Wij keken gisteren “De storm”, een Nederlandse film over de waternoodsramp van 1953. Het verhaal gaat over de zoektocht van een strijdlustige moeder, Julia, naar haar baby, die ze kwijtraakte tijdens de ramp. De moeder was de schande van het Zeeuwse dorp, omdat ze zwanger was geraakt en het de vader te heet onder de voeten werd. Een andere moeder, die onlangs haar baby was kwijtgeraakt, had het jongetje gestolen. Tijdens de nachtelijke opvang in een hotel, hoort Julia haar baby huilen. Niemand gelooft haar en men veracht haar. De volgende morgen hoort ze haar kind nogmaals huilen maar als ze wanhopig op onderzoek uitgaat, blijft de baby door een toevalligheid uit haar zicht.
18 jaar later ontdekt ze door dezelfde toevalligheid die haar kind eerst bij haar weghield, dat de zoon van de andere moeder, haar kind is. De andere moeder kan niet anders dan het verhaal opbiechten en zo valt Julia haar zoon in z’n armen. Triest genoeg verontschuldigt ze zich huilend naar haar kind, kennelijk omdat ze niet goed genoeg gezocht had.
De band van een moeder met haar kind komt in deze film sterk tot uitdrukking. De moeder brengt zichzelf zonder na te denken in levensgevaar om haar kind te redden. Ze herkent het huilen van haar eigen baby uit duizenden. 18 jaar later is de band nog steeds niet verbroken. Het is misschien wel de sterkste band die er bestaat en overal om ons heen aanwezig.