Vrienden

Vrienden zijn belangrijk omdat je ze zelf kiest. Dat geldt niet voor kennissen, want die ken je. Vrienden hoeven geen vrienden te zijn in de zin van dik en dun, maar vrienden zijn vrienden als je je prettig voelt in hun gezelschap. Als je een keer naar ze toe gaat omdat je dat leuk vindt. Die je helpt als ze in nood zitten. Met vrienden kun je praten en je mening uiten zonder dat dat tot spanningen leidt. En mocht dat wel een keer het geval zijn, dan is het niet zo’n opoffering om voor een vriend een keer je waffel te houden. Webloggen heeft ook wel iets vriendelijks, vindt u niet? U kiest zelf uw gelinkten en u leest het vaakst bij degenen in wiens virtuele gezelschap u zich het prettigst voelt. Eigenlijk kun je met wildvreemden bevriend zijn. Ik kom tot de conclusie dat ik mij wel bevriend voel met u.

Tegennatuurlijk

Ik wandelde met Tammar door het bos. Als inwoner van Nederland dien je af en toe in het bos te lopen en van de natuur te genieten, want daar dient het bos voor. Het is geen ruige natuur hier, maar speciaal aangelegde kalme natuur voor wandelaars. Ruige natuur, dat is pas genieten, maar in de ruige natuur is het gevaarlijk en dus ongeschikt voor brave burgers. Hier staan wegwijzers en paaltjes zodat je niet kunt verdwalen. Want je zult maar verdwalen op een vierkante kilometer en een kwartier aan het zoeken zijn. De avond kan snel vallen hoor.

Maar wat ik nu zag, ongehoord gevaarlijk. Enorme stapels gezaagde boomstammen. Stapels van vijftig meter lang en vier meter hoog. Ik vroeg mij af wat zo'n stapel weegt. En wat er zou gebeuren als je daar bovenop klom. Er hingen wel waarschuwingsbordjes op met de tekst: niet beklimmen. Maar toch he, het daagt gewoon uit. Het zou toch mooi zijn als je zo'n stapel aan het rollen kreeg. Ja, levensgevaarlijk natuurlijk tenzij je verstand hebt van zwaartekracht. En dat heb ik. E=MC² tenslotte.

Maar met Tammar bij me leek het me toch niet zo'n goed idee. Maar het was wel een haast onbedwingbare behoefte. Gestapelde boomstammen zijn tegennatuurlijk. En daar kan ik natuurlijk niet tegen.

Thee

Een keer per werkdag drink ik thee. Tussen de middag tezamen met een glas karnemelk. Een boekhouderskopstoot heet dat ook wel.  Wij hebben keuze uit smaakjes- of gewone thee met theesmaak. Mij is het om het even wat ze in mijn kopje hangen, gewone- of smaakjesthee. Soms alletwee. Een mede-pauzehoudster die geen collega is, drinkt warm water. Zij zet het warme water in een heuse theepot en drinkt het de hele dag. Ik vind dat een vreemde gewoonte. Echter vraag ik mij wel af of ik het verschil zou proeven tussen warm water en thee. Van proeven is bekend dat je het niet alleen met je smaakpapillen, maar ook met andere zintuigen doet. Als iets er niet uitziet zoals je het gewend bent, maar verder exact dezelfde smaak heeft, schijn je behoorlijk in de war te kunnen raken. Volgens mij is Nederlandse thee ook niet te proeven. In Engeland ligt dat wat makkelijker. Vier zakjes in één theepot en je weet zeker dat je thee drinkt.

Raar.

Ik was gisteren op visite bij Frankie. U weet wel, die volgens de normen niet helemaal spoort. Ik had twee weken rust genomen om deze avond aan te kunnen, maar aan het eind was ik finaal op. Ze praat onbegrijpelijke taal, maar ik zat geboeid te luisteren. Mijn brein heeft niet de capaciteit haar te volgen, en zeker niet meer om 1 uur 's nachts, maar ik had het idee dat de universele theorie voor de verklaring van alles door haar werd benaderd. Het is ongeloofelijk wat er allemaal in een brein past.  Het licht was vaag, ze droeg een poncho en ik zag haar gezicht veranderen. Haar stem bleef hetzelfde klinken gelukkig, anders had ik het eng gevonden. Ze veranderde in Maria volgens mij. Ja, daar deed ze me aan denken. Ik kende haar gezicht helemaal niet terug. Waarschijnlijk ben ik door haar betoverd, of gekte is besmettelijk, dat kan ook.

Gelukkig moest ik nog drie kwartier door de nacht naar huis rijden om weer tot mezelf te komen. Over supergladde wegen, met twee handen aan het stuur, en ik in opperste concentratie. Op mijn hoede om een onverwachte uitbraak van de achterwielen op te vangen. Het weeralarm voor Gelderland bleek mee te vallen. Met een rustig gangetje, de top 2000 zachtjes op de radio genoot ik van de stilte in mijn auto. Ik was blij dat ik weer ongeschonden thuis was, dat wel.

Nazomerochtend

Vanochtend liep ik met Hans naar school en ik dacht heel even aan de tijd dat ik zelf naar de lagere school liep. September heeft toch wel de mooiste ochtenden om naar school te lopen. Mistflarden, de winterjas al wel aan maar hij kan nog los, de frisse lucht die je adem zichtbaar maakt, de spinnenwebben met het ochtenddauw, vliegenzwammen schieten overal als paddestoelen uit de grond, een waterig zonnetje en lekker onbezorgd in een warme klas gaan zitten. Boom-roos-vis-vuur-mus-pim-voor-tuin.

Ja, dat ik in september geboren ben heb ik mooi gepland. Ja, dat is echt zo hoor. Ik had natuurlijk geen invloed op mijn lichamelijke totstandkoming, maar op een gegeven moment moet er wel een ziel dat babylijfje in. En om daar te komen moet de ziel twee lichamen in. Ook in dat van de moeder. Dat is de reden dat een vrouw in haar jonge jaren kinderen krijgt en niet na haar tachtigste. Dan is er geen ziel meer voor te porren. Zielen maken onderling ruzie over wie er in het nakomertje moet. Ik heb het meegemaakt hoor, dat er een week voor de uitrekendatum van een nakomertje nog geen ziel aan de baby was toegevoegd. Uiteindelijk zwicht dan de meest gevoelige ziel wel en offert zich op. Als de nood aan de ziel komt, zwicht er altijd wel eentje. Vandaar dat nakomertjes vaak hele gevoelige mensen zijn.

Hoe weet jij dit allemaal, Mack? Ja, dat kan ik niet vertellen want dan zou ik mijn geheime opdracht op deze wereld moeten prijsgeven, maar normaal is het zo dat het geheugen van de ziel die in de vrouw vaart, op dat moment gewist wordt. Dat is bij mij om redenen die ik dus niet mag prijsgeven niet gebeurd. Als hiernaar verwijzend grapje heeft de schepper de mannelijke zielen zo gemaakt dat die ook tijdens hun leven hun geheugen tijdelijk verliezen als ze het lichaam van een vrouw binnendringen. Vrouwelijke zielen zijn sterker dan mannelijke ter compensatie van de mannelijke kracht. In één op de honderduizend gevallen gaat het mis en komt een ziel van het verkeerde geslacht in de baby. Vandaar ook dat geen ziel nummer honderduizend wil zijn. Heel vervelend als het gebeurt, maar de zielenwereld is onverbiddelijk, als hij er eenmaal zit, blijft-ie er ook tot aan de dood.

Tot slot, de bevruchting van het lichaam met de ziel kan willekeurig tijdens de de negen maanden-cyclus plaatsvinden. Er staat geen vast tijdstip voor. Wel is het zo dat de moeder zich dat moment bewust is, al begrijpt zij niet exact wat er gebeurt. Op dat moment wordt het moederinstinct ingegeven. Bij mijn moeder was dat begin september 1969. Op een mooie nazomerochtend.

De staat van de emancipatie.

Ik reed vanochtend naar mijn werk toen de telefoon ging. Ik neem op (€ 150 boete), het was Linda, haar auto wilde niet starten. En ze had om negen uur een afspraak. Ja en? Ik moet ook naar mijn werk. Ik werk ook in Apeldoorn!  Het is geen 1970 meer hoor! Vrouwen, en zeker Linda, zijn geëmancipeerd genoeg om hun eigen boontjes te doppen. Ze kunnen zichzelf uitstekend redden zonder de hulp van een man. Bel de wegenwacht maar!


Even later fietste ik tegen de wind in naar mijn werk. Linda belde mij vanuit mijn auto (€ 150 boete) om me te bedanken. Dat ik dat voor haar over had. Ja, dat heb ik ja. Want zo ongeëmancipeerd ben ik dan wel.

Geduld

Als er iets is waar ik veel van heb, is dat behalve charme, geduld. Tenminste soms. Het ligt eraan waarvoor. Als ik iets moet doen waar een ander niet uitkomt is mijn geduld eindeloos. Eigenlijk is het helemaal geen geduld maar gewoon de wil om te winnen. Maar vraag mij niet om ’s ochtends de luier van mijn hevig tegenstribbelende dochter te verschonen met dit warme weer, want daar heb ik geen geduld voor. Nee, ik heb alleen geduld voor zaken waar ik na het bereiken van het resultaat bewondering van mijn medemensen voor krijg. Zo gaat het gerucht hier in de buurt dat ik een expert ben in het opsporen van minuscule lekjes in opblaaszwembaden, -boten, -krokodillen, -poppen, (ik denk, ik zeg het zelf vast even) en eigenlijk alles wat maar opblaasbaar is en een ventiel heeft. Dus onze opblaasboot zit vol met fietsbandplakkers. Honderden, nee duizenden schat ik. Van die hele boot is niet meer te achterhalen wat voor kleur hij oorspronkelijk was, zo vol met fietsbandplakkers zit hij. Hans en Tammar raken high van de solutie als ze in de boot zitten. Vanavond, tijdens de eerste voetballoze avond sinds weken had ik geen idee wat ik moest gaan doen. Gelukkig had de overbuurvrouw een zwembad dat langzaam leeg liep. Qua lucht, niet qua water. Na een uur zoeken had ik het lek gevonden en het werd door mij vakkundig gerepareerd.

Het beste voetballand ter wereld volgens Mack’s zelfverzonnen regels.

Het zal ongetwijfeld eerder zijn gedaan, maar ik weet niet waar en wanneer. Maar ik vond dat het tijd werd voor een overzicht waar je wat aan hebt. Rangen en standen, daar hou ik van. Ik ben dus eens gaan kijken welk land er op basis van prestaties op het WK, het EK en de Copa America zich het beste voetballand aller tijden mag noemen.

Ik heb geprobeerd een zodanige puntentelling te verzinnen dat Nederland bovenaan zou eindigen, maar op een eerlijke consequente manier ging dat niet helemaal. Of ik zou voor de winnaar van het EK in 1988 100 punten toe moeten kennen en voor de nummer twee, zes, maar dat liep nogal in de gaten. Uiteindelijk kwam ik tot de volgende puntenverdeling: de eerste vier op een WK krijgen respectievelijk 10, 8, 6 en 4 punten en op een EK of een CA is dat 6, 4, 2 en 1 punt. Verder heb ik bij Tjecheslowajoegeslovakije en aanverwante landen de punten bij elkaar opgeteld, omdat ik met de puntentelling begonnen ben in 1959 en die landen niet steeds dezelfde grootte en naam hadden. Bovendien vormden ze geen bedreiging voor de positie van Nederland, anders had ik er zeker aparte landen van gemaakt.

Dus alle resultaten gescoord voor 1959 worden door mij nietig verklaard. En dan kom je uiteindelijk tot een verrassende uitslag. Duitsland is niet de beste! Hoera! Download bestand

De Oude Gracht.

Ik had altijd nog een keertje in Utrecht, mijn geboortestad, onder aan de Oude Gracht willen eten bij één van de vele restaurantjes daar. Gisterenavond hebben we dat gedaan, bij een biefstukhuis. Ik ben geen steakliefhebber, maar ik pas me altijd makkelijk aan aan de meerderheid. Als dictator in spé weet je dat jouw tijd nog wel komt. Ik bestelde een Mixed Grill maar kreeg toen zo asociaal veel vlees dat ik heb moeten delen met tafelgenoten, en nog kreeg ik het niet op. Maar, het was gezellig. We bespraken het WK, maar vooral de reeds gespeelde WK’s, de politiek en de vakantiebestemmingen. Het weer was prachtig en we zaten onder een 100 jaar oude Oosterse Plantaan. Daarna dronken we nog wat in een Utrechts café aan de Oude Gracht en keken de tweede helft van Engeland-USA. En vanochtend om zeven uur moest ik overgeven en kwam het teveel aan vlees er alsnog uit. Gelukkig maar, want kotsen vind ik altijd toch weer het hoogtepunt van een geslaagd avondje stappen.

Zo pak je plagiaat aan.

Toen Hans niet gewoon klein was, maar nog heel klein, bracht ik hem ’s avonds naar bed en als ik dan de deur dicht deed, gooide ik hem altijd weer met een ruk open, deed een snelle pas richting zijn bedje, en riep: "weltrusten, weltrusten, weltrusten." Hans lachte zich een kriek en ik herhaalde het ritueel een keer of vier, voordat ik de deur echt dicht deed en hij ging slapen. Mijn grapjes doen het zó goed bij kleine kinderen.

En met Tammar gaat het al net zo, al is het grote verschil dat Linda Tammar naar bed doet, en ik Hans. Maar ook Linda heeft succes met mijn grap. Maar helemaal eerlijk is het natuurlijk niet dat zij geen eigen grap verzint en succes boekt met de mijne. Vanavond heb ik daar eens iets aan gedaan. Linda was in de kamer van Tammar bezig met de allerlaatste handelingen die vooraf gaan aan de ‘weltrusten, weltrusten, weltrusten’- grap, en ik maakte zachtjes de deur open en sloop de kamer op waar beide dames aanwezig waren. Er was bijna geen licht in de kamer en Linda had mij niet gezien. Ik ging achter het bedje van Tammar staan, Linda ging de kamer af, sloot de deur en het werd donker. Twee seconden later vloog de deur open, Linda rende met haar handen omhoog richting het bedje van Tammar en ik hoorde weltrusten, weltr…en toen een afgrijselijke gil, en ik zag haar net zo hard de kamer weer afrennen als ze erin kwam.