Een middellijke collega heeft kanker. Voor de tweede keer in zijn leven. Aanvankelijk sloeg de behandeling bovengemiddeld goed aan, dus na de tweede scan, negen weken na de eerste was hij wat minder zenuwachtig voor de uitslag. Maar helaas, verder behandelen heeft geen zin meer. Zijn wereld stort nu in op nog geen zestigjarige leeftijd. Hem treft een lot wat veel te veel mensen treft.
Vannacht sliep ik slecht en werd om vijf uur wakker. Ik moest aan hem denken, ondanks dat ik geen bijzondere band met hem heb. Ik sliep niet meer. Vandaag huilde hij aan de telefoon. Een man van nog geen zestig moet zich gaan voorbereiden op zijn dood, terwijl hij hoop had op een redelijke verlenging van zijn leven. Ik kan er geen zinnig woord over zeggen. Voor iedereen is dit anders. Er zijn mensen die het aanvaarden, er zijn mensen die rationeel blijven, er zijn mensen die dankbaar zijn voor de tijd die ze al gehad hebben en er zijn mensen wiens wereld instort. Die laatste groep is het grootst.
Vanochtend reed ik op deze opvallend warme en natte januari-ochtend naar mijn werk. Ik had het nieuws op staan en ik hoorde over overstromingen in Australië, in Brazilië en in Limburg. De stromende regen maakte overal enorme plassen. Ik vond het ongewoon voor januari. Onwillekeurig moest ik denken aan het einde der tijden, dat in 2012 plaats zou vinden. De wereld zou instorten. Ik werd er niet vrolijker van. Ik dacht aan Noach, die een ark bouwde. Het wordt tijd dat het weer eens flink gaat vriezen.
