De drie zussen.

Ruim een jaar geleden was ik herenigd met een tweede nicht, dat is de officiële benaming voor een dochter van de neef van je vader, met wie ik 35 jaar geleden contact had. We praatten de dag vol, en bij het afscheid vond ik dat ze me nogal dicht bij mijn mond kuste, wat ze bij de begroeting niet deed. Zij was de jongste van drie zussen.

Vandaag had ik een afspraak met haar oudste zus, met wie ik via Instagram contact heb. Ze had me gevraagd naar Amsterdam te komen en we spraken af bij de Plantage, waar zij vlakbij woont. Haar had ik drie keer eerder gezien, waaronder een keer topless toen ze negentien was en ik vijftien, in het zwembad bij haar ouderlijk huis. Uiteraard heb ik dit moment vandaag onbesproken gelaten, net zoals ik een borst van een ander meisje wel eens gezien heb in diezelfde periode en dat nooit ter sprake heb gebracht. Ja nu dan, maar als die vrouw dit leest heeft ze toch niet het geringste vermoeden dat het over haar gaat. Goed, ik dwaal af naar zwoele dagen toen de wereld nog mooi was.

Bij de begroeting kusten we elkaar en ik kon zien dat het leven sporen had achtergelaten in haar gezicht. Ze vertelde me haar levensverhaal, wat niet misselijk was, en op een gegeven moment vroeg ze zich hardop af waarom ze het mij allemaal vertelde, omdat ze die details niet vaak aan anderen vertelde. Maar het was al te laat, ik weet nu van haar sores.

We liepen na de lunch een ronde door het naastgelegen Artis, waar ze vrijkaarten voor had, maar waar vrijwel alle dieren zich terug hadden getrokken in de binnenverblijven in verband met het koude weer. Ze vroeg of ik wat had gehad met haar jongste zus, want dat had ze van de middelste zus begrepen. Ik ontkende het niet, maar meer dan verliefd zijn en brieven schrijven was het niet. Zoenen hebben we nooit gedaan, ik durfde dat nog niet, al heeft ze wel mijn hand op haar (bedekte) borst gelegd. Uiteraard heb ik dit detail niet verteld, en al helemaal niet een jaar geleden aan haar zusje, de bezitster van de borst.

Na afloop dronken we nog wat in de Plantage, en kwam er nog een bekende Nederlander binnen lopen, je zou intussen verwachten dat het Hugo Borst was, maar het was Jort Kelder. Toen was het tijd om naar huis te gaan en ze gaf me drie kussen, dicht bij mijn mond, waarschijnlijk een familietrekje. Mocht ik nog een keer een afspraak met de middelste zus krijgen, dan kan ik dat definitief vaststellen.

Het verhaal hierachter is dat de vader van de zussen, mijn vaders neef, z’n dochters grotendeels alleen heeft moeten opvoeden nadat hun moeder jong overleed. Zelf werd hij ook niet oud, en met de drie zussen ging het niet super en hun onderlinge contact is ook verwaterd. Hun vader heeft ons vaak gesteund toen mijn vader overleed, en ik weet dat hij blij zou zijn als hij zo weten dat iemand in de familie nog naar ze zou omkijken. Al was het hun tweede neef maar.

De basisjaren

Het is alsof mijn leven zich afspeelde in zes jaar, van 1984 tot 1989 ongeveer. Ik was 14 in 1984. Zo’n beetje alles spiegel ik aan die periode, als het indexcijfers betrof zouden dat de basisjaren zijn waarlangs latere jaren gemeten worden. Alle indrukken kwamen toen harder binnen en alle herinneringen waren blijvend. Als ik hier door de wijk loop en ik zie een bepaald huis, dan weet ik wie daar vroeger, in de basisjaren, woonden. Die bewoners waren de standaard in mijn leven, betere bewoners kwamen er nooit meer. Ik weet nog hoe het er binnen uitzag, en waarschijnlijk zou ik de geur nog herkennen.

Loop ik door mijn oude straat dan denk ik aan de hoofdbewoners. Wij waren niet eens de eerste bewoners, de eerste kende ik niet. Wellicht loopt er ook wel eens een van de eerste bewoners door de straat, en heeft die hele andere namen in z’n hoofd. Toen wij er kwamen waren de huizen tien jaar oud. Nu vijftig.

In elk geval, in 1988 vond ik de rally Parijs-Dakar geweldig. Ari Vatanen in zijn Peugeot en Jan de Rooij in z’n DAF die met 200 per uur zij aan zij door de woestijn denderden. 200 was destijds op het asfalt al een vrijwel onbereikbare snelheid. Carlos Sainz, de vader van huidig F1 coureur Carlos Sainz junior, was rallyrijder voor Toyota en Toyota had een uitvoering van de prachtige Celica, als eerbetoon, zijn naam gegeven. Bij ons in de wijk had iemand er één, een rode. Als ik er langs liep met de hond dan kwijlde ik van de gestroomlijnde vorm.

Vanavond stond er op die plek een Mazda MX-5. Ook niet gek, maar vergeleken met de basisjaren zijn de indices allemaal wat lager. Maar wat wel is gebeurd is dat de oude Sainz, op 61-jarige leeftijd de rally Parijs-Dakar, editie 2024 heeft gewonnen. Een held uit mijn basisjaren acteert nog steeds op het hoogste niveau en evenaart de indexen van toen. Hij bewijst dat de basisjaren nog niet voorbij zijn.

Liefde

Linda staat meestal om zes uur op om een eind met de hond te wandelen, de vaatwasser uit te ruimen en om half acht te beginnen. Ik hou niet van opstaan, ik stel het zo lang mogelijk uit, en meestal kom ik om tien voor half negen beneden. Dan zou ik in theorie om half negen moeten beginnen, maar de praktijk is weerbarstig. Dan ga ik tussen de middag met de hond naar het bos, want een jonge hond heeft veel energie. Dan smeert Linda meestal mijn brood voor tussen de middag, zij kookt, ik doe vaak de keuken, en zo wisselen we af in taken.

Nu had ik PSV gekeken en zij was al naar bed, en ik zette wat spullen in de keuken en zag dat er nog vaat stond en dat de vaatwasser nog uitgeruimd moest worden. Dat heb ik ook nog even gedaan, enerzijds omdat ik de zooi weg wil hebben, anderzijds omdat ik dan een bedankje krijg omdat ze dan ‘s ochtends blij verrast is. En dan sta ik 1-0 voor.

Dus ik ga zojuist naar bed, onze ijzige slaapkamer binnen, want daar mag geen verwarming aan en moet het raam open, dat heeft ze ooit bedongen en sindsdien heb ik het koud, maar ja, dan slaap ik maar onder de mantel der liefde, toen ik ineens iets heets voelde. Ligt er een warme kruik in mijn bed waarvan ik het bestaan niet kende. Wat een uitvinding! Mijn ijskoude voeten warmen nu snel op. Het is weer gelijk.

Pleurop!

Door een domme communicatiefout met mijn manager is mijn collega benadeeld. Ik had iets verkeerd begrepen, maar voor mij was het logisch. Het gebeurde anderhalve maand geleden al, maar het werd nu pas duidelijk, en nu kan het niet meer hersteld worden. Mijn collega liep een promotie mis waarvan ik dacht dat ze die zelf geweigerd had. Maar er bleek nooit met haar gepraat te zijn, dat was wat ik verkeerd begreep en mijn baas ook onduidelijk meedeelde destijds. Daardoor heb ik iemand anders voorgedragen die het nu is geworden. En dit zou niet aan het licht gekomen zijn als mijn collega niet twee keer naar mij hintte vandaag. De eerste keer hapte ik niet, maar de tweede keer zei ik dat ze de kans had gehad. En daar kwam het balletje aan het rollen en realiseerde ik de fout.

Ze was overstuur en huilde. Ik voelde me rot, maar ze wilde niet dat ik haar belde. Ik moet het morgen ook nog aan mijn manager vertellen, al zei ze dat dat niet hoefde. Het enige wat ik wist te doen is een ongelofelijk duur bloemetje in Hongarije te laten bezorgen. Wat me thuis ook nog op verontwaardiging kwam te staan. Ik krijg nooit bloemen! Jij laat je ook altijd inpakken door die wijven, jij kan er toch ook niks aan doen? Daarna lacht ze al snel weer hoor, die Linda van mij, maar toch even laten voelen.

Nou ja, dit was ongelukkig maar ik heb gehandeld naar eer maar niet naar geweten. Want zou ik dit geweten hebben, had ik geen 75 euro aan Pleurop hebben hoeven besteden. En niet dat het hiermee is opgelost, want dit ga ik nog lang horen van haar, maar ik heb excuses gemaakt. Want de fout kan ik niet meer herstellen.

Bijen

Ik heb een speciale herinnering aan een liedje van Kim Wilde die teruggaat naar 1988. Ik was tot over mijn oren smoorverliefd. Het was dus erger dan smoorverliefd of tot over je oren verliefd, wat de meeste mensen wel eens meemaken, behalve André Hazes. Ik weet dat, omdat, zou ik nog verliefder zijn geworden, ik het niet zou hebben overleefd. Nu zakte ik slechts voor mijn examen en rammelde mijn hart omdat het gebroken was.

Ik zat in de pauze ergens op een trap te wachten, toen de bescheiden hit van Kim Wilde klonk. Alle melancholie in de wereld overviel mij als een zwerm bijen. Deze pijn moest ik meedragen, de rest van mijn leven. Ik kon haar eenmaal niet vragen, ik had haar niets te bieden, ik had het al moeilijk genoeg met mezelf. Dus verder dan de schijn ophouden dat ik een leuke jongen was, kwam het niet. Ze beloonde me dan met haar glimlach, het maximaal haalbare. Al mijn verdere pogingen zouden het kapotmaken.

Toen het eind van het schooljaar dreigde, heb ik het kapotgemaakt door haar en haar vriendin op te halen met de auto. Het zou toch wel eindigen. Een examenfeest, na afloop drie zoenen op haar wang en dat was het dan. Ik deed me stoerder voor dan ik was, gezien het feit dat ik dit 35 jaar later nog schrijf.

En als ik Kim Wilde hoor, komt die zwerm bijen weer naar me toe, maar ze steken me niet meer. Het is de herinnering aan de melancholie die ik voel. Sinds vandaag weet ik pas dat ze met four letter word niet love bedoelde, zoals ik altijd dacht. Ze bedoelde fuck. En dan niet in letterlijke zin.

Verdriet om een hond.

Ik was een beetje vergeten hoeveel pijn het doet, afscheid moeten nemen van je hond. Ik heb het twee keer eerder meegemaakt, maar ik dacht dat als je alles had gedaan, de hond een goed leven had en als de hond oud was geworden, dat je er dan snel vrede mee had.

Maar Randi was nog niet zo oud, ze kon nog sprinten, ze was mooi op gewicht en haar zwarte vacht glom. Haar tanden waren nog wit, en ze had een licht grijzende snuit. Als ik ‘s avonds laat terugkwam, zoals vandaag, en iedereen lag al te slapen, dan liep ik nog even de huiskamer in en hoorde ik het slaan van haar staart tegen de bank aan. Soms was ze te lui om eraf te komen en wist ze waarschijnlijk dat ik wel naar haar zou komen voor een knuffel.

Maar vandaag liep ik niet de huiskamer in, maar rechtstreeks naar boven. De vissen hoeven geen knuffel en de kat boeit het allemaal niet, dus wat moet ik in de donkere huiskamer zoeken?

Dus maar naar bed met dat beeld nog op mijn netvlies van haar, net overleden, en we lieten haar achter bij de dierenarts. Morgen wordt ze gecremeerd, en komt ze in asvorm terug. Niet dat dat iets verzacht, maar ze was onze vriend, en ondanks dat we het niet te sentimenteel willen doen, willen we haar niet naar het destructiebedrijf doen. Dat zou verraad zijn voor mijn gevoel. Net als dat je haar in laat slapen voelt als verraad. Ook al weet je dat dat niet zo is.

Karel over Paul.

Er was een man op de radio, wiens stem ik niet kon thuisbrengen maar hij klonk bekend. Ik moest uit de context opmaken wie hij was. Hij praatte over Paul van Vliet van wie vandaag bekend werd dat hij was overleden. De man klonk Haags en heette kennelijk Karel, omdat Paul hem eens tegenkwam en zei: dag Karel, het leven is soms best zwaar hè?

Karel was tien jaar jonger dan Paul, en Karel wilde ook cabaret gaan doen, alleen was hij dusdanig geïntimideerd door het tekstuele geweld van Paul en van de onlangs ook overleden Wim de Bie, dat hij daar maar vanaf zag en de helft van een komisch muziekduo werd. Toen wist ik het, en zocht het thuis na. Het ging hier om Karel de Rooij, de echte naam van Mini, van Mini en Maxi.

Waarom ik dit vertel is omdat hij mooi vertelde over Paul. Hij had een licht Haags accent, net genoeg om het te ontdekken, en lang niet genoeg om als Haagse Harrie door te gaan. Niet bekakt, maar netjes en troostend. Hij klonk als een man die de afgelopen vijftig jaar uit de eeuwigheid pakte en je ergens aan het begin van die tijdspanne terugplaatste. Alsof hij je heimwee naar weleer in een keer genas.

Uiteraard was hij bedroefd door het verlies van zijn vriend, die hij nu nooit meer op het strand zou tegenkomen, zoals al honderden keren eerder. Maar Karel was de juiste man om een ode aan Paul te brengen, hij deed dat puurder dan Youp en Freek het later vanavond op televisie kwamen doen.

Ik was inmiddels thuis, en luisterde op de oprit nog even naar het gesprek wat maar niet op leek te houden, en zette de radio uit. Ik wist genoeg. Dit was een niet zo’n hele bekende Nederlander uit vervlogen tijden, die je in de tien minuten dat hij aan het woord was, mee terugnam naar de tijd dat alles nog normaal was.

Het voormalig paradijs.

Veertig jaar geleden had ik nog nooit een wild zwijn gezien. Dat was ook niet eenvoudig want destijds mocht je niet zomaar de bossen in, je had er een wandelkaart voor nodig. Wij, nieuwelingen kochten natuurlijk wel zo’n kaart, alleen had mijn vader die onder zijn hoede. Er waren ook opengestelde bossen waar je geen wandelkaart voor nodig had, maar daar zaten geen wilde zwijnen.

Wat ik toen vaak deed was na school naar de bossen fietsen om toch te proberen een glimp van een zwijn op te vangen. Er was een opengesteld pad dat langs de hekken liep, waar je zicht had op het paradijs achter de hekken, en waar roedels herten en rotten zwijnen huisden. Het was destijds nog niet druk in het bos – mountainbikes bestonden nog niet- en licht gespannen fietste ik het pad in dat na een kilometer tegen een hek dood liep, net over een heuvel. Na een tijdje te hebben gewacht bij het hek, stak daar ineens een groot zwijn een pad over zonder aandacht aan mij te besteden. Ik hield mijn adem in. Het was het tweede zwijn dat ik zag, en het eerste dat ik in mijn eentje zag.

Afgelopen zaterdag ging ik het pad weer in. Het hek langs het pad is nu lager en vijftig meter bosinwaarts geplaatst, en je kunt er nu via een poortje door, het voormalige paradijs in. Veel eerder dan waar ik vroeger tegen het hoge hek aan liep, liep ik nu tegen een laag hek aan, en maakte het pad een bocht naar links. Op de plek waar ik vroeger stond kon ik niet meer komen, ik kon de heuvel niet eens meer zien.

De nieuwe loop van het pad volgend, ging ik door een poortje het voormalige paradijs binnen waar je tegenwoordig zonder wandelkaart in mag. Ik liep met een wijde boog om de plek waar ik veertig jaar terug de ontmoeting met het zwijn had, maar de magie van het paradijs was er niet meer, omdat ik hier zo vaak loop. Ik dacht ongeveer te weten waar het heuveltje was, en dacht dat ik me misschien gewoon eens niet aan de regels moest houden en over het lage hek moest klimmen om zo het oude pad verder te kunnen volgen naar de plek waar het vroeger dood liep.

Het paradijs was zoveel mooier vroeger, toen ik er nog niet in was geweest en alleen van buiten naar binnen kon kijken. Uiteindelijk bleek het van binnen niet veel anders dan van buiten. Maar nu zijn er binnen het paradijs weer plekken waar je niet mag komen en die nu op hun beurt een nieuw paradijs vormen. Zoals de plek waar ik vroeger stond, die er destijds net buiten viel maar er nu weer binnen ligt. Zo blijft het paradijs praktisch onbereikbaar, je kunt er kortstondig vertoeven om de magie te voelen, daarna moet je op zoek naar een nieuw.

Herenigd

Op deze koude zaterdag had ik een afspraak die al 35 jaar stond. Hij stond al twee keer eerder in oktober maar door Corona kon dat niet doorgaan. Het ging om mijn zogenaamde tweede nicht, die ik voor het laatst zag toen ik zeventien of achttien was. Haar vader en mijn vader waren neven van elkaar en vlak nadat mijn vader overleed hadden we een tijdje contact en schreven we elkaar brieven.

Anderhalf jaar geleden stuurde ik haar een berichtje, en vandaag heb ik haar en haar man opgezocht. Ze bleek gewoon aan dezelfde straat als ik te wonen, de A50, op slechts 55 minuten rijden.

Ze woont in Brabant, in het buitengebied, en heeft daar een kleine vrijstaande woning. Ik wilde naar de voordeur lopen, maar daar hing een bordje met in het Brabants: achterom komme. Wat ik dus braaf deed, en waar een waakzame Duitse herder achter een hek naar me stond te blaffen. Ik deed het hek open en begroette de hond, die zich nog steeds liet gelden maar wat in de war leek van mij, die gewoon door het hek naar binnen liep ondanks zijn geblaf.

Mijn nicht kwam eraan en verbaasde zich enigszins dat ik al door het hek was omdat niet veel mensen dat deden. Ik weet ook niet precies wat dat is, ik denk dat het simpelweg niet in me opkomt om angstig te worden van een hond omdat ik ze te leuk vind.

Het werd een dag zonder stiltes waar we herinneringen ophaalden, waar we over onze familie spraken en waar we elkaar vragen stelden, waar ik meeat en waar ik pas om elf uur ‘s avonds weer wegging. Ze gaf me nog een boek mee, en zei dat ze het over een poosje wel een keer bij ons kwamen ophalen. Voor mij betekent het veel, zo’n reünie van twee. Het zijn die dagen met een gouden randje.

Allerzielen

Ik herinner me nog goed dat ik vandaag een jaar geleden bij mijn huisarts zat omdat ik depressieve klachten had en al weken in angst zat. Ik was al een paar keer bij zijn praktijkondersteuner geweest, maar dat ging eerder de verkeerde kant op dan de goede. Ze plande me toen in bij de huisarts met wie ik het erg goed kan vinden.

De man kent mij goed en trok wel een uur voor me uit. Hij zei de juiste dingen en had het over onverwerkt trauma, en wat dat bij mij dan kon zijn. Ik noemde het verlies van mijn vader, en ik meende te bespeuren dat hij zich stom voelde vanwege die vraag. Ik zag hem denken: “shit, dat wist ik natuurlijk!”

Hij herstelde zich razendsnel en ging door op het onderwerp en ik vertelde over de band met mijn vader. De afgelopen weken was al mijn zelfvertrouwen weggelopen, maar dit gesprek gaf me weer wat terug, gevoelsmatig genoeg om naar het volgende tankstation te rijden. Aan het eind, het was ver na zessen en inmiddels donker buiten, zei hij: “Allerzielen vandaag,” met een vanzelfsprekendheid die het toeval voorbij stak. Ik knikte. ‘s Avonds thuis brandde ik een kaarsje.

Vanochtend in de auto noemde ik ook ineens zijn naam. Papa, zei ik ineens, zonder dat ik me bewust was waarom. Ik herhaalde het nog een paar keer tot het weer normaal klonk, want zo noemde ik mijn vader, papa.