Normaal gesproken ben ik een toonbeeld van zelfbeheersing, maar soms is er maar weinig nodig om mij in totale razernij te laten onsteken. Bijvoorbeeld, ik wil de kinderwagen pakken uit de schuur. De kinderwagen is al een tijd niet gebruikt en staat in een hoek waar ik al een jaar niet geweest ben. Niet dat onze schuur zo groot is, nee hoor, integendeel, maar hij staat te vol. En te vol is het understatement van de eeuw.
Tegenwoordig komen bij elke doodgewone gelegenheid (een geboorte, een verjaardag van een kind) hele drommen mensen op bezoek die je verder nooit ziet, en die nemen allemaal iets mee. Was het duurste cadeautje dat ik ooit in mijn leven heb gehad omgerekend 45 euro, tegenwoordig is dat ongeveer het minimumbedrag dat Hans krijgt van een vreemde omdat hij een zusje heeft gekregen. Kun je nagaan wat hij krijgt als hij zelf jarig is! Als je voor ons huis staat, kun je duidelijk zien waar wij wonen. Daar waar de ramen bol staan van het speelgoed en daar waar de nok 15 centimeter lager is dan bij de beide buren. Ons huis verzakt en bezwijkt onder het speelgoed.
Dus, die kinderwagen zat nogal vast. Je moet al over de minibikes en go-karts heen stappen om er te komen, en in het meest gunstige geval staan je benen allebei op de grond, anderhalve meter uit elkaar. Vanuit die positie til je in één keer de kinderwagen op. Tenminste dat wil je. Godnondejuu. Vast! En je staat niet echt handig. En dan begin ik met mijn tanden op elkaar tegen de kinderwagen te praten: "Gewoon loskomen…niet tegenwerken…ik zeg loskomen…NU kutding! Meewerken mislukte kaa-kruiwagen!" Het ding geeft een beetje mee maar het heeft 4 wielen en die blijven alle vier ergens achterhangen. En niet tegelijk hoor, neeneenee, gewoon achter elkaar. Als het ene los is, zit het andere vast. Ondertussen stoot je nog je kop tegen het zoldertje en in de reactie daarop vangt een grote spin jouw gezicht in zijn web.
Met een uiterste krachtsinspanning en een enorme oerkreet trek je tenslotte de kinderwagen los, er breekt van alles af en dat wat er aan vast zat stort met donderend geraas weer naar beneden. Er flikkert nog een fiets tegen je aan die je ook niet meer overeind krijgt en met gescheurde kleren en groen als de Hulk spring je naar buiten met alleen het bovenstuk van de kinderwagen in je handen. Het onderstel staat nog ergens binnen. Ik heb zin om iets in elkaar te trappen, iets wat uit ruimtegebrek toch al in onze tuin stond. Een schommel ofzo. Of een glijbaan. Twee driewielers. Iets!
Als ik een halfuurtje later wat afgekoeld ben, besluit ik dat je als man toch maar voor lul loopt achter een kinderwagen.