De helpende hand

Een brandweerwagen met sirene leek vlak bij ons huis te stoppen. Hans attendeerde mij door "tatoe" te zeggen maar verder besteedden wij er geen aandacht aan. Toen ik hem even later naar bed wilde brengen zagen wij vanuit zijn slaapkamer de brandweerwagen ook inderdaad op een afstandje staan. Even flitste door mijn hoofd of ik er met hem naar toe zou lopen want dat vindt-ie zo leuk. Niet voor mezelf hoor, neuh neuh.
Maar op dat moment maakt mijn lichaam gelijk correctievloeistof aan en vertelt mij dat je niet naar andermans ellende gaat staan kijken, tenzij je de helpende hand kunt bieden.

Mijn buurman stond al op de oprit te aarzelen of hij de helpende hand kon bieden. Nog geen halve minuut later rende een andere buurvrouw (haar duster nog dichtknopend) naar de plek des onheils om de helpende hand te bieden. De buurman lachte wat schaapachtig en rende onopvallend de buurvrouw achterna, om haar heel nobel niet alleen de helpende hand te laten bieden. En ik zag buren die ik nog nooit gezien had de helpende hand bieden. Wat woon ik toch in een behulpzame buurt en wat ben ik toch een egoïst eigenlijk.

Ooit, toen jullie nog klein waren en ik net twintig geweest stortte er een vliegtuig neer in de Amsterdamse Bijlmer. Er werd bij ons aangebeld. Een kennis vroeg of ik meeging om te kijken. (80 km rijden)
Ja leuk joh. Wacht ff…pak ik even de koelbox.

Glad ijs

Ik ga mij op glad ijs begeven. Zonder schaatsen. En ik doe dat liever niet. Ik ga net als mijn naamgenoot Mack de Hond een oordeel vellen over een zaak waar ik niet alle feiten in ken. Maar het voelt als mijn plicht.

Een boekhouder (dat maakt het dubbel zo erg) is veroordeeld tot 12 jaar (dus eigenlijk 24) gevangenisstraf vanwege de moord op een rijke weduwe. Ik hoef het verder niet uit te leggen want iedereen weet wel over wie het gaat en wat er aan de hand is.
Eerst dacht ik dat hij onschuldig was. Maar toen zijn DNA werd gevonden op de blouse van het slachtoffer vond ik hem een ongelofelijk goede leugenaar en raakte ik overtuigd van zijn schuld.

En nu, na een anderhalf uur durend programma over deze zaak ben ik weer overtuigd van zijn onschuld.
Met het gebruikte bewijs werd de vloer aangeveegd door een DNA-deskundige en een hoogleraar strafrecht. De man zit al vier jaar onschuldig vast.
Totdat er een deskundige van de tegenpartij komt, want dan verander ik weer van mening. En zo wordt de achteloze burger heen en weer gejojood tussen schuldig en onschuldig. Het is nu zelfs zo ver dat ik door dat programma denk dat ik nu ook een deskundige ben in het vellen van een oordeel.

Het meest overtuigende ontlastende bewijs was voor mij zijn vrouw. Een gewone vrouw (dus niet eentje waarbij een kring van vooroordelen als een aureool boven haar mijn hoofd hangt) die zegt: Ik weet toch zeker zelf wel of mijn man een kille moordenaar is of niet?

Mij zouden ze in Amerika graag als jurylid hebben. Uitermate beïnvloedbaar door een geslepen advocaat. En als iemand hoogleraar is heeft-ie wat mij betreft altijd gelijk, want wat die zeggen is waar.
Totdat een andere hoogleraar hem tegenspreekt natuurlijk, maar dat bevatten mijn hersenen niet.

Spion

Ik hoorde gisteren een radiospot waarin fluisterend werd medegedeeld dat de AIVD personeel zoekt.
En ik heb altijd al spion willen worden, behalve vroeger met Stratego want een spion was wel het minste. Nou ja, oke, een spion kon als enige op een bom trappen zonder gewond te raken, maar voor de rest vond ik het maar een rare snijboon met z'n hoge hoed. Nee, ik wilde Maarschalk zijn, dat was de belangrijkste. Ik vond hem nog veel belangrijker dan de vlag.
Toen ik destijds bij mijn vader meldde dat ik later Maarschalk wilde worden zei hij dat er in Nederland geen Maarschalken waren en dat Generaal het hoogste was. Maar dat was zo'n bromsnor op het plaatje, dus dat vond ik niks. Kolonel, dat was ook nog wel een stoere, veel stoerder dan die Majoor die op een zeerob leek, maar dat vond ik al weer te gewoontjes. Toen ze bij de dienstkeuring vroegen of ik bij de mariniers of de commando's wilde heb ik gezegd ja, als je daar tenminste Maarschalk kunt worden. Nou en toen kreeg ik nog een broodje en mocht ik weg. U hoort nog van ons.
Ja gisteren, eindelijk….spion.

Naamverval

Het Nederlands kende vroeger naamvallen net als het Duits en het Russisch. Waarschijnlijk begrepen we het zelf niet meer en hebben we de naamvallen afgeschaft, dat schreef wel zo makkelijk. Lezen maakt niet uit natuurlijk, dat blijft even makkelijk. Er zijn natuurlijk nog veel meer vereenvoudigingsmogelijkheden voor onze taal, maar dan neigt het wellicht naar het Zuid-Afrikaans.
Zuid-Afrikaans is trouwens om te lachen, tenminste voor mij wel. Want een vliegdekschip noemen ze daar een niksniebangboot. Nou ja, ik kan er wel om lachen maar in feite lopen ze daar gewoon decennia voor op Nederland. Driehonderd jaar geleden zeiden ze daar ook gewoon vliegdekschip en straaljager. Maar door al die versjeijene cultuur in de war heb ze van het Nederlands een potje maak en ze vreemp zijn gaan praat.
Maar geen zorgen, dat gebeurt hier ook nog wel. Ik schat nog een jaartje of dertig en uw kleinkinderen hebben geen idee meer waar u het over heeft. Ik hoor tenminste regelmatig autochtonen van de 54e generatie een accent bezigen dat weer sprekend lijkt op de goed bedoelde pogingen van een derde generatie allochtoon om zich hier onverstaanbaar te maken, weet je.

Lolletje van God.

Iedereen kent natuurlijk het scheppingsverhaal van dag een tot en met dag zeven. Tegenwoordig is deze versie achterhaald door de wetenschap en weten we dat het heelal met een grote knal begon, ongeveer 14 miljard jaar geleden. Geleerden kunnen dit afleiden uit de mate waarin sterrenstelsels zich van ons af bewegen. Verder is er de koolstofdatering of C14-methode waarmee men aan de hand van radioactieve straling kan meten hoe oud dingen zijn. En er was Darwin die eveneens afrekende met de bijbelse schepping.

Wetenschappelijk blijft er dus geen spaan heel van het scheppingsverhaal dat volgens – overigens ook knappe – theologen ongeveer 6000 jaar geleden plaatsvond.
Het scheppingsverhaal is dus een goedbedoeld sprookje. En zo is het ook. Het sprookje begint op dag zeven. En we vliegen er met z'n allen in.

Van God mag bekend zijn dat hij almachtig is. Dus dat Hij moest rusten na zijn schepping is volkomen onlogisch. Ik ben er inmiddels achter wat Hij werkelijk deed zo'n 6000 jaar geleden op dag zeven.
Hij gaf wat sterrenstelsels een zwieper, gaf Zuid Amerika een inham in de vorm van de punt van West Afrika, plaatste een paar lollige wiskundig gevormde bouwwerken in Egypte, legde hier en daar wat enorme botten verspreid over de continenten en zoog daar vervolgens wat radioactiviteit uit.

Gelukkig kunnen Einstein, Darwin en Planck de lol er inmiddels van inzien, al wilde Darwin toen hij merkte dat hij was beetgenomen eerst een week lang niet met de almachtige Schepper praten.
Toen Hawking's boek "het heelal" op aarde uitkwam schijnen God en de hemelse geleerden zo hard gelachen te hebben dat er een enorm stuk ijs op de Noordpool afbrak. Hetgeen vervolgens tot grote hilariteit op aarde én in de hemel leidde. Het schijnt zelfs dat Albert Einstein God verzocht heeft om Al Gore vervroegd op te roepen omdat Albert het niet meer uithoudt, en niet kan wachten op de gelaatsuitdrukking van Al als ze hem de grap vertellen. Maar God heeft hem gezegd dat hij gewoon geduld moet hebben, net als iedereen.

Het groene gras van de buren.

Ik lees voor het slapen gaan zoveel boeken over natuurwetenschappen en scheikunde dat ik mij afvraag waarom ik die vakken (na Duits) als eerste uit m'n vakkenpakket heb geknikkerd.
Alsof mijn interesse heel ergens anders ligt. Toegegeven, het is wel populaire natuur- en scheikunde. Niveau "Kijk". Maar evengoed. Als ik economie en handel er als eerste had uitgeknikkerd zou ik nu vást wat populair-wetenschappelijke economieboeken op mijn nachtkastje hebben liggen. Das Kapital ofzo. Of The General Theory of Employment, Interest and Money.

Autowassers


Ik zat mij te bedenken dat ik nog nooit in mijn prille leven een vrouw een auto heb zien wassen. En dan bedoel ik voor de deur, met emmer, spons en tuinslang. De emancipatie heeft misschien haar grenzen.
Zelf ben ik ook niet zo wasserig als bijvoorbeeld mijn buurman, die elke zaterdag zijn nieuwe auto wast en daarna die van zijn vrouw. Ik had altijd auto's die vuil mooier zijn dan schoon, en dan is wassen zonde.
Mijn huidige auto is echter schoon mooier dan vuil dus nu ontkom ik er zo nu en dan niet aan.
Wassen op zondag is trouwens ook zonde, maar ik deed het vandaag in een extra uurtje wintertijd waarvoor mij hoogstpersoonlijk per encycliek is toegezegd dat die aan de zaterdag mag worden toegekend.

Autowassen is zoals het woord al zegt: Wassen en in de was zetten. Mannen die slechts hun auto afspoelen met een tuinslang en hier en daar de spons hanteren zijn lafaards die al nerveus worden van een wolkje in de verte. "Ja, zal je net zien, ik was de auto ook een keer…Regen!" Een redenering van niks. Alsof een auto van regen vies wordt. De laatste vijftien jaar in elk geval niet meer.
Van mij moet het juist gaan regenen als ik klaar ben met autowassen. Of in ieder geval 's nachts. Zodat als ik de volgende ochtend bij hem kom en er schijnt zo'n waterig zonnetje, dat er dan allemaal van die mooie grote waterdruppels op zitten, zowat het hoogtepunt van de dag.
Ik zal niet zeggen dat ik daar geil van word maar een zekere opwinding maakt zich dan toch van mij meester…

Dingen die het daglicht niet verdragen.

Toevallig ben ik erg tevreden met mezelf. En ik zeg bewust toevallig want hoe groot is de kans nu helemaal dat van al die triljoenen zaadcellen die er in 1969 op de wereld waren, precies diegene die mij vervoerde, uiteindelijk leidde tot mijn geboorte, en dat mijn ouders mij ook nog als gewenst beschouwden en zorgden dat ik behalve dat ik goed te eten kreeg, mij ook nog liefde gaven en zorgden dat ik mezelf kon handhaven -je macktaindrai- in het land waarin ik woon, en in de zomervakantie zelfs ook nog daarbuiten?

Want voor hetzelfde geld was ik het jongetje uit de vroegere buurt van mijn zwager geweest, in het afgelegen Emmen en in de tijd dat er nog geen kindertelefoon was, en stopte mijn vader me, als hij me lastig vond een paar uurtjes in de aardedonkere kruipruimte van het huis, waardoor ik nu zo psychisch beschadigd was dat ik staand op het balkon van m'n flatje trots mijn onderbroek liet zakken als er een vrouw langs liep. En dan hadden de vrouwen me nu verafschuwd in plaats van verafgood.

Dus ik zeg, vrouwen, reageer eens niet zo extreem-rechts, de eerst volgende keer dat u oog in oog staat met een potloodventer, vormt niet gelijk uw oordeel, eert uw vader en moeder en ga de dialoog eens aan. Misschien staat u wel tegenover een Mack die de omstandigheden tegen had.

Guantanamo Bay

Door de film 'A few good men' weet ik dat Gitmo een plek is waar de mariniers zelf niet mogen denken, dat wordt voor hen gedaan. Ik kan me niet voorstellen dat genoemde film de favoriete van G.W. Bush is. Of juist wel en denkt hij dat de mariniers er op een uiterst positieve wijze afgeschilderd worden.
Om te laten zien dat het geschetste beeld in de film niet op waarheid berust mocht een aantal Nederlandse politici een kijkje nemen op Gitmo. Want wij (de lage landen) weten dat op die plek- zonder vorm van proces- allemaal onschuldige hardwerkende Afghaanse vaders van kleine kindertjes gevangen zitten, maar die gemene Amerikanen zeggen dat ze terroristen zijn. Taliban!
Belachelijk. In elk geval, ik schoot weer hardop in de lach toen ik vanochtend de krant las en één voor één de reacties van onze politici peilde. Iedereen vond de toestand zorgwekkend en vroegen zich af of de Amerikanen niet bewust een positief vertekend beeld naar buiten brachten, om te laten zien dat Guantanamo Bay en Genève nog steeds de beste maatjes zijn. Behalve eentje. Onze beste cabaretier van dit moment. Geert Wilders. 'Ik ben enorm trots op de Amerikanen dat zij de strijd met terroristen op die manier aangaan. Ik sluit niet uit dat er in Nederland ook een G.B. moet komen.'
Geert maakt de politiek weer om te lachen.

Liegbeest.

Mijn auto heeft bijna het dubbele vermogen van die van mevrouw Mack, maar ondanks dat ben ik 's ochtends volstrekt kansloos haar bij te houden. Als zij 300 meter heeft afgelegd lig ik al 400 meter achter.
's Ochtends moet je een auto zorgvuldig warmrijden en snel opschakelen. En omdat zij een diesel rijdt en ik niet, is zij dus dubbel in het nadeel. Ten eerste moet ze voorgloeien, ten tweede dient een diesel nóg zorgvuldiger warm gereden te worden dan een lichtmetalen Alfa-blok. Ik geloof niet dat ze dat weet, van dat voorgloeien. En dat warm rijden heb ik haar wel eens verteld maar dat is onzin volgens haar. Verkoperspraat. Bovendien, had het maar geen auto moeten worden. Aan het einde van de straat zie ik nog net haar achterlichten de hoek om gaan, om vervolgens voorgoed aan mijn zicht te ontsnappen. Op de verkeersdrempels pakt zij haar grootste winst. Ik rem af vanwege onheilspellende geluiden, zij geeft gas en zet de radio wat harder. Mijn hart breekt bij het aanschouwen van zoveel Fiat-mishandeling.

Zo kon het dan ook gebeuren dat ze vanochtend met nog koude motor nog binnen de kilometer geflitst werd, een knappe prestatie. Ze belde me nog wel netjes mobiel (130 euro) om te zeggen dat er iemand met een flitscarrière stond. Door haar enorme voorsprong was daar nog tijd genoeg voor. Mijn zuurverdiende oktober-maandbonus van 108 euro was verdwenen in een grote waas van licht. Vorige maand, toen ze op bijna dezelfde plek een botsing met een fietser had, geloofde de politie haar toen ze verklaarde daar 45 gereden te hebben.