Rijden in Frankrijk is anders dan rijden in Nederland. De wegen zijn spiegelglad, als in: niet hobbelig en slingeren zich door de bergen heen. Om een volgend dorp te bereiken moet je langs een berg en meestal leiden er verschillende wegen naartoe. Pak je een D-weg dan is het genieten. Je mag er 90 en nergens voel je de behoefte harder te gaan. Soms is het zelfs lastig die snelheid te halen. Het is schakelen en sturen, je bedient de auto zodanig dat hij het naar zijn zin heeft. Want als de auto het naar zijn zin heeft, dan hebben de inzittenden dat ook.
Als je de navigatie instelt op de kortste route komt het moment dat je een smal bergweggetje op gaat. Twee auto’s kunnen er niet passeren zonder dat er een in het ravijn stort. Haarspeldbochten naar boven, terug naar de eerste versnelling, uiterst wijd insturen voor het overzicht en dan weer snel naar binnen. Ondertussen zie je om je heen eindeloze stukken Ardèche. Iedereen geniet, maar papa het meest.
Categorie: Autoliefde
Jongensdroom
Ik had hem vannacht weer, de droom waarin ik een auto die ik ooit bezat, nog steeds bleek te bezitten. Ditmaal was het mijn zwarte Peugeot 205 GTI die ik door pure luiheid niet had verkocht, maar ergens had gestald waardoor ik er nu weer gebruik van kon maken. Het was mijn beste auto ooit, de zwarte 205. In werkelijkheid mankeerde er regelmatig iets aan, maar ik was 24 en het was mijn eerste GTI. De strakke dunne sportstoelen, het driespaaks lederen stuurwiel, het gaspedaal dat de auto ook echt enthousiast vooruit kreeg, alles was weer terug in deze droom. Het enige vreemde was dat de auto communiceerde met mijn mobiele telefoon, en dat weet zeker dat dat nooit het geval geweest is. Ik had nog niet eens een telefoon destijds.
Ik kwam uit Duitsland zetten en ik zat op de bijrijdersstoel. Niemand achter het stuur en over driehonderd meter grenscontrole bij Schiphol. Alles gooit mijn droom door elkaar, maar kennelijk wint de wens het van de logica en droomde ik gewoon door. Ik wisselde snel van stoel en reed ergens naar beneden, een soort parkeergarage in. Ineens reed ik langs een tankstation waar ik iemand hoorde zeggen: “kijk eens wat een mooie auto!” Dat ging heel even over mijn auto, maar al snel kwam daar een spelbreker met een Lamborghini Countach die zijn tank stond vol te gooien, en had de opmerking ineens betrekking op zijn auto in plaats van op de mijne. Ik werd overbluft en hoe het verder ging zal ik nooit weten, want de wekker ging. Zeven uur was het, vijftig minuten later zou ik een Renault Megane station naar mijn werk rijden. Dat was de harde werkelijkheid van vandaag.
Tikketak
Ik reed vandaag in de file en ik haalde een Mercedes met Duits kenteken in. Achter het stuur zat een aantrekkelijke vrouw, maar ik deed alsof ik daar geen acht op sloeg. Maar dat werkt op één of andere manier niet, want dat doe je wel. En ze heeft het ook feilloos in de gaten, al denk je van niet. Want toen ik haar later rechts voorbij ging, met mijn achteloze blik, kon ik het toch niet laten even naar links te kijken. En ja hoor, ze zat opzij te kijken. Naar mij. Dingdingedong. Gelukkig moest ik toen de afslag hebben want tja, ik kan me best even cool voordoen, maar niet erg lang, want dan val ik door de mand. Toen ik de afslag nam, zwaaide ze. En weet je wat? Ik zwaaide terug. Bloody.
Tussen de middag vertelde ik het verhaal aan mijn collega’s. Een vrouw reageerde teleurgesteld dat haar dat nou nooit overkwam en de salesmanager, wie anders, vroeg zich af of ik wel echt teruggezwaaid had of dat ik een suggestief gebaar had gemaakt. Hij deed het voor, waarop iedereen, inclusief ik, dubbel lag. Maar nee, ik had slechts even gezwaaid. Waarschijnlijk herkende ze me nog, van Berlijn. En anders had ik gewoon dikke vette sjans, aan de vooravond van mijn grijze tijdperk.
De leaseauto
Makkelijk praten had ik altijd, en geen idee waar ik het over had. Ik heb een luxeprobleem waarvan ik niet gedacht had dat het ooit zou optreden. Het gaat om de leaseauto. Het doet rare dingen met een man en hij moet waken. Want zijn baas gaat voor hem een auto betalen en de man trapt dan gegarandeerd in de valkuil van hebberigheid en het status ontlenen aan zaken die niet van hem zijn.
Vroeger toen ik geen leaseauto had was het simpel. Alfa Romeo, klaar. Maar het moet diesel zijn, en diesel in een Alfa is vloeken in de kerk. Maar nu, nu het bijtellingsverhaal op je afkomt zeg, wat een ramp. Je mag van de belastingdienst kiezen uit 0%, 14%, 20%, 25% of 35%. Het klinkt misschien vreemd, maar de eerste en de laatste categorie zijn de gunstigste. De eerste geldt voor elektrische auto’s en de laatste voor auto’s van meer dan 15 jaar oud. Nu heb ik een 14% auto met een lage waarde zodat ik werkelijk super af ben voor praktisch geen geld. Alleen zit deze auto niet zo fijn, en ik vind de navigatie wat onoverzichtelijk. Omdat ik er niet uitkwam belde ik de leasemaatschappij voor advies. Die kwamen met Volkswagen Passats die al op kenteken stonden en die je voordelig kon leasen. Maar ik vertelde de man dat ik mijzelf onsterfelijk belachelijk zou maken als juist ik met een VW aan zou komen. Dus die moest ik laten gaan.
Verder is er de schitterende Peugeot 3008 hybrid 4 met 14% bijtelling en 200!pk. Maar die schijnt alleen leverbaar te zijn met een waardeloze automatische versnellingsbak. Kortom, het is moeilijk en ik ben nu bezig precies al die argumenten toe te passen waarvan ik vroeger dacht dat het onzin voor verwende kereltjes was. Willen de kinderen nog ingebouwde dvd-schermpjes in de hoofdsteunen ook.
Virus
Het heeft me weer te pakken, het F1 virus. Ik zit op youtube, racemomenten te bekijken uit de late jaren ’80 en de vroege jaren ’90, de beste jaren uit de F1, want er vielen geen doden meer en er raceten grootheden over de circuits. Grootheden met verschillende karakters. Zo was er Senna de mystieke, Prost de geniepige, Schumacher de Duitser, Mansell de moedige , Piquet de gladde. Ze leverden de mooiste gevechten en ze gaven de mooiste interviews. Er was rivaliteit tussen Piquet en Mansell, maar meer nog tussen Senna en Prost, de twee grootste rivalen in de sport die de wereld ooit gezien heeft.
Alleen Schumacher is nu nog over, 20 jaar later, hopeloos achteraan rijdend en zoekend naar die podiumplek, een zevenvoudig wereldkampioen onwaardig. Iemand moet hem uit zijn rijden verlossen.
Het virus duurt meestal een paar dagen en is weer over zijn hoogtepunt heen. Binnenkort ben ik weer beter. Tot dan.
De boordcomputer.
Ik ben beroofd. Van mijn hoogtemeter. Mijn voorloop-Peugeot had er een en een goed automobilist kan niet zonder. Nu heb ik een voorloop-Renault. En gloednieuwe Megane met werkelijk alles erop en eraan. En stukken mooier dan de Peugeot. Alleen mankeren er twee dingen aan. Allereerst de hoogtemeter zit er niet op, en daar had ik mij juist zo op verheugd tijdens de vakantie naar Frankrijk. Ook de medepassagiers vinden het jammer dat ik ze straks niet elke halve minuut kan informeren over de bereikte hoogte. Het tweede is dat hij niet lekker zit. Ik zit klem in de stoelen en daar zou ik best mee kunnen leven als weggedrag en prestaties het noodzakelijk maken dat je klem in de stoelen zit. Maar waarom zulke gevallen in een brave huisvadersauto? Ik geef het nog even het voordeel van de twijfel omdat ik al twee weken last van mijn rug heb, maar ik vrees dat dit een probleempje is.
Wat deze auto weer wel heeft, en dat is heel gaaf, is een boordcomputer waarop je onder andere de gemiddelde snelheid kunt aflezen. Leuk, maar ook erg gevaarlijk. Want ik wil de gemiddelde snelheid zover mogelijk omhoog krijgen. Wat dus betekent dat als degene voor mij remt omdat hij een file inrijdt, ik heel hard schreeuw: doorrijden, idioot! Al een paar keer moest ik boven op de rem omdat ik de gemiddelde snelheid niet onder de 70 wilde laten zakken. Maar uiteindelijk kies je, ook al is het niet je eigen auto, eieren voor je geld en rem je toch maar. Waarop je stilstaand in de file staat te koken van woede omdat je per seconde de gemiddelde snelheid ziet teruglopen. Een lousy 70 km/u haalde ik vandaag naar Amersfoort en terug. Nee, dan een hoogtemeter. Daar haalde ik elke dag de 100 meter mee.
Het nieuwe rijden
Het grote nadeel van geen Alfa Romeo rijden is dat je je wat meer laat opfokken in het verkeer. Ik word nu toch regelmatig rechts ingehaald door een bus-achtige, met op voorbank een bouwvakkertje of drie. En die knallen hem net zo makkelijk weer in de ruimte die ik juist openliet om niet steeds boven op je rem te hoeven staan. Maar door dat busje moet dat dus wel. Terroristen zijn het, niets meer en niets minder, en alle middelen zijn geoorloofd om ze te laten verongelukken. Kijk, dit had ik met mijn Alfa nooit. Niets ten nadele van de oogsplijtende Peugeot die ik nu heb, maar de medeweggebruiker heeft gelijk stukken minder respect. Ik zal er mee moeten leren omgaan. Misschien moet ik me ook die rechtspasseerbeweging aanleren.
Ik heb trouwens serieus een tip voor u om ook zonder Alfa sneller te zijn in het verkeer. Het werkt als volgt: stel, je rijdt op de A28, komende van Utrecht in de richting van Amersfoort en je moet naar Vaassen. Dan kun je twee dingen doen: Of je pakt de afslag A1 richting Apeldoorn, of je rijdt rechtdoor richting Zwolle. Dat laatste doe je. Bij de afslag Apeldoorn hoef je dan niet al een kilometer van te voren in de optocht aan te sluiten, om vervolgens pas vijf minuten later op de A1 te zitten. Maar nu komt het! Verander op het laatste moment van gedachte als er ruimte is en pak dan stiekem toch de A1. Een Porsche haalde mij bij Utrecht al in, maar dankzij mijn nieuwe rijden had hij me bij Apeldoorn nog niet afgeschud.
Echte liefde
Le Pilote
U kent mij als een autoliefhebber. Ik hou van snelle, lichte, sober uitgeruste auto’s met licht rauw lopende motor en een strakke wegligging. Nu heb ik een auto van de zaak en het is een behoorlijk lelijke Peugeot met dieselaggregaat. Maar een auto van de zaak is gevoelsmatig heel anders dan een eigen auto. Deze auto brengt mij door de spits naar mijn werk, op uiterst comfortabele wijze, hij heeft een navigatiesysteem en een carkit, waardoor ik nu de laatste Nederlander ben die nog opgewonden wordt van handsfree bellen in de auto. Maar het allermooiste van de hele auto vind ik toch wel dat hij is uitgerust met een hoogtemeter. Je zou er haast een Peugeot voor nemen.
Misschien kent u de Amersfoortse weg tussen Nieuw-Milligen en Apeldoorn. Als je uit de richting Amersfoort komt ga je eerst twee kilometer lang naar beneden. Tenminste, met de fiets wel. Volgens de hoogtemeter klim ik echter 10 meter op dat stuk. Even verderop ga je een heuveltje op en ook daarna op de afdaling ging ik weer 10 meter omhoog. (Hij geeft elke 10 meter hoogteverschil aan). Bij de Aardhuisweg gaf de meter aan dat ik me op 110 meter boven zeeniveau bevond. Ik vind het fantastisch, zo’n meter. Niet vreemd, want ik wilde altijd al piloot worden. Ik hoop dat ik tijdens de zomervakantie in Frankrijk deze auto nog heb. Dan kan ik de bereikte hoogtes mededelen aan de passagiers. Die vinden dat vast leuk. De Fransen spreken toch al van “le pilote” als ze de coureur bedoelen. Nu snap ik waarom. Ze hebben hoogtemeters.
Imagoherstel van de leasebakrijder.
Vandaag werd een voorloopauto bij me afgeleverd, een voorlopige auto totdat de leasebak komt. Het is een Peugeot 308 geworden, in saai antreciet, zodat hij vooral niet opvalt. Tussen 10:00 en 12:00 was er gezegd, maar om half tien ging de bel al. Ik lag nog in bed, het was laat geworden, ik was bij mijn moeder en daar kom ik haast nooit. Een combinatie van druk en lapzwans, maar goed, het werd gelijk drie uur ’s nachts, dus we kunnen er weer even tegen. Ik schoot in de kleren, nam de auto in ontvangst en vroeg aan de jongeman die hem afgeleverd had hoe hij nu terug ging. Wat bleek? Met het openbaar vervoer en of ik een bushalte in de buurt wist. (student met een ov-chipkaart, lekker goedkoop voor de leasemaatschappij) Nou, die wist ik wel, stap maar in dan breng ik je even.
Dat sloeg hij niet af, en hij merkte op dat dat niet vaak voorkwam dat hij nog even een lift kreeg. En daar bevestigde hij weer precies even wat ik altijd riep over de hufterigheid van de leaserijder. Pochen met spullen die niet van jezelf zijn en blazen met die bak omdat overmatige slijtage toch niet door jezelf opgehoest hoeft te worden. Ik ga daar verandering in brengen mensen. Ik ga het imago van de leaserijder proberen te herstellen. In wat voor auto ik dat ga doen dat weet ik nog niet, maar eigenlijk zou ik het in een VW Golf moeten doen. Want die berokkenen toch wel de meeste schade aan het imago van de leaserijder. Maar nee, ik heb mijn grenzen. Ik zit alleen met het probleem dat men mij straks toch niet herkent als leasebakberijder. Want waarom zou ik de motor rustig opwarmen en waarom zou ik anders die verkeersdrempel zo voorzichtig nemen? Daarom denk ik dat maar moet vragen of ik op beide portieren grote stickers van de leasemaatschappij mag.