29.7. We komen aan op een camping die veel te groot is naar mijn zin. Deze heeft 500 plaatsen, de ideale camping heeft er tussen de 200 en 250. Als we bij de tent komen heb ik gelijk al spijt dat we geen stacaravan hebben genomen. We zitten in een straatje en ik heb geen bier. Gelukkig komt de Nederlandse buurman gelijk met een ijskoud biertje aanzetten. Ik wilde aanspraak, ik krijg aanspraak. Wie gaat er in deze tijd dan ook nog in een tent kamperen? Geen stromend water, geen eigen douche, geen eigen toilet, geen plek van stilte. Een jongetje valt op het grindpad en blijft huilend liggen. Ik loop naar hem toe en wil hem op de been helpen. "Kut op, vieze homo," roept hij en geeft zijn collega-vriendje een trap. Zijn agressie was weliswaar niet tegen mij gericht, maar ik besluit hem toch aan zijn lot over te laten. Nee, ik moet duidelijk nog even inkomen op deze camping. Gelukkig gaat om 10 uur de campingmuziek aan. Oubollige jaren 60 en 70 nummers. Ik vraag mij af of ik weer zal gaan roken.
Na het lezen van jouw relaas tot nu toe ben ik blijer dan ooit dat wij gewoon thuis gebleven zijn in de vakantie. Alsof je rechtstreeks de poorten van de hel binnenrijdt.
LikeLike
Het speelpardaijs komt zo nog? Welkom terug 😉
LikeLike
Ik verheug me op je verdere verslag 😀
Toen ze wisten dat jij er was toch af en toe wel een nummer van Elvis?
LikeLike
Volgende keer gewoon naast ons op de camping komen staan. Wij hebben altijd koud bier en twee goed opgevoede vriendjes op voorraad. En tweehonderd plaatsen waarvan er honderdvijftig standaard leeg zijn.
http://www.petit-trianon.fr/
LikeLike