Ai…

Op zich zou AI mijn taak over kunnen nemen. Ik zou kunnen vragen of het in mijn plaats verhaaltjes wil schrijven en die hier neer te plempen. Dat laatste moet ik dan zelf doen, want ik ben niet zo goed met AI. Maar dat eerste is geen probleem. En stel nu dat AI dat net zo goed kan als ik, wat dan? Zolang je het niet in de gaten hebt is er niks aan de hand. Maar stel nu dat erbij verteld wordt dat ik het niet geschreven heb maar AI?

Daar moet ik toch even over nadenken. Het klinkt als of je een echte Picasso aan de muur hebt hangen en je bent er helemaal wild van totdat iemand je vertelt dat het een perfecte vervalsing is, dan ben je erg teleurgesteld en vind je het schilderij niet meer mooi. Terwijl er niks aan de feitelijke situatie is veranderd. Misschien maakte die iemand wel een grapje en liet hij je een uurtje denken dat het nep was, maar dan zegt hij dat een grap was. Jij bent opgelucht en vind het schilderij weer prachtig. Terwijl er wederom niets aan is veranderd.

Zou het zo werken? Moet je weten dat iets echt is om de juiste emoties op te roepen of vergeet u na verloop van tijd dat die blogjes niet echt zijn en vergeet u mij ook zonder dat we een traan gelaten hebben? Kun je een relatie krijgen met een AI robot? Ik vrees dat het kan. Als je maar eenzaam genoeg bent. Triest eigenlijk. Nou ja, weet ik veel, misschien zijn uw reacties ook wel door AI geschreven. Bestaat de wereld wel of is het gewoon een illusie van ons brein? De blauwe of de rode pil, daar lijkt het op.

Feit is dat ze je alles kunnen laten geloven. Ik heb mij tot mijn twintigste verwonderd over het feit dat Belgen in staat waren om huizen te bouwen. Jarenlange Belgenmoppen in de jaren zeventig en tachtig hadden hun werk gedaan en ik dacht echt dat Belgen minder slim waren. De Belgenmoppen worden al jaren niet meer verteld en nu verbaas ik me niet meer over het feit dat er huizen staan in België. Ik kan vast ook een relatie krijgen met een AI robot.

Paradox

Soms loop ik helemaal vast met mijn gedachten, dan kom ik er gewoon niet meer uit. Dat klinkt dramatisch, zeker met mijn achtergrond, maar dat is het denk ik niet. Normaal gesproken, als er niks aan de hand is zijn mijn gedachten op orde. In die zin, de één leidt niet per sé tot de ander. Ik accepteer dat het ergens stopt en in mijn achterhoofd weet ik dat als ik verder denk, ik tot een oplossing kom. Maar dat is dan niet nodig, waarom zou ik? Het gevoel dat de oplossing voor het probleem dat ik net bedacht vlak bij me is, is voldoende, ik hoef het alleen maar even te grijpen.

Maar nu bedenk ik een probleem en probeer de voorradige oplossing te grijpen, maar die oplossing maakt het probleem alleen maar erger. En dan schrik ik, want er is ineens geen oplossing meer. Kut, denk ik dan.

Dan moet ik dus weer even terug naar het land van de in de lucht hangende oplossingen en die lekker laten hangen. Loop er maar tussendoor, want er zijn er genoeg.

U denkt misschien, waar gaat dit over, of erger, maar dat weet ik zelf ook niet zo goed. Het komt er denk ik op neer dat je niet moet denken maar doen. Problemen zijn voor anderen, niet voor mij, ik kan ze toch niet oplossen, blijkt na diverse pogingen. Terwijl ik vroeger dacht van wel. Maar naarmate ik ouder word en hopelijk wijzer, denk ik toch van niet. Dus, hoe slimmer ik word, hoe minder ik kan oplossen. Dat is een tegenstrijdigheid die me in de war brengt.

Nadenken

Ik weet niet of u het mee heeft gekregen, maar de Aal, de zingende tandarts is overleden op 75-jarige leeftijd. Twee keer heb ik over hem geschreven, dus vandaar dat ik zijn overlijden ook even meld. Het voordeel van overlijden vind ik dat je de eindstreep hebt gehaald. Je hoeft niet verder meer aan te modderen in deze uit de hand gelopen levensvorm. Rust zacht, Aal.

Het zou natuurlijk prachtig zijn als er na dit leven nog iets is, tenzij het reïncarnatie is. Dat je nog een keer moet acteren in deze slechte musical. Niet dat ik klaag hoor, ik ben best tevreden en dankbaar voor hoe het me vergaan is, maar ik schaam me wel steeds meer voor hoe we dit leven leiden. En met ‘we’ bedoel ik uiteraard de anderen. Want je moet nooit aan jezelf twijfelen. Natuurlijk, richting anderen kun je best openlijk aan jezelf twijfelen, dat wekt ook sympathie op, als je in je hart maar weet dat je gelijk hebt. Zo doe ik het al decennia en het werkt uitstekend.

Mensen moeten natuurlijk niet doorkrijgen dat je zo denkt, vandaar dat ik het verder ook niet uitdraag. Maar in principe kunt u gewoon doen zoals ik doe, want er is over mijn handelen nagedacht. Soms niet heel diep, maar er is wel over nagedacht. Soms ben ik ook gewoon te lui om diep na te denken, en maak ik me er wel eens makkelijk vanaf, maar dan denk ik: ja, maar waarom moet ik er altijd over nadenken terwijl die ander dat nooit doet? Vind ik een redelijke gedachte van mezelf.

En soms heb ik gewoon mijn hersencapaciteit voor de dag verbruikt aan iets anders, mijn werk bijvoorbeeld. Dan is het op om zes uur en zet ik SBS6 aan. Dat kan ik dan nog net volgen.

Over kwantummechanica gesproken, als het antideeltje het deeltje opheft, dan is het helemaal niet van belang wat ik denk. Er is dan, in een parallel universum iemand die tegengesteld aan mij zit te denken. Niet erg slim van hem, want als ik dus van binnen weet dat ik gelijk heb, weet hij dus van buiten dat hij ongelijk heeft. Lijkt me heel vervelend voor hem, maar dat is eenmaal een natuurwet. Daar kun je niet tegen vechten.

Twilight zone

Tussen de middag loop ik met de hond in het bos. Een klein stukje bos, een landweg en wat weilanden. Ver is het niet, tweeënhalf, hooguit drie kilometer. Het is een mooi stukje waar ik bijna alle soorten wild al heb gezien.

Op de landweg liep een oude mevrouw met een rollator. Ik had haar wel eens eerder gesproken maar dat leek ze niet meer te weten. Ze woont aan de landweg en ze is tachtig, want dat vertelde ze. Ze was vriendelijk en ik vertraagde mijn pas omdat ze een praatje wilde. Ze moest lopen van de therapeut want ze was gevallen. Even daarvoor had ze een hersenbloeding gehad en haar man was al 12 jaar dood. Die dingen wist ik, want dat had ze al eens verteld. Ik praatte over gezondheid en het weer.

Toen de lucht donker werd, keerde ze om, op tweehonderd meter van haar huis. Ik moest mijn ronde afmaken. Ze zei: het allerbeste meneer, en veel gezondheid. Ik wenste haar hetzelfde. Ik vond het mooi, hoe ze dat zei. Prachtig taalgebruik van een oudere.

Even later barstte de bui. Ik regende kletsnat. Ik had geen paraplu of iets bij me. De regen deerde me niet.

Ik herinner me dat ik gisteren tot hier schreef. Ik had nog een zin getypt maar die typte ik terwijl ik in slaap aan het vallen was. Er stond ook iets heel raars. Iets wat totaal niet van mijn hand leek. Maar wel een complete zin, die ik overigens niet herkende. Het woord “brother” stond erin. Ik wiste het en vertrok naar dromenland. En nu is het alweer morgen. Zo vliegt de tijd.

Superpositie.

Het is 23:10 en ik lees dat er een zeldzame aardbeimaan te zien is vanavond tussen 22:45 en 23:15. Ik lees verder en ik zie dat de volgende zich pas in 2043 weer aandient. Ik snel mijn bed uit, naar de badkamer en stap op het bad om zo door het raampje te kunnen kijken. Nergens een maan te zien. Ik probeer nog snel twee andere ramen maar ook hier word ik geen maan gewaar. Ik heb het gemist. Ik moet achttien jaar wachten, dan ben ik 73, als ik er nog ben.

Belangrijker is natuurlijk wat ik ga doen in die tussentijd, en ook hoe ik zorg dat ik hem niet weer mis. Ik heb geen plannen, ik ben er gewoon. To be or not to be, that’s the question. Ieder ander is er gewoon, alleen ik zit opgescheept met moeilijke kwesties. Een ander bestaat helemaal niet, tenzij ik hem tegenkom. Maar zolang ik hem niet zie, heb ik geen idee van wat hij doet. Misschien wel niks. Misschien wel letterlijk niks. Geen beweging, geen gedachten, geen ademhaling, net als in Tita Tovenaar. Misschien bent u helemaal uzelf niet maar slechts een figurant in mijn leven. Ik zal het nooit met zekerheid weten. U bent Schrödingers kat. U bent 0 en 1. U verkeert in superpositie.

Tachtigjarige vrede.

Er gaat een vreemde gedachte in mijn hoofd. Hij heeft te maken met bevrijding. De afgelopen weken gebeurden er een aantal belanghebbende dingen, ik las een boek over intergenerationeel trauma, ik leerde iets over non-dualiteit, ik luisterde een podcast over het resetten van het brein, ik keek de film Conclave en ik kreeg EMDR-therapie.

Het boek was een eyeopener, het veranderde mijn kijk op de oorzaken van trauma. Tot een paar weken terug had ik daar geen kijk op, maar ineens lijkt veel op zijn plek te vallen. Causale verbanden tussen oorzaak en gevolg die ik nooit zag, heb ik nu begrepen. Hoe gebeurtenissen in een ver verleden binnen families door kunnen werken naar het heden. De schrijfster liet mij nauwelijks ruimte voor eigen interpretatie, haar uitleg was zonneklaar.

De andere dingen die ik noemde hielden mij ook zeer bezig. Ik keek een filmpje over een filosoof die een onderzoekje deed naar non-dualiteit en daarbij ook behoorlijk vastliep omdat zij gehecht was aan haar eigen gedachten, net als ik dat ben. Omdat zij gelooft dat wij onze gedachten zijn, onze gedachten maken ons tot wie we zijn.

De podcast over een 3-minute reset was interessant en vermakelijk omdat de geïnterviewde therapeut volkomen overtuigd van zichzelf was dat de hersenen gewoon programmeerbaar zijn en hij trauma’s binnen de kortste keren kon oplossen. De man is heel geloofwaardig, alleen geloof ik uiteindelijk niet dat het zo simpel is. Wat hij dan op zijn beurt weer begreep.

De film Conclave was geweldig, en wat een timing om die nu te kijken. Het geloof en met name de Rooms-Katholieke kerk interesseert me vanwege de mystiek en de eeuwenoude tradities. En zo’n conclaaf is bepaald geen goddelijke aangelegenheid, maar een hele menselijke met zaken als macht, twijfel en jaloezie, tenminste, in de film.

Over EMDR had ik het al gehad, dus dat brengt me op de vreemde gedachte. Op een of andere manier werkte het allemaal bevrijdend, alsof het er niet meer is. Vandaag vierden we Bevrijdingsdag, het einde van een collectief trauma dat ons verbindt. Nederland is juist door de oorlog geworden wat het is. Ik geloof dat zonder de oorlog en zijn afloop de afgelopen tachtig jaar minder ‘mooi’ zouden zijn geweest. Net als mijn persoonlijke grieven, stel dat ik ze niet had gehad, wie was ik dan nog? Ik zou hier niet geschreven hebben en ik zou het risico hebben gelopen dat ik met een zelfverzekerde kop in een geacteerde wereld terecht zou zijn gekomen. Dus moeten we onze trauma’s koesteren. Zouden we ze niet hebben, dan waren er geen verhalen te vertellen, en zonder verhalen ben je niemand.

I’m a rock

Ik lees een boek van een Hongaarse psychologe over intergenerationeel trauma. Dat is het overgaan van een trauma op volgende generaties. Er worden zoveel voorbeelden gegeven van hoe zo’n trauma zich uit dat ik haast concludeer dat iemand uit een generatie boven mij iets dergelijks heeft doorgegeven. Dat schijnt zelfs op celniveau te kunnen (Epigenetica). Ik schrok een beetje van de precieze beschrijving van de werking ervan. Waar we vroeger spottend praatten over het verkeerde kleur fietsje, snap ik nu ineens dat we er faliekant naast zaten. Daarmee bedoel ik dat de hardheid waarmee vroegere generaties werden opgevoed behoorlijk veel schade heeft berokkend aan de ziel. Terwijl we vroeger juist dachten dat je daarmee een doel bereikte of je het kind behoedde voor erger.

Ik verdenk al mijn opa’s en oma’s van deze onbewuste en onbedoelde trauma’s zonder ze iets kwalijk te nemen; misschien speelde er bij hen ook al een intergenerationeel trauma of werd het veroorzaakt door de oorlog. En misschien geef ik het ook al wel door. Mijn taak is nu het doorbreken ervan. Als dit het is tenminste. Ik heb volgens het boek al best een aantal dingen goed gedaan.

Eigenlijk is het bijna beangstigend hoe de psychologie hier als wetenschap wordt beschreven. Het verwijdert bijna iemands vrije wil. Ik moet ook steeds denken aan een lied van Simon & Garfunkel. I am a rock. Ik heb dat kennelijk altijd al aangevoeld, en het is mij duidelijk dat de schrijvers ook aan een intergenerationeel trauma lijden.

Nu zal de waarheid van de ziel heel lastig te doorgronden zijn en is er wellicht toch iets als goed en kwaad (wel of geen inlevingsvermogen) en is er ook een vrije wil. Alleen zal die wil wel beïnvloed worden door hoe je frontale kwab is gevormd als gevolg van genoemde trauma’s. Ik heb in bepaalde situaties absoluut geen vrije wil. Dan reageer ik gewoon zoals het in mijn hersenen of ziel geprogrammeerd staat. En volgens mij is dat juist een gevolg van wel of geen empathie. Waarmee ik dus tegenstrijdig moet concluderen dat de vrije wil om goed of kwaad te doen veroorzaakt wordt door een overerfelijk trauma waar je geen invloed op hebt. Of wellicht toch, als je besluit het te doorbreken.

Er werd zelfs de bedoeling van de natuur van het doorgeven van trauma’s beschreven. De erfelijk belaste generatie zou zo grotere overlevingskansen in zelfde situaties hebben. Alleen als het trauma (oorlog, armoede, honger) niet meer aanwezig is, gaat de erfelijk belaste generatie het alleen maar lastiger krijgen. En dat laatste is waar ik mee kamp.

Natuurlijk komen deze gedachten in je op tijdens het lezen van zo’n boek. Maar in mijn geval heb ik ook een duidelijk trauma opgelopen op mijn vijftiende. Ik heb het alleen nooit als excuus willen gebruiken voor mijn latere angsten en depressies. En dat was misschien niet zo verstandig. Maar ja, je mocht niet meehuilen met de wolven in het bos en je moest door. Dus deed ik dat maar. En intussen was ik een steen, een eiland.

Wereld

Die halve ton die ik laatst kocht, zie het logje “Duigen,” die is inmiddels omgedoopt tot vijvertje. Doordat hij nat is, is hij waterdicht geworden. Er liggen steentjes op de bodem, er staan plantjes in, er zit een fonteintje in en ik heb vijf visjes gekocht waarvan ik het bestaan niet kende. Die vissen leven nu geheel zelfstandig in de ton die hun wereld is. Goed, ik voer ze nu nog een beetje bij, want de wereld is net door mij geschapen en bevat nog niet veel voedsel. Maar dat komt vanzelf, als muggen de ton ontdekken.

Vissen zijn voor zover wij weten niet erg intelligent want anders zouden ze zich eens afvragen wie hun ton gemaakt heeft. Er moet een schepper zijn. In den beginne zagen ze mijn verschijning nog wel boven het water zweven, en zouden ze over mij kunnen schrijven, maar stel nu dat ik het zat word en de ton aan zijn lot overlaat, dan zullen de visjes overleven en zich voortplanten. En generatie op generatie zal teruglezen in de vissenbijbel dat er vroeger een schepper gezien was die boven het water zweefde en die zorgde voor hun voedsel. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat ik een van de vissen opdracht geef om een watertank te bouwen omdat ik niet tevreden was over mijn schepping en een grote droogte veroorzaakte om zo opnieuw te beginnen. Ik zou zelfs mijn zoon kunnen sturen om over het water te lopen.

Natuurlijk, tweeduizend jaar later zou geen vis het nog geloven, dat ik die ton heb ingericht. Zouden er tegen die tijd ook vissen zijn die denken dat het water plat is? Misschien moet ik weer terugkeren naar mijn verlaten ton! Maar het is tweeduizend jaar later, leef ik nog wel?

Ik verafgood mezelf een beetje, maar er is verder ook niemand die dat doet, sorry. Maar zo’n zelf geschapen ton vult mij met trots over deze nieuwe wereld. Ik liet het hard regenen vandaag. De natuur had het nodig en mijn vissen waren toch al nat.

De trechter

Besteed je meer tijd aan terugdenken aan het verleden of vooruitkijken naar de toekomst? Waarom?

Veel meer aan het terugdenken aan het verleden dan naar het vooruitkijken naar de toekomst. Misschien wel in de verhouding 100:1. Vroeger keek ik vaker naar de toekomst, maar toen had ik ook nog niet zoveel verleden. Bovendien was de toekomst nog iets wat alle kanten op kon, maar gedurende je reis door de trechter van het leven staat de richting waar je uit gaat komen steeds meer vast, namelijk daar waar de trechter heen wijst. Aan het begin van de trechter is er nog veel ruimte voor verschillende richtingen, maar dat is slechts schijn. Ook daar staat al vast waar je uit gaat komen, je bent immers al in de trechter.

Een van de stomste vragen uit de moderne geschiedenis van HRM was de vraag: waar zie je jezelf over vijf of tien jaar? De vragensteller mocht dan denken dat het een uiterst professionele vraag was, maar dat was het niet. Het was slechts een hype en je hoort hem ook steeds minder. De geïnterviewde verzon een antwoord dat de interviewer waarschijnlijk wilde horen en alles bleef zoals het was. De vraag had moeten zijn, “waar zat je vijf jaar geleden” zodat je door middel van de plaatsbepaling nu, en die van vijf jaar terug de lijn naar de toekomst kon trekken. Nou ja, lijn, meer een straal zonder kracht.

Wat ik bedoel te zeggen is dat het leven waarschijnlijk is voorbestemd en er geen vrije keuzes zijn. Dingen kunnen niet anders gaan dan dat ze gaan. Het was onvermijdelijk dat je nu hier zit te lezen, en niet ergens anders. Ze noemen het wel: in de sterren geschreven of predestinatie, maar het is gewoon de loop der dingen. De kwantummechanica, waarvan ik geen idee heb, zegt dat je onmogelijk tegelijkertijd de plaats en de snelheid van een deeltje kunt bepalen omdat de meting van de één de uitkomst van de ander beïnvloedt. Nou ja, zoiets. Het betekent gewoon dat de dingen gaan zoals ze gaan en als jij denkt een beslissing te maken, dan was dat al een gevolg van de situatie waarin je daarvoor verkeerde. Je kon geen andere beslissing maken. Al dacht je van wel.

Kortom, naar het verleden kijken is veel zinvoller dan naar de toekomst kijken omdat beide vastliggen, alleen in het geval van het verleden zijn plaats en snelheid van het deeltje bekend, maar doordat we die vastgelegd hebben, is het heden veranderd, en daarmee de toekomst. Dus ik doe maar wat, en ik doe dat zo goed mogelijk. Als je iets voorspelt dan is dat per definitie een juiste voorspelling. De voorspelling komt alleen niet uit doordat je vanwege de kwantummechanica de loop der dingen veranderde. Daar kun jij verder niks aan doen. Wonderlijk, dat wel.

Fred de Schepper.

Ik werd vannacht wakker in ineens was mij alles duidelijk. Ik dacht, ik moet dit opschrijven, want het is zo logisch. Ik schreef het niet op, maar heb de strekking toch onthouden. God was bij ons in de gedaante van Fred Emmer. En echt, het was volkomen logisch. Nu kost het weer iets meer moeite om het te begrijpen, wat natuurlijk wijst op het gegeven dat je droomt in een andere dimensie. Daar kan alles.

Maar een deel van de logica heb ik onthouden. Fred schotelde ons het nieuws voor en was daarmee een almachtige. Want hij kon eigenlijk alles laten gebeuren. Als hij vertelde dat er een nieuw eiland was ontdekt, dan was dat zo. Tenminste, voor ons was het zo. Fred verzon het misschien ter plekke. Als hij ons de volgende dag vertelde dat het eiland in zee was verdwenen, dan was het weer weg. Maar Fred had een eiland geschapen. Nou, zo kon hij zo’n beetje elk wonder verrichten dat we maar wilden. Een medicijn tegen Malaria? Fred zorgde ervoor. Einde aan de oorlog tussen Irak en Iran? Met een paar simpele zinnen maakte hij het waar. Columbus ontdekte Amerika? Fred maakte het ongedaan en maakte dat de Vikingen eerder waren. Fred schiep landen, planeten, sterren, noem het maar op. En Fred was niet alleen, er waren hulpnieuwslezers zoals Harmen Siezen en Rien Huizing, die onderling uitwisselbaar waren zodat ik jarenlang gedacht heb dat dat een en dezelfde persoon was. En Joop van Zijl, die was wat dikker, die kon ook een aardig potje scheppen.

Mijn wereldbeeld is geschapen door nieuwslezers. Dankzij hen zijn dingen zoals ze zijn in mijn hoofd. Ze zijn almachtig want ze kunnen alles laten gebeuren. Een salarisverhoging lijkt mij op zijn plaats.