Armageddon

Een middellijke collega heeft kanker. Voor de tweede  keer in zijn leven. Aanvankelijk sloeg de behandeling bovengemiddeld goed aan, dus na de tweede scan, negen weken na de eerste was hij wat minder zenuwachtig voor de uitslag. Maar helaas, verder behandelen heeft geen zin meer. Zijn wereld stort nu in op nog geen zestigjarige leeftijd. Hem treft een lot wat veel te veel mensen treft.

Vannacht sliep ik slecht en werd om vijf uur wakker. Ik moest aan hem denken, ondanks dat ik geen bijzondere band met hem heb. Ik sliep niet meer. Vandaag huilde hij aan de telefoon. Een man van nog geen zestig moet zich gaan voorbereiden op zijn dood, terwijl hij hoop had op een redelijke verlenging van zijn leven. Ik kan er geen zinnig woord over zeggen. Voor iedereen is dit anders. Er zijn mensen die het aanvaarden, er zijn mensen die rationeel blijven, er zijn mensen die dankbaar zijn voor de tijd die ze al gehad hebben en er zijn mensen wiens wereld instort. Die laatste groep is het grootst.

Vanochtend reed ik op deze opvallend warme en natte januari-ochtend naar mijn werk. Ik had het nieuws op staan en ik hoorde over overstromingen in Australië, in Brazilië en in Limburg. De  stromende regen maakte overal enorme plassen. Ik vond het ongewoon voor januari. Onwillekeurig moest ik denken aan het einde der tijden, dat in 2012 plaats zou vinden. De wereld zou instorten. Ik werd er niet vrolijker van. Ik dacht aan Noach, die een ark bouwde. Het wordt tijd dat het weer eens flink gaat vriezen.

Николай Алексеевич Гуляев

Net als met alles is niets meer zoals het geweest is. Ik had het vandaag toen ik langs de showroom van een Citroëndealer liep. Vijfentwintig jaar geleden zou het een waar feest zijn geweest om er een blik naar binnen te werpen. Nu was het de moeite van het kijken amper waard. Maar dat is natuurlijk persoonlijk. Langebaanschaatsen is ook niet meer wat het geweest is. Nog best leuk hoor, maar de spanning zoals ik die vroeger voelde is totaal weg. Nu kan dat ook aan mijn gevorderde leeftijd liggen, maar ik voelde vroeger mijn hart in mijn keel kloppen als Hein Vergeer aan de start kwam tegen Nikolaj Goeljajev. Dat was pas een geweldenaar. Een Rus, uit echt Russisch hardhout gesneden. Een beer, ernstig kijkend, weinig pratend, en in zijn vrije tijd was hij officier in het Russische leger. Dat maakte diepe indruk op mij, dat laatste. Want als je officier in het Russische leger was, dan moest je wel een kille vechtmachine die geen pijn voelt, zijn. Er waren meer van die geheimzinnige schaatsers uit de Sovjet Unie. Mozin, Pegov, Bozhyev, Sjasherin, Malkov en Igor Zjelezovski. In mijn ogen waren het machines, geen mensen.  Ik vreesde ook dat Russische schaatsers door de KGB vermoord zouden worden als ze niet goed presteerden. Misschien ligt het toch aan mijn verbeterde inzicht, dat ik dingen niet meer zo spannend vind als vroeger. Maar Goeljajev, die boezemde mij van allemaal de meeste angst in.  

Opgedroogde tranen

Ik was acht jaar op 25 juni 1978 en ik mocht van mijn ouders opblijven om de finale van het WK 1978 tussen Nederland en Argentinië te zien. Ik had mijn pyama al aan en ik had Ruud Krol de dag ervoor nog horen zeggen dat we ons geen zorgen moesten maken en dat hij morgen met de cup in zijn handen zou staan. Het precieze verloop van de wedstrijd weet ik niet meer, maar er was een moment dat ik God bad om een doelpunt. Het doelpunt kwam er niet en Nederland verloor de finale.

Later hoorde ik pas dat Nederland vier jaar daarvoor ook al tot in de finale was doorgedrongen en dat we als voetballand internationaal meetelden. Ik was trots op Nederland, en dat kon toen nog gewoon. Daarna werd het heel lang niks meer met het Nederlands elftal, al was het slechts tien jaar later dat Nederland het EK won. Echter, toen was ik geen jongetje meer maar een verlate puber, en die tien jaar verschil voelden als een ver verleden. Ik had ook een heel ander leven. Een feestbeest ben ik nooit geworden en dat zal ik ook nooit worden. Maar ik voel weer iets van de trots die ik had toen ik een jongetje van acht was. Mocht Nederland de finale winnen zal ik heel blij zijn, maar ik zal er ingetogener en veel langer van genieten dan alleen de avond van de finale. Ik zal er jaren op kunnen teren. Over vijf jaar zal ik op vakantie nog met een Fransman bespreken dat wij in 2010 wereldkampioen werden. En hij zal dan zeggen dat zij in 1998 wereldkampioen werden en hij en ik zullen vrienden zijn.

Het bereiken van de finale roept gevoelens uit een ver verleden op. Het zijn de opgedroogde tranen van 1978 die weer een beetje nat worden. Ik vier geen feest, maar oh, wat vind ik dit geweldig. Diep respect voor Bert van Marwijk. Niet alleen voor het bereiken van de finale, maar voor zijn schoenveters die strak zitten en voor zijn ingehouden maar zichtbare emotie. Een verademing. Nog eentje, meneer van Marwijk!

De laatste rustplaats.

Vandaag gingen wij naar een uitvaartdienst en een crematie. Het betrof een man van 84 die geroemd werd door zijn vier dochters dus dan heb je niet veel meer te wensen. Bij het crematorium was ook de begraafplaats waar Linda’s opa en oma begraven liggen. Linda had een speciale band met haar opa dus gingen wij op zoek naar zijn graf. We waren met z’n vieren en ieder ging een andere kant op om zo efficiënter te kunnen zoeken.

Het valt nog niet mee om één overledene te vinden tussen weet ik hoeveel doden. Maar het zoeken was niet erg. Ik liep langs de graven en speurde naar die ene naam, Augustijn. Terwijl ik stelselmatig de paden afliep realiseerde ik me pas dat ik in mijn leven slechts één keer en begrafenis heb bijgewoond. De andere keren betrof het crematies. Een vredig gevoel maakte zich van mij meester toen ik langs de graven liep. Vogeltjes floten en konijntjes huppelden rond. Om te rusten een prima plaats. Ik bekeek de stenen en besefte hoeveel mooier dan cremeren ik begraven eigenlijk vind. Mijn vader is gecremeerd maar wat wilde ik vanmiddag ineens graag dat hij begraven was. Zodat er een plekje voor hem was en een steen met zijn naam erop. Zodat mensen af en toe langs hem konden lopen en zijn naam zouden zien. En zich misschien zouden realiseren hoe kort zijn leven was.

Ik liep langs de plek waar kinderen begraven lagen en het vredige gevoel trok uit me weg. Onwillekeurig las ik hun namen, hun leeftijd en keek ik naar wat hun ouders op hun grafje hadden gezet. Een tractor, een beertje, bloemen en een spreuk. Het voelde niet eerlijk dat er hier jonge, onschuldige kinderen lagen. Iemand die op zijn veertigste doodgaat heeft nog een leven gehad, maar een kindje? Ter plekke voelde ik een vleugje van het verdriet dat hun familieleden gehad moeten hebben.

Na bijna een uur zoeken hadden we opa gevonden. Zijn graf lag er niet heel mooi bij maar bij navraag bleek dat te maken te hebben met onderhoud. Het vredige gevoel was er weer. Vanaf vandaag ben ik eruit; ik wil begraven worden. 

Roaalt

Als je langdurig rugpijn hebt gaat niet alleen je denkvermogen achteruit, maar ook je gevoel de wereld aan te kunnen. Ik merkte het vandaag toen ik de vervangende huisarts belde en moest aandringen voor een afspraak. Ik merkte het tijdens mijn therapeutische rondje lopen waarbij je elke stap in je rug voelt. Ik kan maar beter aardig zijn voor het geval me iets gebeurt, anders helpt niemand me. Lichte wanhoop.

Terwijl ik liep dacht ik aan wat ik vanochtend op mijn log gelezen had. Dat Roaalt was overleden. Vanuit zijn rolstoel heeft hij het vele malen zwaarder gehad dan ik maar hij had geleerd om er mee om te kunnen gaan. Hij en alle mensen die op jonge leeftijd iets ernstigs mankeren, lijken dapper. Ze hebben geen keus. Ik kende Roaalt niet, en ook als weblogger niet zo goed,  maar duidelijk was wel dat hij niet bang was voor de wereld. Hij reageerde niet als gehandicapte, maar als geestelijk gezond mens. Zijn lichaam speelde geen rol bij het webloggen, hij was net als ieder ander.

Ik dacht aan zijn korte, gehandicapte leven, en aan het feit dat hij wist dat hij niet oud zou worden. Mensen met een gemiddelde levensverwachting van ongeveer 80 hoeven als ze jong zijn niet na te denken over hun dood, als ze dat niet willen. De gedachte kun je eng vinden en hem van je af werpen, het is immers nog lang niet zover, hou je jezelf dan voor. Roaalt heeft een paar maanden geleden, toen hij in het ziekenhuis lag, eens gezegd dat hij zijn einde voelde naderen. Hij heeft het nog even uit kunnen stellen maar sinds een paar dagen is het einde voor hem gekomen.

Ik denk wel eens dat dood dezelfde toestand is als toen je nog niet geboren was, en dat kun je onmogelijk erg noemen. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit erg heb gevonden. Zeker voor de overledene is het niet erg. Maar mijn stellige hoop is wel dat als je dood gaat, God of iemand naar keuze je verwelkomt met: "Goed dat je gekomen bent, Roaalt." En dat alle aardse lasten van je zijn afgevallen. Dat je gelijk bent aan iedereen, net als een weblogger. Ik hoop Roaalt, dat het zo is. En als het zo is, dat je nu een grote glimlach hebt.

IJzergieterij Vulcanus

In 1983 kwamen wij in Vaassen wonen als gevolg van het verschijnsel dat kinderen nog niks te vertellen hadden, vrouwen volgzaam waren en vaders de kost verdienden. En dat die kost in Vaassen werd verdiend, en mijn vader best van autorijden hield, maar elke dag  tweeënhalf uur moest rijden zodat hij mijn kleine zusje alleen nog maar in het weekend zag, was de reden om te verhuizen van het vriendelijke Drunen naar het stuggere Vaassen. Mijn vader werkte als controller bij ijzergieterij Vulcanus. Soms liepen mijn broertje, zusje en ik naar de fabriek om hem op te halen en dan konden we weer mee terug naar huis rijden. Vonden we leuk.

Inmiddels is die hele ijzergieterij er niet meer, het monumentale fabriekspand werd gewoon gesloopt en is er op die plek een nieuwbouwwijk met de toepasselijke naam: Vulcanus. De straten zijn genoemd naar de diverse afdelingen in de fabriek, maar ik merk soms aan mensen dat ze geen idee hebben wat die straatnamen betekenen. Vormerij? Wie hef dat noe weer verzonn’n!

Het enige wat nog intact is, is de Vulcanusweg. Dat was de toegangsweg tot de fabriek. Aan het eind stond een hek en een stoplicht. Iets verderop was de hoofdingang, en vlak daarnaast het kantoor waar mijn vader zat. Nu woont er iemand op die plek. Ik liep daarnet over de Vulcanusweg en realiseerde me dat mijn vader daar vroeger elke dag reed. Een auto kwam me tegemoet. Een snel optrekkende Golf met dieselmotor. Zijn koplampen verblindden mij. Maar ondanks het licht kon de bestuurder mijn gedachten niet lezen, en bleef dus in het ongewisse over mijn persoonlijke geschiedenis van 27 jaar geleden.
vulcanus

Zomers van vroeger

Vroeger ging ik ’s zomers vaak naar Elburg. Het was een rijk en vrij gevoel, 21 jaar oud, de wereld kon nog alle kanten op, een Mazda 323 met een Ten Cate surfplank op dak. Iets te hard stoven we richting Veluwemeer. Bijbehorend surfpak en trapeze maakten de looks compleet. We gingen met een vast clubje vrienden en vriendinnen. We vertrokken ’s ochtends en pas tegen de avond reden we weer terug. We zwommen, surfden en zonden. (verleden tijd van zonnen, niet van zondigen) Het was eind mei en bloedheet. Tegen half zeven begon het wat kouder te worden en dan kleedde je je weer aan, en ging je zitten in de behaaglijke warmte van de auto die de hele dag in de zon had gestaan. De cassetterecorder speelde Djobi Djoba. Soms gingen we ’s avonds naar de Griek en daarna met een rood verbrande kop naar de disco. Een omhelzing van een meisje maakte de dag compleet. Het had een videoclip van Wham kúnnen zijn als het zich in de winter had afgespeeld. Het waren van die dagen dat het je aan niks ontbrak en waarvan ik nu nog blij ben dat ik ze meegemaakt heb. Het ultieme geluksgevoel gevangen in een zomerse herinnering.

Voorbijgaande droefheid

Vandaag ben ik precies 14.796 dagen oud en dit lijkt me een mooi moment om te stoppen met deze weblog. Sommigen zullen deze mijlpaal begrijpen, anderen niet. Vanaf 28 maart moet ik het allemaal zelf doen want ik heb geen voorbeeld meer. Na ruim 1800 logjes en ruim 27.000 reacties is het mooi geweest. Het was mij een ongelofelijk genoegen om hier te schrijven en ik bedank allen voor de interactie.

Johannes 16:22

Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap.

Zomaar een zaterdagochtend

Op zomaar een zaterdagochtend krijg ik van de juffrouw van Tammar te horen dat ik een topman ben, een andere moeder vond mij een koene ridder en weer een andere vroeg of ik niet even met haar man wilde praten om hem wat uit te leggen over het reilen en zeilen binnen het huishouden. En nu denkt u misschien dat mijn ego enorm gestreeld wordt, en dat is ook zo, maar ik blijf natuurlijk wel met mijn beide benen op de grond staan, en ook gewoon ín mijn schoenen. Want ten eerste ben ik een enorme slijmbal en ten tweede zijn het maar momentopnames die de dames met mij meemaken, en ten derde doen hun eigen mannen het even goed als ik, na enig doorvragen van mijn kant. Want pas als je eigen vrouw zegt dat je een topman bent, dan pas kun je daar waarde aan hechten.

Mevrouw Mack moppert vaak genoeg op mij, en ik op haar, hoe kan het ook anders in een gezin met jonge kinderen. Soms ga ik 's ochtends weg en dan ben ik pissig maar dan geef ik haar toch een kus omdat we dat nu eenmaal zo doen, maar het liefst zou ik mijn middelvinger opsteken. Maar gelukkig is dat maar vier van de vijf dagen. En ik verzaak ook mijn huishoudelijke taken als ik de kans krijg. Dat heb ik meegekregen uit mijn ouderwetse opvoeding en uit het gezin waarin mijn moeder accepteerde dat mijn vader (die morgen al weer 25 jaar niet meer onder ons is) het hoofd van het gezin was, en waar dat prima werkte. Aangezien Linda daar anders over denkt, moeten we soms vechten voor onze plek. En soms vallen er rake woorden. Maar gelukkig houden we wel allemaal van harmonie en weten we dat het klokje nergens tikt als thuis. Foutloze mannen en vrouwen zijn er niet. Het gaat erom dat je jezelf weg kunt cijferen als het nodig is. Een gezin werkt alleen als man en vrouw een team vormen, vastbesloten om de kinderen het thuis en de opvoeding te geven die ze nodig hebben. Het was immers niet hun keuze om op de wereld gezet te worden.

Ja, tijdens de zwemles van Hans bespreek ik intieme dingen met andere moeders, dat merkt u wel. Maar ik heb deze keer niet gemist dat hij door "het gat" zwom.

Wegens vermoeidheid verschoven.

Vandaag is het vijf jaar geleden dat wij trouwden, en omdat dat tegenwoordig een prestatie is die niet iedereen bereikt besloten wij dat te vieren met een klein gezamenlijk etentje. Ja, ik zeg het er maar even bij, dat het gezamenlijk is, want mijn vrouw heeft er nogal eens een handje van om uit eten te gaan met iemand anders dan ik. Maar, de twee kinderen die uit dit huwelijk zijn voortgekomen, gooiden figuurlijk roet in het letterlijke eten. Want het kleine meisje houdt ons al een paar nachten uit onze slaap wegens een zware verkoudheid, en de grote kleine jongen heeft zijn beloning voor het "vier nachten achter elkaar niet naar onze kamer komen" binnen, en kwam ook nog twee keer onze nachtrust verstoren. Dus veel meer dan drie uur slaap hadden we vannacht niet, en gisteren was het ook al niet veel beter.

Dus wegens vermoeidheid is het vijfjarig jubileum verschoven naar een nader te bepalen en beter voorbereid tijdstip. En, inderdaad, elk nadeel heb ze voordeel, het ijzelt hier als in de winter van 1979. Je zult eruit gemoeten hebben vanavond! Maar ik had wel bloemen bij me! En daar schrok Linda zo van dat ze vroeg of die voor haar waren.