Mòrriessse

10.8. Op de voorlaatste dag van onze vakantie vindt Hans een vriendinnetje. Een werkelijk allerschattigst meisje, met een allerliefste glimlach en met misschien wel de mooiste meisjesnaam die er is; Sarah. Ik twijfel zelf een beetje tussen Sarah en Maria als mooiste meisjesnaam. Ik ken geen kleine schattige meisjes die Maria heten want dat wil nog wel eens helpen om de doorslag te geven. Het is dat ik van tevoren wist dat wij een dochter met fonkelende donkerbruine ogen zouden krijgen, anders had ik Tammar één van die namen gegeven. (Hoef jij dat niet te overleggen dan? Jawel, maar ík geef haar aan bij het gemeentehuis en afhankelijker van haar man dan in het halve uur waarin hij zijn kind aangeeft, zal een vrouw niet meer worden tijdens haar huwelijk. Ik wil zelfs zover gaan door te stellen dat als je man terugkomt en het kind heeft de overeengekomen naam gekregen, dat je dan een goede basis voor de relatie hebt.)

Sarah dus. De vader van Sarah riep mij al toe dat Hans verliefd was, waarop ik zei dat dat niet zo handig was, op de één na laatste dag van de vakantie, waarop hij vroeg of hij dat soms van mij had en hahaha. U kent het wel. Typische schoonvaderhumor.

Verder heb ik vandaag de grootste borsten ooit aanschouwd, afgezien van wat gefotoshopte exemplaren op internet. Ze zaten in een groen badpak en ik schrok me rot toen één van hen de hoek om kwam zetten. Vijf seconden later kwam de tweede door de buitenbocht en tien seconden later kwam de eigenaresse voor de vorm ook nog even langs, en zakte mijn testosteronspiegel gelijk weer naar aardse waarden.

Even later lig ik op een ligstoel iets te lezen, komt er een animator naar me toe. Of ik français parlez. Oui, je parlez het wel, mais je comprends het haast nooit. Hij vroeg me of ik mee wilde doen aan een spelletje. Iets met de glijbaan en hij wees naar z'n enkels. Ik snapte het niet precies, maar ik stemde toe. Of ik me dan dans cinq minutes boven bij de glijbaan wilde begeven. Oh ja, en hoe ik heette. Dat vind ik altijd een geweldig moment, als een Fransman me vraagt hoe ik heet, omdat ik immers een Franse naam heb. Dus ik spreek het even extra goed uit, Mòrriessse.

 "Quoi?", vroeg de Fransman en ik herhaalde het. Aarzelend begon hij te schrijven, m-a-u-r-i…(comme ça?) c-e?  Ik knikte geïrriteerd. Ik heb -merde- niet voor niks een Franse naam! Maurice betekent in het Frans gewoon Gerrit of Teun, zo moeilijk is dat niet. Niemand noemt in Frankrijk z'n kind nog Maurice, omdat het een hopeloos ouderwetse naam is. Net zoiets als dat je in deze tijd je kind nog Hans noemt. Dat doe je ook niet.

Toen ik vijf minuten later de arena betrad bleek het te gaan om een spelletje wie er zo snel mogelijk met armvleugeltjes om z'n enkels van de glijbaan kon roetsjen en vervolgens door het water lopend (pas nog geoefend om Tammar van verdrinking te behoeden) naar het bruggetje en weer terug, om zo snel mogelijk de glijbaan weer aan te tikken.

Van de vijftien deelnemers was ik de enige Nederlander, dus de Nederlandse eer stond op het spel. In de eerste manche werd ik tweede, maar alleen vanwege materiaalpech van de 'winnaar' die dus slechts met één bandje om z'n enkels de race kon voltooien, in plaats van met twee, zoals voorgeschreven door het reglement. Tijdens de tweede heat, toen de omstandigheden weer voor iedereen gelijk waren, moest ik als eerste, wat een voordeel is doordat het water dan nog vlak is, maar dat hadden die Fransen niet in de gaten, en zette een nieuwe recordtijd neer van 14.15 sec. Hier kwam geen Fransman meer aan en ik ging er met de hoofprijs vandoor. De prijs voor de meeste aandacht verloor ik echter wel van een Française die tijdens de race een borst uit haar (niet groene) badpak liet schieten, en dat pas op de terugweg in de gaten kreeg.

Maar hier maakte ik toch even in één klap de verloren WK finale van vorige maand goed zeg! En de prijzen die ik won,  overweldigend! Een pet (maar ik heb geen pethoofd), een T-shirt in de maat L (maar ik heb XXL), twee draagbare mini-asbakjes (maar ik rook niet, tenminste, na de vakantie niet), een oranje strandstoel (ik zit nooit aan het strand), een spel kaarten (ik ben nog geen 65), wat armbandjes, een koeltas en nog wat gesponsorde troep waar ze vanaf moesten. Maar je maakt best wat mee zo op de voorlaatste dag van je vakantie.  

Allons enfants de la Patrie

9.8. Als je van Aubenas naar Ruoms rijdt zie je een zinderend stuk Frankrijk. Rotsen, de rivier l' Ardèche, en middelgebergte. Er tussendoor baant de weg zich een weg. Je ziet een enorm stuk van het land voor je liggen. Zover je kunt kijken behoort het land aan de Fransen. Elke berg, elke rotswand, het is allemaal van hen. Ik ben er best jaloers op. Er zijn hier zoveel plekken waar geen mens komt. Wat heb je immers te zoeken bovenop een berg? Regelmatig vliegt een straaljager laag over met oorverdovend geraas. Een prachtgezicht. Voor een Franse straaljagerpiloot moet het een genot zijn het luchtruim van z'n vaderland te bewaken.

Ik was er klaar mee…

9.8. Ik was zeker al een half uur aan het onderhandelen met Hans, om hem ertoe te bewegen van een rots af te springen. Hij had hem gezien, was er opgeklommen, maar durfde er niet af te springen. En weer terugklimmen wilde hij niet, hij wilde springen. Ik had het intussen al drie keer voorgedaan, maar hij kwam niet. Op een gegeven moment was ik er klaar mee.

http://adnil1972.hyves.nl/fotos/1057599435/0/qoUm/?pageid=B1DB23K3NAWW4SGG

Safety first

8.8. Het riviertje uit het vorige logje is op de meeste plaatsen ondiep. Toch kun je lang niet overal staan. Ik peilde ergens ongeveer drie meter. De bodem ligt bezaaid met keien en rotsen waardoor je zonder waterschoenen eigenlijk reddeloos verloren bent. Ik snapte er ook niks van als ik sommige mensen op blote voeten de rivier door zag waden. Hans kan nog niet zwemmen en tijdens ons visavontuur had hij geen zwembandjes bij zich. Aan de kant waar wij zaten te vissen was de rivier gelijk diep. Het was 32 graden en wij wilden zwemmen. Ik sprong in het water en vroeg Hans of hij zich aan mij vast wilde houden. Hij sprong mij achterna en klom op mijn rug. Zo zwommen we de 30 meter naar de overkant en terug. Ik voelde me lekker rebels. Vooral ook omdat 10 meter naast ons, er zat slechts een struik tussen, twee jonge, giechelende, maar vooral topless Françaises zonden. (van het werkwoord zonnen, niet van zondigen.) Hans had er geen oog voor. Ik trouwens ook niet want safety first.

Een stokje stukbrood.

Chassezac 8.8. De rivier langs de camping, een vertakking van L'Árdèche, zit barstensvol vis. Duizenden jonge visjes  (tot 3 cm), honderden grotere, (tot 15 cm) en af en toe een knoepert. (tot 50 cm.) Als je op een strategische plek zit zijn de jonkies met een schepnetje eenvoudig te vangen. De mensenjonkies lukt het niet omdat die met het net achter de vis aan gaan, maar mij lukte het wel doordat ik de vis achter mijn net aan liet gaan. Ze zetten zelf hun leven op het spel door in het net te zwemmen. Gelukkig voor hen laten we ze gewoon weer vrij. De grotere tussenmaat echter, laat zich niet zo makkelijk foppen. Ze komen in de buurt van het net, tikken er pesterig met de zijkant van hun lichaam tegenaan, maar zodra je het schepnetje beweegt, zijn ze weg. Om hen te vangen heb je een hengel nodig, tenzij je net als ik, Mack heet.

Met eindeloos geduld en een stukje baguette -het blijven Franse vissen- in het netje lukte het mij om een knoepert van 10 cm te vangen. Trots liet ik mijn vangst zien aan Hans. De soort moet ik schuldig blijven (een meervalachtige) want ik heb nooit eerder zo'n vis gevangen. Hij (of zij) deed me nog het meest denken aan de algeneters die ik vroeger in mijn aquarium had. Eigenlijk denk ik wel dat ik de eerste mens ooit ben die het gelukt is zo'n vis in dat formaat te vangen met een schepnetje van € 3,50.

Henry en Bergkamp

7.8. Hans heeft de smaak van het voetballen aardig te pakken. Elke avond wil hij in zijn Thierry Henry-shirt bij de grote jongens kijken. Hij vertelt mij onderweg dat hij al heel goed kan voetballen, en ik leg hem uit dat de als de grote jongens partijtje doen, dat hij dan niet mee kan doen omdat hij de regels nog niet kent en de grote jongens veel te hard schieten.

Maar hij werd weer gevraagd en hij liep het veld al op, en toen hij buiten mijn bereik was keek hij even schichtig om of ik het wel goed vond. Ik legde een van de jongens uit dat hij de regels nog niet snapte, en dat hij pas vijf was, want qua lengte deed hij niet onder voor sommige oudere en veel betere voetballertjes. Hans rende over het veld en daar waar de bal was, was Hans. Af en toe gaven ze hem een bal. Ik was al blij dat hij die niet in z'n handen pakte om hem goed te leggen en ik coachte hem vanaf de kant. D.w.z., ik wees naar welke kant hij moest trappen.

Ik was blij dat ik hem na een kwartiertje van het veld kon halen zodat ik me niet meer hoefde te "generen" omdat hij eigenlijk alleen maar in de weg liep. "Zie je nou wel dat ik een wedstrijdje mee kan doen, papa?" "Ja Hans, je was heel goed.", zei ik. Trots liep hij aan mijn hand terug naar de tent. Zijn wil is in elk geval prima. Over zijn talent valt nog niks te zeggen. Uiterlijk heeft hij best iets van Dennis Bergkamp.

Cryptogrammen in de vakantie.

6.8. De cryptogrammen van Sanders zijn waardeloos. Zo, dat is eruit. Ik had het liever niet gezegd want de uitgeverij zit hier 500 meter verderop. Nou ja, niet hier, want ik zit nu in Zuid-Frankrijk, maar hier als in Vaassen, mijn natuurlijke habitat.

Nee, die cryptogrammen slaan nergens op. Ik heb gewoon de drie puntencrypto's, dus daar kan het niet aan liggen, maar ze dagen niet uit. Zelfs als ik de oplossing achterin vind, gaat er geen licht branden. Voorbeeld: Zonder Ina heeft de Italiaan het vertaald. (5). Oplossing: itala. Ik haal mijn schouders op. Nog een voorbeeld: de lomperd staat erop, als hij tenminste uitkijkt! (4). Oplossing: loer. Schiet mij maar lek. Nee, een goede cryptogram moet, als men de oplossing vindt, de mondhoeken lichtjes doen krullen.

Eenmaal trek je de conclusie…

5.8. Hans, die snapt nog niks van vriendjes en de boze buitenwereld en fietst op zijn crossfietsje de camping over op zoek naar jongetjes die met hem willen spelen, al beseft hij dat zelf niet. Soms gaat hij naar de buren om te vertellen wat hij heeft meegemaakt en probeert hij aansluiting te krijgen met Jasper, het buurjongetje van 10, maar die ziet hem niet staan.

Linda zag een jongetje in zijn eentje met een voetbal spelen en moedigde Hans aan om met hem mee te doen. Hans pakte zijn fietsje, reed in de richting van het jongetje dat ondertussen alweer weg liep, bleef twee minuten weg, maar keerde toen terug en zei dat hij “hoi” had gezegd, maar dat het jongetje niks terug zei. Even later speelden twee buurkindjes, een broertje en een zusje, met een bal. “Ga maar vragen of je mee mag doen, Hans.”, zei ik. “Wil jij dan even mee, papa?”, vroeg Hans maar ik zei dat hij het zelf moest gaan vragen omdat je vriendschap nu eenmaal niet kunt dwingen. Hij liep er naar toe maar kwam alweer gelijk terug. “De kindjes willen zelf spelen.” zei hij. Hij is nog te klein om het trieste van zo’n afwijzing te begrijpen, maar bij Linda en mij deed het zeer.

Ik bood Hans toen aan om met hem naar het voetballen te gaan kijken. Er voetballen elke avond grotere jongens op het voetbalveldje. Hans, slechts gekleed in een korte broek liep met mij mee en we namen plaats op de van rotsen gemaakte tribune. Al spoedig zei hij dat hij zijn “Frankrijk-shirt” wel aan had kunnen trekken en vroeg of hij die mocht gaan halen. Ik vond het slim geredeneerd en stemde toe. Even later kwam hij terug in zijn blauwe voetbalshirt van Les Bleus met de naam van sterspeler “Henry” achterop. Hij nam naast mij plaats en vrijwel gelijk werd er door een stoer maar vriendelijk jongetje in een PSV-shirt gevraagd of hij mee wilde doen.

“Dat mag niet van mijn papa.”, antwoordde Hans. Ik had hem uitgelegd dat de jongens veel te hard schoten voor hem. Bovendien had hij zijn Crocks aan en daarop kan je niet voetballen. “Maar dan kan ik toch op blote voeten, papa?” ,vroeg hij. “Mag dat alsjeblieft?” Ik stemde toe en mijn kleine Henry stond op het grote voetbalveld. De jongen met het PSV-shirt liet hem vijf keer scoren, en gaf Hans een high-five. De ogen van Hans, onbetaalbaar. Bedankt, jongen met het PSV-shirt!

l’histoire se répète

3.8. Tammar vermaakt zich prima in het zwembad. Het liefst gaat ze met mij van de glijbaan. Ik op mijn rug, en zij op mijn schoot zittend storten we ons naar beneden. Tijdens de vlucht draait ze haar hoofdje even om, om te zien of ik echt wel meegekomen ben. Vlak voor we het water raken kraait ze van plezier en als ik weer boven kom- ik hou haar omhoog, zodat ze niet onder water schiet- roept ze "keer", ten teken dat ze nogmaals wil. Als ik niet meer wil en haar wegsleep bij de glijbaan protesteert ze luidkeels.

Even later wil ze in het diepe (1,20 m) en ik mag haar niet vasthouden. Ze wil zelf drijven met haar armbandjes. Het peuterbadje is ze allang voorbij. Vanmiddag gingen we even naar het riviertje dat langs de camping loopt, de Chassezac, dat op veel plekken ondiep is. De zwemvleugeltjes waren we vergeten, maar ach, het was er ondiep en we bleven maar even. De rivier was lastig begaanbaar door de vele keien op de bodem. In een onoplettende tel probeerde Tammar het drijven zonder zwemvleugeltjes uit. Ik hoorde haar paniek en zag haar pogingen om boven water te blijven. Ik overbrugde de vijf meter die ze bij me vandaan was in twee seconden, wat best een nette tijd is door 80 cm water en over een van keien vergeven bodem. Ze was niet echt in levensgevaar maar ik voelde me wel even stom.

Zelf heb ik ooit eens op de bodem van de Middellandse zee gelegen nadat een jongen de opblaasboot waarin mijn vader en ik zaten, omgooide. Voor mijn gevoel lag ik zeker op twee meter diepte, maar dat kan niet, want dan zou de jongen nooit de boot om hebben kunnen krijgen. Ik herinner me nog dat ik daar op de bodem lag en dat het boven licht was. Maar al snel brachten mijn vaders armen mij redding. Ik huilde nog het meest omdat ik water in mijn ogen had gekregen. Daar moest ik wel even aan denken. Nee, een vader daar kun je eigenlijk niet zonder. Al is het een onoplettende.