Bikkel

Toen ik nog een bikkel was, ik heb het over begin jaren 90 van de vorige eeuw, moest ik een keer naar het ziekenhuis om een bultje uit mijn bovenarm te laten verwijderen. Ik begaf mij op 18 mei 1993 met mijn moede al mijn moed naar het Julianaziekenhuis, waar op de dag af twaalf jaar later ook onze zoon Hans geboren zou worden, al kon dat toen nog niemand bevroeden. Ik kende mevrouw Mack nog niet eens, laat staan dat ik wist dat onze zoon Hans zou gaan heten.

In elk geval, ik word naar een behandelkamer geleid waar de lypoom, want zo heette dat ding volgens mij, verwijderd ging worden. Ik had nog geen idee hoe, maar daar zou ik vanzelf achter komen.
Ik ging liggen en een zuster kwam binnen. Ze kleedde zich uit, en…oh nee, dat was toen helemaal niet.
Veel werd mij nog niet duidelijk maar het kwam er op neer dat de dokter zo zou komen.
De dokter kwam ook zo en zonder zich voor te stellen ging hij aan de gang. "Komt-ie!" waarschuwde hij na een minuutje en ik beet op mijn tanden. Zo'n mes in je arm kan best zeer doen wist ik nog van de oorlog in Korea.
Ik voelde niks. Ik rekende op een snelle beweging van het mes maar er kwam slechts een verdovingsspuit. Wist ik veel. Daarna voelde ik helemaal niks meer en staarde maar wat naar het plafond. "Klaar." zei de dokter na een poosje en weg was hij. Nooit meer teruggezien. Even later kwam de zuster die een pleister op de wond plakte en mij vertelde dat ik een week later terug moest komen. Prima. Tot over een week.
Misschien dat er onder u een enkele slimmerik zit die al in de gaten heeft welke chirurgische ingreep er bij mij had plaats gevonden, maar ik niet. Ik ben gaan werken en 's avonds gaan surfen op het Veluwemeer. Het deed pijn maar het was te houden. Een week later bleken de hechtingen wel gehouden te hebben, maar het litteken was iets breder geworden dan de bedoeling was. Anderhalve centimeter ongeveer. Ik had echt geen idee dat er hechtingen in mijn arm zaten. De dokter zei niets, en ik vroeg er niet naar. Over vroeger gesproken, vroeger durfde ik sowieso veel meer dan tegenwoordig. Is dat herkenbaar of zou het juist andersom moeten zijn?

(Bijna dit hele verhaal is waargebeurd, behalve dat het op 18 mei was, dat is om het verhaal mooi te maken. Maar het was wel mei 93, dat weet ik zeker. Jolie had vandaag ook te maken met een norse chirurg.)

Hersenfuncties.

Mijn hersenen weigeren mij versneld in de opgewekt-modus te brengen. Mijn blije hersenkwab zit zonder stroom. Waarschijnlijk afgesloten wegens betalingsachterstanden. Als een mens wat teneergeslagen is komen de hersenen zonder nieuwe impulsen te zitten. En als je hersenen minder impulsen krijgen gaan ze, om het functioneren te waarborgen, extra bloed naar het geheugengedeelte sturen zodat je je ineens dingen herinnert die je allang vergeten was. Dus het voordeel van teneergeslagen zijn is dat je geheugen beter functioneert. Elke dag die sprekend lijkt op de vorige en dus geen nieuwe impulsen brengt, brengt het geheugen verder terug. Mensen die extreem lang depressief zijn, herinneren zich op een kwaaie dag hun geboorte.
Ergo, als uw geheugen goed is, dan bent u wat neerslachtig van aard, vergeet u daarentegen regelmatig uw pincode, dan bent u een vrolijk persoon.
Of dit waar is? Natuurlijk niet. Het is onzin. Maar als ik dat er niet bij had verteld, had u nu gedácht dat het waar was. De waarheid is een raar fenomeen.
Ik herinner me dit niet meer, maar dit nog wel.

Schijn.

Webloggen is schijn ophouden. Acteren eigenlijk. Webloggers en acteurs zijn precies hetzelfde. Ze houden de schijn op. Een acteur bijvoorbeeld hoeft nooit naar de w.c. om te drukken. Hij houdt het op. De schijn.
Ik doe dat dus ook. Want u verwacht van mij denk ik, een grappig stukje. Terwijl ik vanavond na een confrontatie met de waarheid helemaal niet zo grappig ben. Sterker nog, ik neem morgen een dubbele dosis anti-depressiva. Want ja lieve mensen, ook Mack heeft anti-depressiva nodig.
Maar goed, daarna is het dan ook wel weer érg lachen met mij.

Wat niet weet, wat niet deert.

Wij wonen nu een jaar of drie in ons huuske en al die tijd waren wij trots op onze prachtige motorloze afzuigkap. Bij nadere bestudering van het motorloos-afzuigprincipe kwam ik onlangs tot de conclusie dat onze afzuigkap een placebo is. Dat ding doet helemaal niks want het ventilatiesysteem zit er helemaal niet op aangesloten.

Het stomme is, dat ding deed het altijd prima toen wij nog niet wisten dat hij het helemaal niet deed. Sinds ik erachter kwam dat dat ding er puur voor de sier hangt, merken wij ineens dat hij niet meer goed afzuigt.
Ik heb vandaag maar een afvoerslang gekocht om het ding aan te sluiten. Er waren twee soorten slangen, lange en korte. Ik heb de lange genomen voor de zekerheid maar die slang past echt nergens. Het gat in de muur is te klein, het gat in het keukenkastje is veel te klein en het gat in de afzuigkap zal dan ook wel te klein zijn.
Om dat allemaal op te lossen heb ik een kleine zaag en drie vijlen gekocht. En dat is best leuk voor mijn gereedschapverzameling want het is natuurlijk volkomen nutteloos gereedschap als je een slang wilt aansluiten.
Nee, ik ben niet echt handig. Ik kan wel goed vloeken overigens.

Mack op de knieën.

Af en toe zakt alle grond onder mijn voeten weg. Er blijft op dat moment niets meer over van mijn boekhoudcommandostatus. Lachen en slapen gaat niet meer.
Het gevoel van totale misluktheid voert de boventoon. Meestal duurt het een paar dagen. Gisterenmiddag sloeg het toe. Een hoofd vol hete lava, een hart als een koude dieselmotor en een maag met een knoop erin.

Het verschil met vroeger is, dat als ik thuis kom, een kleine Hans me blij aankijkt vanuit z'n box en mevrouw Mack mij in zo'n geval meeneemt uit eten.

Ik ben op alles voorbereid.

zakdoek Ooit zag ik op televisie Willem Duis zijn zakdoek aanbieden aan een snikkende Prinses Margriet. Sinds die dag draag ik altijd een schone zakdoek bij me voor het geval dat ik ook eens met een huilende prinses aan de praat kom.

Een zakdoek hoort glad gestreken te zijn en in een vierkant opgevouwen. De randen dienen zodanig naar binnen gevouwen te zijn, dat men ze niet meer ziet. Alleen op die manier kun je je zakdoek aan een verdrietige prinses aanbieden.

Een cardioloog met autoriteit.

Nou mevrouw Mack, u heeft de testen goed doorstaan en ik zie nu eigenlijk geen aanleiding om in te grijpen. U heeft een heel klein hartinfarct gehad en daarbij nauwelijks schade opgelopen want de pompfunctie is goed. We weten ook niet zeker of het door een vernauwing komt want het beeld wat u gaf past ook wel bij een bloedprop. En als dat het was bent u daar nu vanaf. Het heeft op dit moment ook niet veel zin om dat uit te zoeken want dan moet er weer gecatheteriseerd worden en dat is ook niet helemaal zonder risico.
U moet dit jaar nog alle medicijnen slikken want de aderen moeten zich stabiliseren. In de tussentijd doen we nog twee testen. Als die goed verlopen gaan er aan het eind van het jaar twee medicijnen af en dan kunt u door met drie pillen.

U moet nog een jaar of zestig en dat moet u rookvrij doen. Als u stopt met roken helpt dat meer dan alle medicijnen die u gebruikt bij elkaar. U moet gaan sporten/bewegen, het liefst een half uur per dag onafgebroken bewegen. Winkelen telt dus niet, u moet echt stevig doorlopen. Als u dat doet bent u goed beschermd tegen een hartinfarct.

Beter is het om de pil niet meer te gebruiken. De pil kan trombose veroorzaken en hoewel we geen bewijs hebben dat het ook een bloedprop in een slagader kan veroorzaken, adviseren we toch altijd daarmee te stoppen.
U mag ook wel een paar kilo kwijt.
Als u dit allemaal opvolgt is de kans groot dat u hier nooit meer hinder van ondervindt.

Tot ziens.

21 februari 1985

Vandaag, 21 jaar geleden herinner ik me nog goed. Het was de dag van de eerste elfstedentocht in 22 jaar, gewonnen door Evert van Benthem.
Toch heb ik er niks van gezien. Op deze dag overleed mijn vader Hans op 40-jarige leeftijd na negen maanden ziek te zijn geweest aan slokdarmkanker. Ik was 15, mijn broer 12 en mijn zusje 9. Mijn moeder was toen 38.

Gevoelsmatig heb ik hem ontzettend lang gekend. Gevoelsmatig is hij nog niet zo lang dood. Toch is hij al langer dood dan ik hem heb gekend.

The Gladiator

Go! And die with honor.

In mijn vorige leven moet ik haast gladiatoor zijn geweest. Was ik in mijn jeugd helemaal weg van de serie "De laatste dagen van Pompeï", tegenwoordig ben ik dat van de film "The Gladiator". Het moet raar werk zijn geweest, gladiatoor. Je kon maar beter geen angst hebben om dood te gaan of gewond te raken, anders was het beroep niet geschikt voor je. Want dood ging je. Als je geluk had door een zwaard maar je kon natuurlijk ook een klap oplopen van een puntige ijzeren bal, met een ketting bevestigd aan een knots, (hoe heet zo'n ding?) zodat je halve gezicht eraf lag.
En als je dan jammerde of om een dokter riep werd je nog uitgelachen door het publiek ook. Nee, leuk is anders.

Gisteren hebben wij, na een jaar lang zeuren mijnerzijds, de film "The Gladiator" weer eens gekeken. Ik ben nog steeds onder de indruk. Russell Crowe is hard bezig mijn favoriete acteur te worden. Ook in "A beautiful mind" en "Proof of life" acteert hij de sterren van de hemel. Mevrouw Mack verdenkt mij ervan homosexuele gevoelens voor hem te hebben maar dat is een leugen.
Maar als ik ooit een hoofdtransplantatie nodig zou hebben, hoop ik dat Russell donor kan zijn.

Ik ben eigenwijs.

Mevrouw Mack krijgt maandag katheterisatie en tot die tijd ben ik wat voorzichtig getemperd.
Zelf loopt ze rond in het ziekenhuis als niet ziek maar wel gevangen. Zij weet wat ze heeft gevoeld en dat kwam helemaal niet overeen met de impact die het woord "hartinfarct" heeft. Zij is maandag in haar ééntje naar het ziekenhuis gereden en heeft haar auto geparkeerd op 'betaald parkeren' met het idee dat ze toch zo weer weg zou zijn.
Voor haar viel de impact van het infarct zelf wel mee. Voor mij niet. Dat geeft best wel spanningen.
Ik zit vol frustratie als ik haar hoor zeggen dat ze zo'n trek heeft in een sigaret. Ze heeft nog steeds niet gerookt en ik hoop dat ze het vol gaat houden. Een stopper heeft immers gemiddeld drie pogingen nodig.
Mevrouw Mack is soms wat luchtiger dan ik. En ik over andere dingen weer veel onverschilliger dan zij. Stom hè? Kun je in zo'n situatie in het ziekenhuis nog woorden met elkaar krijgen. En dan heb je twee stijfkoppen bij elkaar hoor. Terwijl ik vanmiddag nog aan mijn moeder vertelde dat eigenwijs eigenlijk hetzelfde is als dom.
Allebei kunnen we niet slapen als zo'n situatie niet is uitgepraat, maar gelukkig gaat zij eerder naar bed, zodat zij het eerste opbelt.

"Nah, ik zal maar als eerste bellen want jij doet het niet…."
Een schat van een vrouw.