Op de kaart

Ik woon in de Gemeente Epe, één van de twee Nederlandse gemeenten waar de FVD de grootste partij werd. Ik woon eigenlijk in een soort nazibolwerk. Dat meen ik niet echt serieus, want nazi’s zoals ze bestonden zijn er niet meer en komen er voorlopig niet meer, alleen in Rusland krijgen ze nog voet aan de grond. Maar op zijn minst woon ik in de dorp waarvan veel inwoners niet gezegend zijn met een grote intelligentie.

Dat wist ik natuurlijk al wel, ik woon hier tenslotte 43 jaar. Het is ook niet zo dat ze FVD stemmen vanwege de blanke oppermensen die op hun kieslijst staan, het is gewoon het verschijnsel dat ze overal tegen zijn. Vooral tegen milieumaatregelen. En dan proberen ze wat. Eerst LPF, toen PVV, BBB, en nu is dit het weer helemaal. Volgende keer komt er weer een partij die hen, met een te krappe hersenpan, naar de mond praat en wint. Zo gaat dat. Neemt niet weg dat we op de kaart staan. Ik was er al een beetje bang voor toen lieve Lidewij over stikstof begon. Vaassen was van alle gemeenten het hardst getroffen door het stikstofslot, en eerlijk is eerlijk, de mensen zijn hier erg begaan met de natuur, maar niet als er niet gebouwd mag worden. Een boer weet natuurlijk als geen ander hoe de natuur werkt, -de natuur kan uitsluitend zangvogels, schapen, koeien, paarden en hertjes bevatten- en gelukkig is er nu een politica die dat ook weet. Caroline wist het ook wel, die legde ons uit dat je stikstof niet kon zien en dus ongevaarlijk was. Ze werd echter door de realiteit achterhaald, dus kon de Lidewij wind gaan waaien.

Ik neem ze niet al te serieus, die FVD stemmers. Gefrustreerden die hopen dat de politiek hun misère oplost. Gaat niet gebeuren. Moet je zelf doen.

Het jaar des Heeren

Het zou wat eentonig kunnen worden als ik het weer ging hebben over lopen met de hond in het bos, maar het is niet anders. Ik ben eenmaal James Bond niet. Het regende op zaterdag en dat was goed nieuws want als het regent is Nederland dunbevolkt. Ik ging dus weer van het pad af en beklom een hoge wal, normaal niet toegankelijk maar ik ben daar een beetje klaar mee. Het is mijn eigen land! Mijn opa heeft het helpen opbouwen na de oorlog! De wal is een meter of tien hoog en ik heb wel eens gelezen hoe hij ontstaan is, maar dat ben ik vergeten. Ongetwijfeld door eeuwenlange weersinvloeden. Boven op de wal liep een smal pad, maar ik wist niet of dat door mensen was gemaakt of niet. Ik was ergens midden op de wal omhooggekomen, maar ik kon nog honderden meters over het pad. Hier zag je nergens menselijke invloeden, geen zwerfafval, geen wegwijzer, geen paaltje, geen spoor, gewoon niks. Het zou mij niet verbazen als ik de eerste mens ooit was die dit gebied betrad. (Nee, ik weet het ook wel, maar voor het verhaal.) Aan het eind van het pad stopte de wal, dat wil zeggen, daar moest ik naar beneden. Ik moest over takken en boomstammen en kwam op het ondergelegen pad terecht dat de wal doorkruist, en waar je wel mag lopen. Dat was nog best listig gecamoufleerd, want beneden had je geen idee dat daarboven dat paadje liep. Aan de andere kant van het legale pad liep de wal weer verder, maar dat bewaar ik wel voor een andere regenachtige dag. Misschien dat daar ook nog een onontdekt gebied is en wie weet leven er nog Batavieren. Daar zal ik dan zeker over berichten.

Dat ik soms het besef van de tijd kwijt raak bleek vandaag. Ik had de hond achterin maar wilde eerst de auto wassen, dus ik reed naar de autowasplaats in plaats van naar het bos. Ik zat te denken waar ik van daaruit heen kon, en dacht aan een parkeerkaart die in de auto lag voor ‘t Kievitsveld, zo noemt de gemeente het Emstergat, en waar je buiten het seizoen met de hond mag lopen. De kaart was voor het seizoen 2024/2025 maar ik wist niet welk jaar het was. Ik wist het gewoon niet. Ik probeerde het me te herinneren maar het schoot me niet te binnen. Ik pakte mijn telefoon, en ik wist vrij zeker dat we inmiddels in een jaar waren aanbeland waarin een telefoon bedienen in de auto niet meer mocht, maar nood breekt wet. Geen agent die me zou geloven natuurlijk als ik zei dat ik moest opzoeken of de parkeerkaart geldig was omdat ik niet wist welk jaar het was. Ik wist dat het 1 maart was, dat wel. Mijn telefoon gaf aan dat het 1 maart 2026 was. Dus toch! De kaart was niet meer geldig. Ik reed door naar het bos. In het jaar des Heeren tweeduizendzesentwintig.

Schemerzone

In mijn poging tot een avontuur nam ik een pad dat ik niet kende. Ik wist wel waar ik ongeveer was, maar niet hoe het pad liep. Het kwam uit op een ander pad dat ik wel kende. Ik wist dat dat pad geen doorgang naar links had terwijl ik daar wel heen moest, maar ik nam het pad toch. Het was jaren geleden dat ik hier was geweest en misschien was er nu wel een verbinding naar het andere bos. Voor de dieren is het gewoon één bos, maar voor mensen is er een duidelijke scheiding tussen de Boswachterij Nunspeet en de kroondomeinen, waar ik moest zijn. Overigens lag er vroeger nog een wildrooster en stonden er hekken, om ook de dieren te scheiden. Ik heb me wel eens laten vertellen dat er nog langer geleden grensbewaking was met mijnenvelden om eventueel naar het westen vluchtend wild op andere gedachten te brengen.

Het was een lang recht pad, zeker twee kilometer recht naar het zuiden voordat de eerste bocht richting westen kwam. Ik moest naar het oosten, want daar wonen de wijzen en ik pakte het kompas er maar weer eens bij. Google maps is hartstikke handig als je verbinding hebt, maar in deze contreien kun je dat rustig vergeten. Het kompas gaf de richting aan die ik heus wel wist maar het is fijn je gelijk bevestigd te zien. Ik moest naar het noordoosten want daar stond mijn auto, en dit pad ging naar het zuidwesten. Voor degenen die niet bij de padvinders hebben gezeten, da’s de tegengestelde richting.

Ik deed wat ik al de hele tijd van plan was, maar wat ik verder nooit doe, ik ging van het pad af en trok de dichte jungle door. Lori was enthousiast want die is al net zo avontuurlijk als haar baasje. Het is niet toegestaan, van de paden af, maar rebels als ik ben, ging ik dwars door de bossen de vrijheid tegemoet. Bovendien regende het, ik was de hele weg, op wat mountainbikers na, nog niemand tegengekomen. Nu, honderd meter na ik mijn illegale oversteek naar de vrijheid was gestart, zag ik ineens twee wandelaars in de verte. Natuurlijk. Ze liepen kennelijk over een pad dat ik moest hebben. Al liaanslingerend bereikte ik het pad en doemde dertig meter voor ze op. Ze keken wat vreemd op van mijn plotselinge verschijning, alsof ik iets heel erg illegaals had gedaan, maar ik deed net of ik daar woonde en liep verder.

Had ik even daarvoor nog precies geweten in welke richting ik liep, nu had ik geen idee meer. Ik moest nu dichter bij huis zijn dan net, maar ik herkende hier niks. Hoe kon hier zo’n groot stuk hei zijn dat ik helegaar niet kende? Vanwege de achter mij lopende mensen deed ik alsof ik het wel kende en ik liep door. Ik kwam op een modderige weg en had geen idee. Ik pakte toch maar weer even het kompas en zag dat ik in de goede richting liep, al voelde dat niet zo. Ik hoorde mezelf denken, twijfel nou niet aan het kompas, het wordt zo vanzelf weer bekend.

En zo geschiedde, na een paar honderd meter begreep ik weer waar ik was, alleen had ik geen idee hoe ik hier verzeild was geraakt. Ik vermoed toch dat toen ik van het rechte pad ging, ik door een schemerzone ben gegaan, een soort Bermudadriehoek, waar hoogtemeters en kompassen niet meer werken en waar je volledig gedesoriënteerd raakt. Zoiets moet het geweest zijn. Nog een kilometer of drie naar de auto.

Banjeren

Als het sneeuwt en de sneeuw blijft liggen vult dat mijn hart met blijdschap. Is dat een reactie die iedereen heeft, of komt het voort uit blijde herinneringen aan sleetje rijden en sneeuwballen gooien? Ik denk dat iedereen het heeft, want zelfs honden kunnen door het dolle raken van verse sneeuw.

Ik trok mijn waterdichte outfit aan, en toog met hond naar het bos. Er lag soms wel twintig centimeter en ik moest er doorheen banjeren. Lori gooide steeds haar speeltje in de lucht en sprong dan boven op de plek waar het ding landde. Ik weet dat ze het niet koud heeft, haar vacht isoleert en beschermt tegen kou en nattigheid, en haar zintuigen zijn scherp. Toch ziet ze het wild zwijn dat voor ons oversteekt niet. Even later pikt ze wel de geur op en opgewonden springt ze om me heen. Iets verderop in het bos zie ik nog vijf zwijnen, maar ook deze heeft ze niet in de gaten. Ze is te druk met haar speeltje.

Nog wat later vluchtten twee reeën door de bomen en Lori ziet het. Ze begint aan de lijn te trekken omdat ze erachteraan wil, maar dat vindt niemand, behalve zij zelf, een goed idee. In totaal lopen we ruim twee uur door de sneeuw, op sommige plekken had nog niemand gelopen. Dat is nog beter dan een pot pindakaas aanbreken. Op de laatste twee kilometer over de besneeuwde weg laat ik haar los en gooi een paar keer met haar speeltje dat diep onder de sneeuw verdwijnt. Ze rent, zoekt met haar ogen en als dat niet helpt zet ze haar neus in waarmee ze het speeltje in dertig seconden onder de sneeuw traceert.

Sneeuw maakt me blij, of ik er nu doorheen loop, de oprit sneeuwvrij maak, of er met de auto doorheen moet. Dat laatste moest ook nog een stukje en ik speel met de grip van de banden. Thuis wacht een Duvel, Belgisch bier, en Lori krijgt een varkensoor. Als ze hem op heeft komt ze bij me liggen, haar kop op mijn schoot.

Stevig eindje bos

Ik ben tegenwoordig goed bestand tegen regen want ik heb waterdichte schoenen, een waterafstotende broek en een waterafstotende jas met capuchon. Ik zit dan ook echt op regen te wachten, en vandaag maakte ik een lange wandeling door het bos. Net iets langer dan twee uur liep ik, samen met Lori, de onvermoeibare Hollandse herder, in de kracht van haar leven, tweeëneenhalf jaar oud. Ik ben geen dertig meer, maar ik doe het nog prima. Om het compleet te maken heb ik een horloge met kompas en hoogtemeter, mocht de telefoon uitvallen als ik de weg kwijt ben op de uitgestrekte toendra’s van de Veluwe. En mocht ik vast komen te zitten in een wirwar van vleesetende planten, heb ik mijn zakmes dat me kan redden. Misschien ben ik wat overdreven uitgerust voor de Veluwe, maar ik kan het ook niet helpen dat ik hier ben geboren en niet rond de poolcirkel.

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik een wolf zag, maar steeds hoop ik er een tegen te komen. Ik zie vaak hun uitwerpselen, maar daar blijft het dan wel bij. Lori ruikt er aandachtig aan en ik vraag me af welke informatie ze er allemaal uithaalt. Mannetje, vrouwtje, ziek, gezond, zwak, nog in de buurt of ver weg, ik heb geen idee. Feit is dat het lang duurt voor ze uitgesnuffeld is, dus ik denk dat ze veel data verwerkt.

Het was na vieren, het meeste daglicht was al wel geweest en ik moest nog een kwartier naar de auto. Opeens hoorde ik het gehuil van een wolf. Het was ongeveer een kilometer weg , het kwam van de andere kant van de heide, uit de bossen, en het herhaalde zich drie keer. Dat had ik nog nooit gehoord, een prachtig geluid, en om een of andere reden klonk het vertrouwd. Alsof het nooit anders was geweest. Lori reageerde er niet op, die was te druk met achter haar bal aan het rennen, want dat is voor haar de hoofdzaak in het leven.

Zonder hemd, zonder broek…

Ik zit zonder hond, zonder vrouw en zonder geld. En dit voelt niet goed al is het allemaal tijdelijk.

Eerst het zonder hond verhaal. De hond loopt mank, gisteren overbelast, dus ik kan nergens heen met haar. Dinsdag wordt ze opgehaald door de uitlaatservice en vrijdag pas weer teruggebracht.

De vrouw is op vakantie. Vanochtend vertrokken naar Zwitserland. Ze is met haar vader, en ik weet het al bijna een jaar. Maar ik maakte me niet druk. Waarom eigenlijk niet? Ik kook nooit, ik doe de was nooit en ik denk nooit na. Juist deze dingen zijn belangrijk deze week. Ik heb al één was aangezet, maar mijn dochter heeft hem alweer uitgezet en opnieuw gedaan, op de juiste temperatuur. Ik heb vanochtend het gras gemaaid, mijn auto gewassen en ik verveel me nu al. Het kan zijn dat ik dit onderschat heb.

Dan het geen geld gedeelte. Omdat Linda wegging is haar auto uitgeleend. Omdat dat hok zo smerig was heb ik die gisteren van binnen en van buiten schoongemaakt. Van buiten deed ik in de wasstraat en ik legde mijn portemonnee zolang op de automaat. En toen reed ik weg, zonder portemonnee.

Pas een paar uur later, toen ik friet wilde halen kwam ik erachter, en toen was het al te laat. Ik reed naar de wasstraat, maar m’n portemonnee lag er niet meer. Toen ik binnen ging informeren was er een niet zo behulpzame jongeman die iets zei van: oei, nee helaas. Rijbewijs, kentekenbewijs, pasjes, alles weg. Lekkere timing, een dag voordat Linda weg zou gaan.

Na het eten ben ik teruggereden om mijn gegevens achter te laten en te vragen of de jongeman op de camera kon kijken. Deze keer was hij meer behulpzaam en ging zoeken. Hij vroeg me hoe laat het was, en hij ging naar dat tijdstip. Een grote vrachtwagen blokkeerde het zicht, en de camera die binnen hing kon hij zo niet terugzien. Daarvoor had hij een muis nodig. Na een minuut of tien zei hij ineens: of het moet deze zijn, en pakte een portemonnee. Iemand had hem toch afgegeven, ik kon me al bijna niet anders voorstellen in het vriendelijke Vaassen, en zijn collega had dat niet doorgegeven toen hij de dienst overnam.

Alles zat er nog in, ook het bankpasje dat ik inmiddels geblokkeerd had. Ik bood de jongen twintig euro aan, maar die weigerde hij. Ik was opgelucht dat ik alles weer terughad. Alleen moet ik wachten op het nieuwe bankpasje. Tot die tijd probeer ik niet te bewegen en geen onnodige energie te verspillen. Met een beetje geluk kan ik donderdag weer eten.

Oude man

Vanochtend zag ik een oude man lopen. Hij was 87 of 88. Dat kwam ik later te weten. Hij liep voor me en ik vond er al wat van. Mijn hart ging naar hem uit, want hij liep niet al te snel, maar hij liep deze ronde nog. Een kilometer ongeveer. Ik had mijn ronde juist ingekort wegens mank lopen van de hond. Bij het passeren groette ik hem. Ik liep hem voorbij en nam nog een kleine omweg.

Door de omweg moest ik de man nog een keer voorbij en daardoor raakten we aan de praat. Hij begon met zeggen dat de motor nog draaide maar dat de versnelling kapot was. Waarop ik zei dat dat op zijn leeftijd toch geen schande was. “Jij bent nog jong en vitaal,” zei hij en dat was in zijn ogen ook zo. Ik denk daar zelf anders over, dus ik zei dat we allemaal ouder worden en dat ik ook geen 25 meer was. “De mensen om me heen worden allemaal 92, 93, dus dan zou ik nog vijf jaar hebben, Aan alles komt een einde,” verzuchtte hij.

Hij vertelde mij waar hij woonde, hoe lang, waar hij gewerkt had en waar hij vandaan kwam. Eindhoven. “Dus morgen hebben we misschien feest,” zei hij. Ik keek hem lachend aan en zei dat ik ook voor PSV ben. Ik wenste hem succes morgen en dacht dat ik deze man niet voor niks was tegengekomen. Ik heb respect voor zijn ouderdom en hij liet mij de toekomst zien waar ik op een of andere manier naartoe moet terwijl ik me tevergeefs verzet, maar ook dat hij nog steeds met voetbal bezig was. Aan zijn korte analyse merkte ik dat hij het seizoen goed gevolgd had en nog steeds plezier aan zijn club beleefde.

Ik weet niet of ik verder ben gekomen in mijn zoektocht naar de zin van het leven, maar ik voelde me in elk geval beter door deze man. Wellicht gewoon omdat hij aardig was.

Klimaatverandering

In het bos was het kurkdroog. Ik wilde Lori laten drinken maar de bron stond kurkdroog. Ook een vennetje verderop waar ik vaker kom was opgedroogd. Het was niet eens meer modderig, er zaten scheuren in de grond van de droogte. Ik ging even zitten en zag een plastic bakje. Er was een sticker op het deksel geplakt waarop stond: je mag mij openen en lezen. In het bakje zaten een notitieboekje en wat pennen. Hallo vreemde, zo begon het. Een mevrouw van 33 met drie kinderen en een naam die ik nog nooit gehoord had en die ik alweer vergeten ben. Het begon met een V. Veredita of zoiets. Ze had het plekje recent ontdekt en vond het geweldig. Er had één persoon geantwoord en ik was de tweede. Ik schreef kort dat ik hier al jaren kwam om de hond in het water te laten maar dat er nu geen water was. Ik vond het bijzonder van V. Dat doen niet veel mensen, verbinding zoeken.

Op de terugweg in de auto hoorde ik op de radio een man zeggen dat hij alleen nog maar leuke dingen wilde doen. Dat wil ik natuurlijk ook wel, in in de Gazastrook willen ze dat ook. Ik zou zoiets nooit uitspreken, want het leven is niet alleen maar leuk en wij zijn in Nederland ook nog eens zo strontverwend dat we helemaal niet meer snappen hoe het is om het minder goed te hebben.

Ik ben op Facebook bevriend met een vriendin van een kennis. Omdat ik haar altijd met bijtende humor zie reageren op de kennis. En zij mijn opmerkingen ook grappig vond. Ik weet verder niks van haar, maar ik geloof dat ze in Rotterdam woont. Ze is radeloos omdat ze bedreigd wordt door allochtonen en de politie niks doet. De kinderen van de allochtonen lopen met bivakmutsen en nepgeweren over straat. Als zij hier kritisch op is merkt ze dat ze ontvriend wordt door mensen zoals ik. Die in het vrije Friesland, Drenthe of Gelderland wonen. En die soms makkelijk praten hebben. Zo hoorde ik Joop van den Ende ook een keer links lullen vanuit zijn omheinde villa in Blaricum of Bosch en Duyn. Maar ik begreep ineens dat een kwart van Nederland op de PVV stemt, en dat er tussen die kwart ook mensen zitten die recht van spreken hebben. De PVV gaat het echter niet voor ze oplossen. Dat zullen we gezamenlijk moeten doen. Elke partij zou hier prioriteit van moeten maken, elk politiekorps zou hier moeten ingrijpen, elke burger zou hier moeten ingrijpen. Ze schreef dat als je er met de hond liep, er op je hond gespuugd werd. Is het nu zo moeilijk om dat te bestrijden? Een elleboog op een neus doet wonderen. Maar ik heb makkelijk praten, dat snap ik ook.

Freak

Een poos geleden, ik was het alweer vergeten, kwam ik op een parkeerplaats in het bos een wat vreemde man tegen. Ik kende de man, hij was onze oude verwijfde badmeester, of hij leek erop. Hij sprak iedereen aan op ongewenst gedrag en deed dat op verwijfde doch strenge toon. Eigenlijk durfde je niet tegen hem in te gaan.

Hij fietste voorbij maar toen hij me zag stapte hij af en bleef op een afstandje staan kijken. Ik denk dat hij zijn oude beroep weer wilde oppakken en mij ergens op wilde aanspreken. Maar ik deed niet zoveel fout op dat moment. Hij wachtte tot ik de hond achterin de auto had en totdat ik wegreed. Ik weet dat ik het nogal vreemd vond, maar dacht er verder niet meer over na.

Gisteren, ik loop met de hond en zie hem ergens de stoep vegen. Ik groet hem maar hij zegt niks terug. Hij stopt met vegen en kijkt me aan maar ik sla er geen acht op en loop verder. Ik ga de hoek om, een steegje in dat uitkomt op een parkeerplaats waar vaak een busje staat dat loeistrak langs de muur staat geparkeerd. De rechterbuitenspiegel heeft ongeveer nog een centimeter speling tot de muur en ik vraag mij af hoe de bestuurder dat toch elke keer weer voor elkaar krijgt. Als ik het busje voorbij ben kijk ik om naar de spiegel maar zie in het steegje de zonderlinge man weer staan. Hij staat me na te kijken, zijn bezem in zijn handen, alsof hij zeker wil weten dat ik verdwijn en geen rottigheid uithaal. Of dat de hond niet op straat poept of zo.

Het heeft best iets engs, deze man die mij in de gaten houdt. Nou ja, in een film zou het eng zijn. Maar ondanks dat hij er normaal uitziet moet hij iets mankeren denk ik. Of hij heeft informatie over mij van vroeger die ik zelf vergeten ben. Dat ik een gluiperd was die de meisjes bespiedde of zo. En dat hij me het zwembad heeft uitgezet. En dat hij me wil laten weten dat hij me niet vergeten is. Nou, ik jou ook niet, Freak.

Jaren tachtig revival

Ik liep donderdag in het hondenuitlaatgebied waar een man, vrouw en drie honden mij naderden. In het voorbijgaan zegt de man: “hee, dat is lang geleden!” Ik draai me om en ik herken hem. Een jongen uit de buurt waar ik mee omging toen ik achttien was. Hij was iets ouder en had een motor, waar ik nog wel eens mee gevallen ben omdat ik over gladde bladeren reed. Het was een lichte schuiver, maar ik had nog jarenlang de sporen op mijn dij staan. Ik heb hem in de jaren tachtig voor het laatst gezien maar hij blijkt één straat verder te wonen. Wel een lange straat, maar toch.

Gisteren kreeg ik een bericht via LinkedIn van mijn oude buurjongen. We kwamen allebei in 1983 in Vaassen wonen en hij verhuisde in 1987 weer. In die tijd maakten we veel mee, we liepen over het dak naar elkaars kamer. Hij ging naar Groningen en ik heb hem nooit meer gezien of gehoord. Nou ja, tien jaar terug, ook via LinkedIn , en vorige maand. Maar nu was hij in de buurt en is vandaag langsgeweest met zijn dochter. 37 jaar geleden zag ik hem voor het laatst, en nu zat hij bij ons in de huiskamer, wat voor hem ook herkenning was aangezien hij in net zo’n huis woonde.

Zo zie je ze nooit, zo zie je er in drie dagen twee.