Eergisteren voerde een virus een aanval uit op de personen in dit huis. De enige die de aanval heeft afgeslagen, is Tammar. De rest had allemaal een emmer nodig. Tammar gelooft niet in virussen. Wat zij echter wel gelooft, is dat de brace om haar arm onderdeel uit maakt van haar lichaam, en dat die niet afneembaar is. En zodra wij het toch proberen, bijvoorbeeld om te douchen, gilt zij ook alsof ze een arm kwijt is. Ze houdt dan met haar rechterarm haar gehavende arm vast en weigert daar iets mee te doen. Terwijl ze met brace, alles weer kan.
Tijdens het douchen gilt ze en stribbelt ze tegen. Ze huilt en vraagt constant of het al klaar is. Alsof ze enorme pijnen ondergaat. En als het dan klaar is, meldt ze huilend: "ik heb lekker gedouched, mama" waardoor wij toch wel in de lach schieten. Dat woordje 'lekker' begrijpt ze niet helemaal. 's Ochtends om zeven uur begint ze vanuit haar bed te schreeuwen dat ze 'lekker' geslapen heeft. Voor haar betekent het niets meer en niets minder dan dat ze daarmee klaar is, en dat het tijd is om op te staan.
Gisteren, tijdens de spruitjesovenschotel die er helaas 's avonds weer uitkwam, zei ze dat ze auw aan haar arm had. En daarmee bedoelt ze dat er een brace om haar onderarm zit. Linda zei dat de auw nu wel over was, en dat ik ook niet meer mocht zeggen dat ze nog auw had. Ook niet een klein beetje. Dit omdat de brace binnenkort af moet. Ik weet me dan geen raad want ik heb de afgelopen weken met Tammar over niets anders gepraat dan haar auw. Dus toen Linda zei dat ze geen auw meer had, keek Tammar mij aan, wees naar haar arm en zei: "heel klein beetje auw, papa." Ja, en dan moet ik kiezen tussen mijn vrouw of mijn dochter. Ik deed een poging om niet in de lach te schieten toen ik beaamde dat Tammar nog een heel klein beetje auw had. Maar die mislukte jammerlijk. De situatie was daarmee wel gered, gelukkig.