ep dyn ippe satst holden. Nou ja, de meeste dan. Het leuke van Esonstad is dat het ook meer op een stadje lijkt dan op een vakantiepark. Je woont als het ware in een straatje met een supermarkt, een café en een plein en tijdens het eten kun je zo zien wat de overburen eten, mits liju den gerdjienjen net sliut.

Maar wat was ik lang niet in Friesland geweest zeg! Wat een rustige provincie en wat een vlakke wegen. Wat een uithoek en wat is het er koud. Ik liep op de dijk en verbaasde me een beetje dat je nog adem kon halen, zo hoog noordelijk. Ik zette mijn capuchon op want ik had geen fatsoenlijke muts. Er is wel een kledingwinkeltje in Esonstad maar toen ik naar een muts vroeg zei de eigenaar: Nje, wi onge tyd uns war Dokkum em rieujen. Nou, dat ging me te ver, dan maar koude oren.

Ik liep met Hans op de Dijk en wij bekeken van dichtbij een oude roestige boot waarop een heks woonde. De heks liep buiten op het dek en riep ons iets in onverstaanbaar Fries toe. De enige woorden die ik eruit opmaakte waren "heks" en "televisie". Maar ik had geen idee wat dat betekende. Ik riep maar terug dat het koud was maar dat vond zij niet. Zij vond het lekker. Nou ken ik niet veel Friezen maar als dit geen dorpsgek was dan wil ik dat graag zo houden.

Verder was er op het park een speelzaal voor de kinderen en er waren theatervoorstellingen, ook voor de kinderen. Hans vond het niks. Hij ging ongeïnteresseerd op de tweede rij zitten en deed helemaal niet leuk interactief mee, zoals de andere kinderen. Toen alle banken aan de kant gingen er een dansje gedaan moest worden en ook Hans ten dans werd gevraagd, weigerde hij. In een dwarse houding ging hij op een bankje naast ons zitten. En toen bedacht ik me: dit is waarachtig een zoon van mij.

Zomerse taferelen

zwembad We waren er dit jaar vroeg bij want wij hebben al geboekt voor de zomervakantie. Vorige maand al eigenlijk. Het wordt alweer de Ardèche, Frankrijk. Volgens een een kennis die altijd met haar gezin naar Frankrijk ging, maar met haar nieuwe man naar Italië, is Frankrijk oubollig. Dus dat zegt wel genoeg over Italië, lijkt me zo. Nee, Frankrijk is al sinds jaar en dag mijn favoriete vakantieland. Dat was al zo toen ik één was, en dat is nu nog steeds zo. Dat gaat ook vast nooit meer over. Frankrijk is het meest handige vakantieland. Want je hebt er alles. Ik noem even: je hebt er weer, je hebt er taal, je hebt er Francaises en je hebt er reisafstand. Dat zijn toch zomaar even vier dingen die ze in andere landen niet hebben.

Corps, Frankrijk juli 1993

Op het pleintje aan het begin van het dorp stonden een aantal telefooncellen. Mobiele telefoons waren er nog niet (echt) dus belde je op de ouderwetse manier, maar al wel met een telefoonkaart. Niks bijzonders in die tijd. Maar toch, zo'n telefooncel kon je behoorlijk in de problemen brengen. Want toen ik eruit wilde klemde de deur. Een paar centimeter kreeg ik hem open, maar verder niet. En dat was best lullig. Want de telefooncel was doorzichtig en stond opzichtig op het plein. En hoe ik ook duwde, verder dan die paar centimeter ging de deur niet. Gelukkig hadden een paar behulpzame Fransen mij zien klungelen en schoten te hulp. Maar ook zij konden de deur niet verder open krijgen, zelfs niet van de buitenkant. Toen er nog een paar Fransen bij kwamen begon het een beetje genant te worden, zeker toen ze allemaal aan de stang van de deur begonnen te trekken. Ik gebruikte de term 'bloody hell' toen nog niet, maar zoiets moet ik haast gedacht hebben. Toen er een stuk of vijftien man om me heen stond voelde ik me best wel lullig. Ja, ik kon er ook niks aan doen dat die deur stuk was, maar toch…het was niet echt een hele coole uitgangspositie. Nog minder cool werd het toen Fransman nummer 16 eraan kwam en de deur zonder moeite openmaakte door aan de linkerkant van de stang te trekken in plaats van wat de andere 15 probeerden, rechts. Ja Merde! Het was een val, dat die deur ook in de andere richting een paar centimeter openging. Zou Superman dit nu ook wel eens overkomen zijn na een razendsnelle verkleedpartij?

Wifi

Mijn vakantie loopt bijna ten einde. Als er morgen geen hele nare dingen gebeuren kan ik terugkijken op een hele plezierige vakantie. Natuurlijk, ik had ook wel af en toe op een strandstoel willen liggen met een boek, of eens een keer een flinke hoge berg willen beklimmen, maar met kleine kinderen zit dat er nu eenmaal niet in. 's Ochtends als je (op hun aangeven) opstaat komen ze in je blikveld en verdwijnen daar niet meer uit totdat ze 's avonds in bed liggen. Best vermoeiend soms maar ach, het is ook wel weer leuk dat je je kinderen weer twee weken hebt kunnen bedienen naar hun wensen. En ook de laatste week thuis is plezierig verlopen. In Frankrijk twee weken geen nieuws gehoord, weinig stress, behalve gisteren toen ik met Hans en zijn vriendje een dagje naar de Julianatoren was en ik er achter kwam dat ze het chronisch oneens met elkaar zijn, maar daar stond tegenover dat ik een vrouwelijke collega van lang geleden tegenkwam, die wij destijds unaniem bestempelden als de mooiste van het bedrijf, en die mij vaak briefjes schreef of ik alsjeblieft iets voor haar kon doen en dan ondertekende ze met: je engeltje. Alsof je dan kon weigeren.

Ja, daar zaten mijn enige vrijgezelle mannelijke collega en ik (toen ook vrijgezel) dapper aan tafel op haar bruiloft. Met trillende onderlip. We kregen na afloop nog een foto van het bruidspaar die bij mij in een la verdween, maar mijn collega knipte de bruidegom eraf en hing de foto op aan de muur naast zijn bureau. Een duidelijk statement volgens mij. In elk geval, het ging goed met haar, ze had nog dezelfde man en haar twee kinderen leken veel op hem, ("heb je dat weer," merkte ze moeilijk kijkend op, om daarna weer in die lach te schieten die ze nog steeds had) ze had me gelezen in één of ander blaadje, en ze had pas ontslag gekregen vanwege de economische crisis. Oh ja, de crisis, daar wilde ik het nog even over hebben.

Ik heb de hele vakantie niks van mijn werk gehoord. En ik heb bewust mijn mail niet gelezen. Maandagochtend weer. Mijn buurvrouw en haar vriend werken beide bij hetzelfde ICT-bedrijf. Allebei ontslag gekregen. Ik zag hem altijd 's avonds laat uit zijn leaseauto komen, z'n stropdas een beetje losser getrokken, maar nog wel met z'n mobieltje aan z'n oor. Op vakantie belden ze hem wel vaak en dan pakte hij z'n laptop en deed nog een paar dingen voor de zaak. Mooi kut, denk ik dan. Je hebt een drukke baan en je slooft je uit en voor je het weet sta je gewoon op straat. Bedankt, maar we hebben je niet meer nodig. Nee, dan kun je nog beter niet gebeld worden op je vakantie. Goed, ik had het natuurlijk ook wel gewild, zo op de rand van het zwembad in je mobieltje praten en dat je je laptop erbij moet pakken, want nu was ik best wel een nobody. Iedereen zat te wifi-en. Ik ga er maandag weer met frisse moed tegenaan en als het aan mij lag was die hele recessie allang voorbij. Wat zeg ik? Dan was het niet ééns in het nieuws gekomen en had niemand er iets van gemerkt.

Péages.

Samedi, le 25-7-2009

Zaterdagochtend om tien uur vertrokken wij alweer huiswaarts. Twee weken vind ik ook wel lang genoeg. Dan heb ik het meestal wel weer gezien op zo'n camping. Het was geen officiële zwarte zaterdag maar ik had medelijden met de bestuurders aan de overkant die in een vierhonderdduizend kilometer lange file op de route du soleil stonden. Als dit geen zwarte zaterdag was, hoe moet een zwarte zaterdag dan wel niet zijn? Je gunt het je ergste vijand, dat hij in een file op zwarte zaterdag terecht komt. En dat hij de airco dan uit moet zetten om oververhitting te voorkomen.

Maar ook aan onze kant was het druk. Vooral bij de péages. Fransen zijn eikels dat ze de péages niet opengooien op zulke drukke dagen. Voor die paar rotmiljoen die ze per dag vangen. En je moet niet denken dat ze alle tolpoortjes opengooien hoor, welnee, gewoon een paar. En dan moeten 24 rijen auto's zich ineens door zes tolpoortjes wurmen. En als dat gebeurt verdwijnt elke beschaving uit de mens. Ieder voor zich, God voor ons allen. Maak je breed, rij alle gaatjes tot op een decimeter dicht en laat niemand er tussen. Want als je er één tussen laat wringt de complete rij van de gelukkige die je er tussen liet, zich ertussen. Wij stonden in een rij waarvan na tien minuten bleek dat hij niet recht op een tolpoortje afging, al leek dat wel zo. Dus ik moest me ergens tussen gaan wrikken. Gelukkig hebben wij een Fiat Station diesel van 10 jaar oud, casco verzekerd en daar hebben Fransen ontzag voor. Want wij malen niet om een krasje. Maar net toen ik mij positioneerde en een aanslag op een Renault Espace wilde uitvoeren gilde Linda dat er een poortje recht voor ons openging. Ik liet het toerental van de diesel oplopen tot 14.000 en liet de koppeling los. Als een F1 bolide katapulteerde ik op het poortje af. De rubberstrepen die ik achterliet waren zeker 15 meter lang. Een BMW naast mij probeerde als eerste het poortje te bereiken maar ik had de juiste lijn en ik was niet van plan te wijken. De BMW moest vol in de remmen om niet tegen het tolhokje aan te crashen. Ik moest vol in de remmen en kwam tegen de slagboom tot stilstand. Het ding werd licht ontwricht maar ik reed weer twee meter achteruit. De ambtenaar schudde zijn hoofd. Bonjoouuuurrrr, zei ik.

Later kwamen we nog een péage tegen waar ik hem nog eventjes kneep omdat ik honderd kilometer terug geflitst werd door zo'n Nationalistische Gendarme. En soms pikken ze je er dan bij de tolpoortjes uit, mag je een boete betalen en als je tegensputtert krijg je een rectaal drugsonderzoek. Maar dat viel allemaal mee. Waarschijnlijk krijg ik nog wel post van de Franse regering. En als je dan de hele dag gereden hebt, en je nadert Nancy en Metz, dan is het nóg zo'n zelfde klere-eind. Om half twee 's nachts waren we thuis.

Hallo allemaal! Ik ben er weer!

Zut alors!

Venredi, le 24-7-2009

Op de laatste avond van onze vakantie zouden we nog een keertje uit eten gaan. In het dorpje, geen vieze afwas en gezellig met zijn vieren. Er waren echter meer mensen op dat idee gekomen. De restaurantjes die we gezien hadden, hadden alleen nog binnen plaats, en om nu binnen te gaan zitten, daar hadden we niet echt zin in. Dus liepen we verder het dorpje in op zoek naar een restaurant. We hadden er al een paar gezien maar die zagen er niet aantrekkelijk uit, dus daar liepen we maar voorbij. Op een gegeven moment zagen we een twijfelgeval. Ik wilde wel, Linda twijfelde want er hing geen kaart. Het was kiezen, of nog twintig minuten wachten op een plek in een overvol restaurant, of hier en nu. Hier en nu.
Dat was een fout. Er was geen kaart want het menu stond al vast voor die avond, men kon slechts kiezen uit twee voorgerechten en drie hoofdgerechten. En het was allemaal niks.

Ik leg me iets makkelijker bij zo'n situatie neer dan Linda, voor wie het etentje verpest werd. Linda vond dan ook dat ik de serveerster even weg had moeten sturen zodat we konden overleggen. Maar weet ik veel hoe je een serveerster wegstuurt in het Frans als je op hete kolen zit! Beat le! Maar dat hielp niks. Bovendien, Linda is ook baas van de afstandsbediening dus dan moet je dit soort mannelijke klusjes ook kunnen klaren, redeneer ik. Maar nee, ik moest het doen en in plaats daarvan bestelde ik twee keer meloen met ham, een keer kip en een keer lam en een kindermenu. En het was allemaal niet om over naar huis te schrijven (alhoewel ik dat nu wel doe). En ze hadden geen mayonaise voor bij de frietjes, de asbak kwam niet zodat Linda haar peuk demonstratief in het lege colaflesje deponeerde. Maar het ergste was dat de sfeer weg was. Weg is eigenlijk niet het goede woord want er hing een grimmige sfeer en een donkere wolk boven Linda's hoofd. En met mij werd geen woord meer gewisseld. Alsof ik hier de schuldige was!

Zut alors!