Blanda.

Na 30 jaar in Vaassen te hebben gewoond lukte het mij vanavond voor het eerst om tot de Molukse gemeenschap door te dringen in de vorm van een uitnodiging voor een Indische rijsttafel. Veel te laat wat mij betreft, maar beter laat dan nooit. Vroeger had ik mij al voorgenomen met een Molukse te trouwen om rijsttafelredenen, en ik kwam er dichtbij met een schoonmoeder die in Indonesië geboren is. Vandaar kende ik al de gerechten Roedjak, Rendang, en hete eieren. Vanavond kregen we dit:

Het geheel kon je versieren met wat kruiden uit de toko, onder andere gedroogde guppies en hete pepers. Als toetje kregen we meloenijs met lychee. Hachee! Ik hou er wel van. Ik leerde vanavond nog iets over de Molukse geschiedenis, niet uit historisch perspectief maar uit eerste hand, en van korter geleden. Dat stoute Molukse kinderen vroeger voor straf de heetste pepers op hun lippen kregen gesmeerd om hun gedrag bij te sturen. En dat veel Molukse jongeren vroeger verteld werd niet met Blanda’s om te gaan. Blanda’s dat zijn wij, kaaskoppen, die bij de Chinees een combinatieschotel nemen en alles door elkaar heen buldozeren. Ik werd nu dus ook aangeraden om elk gerecht apart met een bolletje rijst op een bordje te doen, het op te eten en dan pas het volgende gerecht op te scheppen, anders was ik een Blanda. En dat wilde ik natuurlijk niet. En ik moest nog wel stilletjes lachen om de Molukse man die mij toefluisterde dat hij geen racist was, maar dat sinds er Polen en Roemenen in de wijk woonden, het er toch een stuk op achteruit was gegaan.

Ossaert

Meer dan 25 jaar geleden gingen mijn opa en oma regelmatig in de kerstvakantie een weekje naar Elspeet of Uddel. Mijn broer en ik fietsten dan ’s winters een uur door het bos om er op bezoek te gaan. ’s Avonds laat, door het aardedonker, fietsten we terug. Geen hand voor ogen zagen we, maar onze halogeenverlichting scheen 100 meter ver. In mijn eentje zou ik het niet gedurfd hebben. Aan de Elspeetse kant stonden dikke, kale beukenbomen wijd uit elkaar, het was een spookachtig gezicht. Ergens in het midden bevond zich de Hoge Duvel, een heuvel van 100 meter hoog. Waarom die heuvel zo werd genoemd, wisten wij niet.

Later las ik de sage van de Hoge Duvel waar de boze geest Ossaert zou wonen. Een onzichtbaar wezen dat nachtelijke, nietsvermoedende bezoekers in de rug aanviel en hen met zijn klauwen doodde. Ossaert was door een monnik verbannen naar de Hoge Duvel en moest daar 99 jaar wonen, en mocht er niet af. Als je Ossaert al af wist te schudden dan kon hij nog altijd zijn weerwolven achter je aan sturen, die je konden achtervolgen tot aan je huis. Zouden wij dit destijds geweten hebben, waren wij waarschijnlijk 20 kilometer omgefietst. Nu niet, en reden wij in de nacht zwijgend over de heuvel. En dat was maar goed ook, want Ossaert lag vaak te slapen. Pas als hij wakker werd had je een groot probleem. Soms deden wij de lamp uit om te kijken hoe donker het daar ’s nachts wel niet was. Maar niet langer dan drie tellen. Het is een wonder dat ik hier nog zit en u dit kan vertellen. Geen zinnig mens durft de geest Ossaert uit te dagen. En nergens staat een waarschuwingsbord met de tekst: Laat varen alle hoop gij die hier des nachts doorheen gaat en den bozen geest Ossaert uitdaaght.

Ik hou wel erg van sagen moet ik zeggen. De moderne mens die over de wereld heerst, realiseert zich ineens dat hij in zijn eentje kansloos is tegen de grillen van de natuur. En soms, heel soms, slaat de sage toe. Er kapseist een schip bij de Loreley of er verdwijnt een vliegtuig in de Bermuda Driehoek. Wat dat betreft gaat het op de Hoge Duvel al jaren goed. Maar voortaan ben ik er ruim voor de schemering al weg.

Ons kent ons

Vorige week ging ik eens naar de winkel voor wat nette kleding voor mijn werk. Ik had geen zin om naar de stad te gaan, dus deed ik de modewinkel van Vaassen aan, waartegen ik toch een paar vooroordelen had omdat ik bang was voor een ietwat achterhaald aanbod. Maar volgens mij viel het mee. De verkoopster was een vrouw die iets jonger was dan ik. Hoe ik dat weet? Ik heb haar vroeger eens naar huis gebracht na een feestje, maar ze had volgens mij geen idee meer. Ik hou wel van een voorsprong. Ik heb me twee Italiaanse pakken laten aansmeren, maar niet voordat ik alles goed gepast had. Broek in die maat, jasje moest misschien groter, andere verkoopster erbij, kijken hoe het staat, twijfel, andere maat bestellen. Toen ik een pak aanhad ging een andere mevrouw zich ermee bemoeien. Jasje moet groter zei ze, en ze kwam naar me toe en begon aan me te plukken. Ik moest me even omdraaien, broek was goed, maar het jasje moest echt groter volgens haar. Ze maakte een soort van excuus dat ze aan vreemde mannen stond te trekken, maar ik hield de opmerking voor me gelukkig. Humor is wel een kwestie van timing, maar soms is het beter even je mond te houden. De verkoopster die ik ooit thuis had gebracht gooide ook wat charmes in de strijd, en dat is veruit de beste manier om te verkopen.

Vandaag kwam ik terug om de grotere maat te passen, en heb ik alles zorvuldig gepast en afgewogen. Tammar was mee, die werd wat ongeduldig en was met mijn telefoon aan het spelen. Hoe ze het allemaal klaarspeelt weet ik niet, maar op een gegeven moment had ze een foto van Linda te pakken. “Dit is mijn mama,” zei ze tegen de verkoopster terwijl ze in de kleedkamer op een stoeltje zat. Haar zoontje, die ook in de winkel aanwezig was had Tammar al herkend als het zusje van Hans, en met Hans had hij eens gevoetbald, zei hij. De verkoopster was nieuwsgierig en vroeg aan Tammar of ze de foto nog eens wilde laten zien. Ze kende Linda van gezicht, zei ze. Waarop ik zei dat ze een echte Vaassense was, omdat ze alles wilde weten. Daarop verschoot ze van kleur en had ik mijn voorsprong uitgebouwd. Na mijn aankoop mocht ik een paar sokken uitzoeken, een bos bloemen, (waarvan ik hoop dat Linda morgen niet in de gaten heeft dat die niet speciaal voor haar gekocht zijn) en kreeg ik nog een taartje en een paraplu mee. Ja, het is hier een geweldig dorp, waar ons ons kent.

Wie anders?

Het is momenteel hot hier, het tamme zwijnen kijken. Vanavond trok ik er op uit met Tammar en Hans, die daar natuurlijk geen zin in hadden, maar niks mee te maken, instappen en meekomen. Als ze met papa alleen in de auto zitten mag er veel meer dan wanneer mama erbij is. Bijvoorbeeld met hun hoofd uit het raam hangen en roepen: zwijntjes! We hebben lekker brood voor jullie! Hadden we helemaal niet, maar vooruit. Het is wel een mooi gezicht door de buitenspiegels.

Het stukje lopen is kansloos. De kinderen maken zoveel herrie dat zelfs de wolven zich niet durfden te vertonen, normaal toch niet vies van een kinderhapje. Daarom hielden we dat maar zo kort mogelijk. Daarna met de auto even door het bos gereden en dat was meer succesvol. Vijf reeën en later nog een everzwijn. Hij had zich goed verstopt, het zwijn, maar ik zag hem en ik remde. Op dat moment werd ik ingehaald door een andere toerist. Ik reed iets achteruit en had een mooi uitzicht op het zwijn, dat er gelijk aankwam om te kijken of wij iets eetbaars uit de auto gooiden, maar daar houdt de boswachter niet van dus dat doen we niet. De toerist die mij inhaalde zag dat ik terugreed en stopte ook. Hij reed zelfs ook achteruit. Sterker nog, hij haalde mij achteruit weer in en ging stil staan precies naast ons, en ontnam ons bijna al het zicht. Ik ging nog iets verder achteruit waardoor hij meer ruimte kreeg om ook weer verder achteruit te rijden zodat hij het nog beter kon zien.

Mijn kinderen protesteerden hevig, al moesten ze ook wel lachen om de bewoordingen die ik voor de betreffende bestuurder had. Onnodig te vermelden dat het een auto van Duitse makelij was, modelletje suggestiejeep maar dan gewoon voorwielaangedreven dus het slaat nergens op, klinkt als “hiekikowokan

De Echoput

Ik ben voor weinig materiele zaken gevoelig en zelden werkt een reclame op mijn bezitsdrang. Meestal vind ik reclame irritant en een minachting van mijn intelligentie. En de reclamejongens vind ik arrogant omdat die volhouden dat als ze Tineke Schouten inzetten, dat ik dan toch naar de C-1000 ga, ook al wil ik dat niet. Ondertussen ontkennen ze dat AH een supermarktmanager heeft ingezet, die mij probeert over te halen naar AH te komen. Het staat weer gelijk, het effect van Tineke en de supermarktmanager is weer teniet gedaan, de bedrijven zijn alleen enkele miljoen euro’s armer. Geeft niet, gewoon volhouden! Dit verschijnsel treedt ook op in de kernwapenwedloop en bij het voetbal waarbij beide teams de hulp van God inroepen om tot de overwinning te komen.

Maar toch gebeurt het wel eens dat ik ook verleid word. Nou ja, of het tot een aankoop komt is nog de vraag, maar mijn interesse is gewekt. Langs de Amersfoortse weg tussen Apeldoorn en Nieuw Milligen, wat misschien wel het mooiste stuk weg is wat er in Nederland te vinden is, staat hotel gastronomique de Echoput. Misschien wel het mooiste restaurant wat er in Nederland te vinden is. Restaurant de Echoput ligt op 100 meter hoogte en dankt zijn naam aan de nabij gelegen 62 meter diepe put, gegraven door krijgsgevangenen van Napoleon, die drinkwater wilde hebben voor de paarden van zijn legers die over de Amersfoortse weg trokken. Prachtig verhaal toch? Ik rij daar dagelijks dezelfde weg als Napoleon ooit aflegde! Ben ik daarvoor helemaal naar de Route Napoléon in Zuid-Frankrijk gereden! Maar ik dwaal af. Hotel Gastronomique (1 michelinster) heeft een bord langs de weg staan (een sjiek bord, niet een met krijt beschreven bord met daarop de soep van de dag) waarop staat: Prachtig Terras. En dan een pijl erbij die aangeeft dat het terras achter het restaurant ligt. Nou, daar wil ik een keer zitten als het mooi weer is. Lekker tussen de snobs. De reclame heeft zijn werk gedaan.

Molen.

Kijk, dit is ook Vaassen. 30 jaar geleden stond er een molen zonder wieken. Er hing toen een groot spandoek aan met de tekst: “kom over een poar joar ‘ns kiek’n, dan he’k weer wiek’n.” Dat was niet alleen een dijenkletser, het klopte ook nog, de molen had weer wieken. Weer een paar jaar later kwam er naast de molen een sporthal met de toepasselijke naam: De Wieken. Ook een klein grapje. We hebben er nog één, die heet “De Koekoek” maar dat slaat nergens op. Nog nooit is er een koekoek gesignaleerd in deze omgeving.

Maar nu dan! Razendknap wat hier gebeurt. De molen wordt een meter of vier verhoogd omdat hij anders uit het zicht verdwijnt en geen wind meer vangt door de skyline die ze hier aan het bouwen zijn. Vaassen, mensen, Vaassen. Parel van de Veluwe, al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat elk dorp op de Veluwe die bijnaam voert. Hoe doe je dat dan, een molen ophogen? Nou, het principe is heel simpel. Je zaagt gewoon onderin een gat en plaatst daar een krik met wielen. Vervolgens doe je aan de andere kant hetzelfde, en zo vort en zo vort. Deze truuk herhaal je net zolang totdat je de hele molen los hebt van de fundering en hij compleet op de krikken rust. Dan sleep je de molen een eind opzij en metselt een mooi rond muurtje van vier meter hoog op de funderingen. Vervolgens rij je hem terug, krik je hem op, een beetje secondenlijm ertussen en klaar. Het is een simpel principe, en zoals ik het uitleg, stort-ie onherroepelijk in. Ik vind dit knapper dan het bouwen van de piramides van Gizeh, of dat van de Chinese muur, want die zijn constructief toch stukken simpeler. En dan dat bord erbij…briljant.

Ons eerste restaurantbezoek

We zijn vanavond in het nieuwe wokrestaurant bij ons in de buurt geweest. En nu ga ik eens niet zitten afgeven op het wokrestaurant. Want het is een vreetschuur waarbij je twee uur de tijd krijgt om je geld eruit te halen. En aan het armoedige publiek kun je ook duidelijk zien dat je in een wokrestaurant bent. Dus ook aan ons, want wij zaten er. Ik heb mannen gezien met een berg eten op hun bord, niet meer normaal. Ik denk zelfs dat als Idi Amin erbij was geweest, dat zelfs die gezegd had of het misschien even wat minder kon. Ik vroeg me heel even af of er soms een hongerwinter voor de deur stond, toen ik het zag.

Maar ach, je moet er gewoon niet over zeiken. Het eten is prima, je kunt drinken pakken zoveel je als je wilt, en de kinderen hadden frietjes en frikandellen, waarvan er één onbedoeld in een heel diep gat verdween waar de borden in stonden, Linda weet er meer van, en de kinderen konden zich vermaken in een ballenbak en met computerspelletjes. En je bent voor 64 euro klaar met z’n vieren.

Langzaam ontstijgen we dat McDonalds-niveau hier.

Strooidienst

Zo, je moet alles in je leven een keer gedaan hebben, dus ik had vanavond strooidienst. In een wagentje van de gemeente Epe de fietspaden sneeuwvrij gemaakt. Nou ja, ik heb er alleen naast gezeten voor de navigatie, het echte strooien moet je aan de ambtenaar overlaten. Overigens ging niet alles vlekkeloos maar de betreffende ambtenaar zei dat dat kwam omdat je als ambtenaar eenmaal een aantal fouten moet maken. Anders kun je net zo goed een andere baan zoeken.

Vanmiddag fietste ik nog over een niet gestrooid fietspad, dus ik begrijp de noodzaak van dit nobele ambt. Minus 17,5 graad was de minimumtemperatuur vanavond. Dat vind ik toch wel spectaculair. Je leert nog wat tijdens zo’n avond. Bijvoorbeeld dat strooien bij minder dan -/-8 geen zin meer heeft. Het zout verliest dan zijn werking. Vandaar dat eskimo’s ook zoutloos koken, want je proeft het dan toch niet meer. Maar met een sneeuwschuiver door de koude avond banjeren heeft ook wel wat. Zeker als de burger lekker binnen zit en jij bezig bent om zijn veiligheid te waarborgen. Ja, dat geeft een goed gevoel. De plicht is weer gedaan en ik ga in een tevreden slaap vallen. Volgende keer als ik boekhouddienst heb, gaat hij een dagje met mij mee.

Lieve kinderen,

Nou, daar wordt de Sint niet echt vrolijk van, Edgar.

Het wordt een wat karig Sinterklaasfeest dit jaar. Dat heeft alles te maken met de economische crisis, die ook Spanje treft. Maar omdat het in de ogen van de Sint niet zo kan zijn dat de kinderen de dupe gaan worden van wat bankiers en politici hebben veroorzaakt, bezuinigt de Sint vooral op zijn eigen uitrusting. Dus alleen een mijter en een baard behoren dit jaar tot de standaarduitrusting. Als politici en zakenlui nu ook een vooral op zichzelf bezuinigden in plaats van het op anderen af te wentelen, dan zou de hele crisis er niet zijn. Maar dat is slechts de mening van de Sint, die uiteindelijk geen economie heeft gestudeerd en gewend is om veel te geven in ruil voor blije kindergezichtjes. Op de Facebookpagina van de Sint leidde deze aankondiging tot positieve reacties van mensen die spontaan weer gingen geloven. Er valt echter weinig te geloven, de Sint is er gewoon, of je nu gelooft of niet. Net als de belastingdienst, de maan, het hiernamaals en de oerknal.

Oh, dit jaar zal voor de laaste keer de enige echte Amerigo ten tonele verschijnen, en wel in het Veluwse dorp Vaassen. Dat komt zo: Amerigo wordt een dagje ouder en gaat met pensioen. Hij zal een stal en een weiland in Vaassen krijgen, ergens achteraf op een boerderij. Daar logeerde hij al vaak trouwens. Amerigo was het beste paard dat ik ooit had. Helaas gaan ze niet zo lang mee als ikzelf, dus had ik een vervanger nodig. Die heb ik inmiddels en momenteel worden zijn winterhoeven ondergelegd. Want die zijn onmisbaar bij het berijden van de daken. Ik hoop dat hij mij net zo goed van dienst zal zijn als Amerigo, die ik nog wel eens zal opzoeken, want de Sint weet waar hij staat. Ik doe dan wel mijn baard en mijter af, zodat ik helemaal onherkenbaar zal zijn. Want dat leidt toch alleen maar tot onrust, als ik midden in de zomer op de Veluwe wordt gesignaleerd.