Druk

Ik las een boek met zo’n briljant verzonnen thema dat ik zou willen dat ik het zelf verzonnen had. Een archeoloog vindt in Israël een skelet van een mens die een gebruiksaanwijzing van een camera bij zich draagt die pas over drie jaar op de markt komt. Maar via de koolstofdateringsmethode staat vast dat de beenderen en de gebruiksaanwijzing 2000 jaar oud zijn. Nader onderzoek leert dat het hier om een tijdreiziger gaat, die nog moet vertrekken naar het verleden, en die beelden van Jezus heeft gemaakt, zijn camera heeft verborgen, en die camera dus gevonden moet worden zodat in de huidige tijd, 2000 jaar oude beelden van onze Heiland te zien zijn.

Dat is dus spannend, want de beelden worden uiteindelijk gevonden. Maar hoe spannend ook, ik val na twee hoofdstukken in slaap, ik neem niks meer op en moet het boek wegleggen, of ik nu ‘s avonds lees of overdag. Desalniettemin vond ik dit wel zo’n briljant plot dat ik nu zelf ook iets moet verzinnen. Iets wat nog niet verzonnen is en waarover ik een boek kan schrijven. En dat uiteraard in vijftig talen vertaald wordt en er een miljoen exemplaren van verkocht worden, zodat ik niet meer hoef te werken. Niet dat ik een hekel heb aan werken, maar de druk van dagelijks brood wordt groter. Ik word óf vervangen door AI of door Indiërs. Alleen als je in sales zit ben je veilig. Daar komt geen intelligentie aan te pas, dus ook geen kunstmatige.

Een man uit de buurt is laatst ontslagen maar maakt zich totaal niet druk. Van z’n ontslagvergoeding heeft hij een jonge BMW 5 serie gekocht en gaat even een jaartje niks doen. Want, zo zegt hij, als ik wil ben ik morgen weer aan het werk. En dat mag misschien zo zijn, maar ik heb gewoon een hypotheek te betalen. Kennelijk hebben anderen tonnen op de bank. Ik ga maar eens nadenken over een boek.

Een verbeterd nieuwjaar!

Ik las vanochtend een bericht over welke bekende mensen (en dieren) ons allemaal zijn ontvallen in 2023. Net als elk jaar was het een veel te lange lijst, maar bij elke naam klikte ik even op de link, als kort eerbetoon. Ik wist uiteraard toen Lisa Marie Presley begin januari overleed, dat het een voorbode was voor een vervelend jaar. En dat werd het. Niet dat ik denk dat het overlijden van Lisa Marie er iets mee te maken heeft, maar ik hou wel erg van dergelijke verbanden leggen.

De lijst zal niet heel erg anders zijn geweest dan andere jaren, maar deze keer viel me op dat zoveel mensen ongeneselijk ziek waren en na een kort ziekbed of een lange strijd het loodje legden. Mijn leeftijd of jonger zijn geen uitzondering meer, en zelfs begin zeventig vond ik ineens erg jong om te gaan. Ik had er eigenlijk pas vrede mee als ze een stukje boven de negentig waren, zoals Harry Belafonte of Burt Bacharach. Maar bij anderen had ik toch het gevoel dat we met z’n allen op bedevaart waren en we hen moesten achterlaten.

Wat de waarde van het leven precies is, is me nog steeds niet helemaal duidelijk, maar ik was blij dat we er allemaal nog waren, al moesten we de hond achterlaten. En ik snapte de uitdrukking “waar leven is, is hoop” ineens. Als er geen leven is, is er ook geen hoop op een verbetering. Een persoonlijke verbetering dan, want collectief zit het er niet in. Of ik moet dan in 2024 eindelijk dictator van dit land worden, dan wel.

Een gelukkig en verbeterd nieuwjaar!

Oh Lord

In groepsapps voel ik mij als een vis in het water. Want ik schrijf makkelijk, en druk me makkelijk uit. Keerzijde is wel dat er altijd mensen zijn die mijn pogingen tot humor irritant vinden. En ik heb niks in de gaten tot het te laat is. Iemand had vorige week lopen drammen dat er allerlei dingen in de app gezegd werden die niet voor die app bestemd waren. Ging niet eens over mij. Hij vond dat de app was bedoeld om aan te geven of je kwam badmintonnen op donderdag. Ik maakte er wel een gevatte opmerking over die sommige mensen wel grappig leken te vinden door er een 😂 onder te zetten. De man in kwestie echter, appte mij privé, dat als mij iets niet beviel, ik het tegen hem moest zeggen en niet in de groepsapp.

Ik zuchtte, schreef terug dat ik er niks was wat mij niet beviel, dat ik gewoon een grappige situatie vond en daarop reageerde. Ik ging de keuken doen en toen ik klaar was had hij gereageerd dat hij mijn humor niet snapte en weet ik het allemaal. Ik besloot de schuld op mij te nemen, en zei hem dat ik mezelf niet kan helpen in sommige situaties en dat ik vaker last heb in groepsapps met mensen die mijn humor niet snappen. Toen veranderde hij van toon, was tevreden met mijn uitleg en vond het vervelend voor me dat me dat vaker overkwam. Nou ja, wat ik maar zeggen wil, allemaal tactiek. Geleerd in de katholieke kerk. Gewoon de schuld van een ander op je nemen en lijden. Naar goed voorbeeld.

Na het schrijven van bovenstaande kwam een herinnering boven die een jaar of 44 oud moet zijn en waar ik in de laatste 40 jaar geen actieve herinnering aan heb. Toen ik een jaar of 10 was, kreeg ik van Sinterklaas, aka mijn moeder, een kartonnen plaat om op te hangen met de volgende tekst: “Oh Lord, help me to keep my big mouth shut until I know what I am talking about.” Zij moet het al voorzien hebben.

.

Functie elders

Met politiek heb ik nooit veel op gehad, al sinds mijn jeugd doorzie ik het poppentheater en de rollen die gespeeld worden. Omdat ik mij verplicht voel te gaan stemmen voor de tweedekamerverkiezingen stem ik meestal op iemand die op mij oprecht overkomt, wat niet hetzelfde is als eerlijk, maar meer als “wysiwyg”. Rutte heeft mijn stem nooit gehad, denk ik, ik weet het niet eens zeker, maar Bolkenstein wel. Wouter Bos ook, Kok ook, maar Asscher niet.

Het verplicht voelen legt wel een druk op me. Je moet stemwijzers invullen die je kunt manipuleren, je moet verkiezingsprogramma’s bekijken, je moet lijsttrekkersdebatten volgen, en dat allemaal om daarna het gevoel te hebben dat je op de verkeerde hebt gestemd. En omdat het toch geen bal uitmaakt. Vorige keer maakte poppenspeler Rutte het me wel erg makkelijk door me een goed excuus te geven. Met dezelfde toon waarop hij steeds hamerde: “blijf thuis!” zei hij nu omdat hem dat beter uitkwam “ ga stemmen!” Ik kon dus thuis blijven omdat die corona-oproep kennelijk ook niet serieus was.

Een partij die ik nog minder graag aan de macht zie dan de PVV is de BBB. En dat heeft niet zozeer te maken met hun standpunten, die ik niet eens ken, maar met de mensen die met een rode zakdoek aan hun auto rondrijden of de vlag ondersteboven buiten hingen. Idioten vind ik het. Natuurhaters en feitenontkenners. Overigens voelen die zich machtig in de eerste kamer, terwijl ik leerde dat de eerste kamer slechts inhoudelijk de beslissingen van de tweede kamer toetst, maar nee, tegenwoordig houden ze gewoon tegen waar ze het niet mee eens zijn. Nog zo’n reden waarom ik niet van politiek hou.

Deze keer wordt het me weer makkelijk gemaakt. Er is een man die geen theater speelt en die zich al bewezen heeft. Hij wil liever geen premier worden, maar is daar wat onduidelijk over. Andere partijen zijn als de dood voor hem en buitelen over elkaar om te zeggen dat hij klare wijn moet schenken. Mij interesseert het niks of hij premier wordt of niet. Ik neem niet eens de moeite om zijn partijstandpunten te lezen. Instinctief weet ik dat hij het vertrouwen niet zal beschamen, er niet voor zichzelf zit en dat hij op zal komen voor de zwakkeren. Ik voel deze keer de druk niet. Dankjewel.

Raar

Het is volgens mij, want terwijl ik dit typ, zie ik het niet, alweer twee weken geleden dat ik iets plaatste. Dat betekent niet dat er niets gebeurd is! Nou vooruit, dat betekent het wel. Geen ene ruk, niks wat de moeite was om op te schrijven. Daarbij was ik ook volgeboekt met onzin die toch moest gebeuren. Dan weet u dat.

En is er dan vandaag iets bijzonders gebeurd? Nou, eigenlijk niet, hoewel, ik kwam toch wel een heel maf mens tegen. Een poos geleden had ik nog een vriendelijk gesprekje met haar omdat ze eerst dacht dat mijn hond een wolf was, wat op zich al maf is, want ze lijkt veel meer op een hyena. Maar ook toen ving ik door de regels heen al dingen op waarvan ik dacht dat het een beetje raar was. Ze woont achteraf in een groot huis met veel grond, paarden en een paar dure auto’s. Een Audi, een Landrover en een Ram Van waarvan ik niet eens weet wat voor merk het is. Maar toen gaf ze al aan dat ze tegenwoordig de deuren op slot deed met al die Polen. En ze heeft een oude, vervaarlijke waakhond, waar ik al jaren langsloop maar volgens haar was die gevaarlijk.

Vandaag liep die hond in hun tuin en blafte naar mij en Lori. Lori vond dat razend interessant en rende naar het hek waarachter honden zich doorgaans veilig voelen en stoer doen. En toen Lori de vrouw zag liep ze daarnaartoe en kwispelde. De vrouw vond dat ik Lori moest vasthouden. Ik vond van niet en vroeg waarom. Omdat hij anders gaat vechten met mijn hond. En in plaats dat ik zei dat ze dan haar hond moest vasthouden zei ik dat dat niet ging gebeuren. Ja, maar straks springt ze over het hek en dan heb je de poppen aan het dansen. Ik had de neiging om over haar hek te stappen om haar te laten zien dat haar hond niet zo gevaarlijk was als dat ze deed voorkomen. Ik zei haar dat mijn hond niet over het hek zou springen. Maar ze wilde ook niet dat ze haar parkeerplaats opkwam, ik moest haar vasthouden. Ik vertelde dat de hond vijf maanden is, dat ik haar nog veel moet leren en dat ze bijna langs de parkeerplaats was maar toen u zag en even ging kijken. “Ja ja ja ja,” zei ze.

Goed, het komt hier op neer: haar hond komt blaffend naar het hek gerend en omdat mijn hond daarop reageert moet ik mijn hond vasthouden. Raar. Ik vind sowieso dat er steeds meer rare mensen opgekweekt worden, en ik vind ook dat er meer honden moeten komen die loslopen. Want ik hou eenmaal van honden. En niet zo van rare mensen.

Donker

En nu we het er toch over hebben, ik wil niet racistisch overkomen, maar dat donker van tegenwoordig is veel donkerder dan vroeger. Gevaarlijk donker als je het mij vraagt. Daarom loopt iedereen, inclusief Linda in een reflecterend hesje de hond uit te laten. Want je moet zichtbaar zijn, voor je eigen veiligheid.

Nou, ik weiger halsstarrig. Ik vind dat je juist onzichtbaar moet zijn in het donker, want als ze je niet zien, kunnen ze je ook niet verwonden. Daarbij hoor en zie je een auto een lichtjaar van tevoren aankomen, dus zorg je dat je in de berm staat. Aan de linkerkant, want auto’s rijden rechts. Tenminste, vroeger deden ze dat.

Op een of andere manier moeten onze ogen achteruit zijn gegaan in het donker, want ondanks veel scherpere verlichting ziet een automobilist niks meer. Zo loop ik laatst ’s ochtends op de weg, de hond had zelfs nog een lichtgevende halsband om, want een hond klaagt niet als hij voor lul loopt, komt er weer zo’n nachtblinde die wat anders zit te doen in de auto aan. Hij toeterde naar mij, dus had hij me gezien. En toch had ik het gevoel dat hij toeterde en tegelijkertijd zat te schelden. Dat kon ik niet horen, maar zo doe ik het altijd. Terwijl hij zelf fout is, want een voetganger hoeft geen verlichting te hebben.

Goed, ik weet heus wel dat u het niet met me eens bent en dat ik ook een reflecterend hesje moet gaan dragen. Maar dat zou ik dan alleen doen omdat nachtblinde linksrijders zich anders te pletter schrikken. Want ik zorg wel dat ik niet op de weg sta hoor. Zo deden we dat al jaren, en trouwens, wanneer vielen de meeste gewonden in het verkeer? Toen ze in Parijs allemaal met een geel hesje de straat op gingen. Gedram allemaal. Nou ja, binnenkort zal ik wel verplicht worden door Linda om ook zo’n hesje aan te trekken. Want zo gaat het als ik me ergens tegen verzet. De stichting tegen het gebruik van Engelse woorden heeft het onlangs ook opgegeven. Vechten tegen de bierkaai.

Bang

We keken een horrorfilm. Nou ja, vrouw en dochter keken een horrorfilm en ik keek mee. Het ging over bezetenen, dwalenden, geesten en weet ik het allemaal. Ik kijk nooit horrorfilms. Zogenaamd omdat ze me niet boeien maar de waarheid is natuurlijk dat ik er niet van kan slapen. Nou ja, kon slapen. Ik ben nu 54, en ik kan het aan. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om zo’n film te kijken toen ik vijftien was, zoals mijn dochter nu.

Ik heb er natuurlijk wel een paar gezien vroeger. The exorcist, waarvan het verhaal destijds rondging dat de actrice die het door de duivel bezeten meisje speelde, Linda Blair, kort na de film op onverklaarbare wijze was overleden. Ik geloofde dat, er was nog geen Wikipedia en als je jezelf leende voor zo’n rol dan was dat vragen om moeilijkheden. Linda Blair maakt het nu nog steeds prima.

Nog erger vond ik Poltergeist, het idee alleen al dat je in je bed ligt en je geklop hoort. We maakten elkaar bang vroeger. Bovendien toen ik hem keek, werd ik ‘s nachts wakker en hoorde ik m’n flessenverzameling rinkelen. Om één of andere reden heb ik mezelf wijsgemaakt dat het nep was en kon ik doorslapen. Toen ik ‘s ochtends op het nieuws hoorde dat er een aardbeving was geweest, snapte ik dat ik het me niet had ingebeeld.

Een jaar of wat geleden keek ik samen met Linda de film “paranormal activity.” Ik acteerde dat ik nog iets voor mijn werk moest doen en ging aan tafel zitten, iets anders doen. Het was mij te veel.

En nu? Ach, ik zie de lol er wel van in. Ik schrik niet meer zo snel. Voor de zekerheid wel even de deur op slot gedaan toen ik koffie haalde. Terwijl het toch algemeen bekend mag zijn dat geesten dwars door de muur kunnen. Ze kloppen eerst wel netjes aan, dat wel.

Zelfveroorzaakte tegenslagen

Het zijn lastige tijden, en mijn humeur heeft het ook opgegeven. Of ik iets mankeer, dat weet ik niet zeker, ik ken andere mensen die beter met tegenslagen overweg kunnen. Ik wil de tegenslag het liefst gelijk te lijf, maar soms gaat dat niet, omdat een winkel dicht is of er andere dingen moeten gebeuren.

Nu heb ik het even niet over de tegenslagen waar je niks mee kunt, waarover ik laatst schreef, en die nog steeds aanwezig zijn, maar over de tegenslagen die ik zelf veroorzaak. Zoals dat ik aan de slag wilde met een losse trapleuning. En dat ik dan niet door heb dat er iets niet goed is en ik teveel kracht zet waardoor er een bout afbreekt die daar al sinds 1970 zit. En dat ik dan met enige moeite die bout uit de muur trek en ik naar de DHZ winkel ga voor een nieuwe bout. En dat er dan drie mensen bij moeten komen om te concluderen dat ze die bout niet hebben. Dat irriteert mij. Heb verdomme gewoon die bout op voorraad, je weet toch dat ik eraan kom?

Ik kreeg een andere bout mee, eentje die ik zelf moest afzagen, maar ik draaide deze bout ook gelijk naar de fuck, dus ik race dan ouderwets geërgerd terug naar de bouwmarkt, flikker die kapotte bout op de toonbank en zeg dat het niet werkt. Nu smeerden ze me extra sterke muurvuller aan, en nogmaals zo’n bout, en ik racete weer terug naar huis. Op zo’n moment heb ik schijt aan dertigkilometerzones en maak daar zeker zeventig kilometer van.

De muurvuller was simpel. Drie delen muurvuller en een deel water en na vijftien minuten klaar en muurvast. In de praktijk kun je dat rustig vergeten, die mengverhouding is niet goed en die vijftien minuten kloppen ook niet. Ondertussen probeerde ik in de tuin ook de trapleuning te schilderen maar ik heb daar simpelweg geen geduld voor, terwijl geduld een van mijn beste eigenschappen is.

Ik had de keilbout in de muur, maar ik moest weg, waardoor de muurvuller goed kon uitharden en de volgende ochtend was ik redelijk tevreden over het resultaat. De trapleuning was nog niet geheel droog, maar jammer dan, prioriteit één was die trapleuning weer vast te krijgen. De steun met mijn nieuwe keilbout zat goed vast, maar om een of andere reden paste de leuning ineens niet meer. Ik had hem kennelijk niet op dezelfde plek geboord.

Gefrustreerd trok ik de bout weer uit de muur, waarbij de extra sterke muurvuller weinig deed om het mij moeilijk te maken en ik moest weer van voor af aan beginnen. Dan is ruzie met Linda onvermijdelijk want ik word pissig en zij mag mij geen strobreed in de weg leggen, wat ze dus wel doet. Ze vond namelijk dat ik de trapleuning in de tuin moest schilderen, en niet aan de muur zoals mijn nieuwe plan was. En waarom niet? Omdat mijn domme gezin kennelijk niet kan onthouden dat er een trapleuning nat is, en om die reden moet ik het weer zwaarder krijgen. Dus zeg ik dat iedereen het nu maar wel een keer moet onthouden en dat ze met hun poten van de leuning afblijven! Dus dat werd ruzie.

Ik heb de hulptroepen er maar weer bij gehaald en nu zit de leuning weer stevig vast. En ik heb hem aan de muur geschilderd en de halve trap gebarricadeerd zodat voor iedereen duidelijk was dat die leuning nat was. Het lijkt allemaal weer gelukt.

Verder, ik zal het verder kort houden, moest ik vanochtend naar Zwolle maar ging er ineens een “stop” lampje branden in Linda’s auto. Het ging snel weer uit maar ik controleerde het oliepeil, dat met de peilstok al niet meer te meten was. Ik pleurde er een liter olie bij en gelijk wat koelvloeistof. Toen ik later nog een keer peilde zag ik dat het dopje van de koelvloeistof weg was. Die was ik vergeten erop te draaien en nu is hij weg.

Dat zijn van die zelfveroorzaakte tegenslagen die mij knetterchagrijnig maken en waarbij ik machteloos mijn weekend aan mij voorbij zie trekken. Doelloos op mijn telefoon zittend, niet in staat om het om te keren. Ik wil het ook niet omkeren. Ik wil dat Linda weet hoezeer ik lijd, en ik wil dat ze mijn pijn verzacht door medelijden te tonen. Uren later gebeurde dat pas. Nu gaat het wel weer.

Jerry.

Ik denk dat ik een muis heb gered. De kat kwam er vanavond mee aanzetten terwijl ik het gras aan het sproeien was, maar dat had ze beter niet kunnen doen. Ik gaf haar een een nevel van water waardoor ze haar prooi losliet. Veel leven zat er niet meer in het beestje en ik legde het snel in een plantenbak. De kat was intussen aan het zoeken waar haar prooi gebleven was, maar gaf het na een tijdje op.

Ik verplaatste het beestje van de natte plantenbak naar het drogere egelhok en voelde hoe warm en zacht z’n vachtje was. Nog steeds zat er amper leven in, en het beest bleef maar op z’n zij liggen. Toen ik een half uur later checkte was de situatie nog niet verbeterd en ik vroeg mij af of ik de lijdensweg niet gewoon langer had gemaakt.

Ik legde de muis weer buiten, op droge aarde en dekte het af met een schop, zodat de kat er niet bij kon, mocht ze het in de gaten krijgen. Toen ik vlak voor het donker weer ging kijken, was de muis weg.

Ze noemen muizen ongedierte, maar dat is vast geen biologische term. Er zijn er ook zoveel van en hun verdediging is zo zwak, dat het haast niet anders kan dat hun taak is om als voedsel te dienen voor andere dieren. De wereld zou deze muis niet gemist hebben en toch voelde ik de behoefte om hem te redden uit de klauwen van de kat. Zou dat zijn omdat de kat al genoeg eten krijgt? Of omdat ik Tom en Jerry keek?

Voor de zekerheid..

Een poosje geleden noemde ik de term “magische gedachten”. Ik zocht op wat het precies betekende en het komt hier op neer: het geloof dat bepaalde handelingen een uitkomst kunnen beïnvloeden. Een ordinair bijgeloof dus. Maar bijgelovig zijn vind ik meer te maken hebben met algemeen geaccepteerde nonsens zoals ladders, zwarte katten, hoefijzers, vrijdagen, vallende sterren. Magische denken gaat meer over je eigen verzonnen nonsens. Dat je bepaalde handelingen uitvoert of juist laat om een uitkomst te beïnvloeden. Wat als je niet uitkijkt kan uitmonden in een dwangstoornis.

Mijn magische gedachten zijn wat onschuldiger. Ik moet bijvoorbeeld met de fiets eerder bij een verkeersdrempel zijn dan een naderende auto, dan zal mij een groot fortuin wachten. Lukt het nu wel of niet, in beide gevallen ben ik het na vier seconden vergeten. Een erfenisje van vroeger, toen ik veel vaker magisch dacht. Zo moest ik van mezelf bepaalde totaal onbeduidende momenten inprenten in mijn geheugen. Waardoor ik altijd een bepaalde boom onthield, of een glinsterend steentje op een voetbalveld.

Als het gaat om PSV is de situatie wat erger. Als de club een tegendoelpunt krijgt komt dat altijd doordat ik even met mijn gedachten weg was bij het spel, waardoor ik die bal niet kon bezweren. Ook moet Linda niet tegen me gaan praten op een moment dat de tegenstander een aanval inzet, want dan is het geheid een tegendoelpunt. Ook mijn voorbereiding op de wedstrijd kan van invloed zijn op de uitslag en daarmee bedoel ik dat ik de tegenstander niet te lichtzinnig mag opvatten anders kan het daar fout gaan. Tot slot kan de commentator het volledig voor PSV verpesten door een wedstrijd uit het verleden aan te halen waar het alsnog fout ging. De goden verzoeken noemen we dat.

En natuurlijk snap ik met m’n havo diploma dat ik geen enkele invloed op gebeurtenissen heb. Haha, ik ben toch niet achterlijk? Maar ik geloof mijn eigen verstand niet en neem toch maar het zekere voor het onzekere. Het beste voorbeeld van dat ik bijgelovig ben, is dat ik op twee tegengestelde vragen hetzelfde antwoord zal geven. Het antwoord luidt: “Doei! Doe eens even normaal zeg!” De vragen luiden: “geloof je in spoken?” En: “zou je alleen in een huis gaan slapen waarvan men zegt dat het er spookt? “